|

Een zwaar onweer barste los
en
de regen viel als een
gordijn van water naar beneden
en de stroom viel uit

Een wandeling die langs de
granieten bedding van de Broken River
en zijn zijriviertjes liep
Broken River Mountain Retreat
Eungella National Park
www.brokenrivermr.com.au
of Telefoon 0061-7
4958 4564

We de weg zien die we
de dag ervoor
naar boven waren gereden

De beroemdste bewoner
van dit gebied: de Platypus

De hoofdingang van
het station van Mount Morgan

Cania Gorge National Park
wordt doorsneden
door de Tree Moon Creek

In "Barlett Home" vinden we
naast oude spullen ook oude foto's

Op veel plaatsen
smeulden het vuur nog na

De Buolbunda spoortunnel

Het huis in Toogoom
waar Janey en Ian wonen

De verjaardagslunch
vlakbij Point Vernon in Hervey Bay

Onze chalet met carport
vlakbij Laminton National Park
Wantalanya Chalets
Your Hostess Rita Chiholm
Lower-Beechmont
Telefoon 0061-7 5533 3520

Het uitzicht met heel vaag
beneden ons aan
de horizon de Gold Coast

Natural Bridge

Het is uitbundig
lente
als we van Natural Bridge
in Queensland
North South Wales inrijden

De skywalk in Dorrigo National
Park stelt ons in staat te
kijken naar het leven in de
toppen van het bomen

De monding van de Kalang
River in Urunga waar
het water van de rivier het water
van de oceaan ontmoet

The Kalang River Motel
Your Hosts: Graham & Rea Richardson
Pacific Highway, Urunga
Telefoon 0061-2
6655 6229

Driemast bark in de
haven van Port Macquarie

Bed & Breakfast
Your Hosts:
Christine en Hugh Griffith
11, Memorial Avenue
Stroud, 2425 NSW
email: stroudstay@bigpond.com

Uit het donkere oerbos van
het Barrington Tops National Park
ontsnappen kleine
watervalletjes die tussen de steile
rotswanden de rivier voeden

Australische brievenbussen
zijn het topp[unt van creativiteit

Impressies Blue Mountains

Rechte rotswanden
torenen uit boven groene het woud

Op bezoek bij haar grote
broer Henk in het
Nursing Home in Toukley

Henk Hermsen,
in ±1975, samen met zijn overleden
vrouw Jane ( 1982)

Freeway richting naar Sydney
grotendeels uitgehakt in de rotsen

The Rocks Café

Vanaf het water de
twee iconen van Sydney ineen

Rieky's petekind en nicht Ria
toen ze nog
een klein meisje was

v.l.n.r. boven:
Ria en haar oudste zoon Justin,
onder: tante Miep, Rieky en
Gavin, de jongste zoon van Ria

Sydney Airport met de skyline
van Sydney op de achtergrond
Terug naar huis,
"Bye-bye Land of the Kangaroo",
en hopelijk tot spoedig
|
From
the land of the Kangaroo, deel 5
Broken River Mountain Retreat in Eungella National Park
De volgende dag, het was intussen 19 oktober, hebben we voordat
we vertrokken in ons studioappartement een lekker ontbijt met koffie
klaargemaakt. Om kwart over acht reden we weg uit Arlie Beach via
Proserpine en gingen eerst naar Mackay om boodschappen te doen en
vervolgens verder naar het Eungella National Park.
Rieky noteerde in haar reisdagboek:
In Mackay begon de lucht te betrekken.
Maar toen we verder het binnenland in reden viel het weer mee. Via
Pinnacle en Finch Hatton reden we verder landinwaarts. Even voorbij
Netherdale klommen we omhoog naar Eungella National Park. De weg
was steil, bochtig, maar de omgeving was overweldigend. Om halfeen
kwamen we aan bij het Broken River Mountain Retreat. We betrokken
lodge nr. 12 met een volledige ingerichte keuken, en een gezellige
openhaard. Ad was net begonnen met eieren bakken, toen de stroom
uitviel. Een zwaar onweer barstte los en de regen viel als een gordijn
van water naar beneden. Het was een leuke ervaring om op het terras
te zitten terwijl het zo hard regende. We keken vanaf ons terras
zo het bos in. Een paar uur later was de regen gestopt en floepte
ook het licht weer aan. Toen zagen we hoe kleine wolkjes laag voorbij
trokken door het bos.
Over de avond schreef zij het volgende:
's Avonds aten we in het restaurant. Op
het buitenterras was het te vochtig om te zitten. Voor het terras
was op een verhoging een verlichte voerplaats gemaakt, waar een
possum met zijn jong kwam eten.
Buiten was het, op deze hoogte en na de buien, erg koud. Terug in
het huisje maakte Ad de houtkachel aan. Aanmaak- en gekloofd hout
lagen klaar. De warmte was erg aangenaam.
Granite Bent Circuit
Er is altijd maar een beperkt deel toegankelijk van alle Nationale
Parken. Eungella was daar geen uitzondering op. De volgende ochtend
waren we heel vroeg op. De mensen van het Broken River Retreat boden
aan om ons af te zetten met hun 4 wheel drive aan het eind
van een lange wandeling. Als we dat deden konden we vanaf de Wishing
Pool teruglopen naar het retreat. We kozen er echter voor
om het Granite Bent Circuit te gaan lopen.
Het was prachtig zonnig. We liepen eerst door de dichte begroeiing
via de Rainforest Discovery Walk naar het begin van het Granite
Bent Circuit. Deze wandeling liep langs de granieten bedding van
de Broken River. Dankzij de hevige bui van gisteren stond er op
sommige plaatsen veel water in, maar het stond zeker niet hoog,
zoals je kon zien aan de vele droge rotspartijen die bij veel regen
barrages vormen in deze rivier. Dit prachtige gebied dat door zijn
hoge ligging, op ongeveer 60 km van de kust, veel wolken vangt houdt
het rainforest groen en vochtig.
Op deze wandeling zagen we slangen en schildpadden. En we hoorden
naast vele andere geluiden ook het grote koor van tropische vogels.
Een enkele keer zagen we er een paar laag over het water scheren.
Gedurende de twee en halfuur van onze tocht kwamen we slechts 5
mensen tegen.
Van uitkijkpunt naar uitkijkpunt
Nadat we gedoucht hadden, gingen we heerlijk lunchen op het terras
van onze lodge. We lazen wat en we genoten van de rust. Voordat
we rond 3 uur weggingen om met de auto de omgeving verder te verkennen
moest Rieky nog snel een klein handwasje doen. We reden eerst naar
de Wishing Pool, vandaar gingen we naar uitkijkpunten met namen
als Range Road View, Sky Window en Palm Lookout. Vanaf grote hoogte
keken we uit over een groen dal dat zich moest uitstrekken tot aan
de kust, we zagen de weg die we de dag ervoor gereden hadden; een
weg die zich tussen de imponerend natuur door in allerlei bochten
naar beneden wringt.
Voordat we eten gingen maken zouden we gaan kijken naar de beroemdste
bewoner van dit gebied: de Platypus. Vlakbij onze lodge was
een uitkijkplatform waar je dit zeldzame dier soms kon zien zwemmen.
Meestal in de schemer van de late namiddag of de vroege avond. Toen
we aankwamen stonden er al een stuk of acht mensen te wachten, We
hadden succes en het dier dook verschillende keren op, zwom een
stukje en verdween dan weer onmiddellijk onder water.
Platypus
De Platypus, of Vogelbekdier, is een zeldzaam waterzoogdier dat
alleen in Australië, Tasmanië en Nieuw-Guinea voorkomt.
Het dier heeft een bruine vacht, de staart van een bever, de snavel
en zwemvliezen van een eend, de amfibische leefwijze van een rat
en legt eieren als een vogel. Het dier kan meer dan 50 jaar oud
worden, wordt ongeveer 50 à 60 cm lang en is pas aan het
eind van de 18de eeuw ontdekt door de wetenschap. Pas in 1884 ontdekte
men dat het dier eieren legt. De ingang van het hol van een Platypus
ligt 30 cm boven de waterlijn; een gang van 5 tot 10 meter lang
gaat naar de nestkamer De Latijnse naam van de Platypus is: Ornithorynchus
anatinus.
We maakten vandaag in onze keuken, met de spullen die we zelf hadden
meegenomen, een heerlijke maaltijd. Intussen maakte ik de houtkachel
aan, want al was het vandaag rond de 30 graden geweest, het koelde
nu snel af. Na het eten pakten we nog even een boek, maar de slaap
kreeg ons snel te pakken.
Naar Yeppoon?
Afgesproken was dat ik op 21 oktober het eerste stuk zou rijden.
We zaten vroeg in de auto en gingen via Walkerston, Bakers Creek
naar Sarina. Daar nam Rieky, na anderhalf uur rijden, het stuur
weer van mij over. Vandaar gingen we verder over de Bruce Highway
via Malborough tot aan een wegkruising vlak voor Rockhampton waar
we afsloegen naar Yeppoon. Voor vandaag ons geplande einddoel, maar
Rieky zag Yeppoon helemaal niet zitten.
We hadden bijna 460 km op de teller. De Bruce Higway was leeg, weinig
verkeer, maar saai?, helemaal niet. De eindeloze wisseling van fascinerende
leegte langs de weg, geen enkel huis, in de verte bijna altijd bergen,
afgewisseld met ruig bos, en met als enige blijk van menselijke
aanwezigheid: de spoorrails, de paaltjes met prikkeldraadafzetting,
de palen die de telefoonleidingen dragen. En soms zagen we een beest.
In Yeppoon bij de Tourist Information lieten we ons informeren.
Rieky had gelijk, Yeppoon was precies wat zij had verwacht, een
te snel gegroeide badplaats zonder enige charme. Dus keken we elkaar
aan en zeiden bijna gelijktijdig: "Wegwezen."
Een echt gouddelvers stadje
Het was nog vroeg en we besloten via Rockhampton richting Mount
Morgan te rijden. Een slaapplaats is overal te vinden. Zodra we
de Burnet Highway opreden werd het landschap meer uitgesproken.
We kropen via een kronkelende weg omhoog naar The Mountain of
Gold zoals ze hier Mount Morgan noemen. Wat een bijzonder stadje
was dit met zijn prachtig gerestaureerde huizen, zijn station, het
in oude staat teruggebrachte spoorlijntje, het typerende hotel en
zijn School of Arts. Het tijdperk waarin goud en koper werd
gedolven werd in 1981 afgesloten. Nu is het hele stadje een museum
wat toeristen trekt, maar gelukkig wel met mensen er in die je er
hier zou verwachten.
We reden door het dorp en keken waar we het beste konden overnachten.
Ik had op een bord gezien dat er een motel moest zijn even buiten
het stadje. The Mount Morgan Motel & Van Park leek ons wel netjes
voor een nachtje. Bij de receptie kregen we van de eigenaresse een
sleutel.
Opgefrist gingen we het stadje in en we lieten ons verbazen door
de bevroren en rijke geschiedenis van wat gelukzoekers moeten zijn
geweest. Later op de avond gingen we in het hotel van Mount Morgan
eten. In de hal zat achter een tafeltje een jonge man, die er uitzag
alsof hij de vorige avond flink in elkaar geslagen was. We kregen
van hem een vodje papier toegeschoven, waarop we konden kiezen wat
we wilden eten, en dat we meteen, alleen cash, moesten betalen.
Hij zei dat we, het trapje op, de gang door, naar de rode eetkamer
moesten gaan en daar wachten, onze maaltijd kwam er aan. Als we
wat wilden drinken moesten we met de koebel rammelen die op de counter
lag. Ja, het eten was prima, en het bier was heerlijk koel.
Australische hotels
In Australische hotels kun je niet slapen, wel eten, drinken en
veelal ook drank kopen. Slapen doe je in een Motel, een Motor Inn,
een Lodge, een Resort of in een Bed and Breakfast.
Naar Cania Gorge voor een ontmoeting
De volgende ochtend, gingen we al om kwart voor acht op weg, we
wilden op tijd in Cania Gorge National Park aankomen voor onze lunchontmoeting.
We betaalden bijna alles met Visa, maar soms hadden we toch ook
wat contant geld nodig. Rieky vertelde dat we nog maar weinig cash
hadden, dus voor we vertrokken probeerden we in Mount Morgan geld
te trekken. Een flappentap was er niet. De bank was nog dicht. Dus
zouden we onderweg wel zien of er ergens een bank was.
Het landschap veranderde, het werd ruiger, maar de leegte, die we
de dag ervoor ook al ervaren hadden, bleef. Hier en daar zagen we
manshoge cactussen en heel bijzondere bomen. Er lagen meer doodgereden
kangoeroes langs de weg dan we er gedurende onze hele reis in levende
lijve gezien hebben. We begrepen nu pas waarom ze hier in Australi‘
altijd een bull bar voor op de auto hebben zitten.
We passeerden Dululu, geen bank. En Jambin, waar we langskwamen
was niet meer dan een buurtschap, dus ook geen bank. We hadden het
al bijna opgegeven om een bank te vinden. Steeds vaker stonden bermen
in brand of werden in brand gestoken voor de regenperiode begon.
De hand van boeren werd zichtbaar in het landschap. We belanden
steeds verder in een uitgestrekt landbouwgebied. De stad Biloela
bleek daarvan het regionale centrum. Daar was alles te koop en we
konden te kust en te keur een ATM-machine (is een Australische
flappentap) kiezen. Voor we weer verder gingen dronken we koffie.
20 km voor Monto moesten we afslaan en via Moonford naar het
Park rijden. Rondom Cania Gorge hing een brandlucht en een sluier
van dunne rook. Ook hier aan de randen van dit Nationale Park
waren boeren bezig geweest met het aansteken van gecontroleerde
branden.
In Rieky haar aantekeningen van vrijdag 22 oktober stond het volgende:
We waren rond halftwaalf op de picknickplaats
van Cania Gorge. Onze vrienden zouden pas een uur later komen. Wij
hadden dus de tijd om een van de wandelingen te maken die stonden
aangegeven. We staken het snelstromende beekje over en liepen het
dal in tot we gestopt werden door een rotswand. We namen het smalle
paadje naar links en liepen verder de kloof in naar de Dripping
Rock en de vervaarlijke overhang van een rots. Toen we om tien voor
een terugkwamen op de picknickplaats was de tafel gedekt. Janey
en Ian zaten al op ons te wachten en hadden alles bij zich voor
de lunch, inclusief gekoelde witte wijnen. Een geweldig weerzien.
Na de lunch reden we dwars door het park naar het Cania Gorge Caravan
and Tourist Park waar Janey en Ian voor ons en voor zichzelf een
cabin hadden besproken. Zodra we ons geïnstalleerd hadden
maakten we een verkennende wandeling. Door de dunne rooksluiers
prikten de stralen van het zonlicht heen, levende kangoeroes sprongen
om ons heen.
Vlakbij onze cabins stond een hut; "Bartlett Home",
genoemd naar de excentriekeling die daar rond 1930 moet hebben geleefd.
De hut was gerestaureerd om te laten zien hoe deze man hier leefde
voor dat Cania Gorge een National Park werd. Op fotoÕs in
de hut kon je zien hoe iemand van kennelijk goede afkomst vervallen
was tot een primitief levenspatroon.
Ian bekeek welke barbecue hij 's avond het beste kon gebruiken voor
het bereiden van de maaltijd. We aten op de rand van de bush
en de campsite. De vuren in de omringende bush zagen
we als gloeiende kolen steeds oplichten. Net als de ogen van een
klein soort schuwe nachtkangoeroes. Deze kleine buidelnachtdieren
heten Bettongs stond op een tekstbordje bij de plaats waar deze
beestjes kwamen grazen. Volgens Ian waren ze familie van de kangoeroes,
buideldieren dus. Mijn encyclopedie bracht uitkomst: ze behoren
tot het geslacht van de Bettongia: kangoeroeratten en konijnen.
Bosbranden zijn hier helemaal geen ramp
We hadden lekker geslapen. Zaterdagochtend zouden we na het ontbijt
op ons dooie gemak opbreken. We pakten in en reden met twee auto's
naar de dam met uitzicht over het Lake Cania en op Castle Mountain.
Vroeger kon je de berg oplopen naar de rots - die lijkt op een hooggelegen
citadel - via een spectaculaire wandeling, maar aangezien deze rots
erg instabiel is geworden, hebben ze dat verboden.
We reden terug door het park naar de uitgang, en zagen nu pas hoe
die branden hadden huisgehouden en steeds weer opflakkerden. De
bomen waren geblakerd en de ondergrond was helemaal zwart verbrand.
Hier en daar reden we door de rookslierten die dwars over de weg
hingen.
Gecontroleerde branden
Bij ons in Europa zijn grote bosbranden desastreus, omdat het vele
tientallen jaren kost eer de natuur zich hiervan heeft hersteld.
De Australische natuur heeft die bosbranden juist nodig. Het verjongt
de vegetatie. Soms ontstaan deze branden zelfs spontaan door droogte
en onweer. Meestal worden ze aangestoken om spontane ontbranding
juist te voorkomen. Na zo'n brand en een goede regenbui hersteld
de natuur zich in Australië razendsnel.
Met de auto door een spoorwegtunnel
Ian reed voorop, wij zouden volgen, via Monto gingen we over de
Burnet Highway naar Ceratodes. Daar sloeg Ian af om via Mount Perry
naar Gin Gin te rijden. Sommige stukken van de weg waren geasfalteerd,
andere stukken niet. Zodra Ian met zijn 4 wheel drive de
dirt road opreed, verdween de auto voor de helft in zijn
eigen stofwolk. Ook hier weer bos- en bermbranden. Soms was het
vuur zo dichtbij dat je de hitte in de
auto kon voelen.
Deze weg namen Janey en Ian altijd in de periode dat zij samen
bush camping holidays organiseerden onder de naam: Why Not Tours.
Ian stopte bij een slagboom, maakte die open en we reden over boerenzandpaadjes
verder naar de grootste - door mensen zonder hulpmiddelen gemaakte
- spoortunnel op het zuidelijk halfrond. De rit door de Boolbunda
tunnel was een wonderlijke ervaring. De ondergrond is ruig. Binnenin
de tunnel lijken de wanden en het plafond te leven door de honderden
vleermuizen die er rondfladderden.
We spaken af om niet meer onderweg te stoppen voor de lunch, maar
in een ruk door te rijden naar Toogoom. Bij Gin Gin gingen we weer
verder over de Bruce Highway. Vanaf Childers waren de wegen voor
ons weer bekend terrein. We arriveerden om halftwee in Toogoom.
Na de lunch op het voor ons bekende deck gingen we onze spullen
uitpakken.
Pam en Bill stonden er op dat we kwamen eten
's Avonds werden we verwacht bij Pam & Bill. Zij hadden al voor
wij naar het Red Centre gingen aan Janey en Ian laten weten dat
we beslist bij hen moesten komen eten. Dus de enige avond die kon,
was deze vrijdagavond.
Rieky schreef in haar reisdagboek o.a. over die avond en de volgende
ochtend:
We gingen om halfzeven naar Pam en Bill,
die ook in Toogoom wonen. Hun huis was zeer ruim van opzet, voorheen
hadden ze een deel in gebruik als een Bed & Breakfast. Het huis
stond vlak aan zee en dicht bij een van de kreken die hier in zee
uitmonden, het had een grote, goed onderhouden tuin met fraaie planten
en bomen. We werden zeer gastvrij ontvangen met veel drank zoals
we intussen al een beetje gewend waren. Ze hadden speciaal voor
ons een vismenu klaargemaakt dat startte met een delicieus vistorentje,
gemaakt van zelfgevangen vis en schaaldieren uit de kreek.
Het waren voor ons meteen lieve vrienden die ons het gevoel gaven
dat we ze al jaren kenden. Ze waren ongeveer 10 jaar jonger dan
wij.
Pas om kwart voor twaalf reden we voldaan naar huis. Om 12 uur pakte
ik, voor we gingen slapen, mijn verjaardagscadeau uit dat ik van
Jim (= het koosnaampje van mij voor Mirjam) en Coen had meegekregen.
Dat was een geweldige verrassing en ik was er erg blij mee.
Verjaardag vieren in Toogoom
24 oktober. Ik was vroeg wakker, maar we
stonden pas om 8 uur op. De telefoon ging en ik hoorde Janey er
naar toe hollen. Het was Mirjam. Janey vond het geweldig om haar
stem te horen, ze klonk zo lief, zei ze tegen ons.
Mirjam feliciteerde mij, ook namens Coen, Yvette en Willem, Ineke
en Huub, Guido en Griet. Ze vertelde o.a. dat Guido en Griet vandaag
weer terug gingen naar Dilbeek, samen met nog veel meer nieuws.
Het was in Toogoom al bloedheet toen Mirjam belde.
Er kwamen mails van Ria, Rieky's nicht in Sydney, van Mirjam en
Coen, en een SMS-je van Isabelle en Fabio. Van Janey en Ian kreeg
Rieky voor haar verjaardag een prachtige halsketting.
De verjaardagslunch was op ons verzoek door Janey en Ian besproken
in restaurant Ganhlviah Nursery The Esplanade, dat is gelegen bij
Point Vernon aan Waterkers Bay, een van de mooiste plekjes van Hervey
Bay. Het eten was uitmuntend en het uitzicht over de baai magnifiek.
We hadden tijdens deze feestelijke lunch de tijd om lekker bij te
praten en onze ervaringen, en onze downunder-avonturen in geuren
en kleuren aan Janey en Ian te vertellen.
's Avonds rond 5 uur kwamen Robyn en Rod, die een paar huizen verderop
wonen, Rieky feliciteren en afscheid van ons nemen. De laatste dag
in Toogoom werd afgesloten met een broodje, lekkere hapjes en, het
wordt vervelend, met veel glazen wijn.
In een grote boog om de Gold Coast
De volgende dag ontbeten we om halfacht met zijn viertjes op het
deck. Ian moest om 8 uur op de universiteit beginnen. Nadat
we Ian bedankt hadden voor zijn gastvrijheid en alle adviezen, gingen
we verder met inpakken voor de laatste etappe van onze reis. Bij
het afscheid bedankten we ook Janey voor alles wat ze voor ons had
gedaan, georganiseerd en vooral voor de getoonde vriendschap. Om
halfnegen werden we uitbundig uitgezwaaid door Janey, met een blaffende
Sabie, tot we aan het eind van de straat de hoek omdraaiden. De
weg van Toogoom naar de Bruce Highway kon ik zo langzamerhand dromen.
We reden in een ruk door - via Maryborough, Gympie, Cabooture naar
Brisbane - omdat we de hoge tolburg (kosten AUS $ 2.20) voor het
middaguur achter ons wilden hebben. Nadat we 6 weken lang over tweebaanshighways,
met af en toe een extra baan om te kunnen passeren, en op dirt
roads gereden hadden, kwamen we in de buurt van Brisbane ineens
op de drukke vier- zes- en achtbaans Gateway motorway terecht.
We mochten hier weer 120 km per uur rijden, terwijl 100 km het maximum
was geweest tot aan dit moment. Al deze dingen samen ervoeren we
- heel vreemd eigenlijk - als een lichte
cultuurschok.
Even voorbij de afslag Gold Coast gingen wij bij de afslag Nerang
van de kust af in de richting van Lamington National Park. De weg
liep stijl omhoog. Na 28 km stopte Rieky de auto en we vroegen ons
af of we de Wantalanya Chalets voorbij gereden waren. Nee we stonden
praktisch voor de inrit die er naar toe leidde. Het was net 2 uur
in de middag.
Wantalanya Chalets
We hadden vooraf geïnformeerd wat we zouden moeten betalen
voor een cabin in Binna Burra Logge in het Lamington National
Park. We geloofden het eerst niet, want voor die prijs kun je in
Amsterdam of Parijs in een van de beste hotels verblijven. Janey
vond het ook schandalig duur. In het telefoonboek vond Janey de
Wantalanya Chalets. Na een telefoontje was alles voor 2 nachten
snel en goed geregeld. Deze chalets liggen op slechts 9 km van het
Lamington National Park.
We meldden ons en we kregen de sleutel van het huisje. De auto kon
in de carport naast ons chalet staan. Het uitzicht was overweldigend
vanaf deze hoogte. We keken over de boomtoppen naar beneden. De
rafelrand van de skyscraper in de zon van de Gold Coast had
vanaf hier meer weg van een slechtonderhouder gebit dan van de luxe
die ze vertegenwoordigden.
Rieky maakte van de gelegenheid gebruik om haar aantekeningen bij
te werken en ik nam de tijd om relaxed te gaan zitten lezen. Omdat
we zo hoog zaten werd het tegen de avond toch wel koud. Dat was
snel verholpen met een lange broek, een trui of een jasje. Heerkijk
relaxed maakten we wat te eten, daarna nog een uurtje gelezen, lekker
gedoucht en genoten van de stilte. Toen het donker werd, waren op
de sterren na, de enige storende lichtbronnen die van de Gold Coast.
Wandelen in Lamington National Park
Op 26 oktober stonden we al om 7 uur naast ons bed. We ontbeten
en daarna reden we naar het Lamington National Park.
De onderkant van dit National Park ligt tegen de zuidgrens van Queenslands
aan. Van noord naar zuid gemeten is het ongeveer 30 km lang. Het
heeft de werelderfgoed status en zoals bijna alle National Parks
heeft het een lange geschiedenis van Aboriginal Culture. Het volk
van de Yugambeh dat hier leefde, telde alleen al 8 verschillende
stammen.
Meer dan 120 km wandelpad is er uitgezet in de wildernis van dit
National Park, in totaal 24 wandelingen. Er zijn tientallen uitkijkpunten
en -platforms met feeërieke vergezichten. Veel wandelingen
zijn te koppelen, zodat je meerdere dagen in het park kunt verblijven,
maar dan moet je zelf wel voor shelter, warme kleren, een goede
lamp, een kompas, water, etc zorgen. Het park heeft een toegang
bij Binna Burra en bij O'Reilly's.
  |
 |
Wandelen
in Lamington
National Park langs steile
kliffen omlaag en omhoog |
het
Caves Cuircuit is
slecht 5 km lang, maar
is gekwalificeerd
als de zwaarste categorie |
Wij
beperkten ons tot het lopen van de 5 km lange, maar indrukwekkende
Caves Circuit. En daarna moesten we nog eens de 5 km over de Binna
Burra Road teruglopen naar het informatiecentrum. 3 uur in totaal
en veel transpiratie koste het ons, maar deze wandeling was dan ook
gekwalificeerd als class 4 Autralian Standard: de zwaarste
categorie. Hij liep gedeeltelijk over de rand van het klif en via
smalle paadjes langs de steile wanden van de Coomera Gorge omlaag
en omhoog. Ja, deze wandeling was de moeite van de inspanning waard.
Op de terugweg reden we door naar Nerang om boodschappen, wijn en
bier te halen. Terug in het huisje hadden we behoefte om even bij
te komen van alle inspanningen.
Goodbye Queensland, bye-bye NSW
De volgende ochtend hingen er dikke wolken vlak voor onze neus. We
konden toen we wegreden geen mislicht vinden, maar in de afdaling
gingen we snel door het wolkendek heen. Even voor Nerang draaiden
we bij Advancetown in zuidelijke richting. Door de Numminbah Valley
gingen we naar Natural Bridge waar we een korte stop maakten om dit
fenomeen te bekijken. Een heel klein National Park, maar wel de moeite
waard. Een deel is afgesloten vanwege een omgevallen woudreus. We
ontmoetten daar de voormalige eigenaresse. Het was er stil. We waren
de enige bezoekers. Zij klaagde over de luidruchtige nachttoeristen
die naar de glimwormpjes onder de brug komen kijken. Er werd met haar
klachten niets gedaan door de overheid, zei ze.
Hier verlieten we Queensland en we reden een zonnig, groen
en lieflijker New South Wales (NSW) binnen. Via secondaire
wegen reden we naar Murwillumbah en dan langs de Tweed River dwars
door het hippiestadje Nimbin. Een echte kermis. Je kon de hasj bijna
ruiken. In Lismoer sloegen we verkeerd af vanwege een onoverzichtelijke
situatie door opbrekingen. We kwamen daardoor eerder op de Pacific
Highway. Via deze weg reden we vanaf Ballina, lange tijd langs de
brede Richmond River, tot even voorbij Croft Habour. Net voor Urunga
sloegen we rechtsaf the Waterfall Way op naar Bellingen. We namen
even buiten het stadje onze intrek in een mooi groot appartement van
de Bellinger Valley Motor Inn en spaken af met de manager dat we twee
nachten zouden blijven. Ja, dat had hij goed begrepen. Dat was geen
probleem.
Rieky schreef boos op:
We hadden net alles uitgeladen, toen de manager
belde dat hij zich toch vergist had en dat we maar een nacht konden
blijven. Wij hadden behoorlijk de pest in. We zijn toch maar gebleven
en hebben in het restaurant gegeten. De volgende morgen zouden we
een geplande rondrit maken en dan zouden we wel ergens een slaapplaats
vinden.
De Bellingen-Dorrigo rondrit
Bij het afrekenen lieten we nogmaals blijken dat we boos waren en
zeiden: U heeft een prachtig motel, jammer alleen dat u uw zaakjes
niet op orde heeft. We vertrokken in de richting van Dorrigo tot we
aankwamen bij een wegversmalling met stoplichten. Men was de weg aan
het herstellen. De waterval die normaal onder de weg doorloopt had
bij hevig noodweer, nog geen week geleden, meer dan de helft van de
weg meegenomen.
Ook in het Dorrigo National Park waren wandeltracks afgesloten vanwege
weggeslagen bruggen en omgevallen woudreuzen. Het Dorrigo Rainforest
Centre was nog niet open toen we er aankwamen. We gingen dus eerst
de beroemde skywalk op die je de mogelijkheid bood om oog in
oog te staan met alles wat er leeft in de toppen van de woudreuzen.
Aan het eind van de
skywalk zat een man in een
rolstoel. Toen hij ons Nederlands hoorde praten sprak hij ons aan.
Hij vertelde dat hij vele jaren geleden naar hier geëmigreerd
was en nu rond trok om meer van Australië te zien. Wij gingen
koffie drinken in het infocentrum en hoorden daar dat de ranger
zojuist een deel van de track naar Crystal Shower Falls weer had opengesteld.
De wandeling naar de waterval door dit subtropisch regenwoud was toch
weer anders, veel frisser en groener, het was alleen jammer dat we
niet het hele rondje konden lopen omdat de brug die verderop lag was
weggeslagen.
Na de wandeling reden we over een ruige dirt road naar de Never
Never Picnick Area om te lunchen. Er was helemaal niemand op één
vogel na die het op onze lunch gemunt had.
We stopten pas weer voorbij Dorrigo bij de Dangar Falls en vervolgden
onze rit tot we bij Megan weer op een ruige dirt road terecht
kwamen. Het landschap waar we doorheen reden had hier vele gezichten,
van liefelijk en landelijk tot ruig en ontoegankelijk. De smalle weg
verlaten, tot het moment dat we in een bocht neus aan neus komen te
staan met een grote Range Rover. Was dat even schrikken, maar het
liep goed af.
The Kalang River Motel
Vanaf Coramba reden we richting Nana Glen, waar we rechts afsloegen
en via een secondaire weg weer op de Pacific Highway terecht zouden
komen. We passeerden Croft Habour en reden door naar Urunga. Het Kalang
River Motel kwam bij ons erg sympathiek over. Vooral de eenvoud en
de gastvrije mensen bevielen ons. We wilden nog even het stadje in.
We kregen een plattegrond mee hoe we moesten rijden en wat we moesten
zien. We spraken af dat we graag die avond met hen mee wilden eten
en dat kon.
We parkeerden onze auto vlak langs de Kalang River bij het begin van
de pier. Daar stond een bord, waarop te lezen stond: "Boete AUS
$ 300,- voor hondenpoep die u achterlaat." Via de houten pier
liepen we over kreken en langs mangrovebosjes tot aan het punt waar
de rivier in de oceaan uitmondt. We zagen tientallen pelikanen in
de tegenstroom die ontstaat waar rivier en oceaan elkaar ontmoeten.
Op de drooggevallen zandbanken liep een legioen van blauwgroene krabbetjes
te exerceren. We liepen verder tot vlakbij het verblindend witte strand,
dat wordt gebeukt door hoge golven. De naam Urunga komt uit een van
de Aboriginaltalen en betekent: lang wit strand.
's Avond zaten we met drie families te eten, onder de maaltijd kregen
we van Graham en Rae, de eigenaren, The Bellingen Shire Courier-Sun
met daarin alle rampspoed die de streek de week ervoor getroffen had.
"A trail of damage", kopte de krant. Niemand kon Bellingen
en Dirrigo bereiken. Het water had op een enkele plaats tot 8.1 meter
boven het wegdek gestaan.
Rieky schreef in haar reisdagboek:
Tegen 12 uur werd ik wakker van heen en weer
geloop op het grint; een auto stopte naast die van ons, en ik dacht
nieuwe gasten. Maar de volgende ochtend hoorden we bij het ontbijt
van Graham dat het een ambulance was geweest. De man van het echtpaar
dat gisterenavond bij hen aan tafel had zitten eten, een vriend van
hen uit Tamworth, was onwel geworden. Men dacht aan een hartinfarct.
Dat raakte me wel, ik dacht onmiddellijk aan vorig jaar in Frankrijk
toen Ad ineens zo ziek was.
29 augustus, Vandaag is Jane's verjaardag, de overleden vrouw van
mijn broer Henk en de moeder van Janey.
Sinds we Queensland hadden verlaten en in NSW rondreden merkten we
toch een aanmerkelijke verandering. Hier was het drukker, meer mensen,
meer bebouwing. Niet meer dat onverwachte; niet meer die verrassing;
niet die "wouw!" die we slaakte in het Red Centre, op Fraser
Island en bij de aaneenschakeling van monumentale en overweldigende
pracht van Queenslands' National Parks, maar meer een déjà
vu dat je hebt bij vele andere vakantiebestemmingen.
Naar Port Macquarie
We namen geëmotioneerd afscheid van Graham en Rae. Dit zorgzame
stel mensen was echt aangeslagen door de gebeurtenis van de voorbije
nacht. Om 8 uur waren we al onderweg, ook al hadden we minder dan
200 km te gaan. We maakten nog een klein uitstapje naar de kust bij
South West Rocks en Smoky Cape.
We misten de Winery Cassegrain, waar we volgens Janey en Ian beslist
moesten lunchen, omdat we de secondaire afslag naar Port Macquarie
namen in plaats van de hoofdweg. De secondaire weg liep vlak langs
de baai waaraan Port Macquarie ligt. Voor we de stad binnen reden
stopten we om koffie te drinken bij een van de vele restaurantjes
langs de baai. Zonder jasje of trui konden we niet buiten zitten.
Er stond een harde wind en maar af en toe liet de zon zich even zien.
Daarna verkenden we het stadje en keken we waar we zouden kunnen slapen.
Nadat we dat geregeld hadden en alles uitgepakt was wat we nodig hadden
gingen we lunchen. In een van de grote malls vonden we iets dat ons
wel wat leek. De middag gebruikten we om naar het strand te wandelen
en via de baai weer terug. Het was ons al opgevallen dat de golven
hier veel hoger zijn dan in Queensland. De golven worden in NSW niet
meer afgeremd door het Great Barrier Riff zoals dat in Queensland
wel het geval is. Golven van meer dan tweeënhalve meter zijn
geen uitzondering, dus zagen we hier veel jongeren van een golf surfen.
Langs de ingang van de baai lagen enorme basalt blokken die toeristen
in alle kleuren beschilderd hadden met een boodschap voor degene die
na hen hier langs liepen. Verderop lag een prachtige driemaster en
daarmee had je het hier wel gezien.
Geen cash geld meer en nergens een bank
Nadat we de sleutel van ons appartement hadden teruggebracht, verzonden
we nog een SMS-je naar Mirjam & Coen en besprak ik nog snel even telefonisch
het motel in Toukley, waar we Rieky's oudste broer in een verzorgingshuis
zouden gaan bezoeken later in de week. We reden om 8 uur weg uit Port
Macquarie. Bij Nabiac namen we de Bucketts Way naar Gloucester en
gingen daar in de richting van Dungog. Het was een prachtige rit maar
de bewegwijzering laat ons al in Gloucester helemaal in de steek.
Op goed geluk kozen we de goede richting. We hadden het idee dat het
wel eens moeilijk zou kunnen worden om in de buurt van Barrington
Tops National Park iets te vinden om te slapen. Bij telefonische navraag
bij beide accommodaties in het park bleken ook hier de prijzen buiten
proportioneel hoog. We reden een klein stukje voorbij de afslag naar
Dungog, naar het Stroud om te lunchen. We streken neer op het terras
van een cafégalerie: Terra Cottage.
We vroegen of er hier, of bij Dungog in de buurt, iets was waar we
konden overnachten. Ze verwezen ons naar een Bed & Breakfast van Christine
& Hugh Griffith, bij de pub linksaf, tweede huis in de Memorial Avenue.
We vonden daar een prima appartement bij een alleraardigste familie.
Het probleem was alleen dat we bij hen niet konden betalen met onze
Visacard, en ook onvoldoende cash bij ons hadden. Geen bank in de
wijde omgeving te vinden, de pub wilde ons niet helpen en de newspaper
agency kon het niet.
Maar Christine Griffith van de B&B wist er snel een mouw aan te passen.
Nadat we ons hadden geïnstalleerd gingen we om 2 uur onderweg
naar het Barrington Tops National Park. Het was een fascinerende rit
over smalle binnenwegen, over eenbaansbruggetjes, we laveerden door
een lieflijk heuvelachtig landschap met in de verte de ruige bergen
waarin het park moest liggen. Rieky had al haar stuurvrouwskunst
nodig.
We parkeerden vlakbij Barrington Guesthouse waar vandaan we een aantal
wandelingen konden maken. We kozen voor de wandeling langs de Williams
River van iets minder dan 2 uur. We gingen over de brug naar de ander
kant van de rivier en liepen in noordwestelijke richting over smalle
paadjes door dicht oerbos. De rivier lag zeer diep en stroomde wild
door de rotsbedding. Kleine watervalletjes denderen naar beneden.
Wat meteen opviel was het verschil in begroeiing.
Dit had niets meer van een tropisch regenwoud, dit was een prachtig
oud woud met loofbomen. Dit National Park kenmerkt zich door uitgestrekte
leegten met weinig vegetatie en grote rotsblokken, afgewisseld door
ondoordringbare wouden. In dit hooggelegen park valt in de winter
regelmatig sneeuw. Er hebben vier verschillende Aboriginal stammen
geleefd. Die zijn ooit vertrokken naar nog ruiger gebergten, vertelde
de informatie cynisch
Veel te laat om te gaan zoeken
Het was frisjes, maar de lucht die we inademden was puur. We moesten
op de terugweg de rivier over bij de volgende brug. Even voordat we
bij de auto terug kwamen ontdekte ik dat ik mijn GSM uit mijn tasje
had verloren. Terug om te zoeken had geen zin omdat het daar veel
te laat voor was geworden. De ranger was nergens te bekennen,
dus reden we in de schemer terug naar Dungog. Wel vonden we daar een
politiebureau, maar dat was zaterdags onbemand.
Terug in de B&B vertelde ik wat er was gebeurd en ik vroeg of ik zou
mogen bellen met de politie en met mijn dochter. Ik kreeg alle medewerking.
Christine liep zelfs naar het huis van een buurman, die agent is,
maar die was niet thuis. Onze gastvrouw belde de politie, melde haar
adres en telefoonnummer en gaf daarna de telefoon aan mij. Ik melde
de vermissing van mijn mobieltje en kreeg een nummer van het proces-verbaal
met de mededeling dat ik maandag moest terugbellen met het nummer
dat ik van haar kreeg als ik een uitdraai wilde hebben van dit proces-verbaal.
Mirjam nam niet op, daarom belde ik Janey en Ian maar, en vroeg hen
om met spoed Mirjam een e-mail te sturen en haar te vragen mijn GSM
te laten blokkeren bij KPN. Van Christine moest ik persé ook
mijn GSM bellen, wie weet had iemand hem gevonden, maar nee hoor die
lag nog te slapen in Barrington Tops en gaf geen enkel teken van leven.
Beslist geen heimwee naar Hunter Valley
Op zondagochtend, 31 oktober, zette men in NSW de klok een uur vooruit.
Wij moesten dus ook onze horloges bijzetten. We namen innig afscheid
van mensen die we slechts een dag kenden en we bedankten Christine
en Hugh voor al hun behulpzaamheid en excuseerden ons voor de extra
overlast. Uitbundig werden we uitgewuifd. Via Dungog, waar we een
ATM vonden om geld te tappen, een winkel om een telefoonkaart te kopen
en een telefooncel om nogmaals mijn GSM te bellen - geen geluid -
reden we naar East Gresford.
Onderweg viel ons oog weer op de rijen brievenbussen van de boerderijen
die ver van de weg verstopt lagen in het landschap. Deze vorm en creativiteit
is toch wel een typisch Australisch fenomeen.
In Braxton begon onze rondrit door de Hunter Valey Wijnstreek. We
reden in de richting Cessnock en we sloegen af naar Pokolbin. Hier
vonden we een uitstekend Italiaans restaurant genaamd Il Cacciatore.
Op het terras, aan de rand van een wijngaard, gebruikten we een smakelijke
lunch waarbij een uitgelezen wijn werd geserveerd. De eigenaar van
het restaurant vertelde ons dat even verderop een Nederlander een
winery had. Bij deze meneer kochten we voor Ria - Rieky's nichtje
in Sydney - een paar mooie flessen wijn.
Deze meneer was een beetje arrogant. Hij beweerde dat hij deze winery
helemaal met eigen handen van niets tot iets had opgebouwd en liet
ons goed voelen dat hij iemand was, want zei hij: "Ik heb in
de board of directors gezeten van een van de grootste Nederlandse
banken." Jammer, maar we waren niet onder de indruk. We vervolgden
onze tour door de streek en reden later via Broke naar Singleton,
waar we in The Mid City Motor Inn een kamer vonden om te overnachten.
De wijnboeren van Huter Valley mogen dan voortreffelijke wijnen produceren,
maar er was eigenlijk maar weinig dat ons aantrok in deze streek.
Maar misschien was het gewoon ons Europees chauvinisme en idealiseerden
we het beeld van eeuwenoude châteaus of wijnboerderijen - met
hun kleurrijke wijnboertjes die wij zo goed kennen van Frankrijk,
Italië en Spanje - iets te veel?
The Blue Mountains National Park
Met af en toe wat regen reden we de volgende dag weg uit Singleton.
Eerst moesten we door een gebied waar open mijnbouw het landschap
meedogenloos openrijt. We begrepen nu pas alle protestborden langs
de weg die we gistenen gereden hadden op onze route richting Braxton:
"No mining, No transport. No disruption."
Vanaf Bulga loopt de Putty Road tussen Wollemi National Park en Yengo
National Park door. We genoten van de rit die voerde over hoogtes
en door dalen, en bochtig zijn weg vond tussen de hoge rotspartijen
en aaneengesloten wouden. Het traject was ongeveer 150 km lang tot
Colo, alleen maar onderbroken door een groene oase bij Howes Valley,
We reden door tot Windsor - een heel aardig "Engels" stadje
- waar we koffie dronken, belden met de politie over het proces-verbaal
en keken of mijn GSM soms wakker was geworden. De politie wilde dat
ik het proces-verbaal schriftelijk aanvroeg en vroeg of ik er een
kopie van mijn verblijfsvisa bij wilde doen.
We besloten de Blue Mountains' rondrit tegen de klok in te rijden.
Eerst naar Richmond, dan via de Bells Line of Road verder. Bij Mont
Tomah gingen we van de weg af en kwamen op een smalle ruige track,
mijn chauffeur mopperde een beetje, maar de natuur was hier uitbundig
en de lente was zojuist uitgebarsten. De parkeerplaats was omsloten
door hoge bomen en laag struikgewas; je kon alleen via een wandelpad
verder de bush in. We hadden gegokt op een lookout,
maar helaas. Op de terugweg ontmoetten we de gevreesde tegenligger,
maar de passage ging met de voorzichtigheid van egeltjes zonder brokken.
Terug de weg op, richting Bell. Daar sloegen we af naar Blackheart.
We misten twee keer de borden naar de Victoria Falls en gaven het
op toen het begon te regenen. We sloegen af naar de Evans Lookout
en terwijl het opklaarde keken we van bovenaf de diepte in en tegen
monumentale wanden aan, heel dichtbij en andere veraf. Vergezichten
met op de voorgrond veel groen en okers, ... en in de verte alleen
maar alle schakeringen van blauw. Adembenemende schoonheid, serene
stilte en twee jonge mensen die net als wij onder de indruk leken
te zijn, vonden we hier.
Onderweg naar de Tree Sisters zagen we weer de gestolde lidtekens
die de oernatuur hier ooit heeft achtergelaten. Toen we vlakbij "de
drie zusjes" kwamen, schrokken we ons rot. Hier waren de kuddes
toeristen dus heengevoerd, in prachtige luxe, airconditioned coaches,
over de nieuw aangelegde brede highways, voor een massale eredienst
van het lawaai en de stank. Wegwezen, zeiden we tegen elkaar. Rieky
die hier op deze plek al eens was geweest in 1983, samen met haar
broer Henk en nicht Ria, herinnerde zich dat ze toen over smalle landwegen
en tracks waren gereden. Ook hier dus het Weg-van-de-Snelweg-Syndroom.
We lieten ons plan varen om in de Blue Mountains te overnachten en
gingen snel verder. We maakten nog een klein uitstapje naar de Wentworth
Falls waar het gelukkig minder druk was. Ook hier weer die prachtige
panorama's.
We besloten om over Springwood door te rijden naar Windsor om daar
te gaan overnachten. Onderweg zag je de lucht in ijltempo dichttrekken.
Een pikzwarte deken bedekte de Blue Mountains en deze werd uiteengereten
door een zilvergoud lijnenspel.
We namen om kwart voor vijf onze intrek in Windsor Terrace Motel met
uitzicht op de brug en de Hawkesbury River. Intussen viel de regen
met bakken uit de hemel en het uitzicht op het landschap over de rivier
was tot nul gereduceerd. Ik schreef mijn brief, met kopie voor de
verzekering, aan de NSW Police met het verzoek om het proces-verbaal
betreffende het verlies van mijn GSM op te sturen naar ons adres in
Nederland.
We aten die avond in Windsor bij een Vietnamees Restaurantje. De ouders
van de jonge vrouw die de zaak runde woonden in Frankrijk. Zij zelf
voelde zich intussen een echte Australische. "Het is maandagavond
dus niet zo druk"; zei ze. Daarom werden we als enige gasten
verwend met speciaal voor ons vers gemaakte soep en andere Vietnamese
gerechten. Toen we terug naar ons hotel liepen, door het uitgestorven
stadje, viel de regen nog steeds gestaag uit de hemel.
Naar Rieky's lievelingsbroer Henk
Het was 2 november, de regen gestopt, de bergen in de verte kregen
weer vorm. Vandaag zou een emotionele dag worden vooral voor Rieky
als ze haar broer na jaren terug zal zien in het nursing home
in Toukley.
Rieky schreef in haar reisdagboek:
Om halfacht hadden we alles ingepakt en gingen
we ontbijten in de hoofdstraat van Windsor. Heerlijk bananenbrood
en geroosterd krentenbrood.
Om halfnegen reden we weg, eerst een klein stukje richting Sydney,
en dan naar Wisemans Ferry. Hier staken we de brede Hawkesbury River
over met een pont naar het Dharug National Park en reden een groot
stuk langs de rivier. Op de plaats waar de rivier vertakte klommen
we omhoog naar Kulnara, via Yarramalong gingen we in de richting Wyong.
Voor de freeway sloegen we af in noordelijke richting. Bij
het verkeersbord Toukley gingen we over de freeway heen. De
kaart van Ian kwam goed van pas. Op de kaart kon ik precies zien waar
we waren en uittellen welke straat ik in moest voor het nursing home.
Rieky schreef:
We zijn Toukley ingereden en parkeerden om
12 uur de auto bij het nursing home. Vandaar liepen we terug naar
de winkelstraat waar we geluncht hebben en boodschappen gedaan. Voor
Henk kochten we twee doosjes chocolaatjes. We liepen terug naar de
auto, legden onze boodschappen erin en gingen bij het nursing home
naar binnen. We waren toch enigszins gespannen, zou hij slapen? Hoe
zou hij zijn vandaag? Hij lag alleen, de man naast hem was weg. Hij
was een beetje onderuitgezakt en keek ons aan maar reageerde niet
echt. Toen hij door een van de verpleegsters wat rechter op was gezet
en ik naast hem was gaan zitten glimlachte hij af en toe. Soms gaf
hij een onverstaanbaar antwoord, maar ook zei hij spontaan "Okay,
that's all right". Je hoorde zijn hersenen knarsen om een antwoord
te vinden. Maar als ik zijn hand pakte was het goed. Even later voelde
ik dat hij mijn hand bewust pakte en erin kneep. Het was voor mij
heel emotioneel om Henk zo terug te zien.
Rieky vertelde Henk over Janey en Ian en dat we daar waren geweest,
over onze reis, en dat we ook naar Ria zouden gaan. We beloofden om
morgen terug te komen voor we naar Sydney zouden vertrekken.
Om vier uur nestelden we ons in The Bridge View Motel. Toen we 's
avond nog even wat inkopen gingen doen, kregen we een staaltje Australisch
politiegeweld te zien. Drie politiemensen sprongen boven op een vrouw
en een man die zeer waarschijnlijk drugs in hun bezit hadden. Toen
deze mensen zich gingen verzetten, werden ze meteen tegen de grond
gewerkt, kregen ze handboeien om en werd er om assistentie verzocht.
Het laatste dat we er van zagen was een politieauto, met nog eens
drie andere agenten, die met loeiende sirenes kwam aanscheuren. Welkom
terug in de 'beschaaafde" wereld.
Via McDonald's naar Sydney
Na het ontbijt gingen we rond 10 uur zoals beloofd terug naar Henk
in het nursing home. Daar hoorden we dat zijn tweede vrouw
Terry had gebeld en deze ochtend op bezoek zou komen. Was dit toeval?
Alleen Janey en Ian wisten dat we naar Henk toe zouden gaan. We kenden
Terry alleen uit de brieven van Henk.
Henk was uit bed gehaald en zat aangekleed in een grote leunstoel.
Nadat we ongeveer veertig minuten alleen met Henk door hadden gebracht
kwam Terry binnen met haar dochter. We hebben kennisgemaakt, nog wat
gepraat en hebben toen afscheid genomen. Het afscheid van Rieky's
broer Henk was voor ons beide heel emotioneel omdat het niet waarschijnlijk
was dat we hem nog ooit zouden zien. We reden richting freeway
en stopten bij het eerste het beste, en tevens laatste servicestation
voor Sydney om te tanken en koffie te drinken. En zo kwamen we ook,
tot onze eigen verbazing, voor het eerst van ons leven in een McDonald's,
nou ja, een McDonald's Café terecht.
The Sydney Newcastle Freeway is op veel plaatsen uitgehouwen in de
rotsen, zodat we tussen metershoge wanden doorreden en dan ineens
weer hoog over een baai heen gingen die uitwaaierde naar zee. Op het
moment dat we de agglomeratie van Sydney binnenreden werd het druk,
maar we bereikten zonder enig oponthoud de monumentale Harbour Bridge
waarover we de stad binnen reden. Door een foutje van de bijrijder
namen we, ondanks alle duidelijke instructies van Ian, de verkeerde
afslag. We kwamen midden in de stad terecht, maar ik zag snel op de
kaart waar we waren en ik loodste Rieky door het drukke verkeer tot
vlakbij ons hotel, Travelodge Wentworth. We dachten dat het aan de
linkerkant van de straat zou liggen, maar toen ik uitstapte zag ik
pas dat het aan de andere kant lag. We checkten om plusminus 2 uur
in, kregen een kamer op de 16de etage en gingen op pad om onze auto
terug te brengen naar Hertz. Het lag slechts twee straten van ons
hotel verwijderd. We waren er nadat we er vier rondjes omheen gedraaid
hadden nog steeds niet, maar kwamen er wel steeds langs. Alles is
in Sydney ˇˇn richting verkeer. Je moest links af of je wilde of niet.
Uiteindelijk stopten we in een straat vanwaar we het Hertz kantoor
konden zien. Ik werd er op afgestuurd en daar kreeg ik een duidelijk
schetsje hoe we dan wel bij de garage konden komen. Terug in het hotel
maakten we afspraken per telefoon met Rieky's nicht Ria en we gingen
daarna de omgeving verkennen. We zaten vlakbij Hyde Park, Liverpool
Street en Oxford Street.
's Avond gingen we eerst op zoek naar een leuke pub, die we vonden
op de hoek van Pitt Street en Barhurst Street. Later op de avond hebben
we nog heerlijk gegeten bij een intiem Indiaas Restaurantje in Oxford
Street.
Sydney verkennen
4 november stonden we om halfacht op en zouden we dwars door de stad
naar Circular Quay lopen. Daar vertrekken alle ferries.
We liepen een stuk door Hyde Park. Op de hoek van Liverpool Street
en George Street zagen boven de ingang van een pub de drie aapjes:
"horen, zien, en zwijgen" en hoog boven de straat gleed
de monorailtrein voorbij. We liepen George Street helemaal uit. Wat
opviel was het feit dat niet alleen de namen van de straten in Sydney
veelal gekopieerd zijn uit Londen, maar ook de warenhuizen, de kerken,
de musea en zelf het stadhuis zijn kopieën uit het Engeland van
de 19de eeuw. Voor de rest krijgt het moderne Sidney steeds meer weg
van New York met zijn hoge wolkenkrabbers.
Bij Circular Quay aangekomen veranderde dat beeld sterk. De prachtige
monumentale Harbour Bridge die links het beeld bepaalt en rechts het
Sydney Opera House dat de brede baai van Port Jackson beheerst. We
dwaalden wat rond bij het karakteristieke gebouw van de opera van
Sydney, dronken koffie, informeerde naar de dienstregeling van de
ferries en gingen naar het oudste deel van de stad dat ligt in de
schaduw van de Habour Bridge. The Rocks is echt het aardigste deel
van de stad, al is het wel toeristisch. In The Rocks Café gebruikten
we onze lunch en daarna liepen we via het Sydney Opera House richting
de Royal Botanisc Gardens. Met het park rechts en de baai links van
ons ervoeren we een van de meest typische fenomenen van deze stad.
De "middagpauzejoggers" die vanuit de citykantoren naar
dit park stromen holden het pad op en neer. Dik en dun, groot en klein,
zwart en wit werkten zich in het zweet en sloegen de vliegen van zich
af. Met zo'n grote transpiratieproductie moet elk kantoor wel een
batterij douches hebben.
We wandelden verder tot we bij de uiterste punt kwamen. Vanaf hier
hadden we een prachtig uitzicht over de baai. We wandelden vanaf daar
omhoog en dwars door het park terug, langs The Art Gallery of NSW,
tot aan de St. Mary's Cathedral. We namen even een kijkje in deze
kerk en het viel ons op dat dit eiland van rust in deze hectische
stad zoveel mensen aantrok. Mensen die even op hun knieëen gingen
voor gebed.
Met vermoeide voeten zoefden we met de lift naar de 16de in afwachting
van Ria die later nog even langs zou komen. Ria is pas gescheiden
van haar man en was daar nog behoorlijk van aangeslagen.
Via Manly naar Narrabeen en terug
We stonden vroeg op want we moesten de ferry van halftien halen naar
Manly. Het had geregend, maar aanvankelijk leek het weer mee te vallen.
Toen we weggingen was het droog en we hadden geen zin om de metro
te nemen. We liepen naar Circular Quay en besloten om niet de snelle
Jetcat, maar de langzame ferry naar Manly te nemen,
omdat je dan pas ervaart hoe uitgestrekt deze natuurlijke haven is.
We voeren het water op vanaf pier 3 van Circular Quay en het beeld
van de stad kreeg meteen een andere dimensie. Het Sydney Opera House
scheen ineens te passen in de boog van de Habour Bridge. Wat een prachtig
beeld. Toen we ons omdraaiden passeerden we Fort Denison aan bakboord.
Zodra we Bradleys Head gepasseerd waren trok de hemel verder dicht,
de golven werden hoger. Het buiswater dat hoog overkwam en de regen
verdreven ons van het bovendek. Ter hoogte van South Head kwamen we
langs de open verbinding van de baai met de Pacific Ocean. Er stond
een behoorlijke zeegang totdat we de North Habour invoeren waar de
ferry afmeerde in Manly. Ria stond ons al op te wachten. Wij wandelden
door Manly en Ria vertelde dat haar ouders, Henk en Jane, hier hadden
gewoond en dat zij en haar broer John en zus Janey hier naar school
gingen.
Ria stelde voor om met ons langs de Northern Beaches te rijden. Het
weer was en bleef slecht, soms regen en veel wind. We gingen in ijltempo
langs de verlaten stranden waar soms een eenzame surfer over een hoge
golf naar beneden gleed. Een site seeing voerde ons lang Narrabeen
Lakes en de huizen die haar vader hier als architect in zijn glorietijd
gebouwd had. Na de lunch troonden Ria ons nog mee naar het prachtige
Ku-ring-gai Chase National Park, waar we in een ruk doorheenreden
naar West Head. Hier hadden we een prachtig uitzicht op de Pacific
Ocean, Broken Bay en Lion Island. Ria bedoelde het goed, zij wilde
ons zo graag veel van haar leefomgeving laten zien, maar de tijd was
daarvoor te kort.
Voor we naar haar huis gingen in de Residential area of the Lakeside
Holiday Park, waar ze na haar scheiding is gaan wonen, moesten er
nog boodschappen gedaan worden voor het avondeten. Toen we aankwamen
ontmoetten we Ria's twee zonen Justin and Gavin. De maaltijd was zeer
geanimeerd met Ria als gastvrouw, haar zoons en oude vrienden van
Henk en Jane. Vooral Rieky kon met tante Miep oude herinneringen ophalen
aan haar broer en schoonzus. We kregen ook nog bezoek van een Possum
die zich deze keer voor de verandering niet allen liet horen maar
ook liet zien.
's Avonds laat werden we door Ria's oudste zoon met de auto in jongenachtige
bravoure teruggebracht naar ons hotel in Sydney.
De laatste dag in The Land of the Kangaroo
We pakten zeer op ons gemak de koffers voor de laatste keer in en
we checkten uit. In de lobby van het Travelodge Wentworth gingen we
zitten lezen totdat Ria ons zou oppikken om ons naar de luchthaven
te brengen, want dat wilde ze graag.
Zaterdagmiddag 6 november om 3 uur hoefden we pas in te checken. Daarna
hadden we nog even tijd om met Ria een kop koffie te drinken. Het
werd een biertje. Wij gingen naar de douane en Ria moest naar de trouwerij
van een neef in Sydney. De skyline van Sydney werd zichtbaar
achter een vliegtuigstaart met de Kangaroo van Quantas er op
toen we naar de gate liepen om in te stappen. Om vijf uur zouden we
opstijgen, maar we moesten uiteindelijk een uur in het vliegtuig wachten
op koffers van passagiers die uit Cairns waren gekomen.
Toen we in het nachtelijk donker te laat in Singapore aankwamen moesten
we, ondanks de rechtstreekse verbinding, toch uitstappen omdat het
vliegtuig schoongemaakt moest worden. Dat betekende dat we nog een
keer door de strenge "terroristencontrole" moesten voor
we verder konden vliegen.
Een zakmesje van Finnair
In het eerste deel van dit verhaal beloofde ik dat ik nog terug zou
komen op de vraag of deze controles wel waterdicht zijn. Dit is dus
het moment.
We moesten in totaal 11 keer door een strenge "terroristencontrole".
De tiende keer (op de terugweg in Singapore) haalde een veiligheidsbeambte,
nadat hij Rieky's rugzakje twee keer door de scanner had gehaald én
na een grondige handcontrole, het Finnair zakmesje te voorschijn uit
haar handbagage. Dat mocht er dus niet inzitten zij hij. Maar het
geval was dat het al die tijd in haar rugzak had gezeten, zonder dat
zij zich daar bewust van was geweest. De vraag is gerechtvaardigd
hoe grondig die controles zijn als zoiets erdoor kan slippen.
Terug naar huis
Ook in Singapore vertrokken we veel te laat. Toen de cockpit toestemming
kreeg om naar de startbaan te taxiën stond er een vliegtuig achter
ons dat men niet meer voor of achteruit kreeg. We zouden in Frankfurt
dus niet meer de royale een uur en vijftig minuten hebben om over
te stappen op de KLM Cityhopper naar Amsterdam.
Voor we landen kreeg iedereen die in Frankfurt moest overstappen van
de Quantas steward instructies hoe hij of zij het snelst bij
het vliegtuig van zijn of haar bestemming kon komen. Maar daar had
de douane en de "terroristencontrole" geen boodschap aan.
Tien over vijf in de vroege morgen van zondag 7 november stormden
we hijgend de KLM Cityhopper binnen die met draaiende motoren klaar
stond voor vertrek. Na ons kwam nog een stel aanhollen en precies
om kwart over vijf stonden we klaar voor take-off, om precies
halftien te landden op Schiphol.
Coen en Mirjam stonden ons op te wachten met jassen en sjaals toen
we met onze bagage naar buiten kwamen. We werden met de beroemde
Jeep Cherookee uit de Into Africa by Jeep verhalen naar huis gereden
waar we een gevulde koelkast vonden om het weekend door te komen.
Ja, en we hadden een heleboel te vertellen, zoals u nu weet als lezer
van dit verslag.
Met
dank aan Johan Hermsen en Coen Barthels voor het kritisch lezen
van de teksten, het aandragen van tekstsuggesties en het aanbrengen
van tekstcorrecties
Ad
van Tiel, Landsmeer,
april 2005
Niets uit bovenstaande
tekst mag worden gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van
de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Rieky & Ad van Tiel
© 2004
|