print vriendelijke versie zonder foto's






Een zwaar onweer barste los
en de regen viel als een
gordijn van water naar beneden
en de stroom viel uit


Een wandeling die langs de
granieten bedding van de Broken River
en zijn zijriviertjes liep


Broken River Mountain Retreat
Eungella National Park
www.brokenrivermr.com.au
of Telefoon 0061-7 4958 4564









We de weg zien die we
de dag ervoor
naar boven waren gereden


De beroemdste bewoner
van dit gebied: de Platypus




























De hoofdingang van
het station van Mount Morgan























Cania Gorge National Park
wordt doorsneden
door de Tree Moon Creek


In "Barlett Home" vinden we
naast oude spullen ook oude foto's































Op veel plaatsen
smeulden het vuur nog na




De Buolbunda spoortunnel


Het huis in Toogoom
waar Janey en Ian wonen
















De verjaardagslunch
vlakbij Point Vernon in Hervey Bay



















Onze chalet met carport
vlakbij Laminton National Park
Wantalanya Chalets
Your Hostess Rita Chiholm
Lower-Beechmont
Telefoon 0061-7 5533 3520



Het uitzicht met heel vaag
beneden ons aan
de horizon de Gold Coast



















































Natural Bridge


Het is uitbundig lente
als we van Natural Bridge
in Queensland
North South Wales inrijden









De skywalk in Dorrigo National
Park stelt ons in staat te
kijken naar het leven in de
toppen van het bomen

















De monding van de Kalang
River in Urunga waar
het water van de rivier het water
van de oceaan ontmoet

The Kalang River Motel
Your Hosts: Graham & Rea Richardson
Pacific Highway, Urunga
Telefoon 0061-2 6655 6229
































Driemast bark in de
haven van Port Macquarie





































Bed & Breakfast
Your Hosts:
Christine en Hugh Griffith

11, Memorial Avenue
Stroud, 2425 NSW
email: stroudstay@bigpond.com




Uit het donkere oerbos van
het Barrington Tops National Park
ontsnappen kleine
watervalletjes die tussen de steile
rotswanden de rivier voeden

















Australische brievenbussen
zijn het topp[unt van creativiteit














Impressies Blue Mountains


Rechte rotswanden
torenen uit boven groene het woud


































Op bezoek bij haar grote
broer Henk in het
Nursing Home in Toukley


Henk Hermsen,
in ±1975, samen met zijn overleden
vrouw Jane
1982)
















Freeway richting naar Sydney
grotendeels uitgehakt in de rotsen






























The Rocks Café


Vanaf het water de
twee iconen van Sydney ineen










Rieky's petekind en nicht Ria
toen ze nog
een klein meisje was


v.l.n.r. boven:
Ria en haar oudste zoon Justin,
onder: tante Miep, Rieky en
Gavin, de jongste zoon van Ria























Sydney Airport met de skyline
van Sydney op de achtergrond
Terug naar huis,
"Bye-bye Land of the Kangaroo",
en hopelijk tot spoedig

From the land of the Kangaroo, deel 5


Broken River Mountain Retreat in Eungella National Park

De volgende dag, het was intussen 19 oktober, hebben we voordat we vertrokken in ons studioappartement een lekker ontbijt met koffie klaargemaakt. Om kwart over acht reden we weg uit Arlie Beach via Proserpine en gingen eerst naar Mackay om boodschappen te doen en vervolgens verder naar het Eungella National Park.

Rieky noteerde in haar reisdagboek:
In Mackay begon de lucht te betrekken. Maar toen we verder het binnenland in reden viel het weer mee. Via Pinnacle en Finch Hatton reden we verder landinwaarts. Even voorbij Netherdale klommen we omhoog naar Eungella National Park. De weg was steil, bochtig, maar de omgeving was overweldigend. Om halfeen kwamen we aan bij het Broken River Mountain Retreat. We betrokken lodge nr. 12 met een volledige ingerichte keuken, en een gezellige openhaard. Ad was net begonnen met eieren bakken, toen de stroom uitviel. Een zwaar onweer barstte los en de regen viel als een gordijn van water naar beneden. Het was een leuke ervaring om op het terras te zitten terwijl het zo hard regende. We keken vanaf ons terras zo het bos in. Een paar uur later was de regen gestopt en floepte ook het licht weer aan. Toen zagen we hoe kleine wolkjes laag voorbij trokken door het bos.

Over de avond schreef zij het volgende:
's Avonds aten we in het restaurant. Op het buitenterras was het te vochtig om te zitten. Voor het terras was op een verhoging een verlichte voerplaats gemaakt, waar een possum met zijn jong kwam eten.
Buiten was het, op deze hoogte en na de buien, erg koud. Terug in het huisje maakte Ad de houtkachel aan. Aanmaak- en gekloofd hout lagen klaar. De warmte was erg aangenaam.



Granite Bent Circuit
Er is altijd maar een beperkt deel toegankelijk van alle Nationale Parken. Eungella was daar geen uitzondering op. De volgende ochtend waren we heel vroeg op. De mensen van het Broken River Retreat boden aan om ons af te zetten met hun 4 wheel drive aan het eind van een lange wandeling. Als we dat deden konden we vanaf de Wishing Pool teruglopen naar het retreat. We kozen er echter voor om het Granite Bent Circuit te gaan lopen.
Het was prachtig zonnig. We liepen eerst door de dichte begroeiing via de Rainforest Discovery Walk naar het begin van het Granite Bent Circuit. Deze wandeling liep langs de granieten bedding van de Broken River. Dankzij de hevige bui van gisteren stond er op sommige plaatsen veel water in, maar het stond zeker niet hoog, zoals je kon zien aan de vele droge rotspartijen die bij veel regen barrages vormen in deze rivier. Dit prachtige gebied dat door zijn hoge ligging, op ongeveer 60 km van de kust, veel wolken vangt houdt het rainforest groen en vochtig.
Op deze wandeling zagen we slangen en schildpadden. En we hoorden naast vele andere geluiden ook het grote koor van tropische vogels. Een enkele keer zagen we er een paar laag over het water scheren. Gedurende de twee en halfuur van onze tocht kwamen we slechts 5 mensen tegen.


Van uitkijkpunt naar uitkijkpunt
Nadat we gedoucht hadden, gingen we heerlijk lunchen op het terras van onze lodge. We lazen wat en we genoten van de rust. Voordat we rond 3 uur weggingen om met de auto de omgeving verder te verkennen moest Rieky nog snel een klein handwasje doen. We reden eerst naar de Wishing Pool, vandaar gingen we naar uitkijkpunten met namen als Range Road View, Sky Window en Palm Lookout. Vanaf grote hoogte keken we uit over een groen dal dat zich moest uitstrekken tot aan de kust, we zagen de weg die we de dag ervoor gereden hadden; een weg die zich tussen de imponerend natuur door in allerlei bochten naar beneden wringt.
Voordat we eten gingen maken zouden we gaan kijken naar de beroemdste bewoner van dit gebied: de Platypus. Vlakbij onze lodge was een uitkijkplatform waar je dit zeldzame dier soms kon zien zwemmen. Meestal in de schemer van de late namiddag of de vroege avond. Toen we aankwamen stonden er al een stuk of acht mensen te wachten, We hadden succes en het dier dook verschillende keren op, zwom een stukje en verdween dan weer onmiddellijk onder water.

Platypus
De Platypus, of Vogelbekdier, is een zeldzaam waterzoogdier dat alleen in Australië, Tasmanië en Nieuw-Guinea voorkomt. Het dier heeft een bruine vacht, de staart van een bever, de snavel en zwemvliezen van een eend, de amfibische leefwijze van een rat en legt eieren als een vogel. Het dier kan meer dan 50 jaar oud worden, wordt ongeveer 50 à 60 cm lang en is pas aan het eind van de 18de eeuw ontdekt door de wetenschap. Pas in 1884 ontdekte men dat het dier eieren legt. De ingang van het hol van een Platypus ligt 30 cm boven de waterlijn; een gang van 5 tot 10 meter lang gaat naar de nestkamer De Latijnse naam van de Platypus is: Ornithorynchus anatinus.


We maakten vandaag in onze keuken, met de spullen die we zelf hadden meegenomen, een heerlijke maaltijd. Intussen maakte ik de houtkachel aan, want al was het vandaag rond de 30 graden geweest, het koelde nu snel af. Na het eten pakten we nog even een boek, maar de slaap kreeg ons snel te pakken.


Naar Yeppoon?
Afgesproken was dat ik op 21 oktober het eerste stuk zou rijden. We zaten vroeg in de auto en gingen via Walkerston, Bakers Creek naar Sarina. Daar nam Rieky, na anderhalf uur rijden, het stuur weer van mij over. Vandaar gingen we verder over de Bruce Highway via Malborough tot aan een wegkruising vlak voor Rockhampton waar we afsloegen naar Yeppoon. Voor vandaag ons geplande einddoel, maar Rieky zag Yeppoon helemaal niet zitten.
We hadden bijna 460 km op de teller. De Bruce Higway was leeg, weinig verkeer, maar saai?, helemaal niet. De eindeloze wisseling van fascinerende leegte langs de weg, geen enkel huis, in de verte bijna altijd bergen, afgewisseld met ruig bos, en met als enige blijk van menselijke aanwezigheid: de spoorrails, de paaltjes met prikkeldraadafzetting, de palen die de telefoonleidingen dragen. En soms zagen we een beest.

In Yeppoon bij de Tourist Information lieten we ons informeren. Rieky had gelijk, Yeppoon was precies wat zij had verwacht, een te snel gegroeide badplaats zonder enige charme. Dus keken we elkaar aan en zeiden bijna gelijktijdig: "Wegwezen."


Een echt gouddelvers stadje
Het was nog vroeg en we besloten via Rockhampton richting Mount Morgan te rijden. Een slaapplaats is overal te vinden. Zodra we de Burnet Highway opreden werd het landschap meer uitgesproken. We kropen via een kronkelende weg omhoog naar The Mountain of Gold zoals ze hier Mount Morgan noemen. Wat een bijzonder stadje was dit met zijn prachtig gerestaureerde huizen, zijn station, het in oude staat teruggebrachte spoorlijntje, het typerende hotel en zijn School of Arts. Het tijdperk waarin goud en koper werd gedolven werd in 1981 afgesloten. Nu is het hele stadje een museum wat toeristen trekt, maar gelukkig wel met mensen er in die je er hier zou verwachten.
We reden door het dorp en keken waar we het beste konden overnachten. Ik had op een bord gezien dat er een motel moest zijn even buiten het stadje. The Mount Morgan Motel & Van Park leek ons wel netjes voor een nachtje. Bij de receptie kregen we van de eigenaresse een sleutel.
Opgefrist gingen we het stadje in en we lieten ons verbazen door de bevroren en rijke geschiedenis van wat gelukzoekers moeten zijn geweest. Later op de avond gingen we in het hotel van Mount Morgan eten. In de hal zat achter een tafeltje een jonge man, die er uitzag alsof hij de vorige avond flink in elkaar geslagen was. We kregen van hem een vodje papier toegeschoven, waarop we konden kiezen wat we wilden eten, en dat we meteen, alleen cash, moesten betalen. Hij zei dat we, het trapje op, de gang door, naar de rode eetkamer moesten gaan en daar wachten, onze maaltijd kwam er aan. Als we wat wilden drinken moesten we met de koebel rammelen die op de counter lag. Ja, het eten was prima, en het bier was heerlijk koel.

Australische hotels
In Australische hotels kun je niet slapen, wel eten, drinken en veelal ook drank kopen. Slapen doe je in een Motel, een Motor Inn, een Lodge, een Resort of in een Bed and Breakfast.



Naar Cania Gorge voor een ontmoeting
De volgende ochtend, gingen we al om kwart voor acht op weg, we wilden op tijd in Cania Gorge National Park aankomen voor onze lunchontmoeting.
We betaalden bijna alles met Visa, maar soms hadden we toch ook wat contant geld nodig. Rieky vertelde dat we nog maar weinig cash hadden, dus voor we vertrokken probeerden we in Mount Morgan geld te trekken. Een flappentap was er niet. De bank was nog dicht. Dus zouden we onderweg wel zien of er ergens een bank was.

Het landschap veranderde, het werd ruiger, maar de leegte, die we de dag ervoor ook al ervaren hadden, bleef. Hier en daar zagen we manshoge cactussen en heel bijzondere bomen. Er lagen meer doodgereden kangoeroes langs de weg dan we er gedurende onze hele reis in levende lijve gezien hebben. We begrepen nu pas waarom ze hier in Australi‘ altijd een bull bar voor op de auto hebben zitten.
We passeerden Dululu, geen bank. En Jambin, waar we langskwamen was niet meer dan een buurtschap, dus ook geen bank. We hadden het al bijna opgegeven om een bank te vinden. Steeds vaker stonden bermen in brand of werden in brand gestoken voor de regenperiode begon. De hand van boeren werd zichtbaar in het landschap. We belanden steeds verder in een uitgestrekt landbouwgebied. De stad Biloela bleek daarvan het regionale centrum. Daar was alles te koop en we konden te kust en te keur een ATM-machine (is een Australische flappentap) kiezen. Voor we weer verder gingen dronken we koffie.
20 km voor Monto moesten we afslaan en via Moonford naar het Park rijden. Rondom Cania Gorge hing een brandlucht en een sluier van dunne rook. Ook hier aan de randen van dit Nationale Park waren boeren bezig geweest met het aansteken van gecontroleerde branden.

In Rieky haar aantekeningen van vrijdag 22 oktober stond het volgende:
We waren rond halftwaalf op de picknickplaats van Cania Gorge. Onze vrienden zouden pas een uur later komen. Wij hadden dus de tijd om een van de wandelingen te maken die stonden aangegeven. We staken het snelstromende beekje over en liepen het dal in tot we gestopt werden door een rotswand. We namen het smalle paadje naar links en liepen verder de kloof in naar de Dripping Rock en de vervaarlijke overhang van een rots. Toen we om tien voor een terugkwamen op de picknickplaats was de tafel gedekt. Janey en Ian zaten al op ons te wachten en hadden alles bij zich voor de lunch, inclusief gekoelde witte wijnen. Een geweldig weerzien.

Na de lunch reden we dwars door het park naar het Cania Gorge Caravan and Tourist Park waar Janey en Ian voor ons en voor zichzelf een cabin hadden besproken. Zodra we ons geïnstalleerd hadden maakten we een verkennende wandeling. Door de dunne rooksluiers prikten de stralen van het zonlicht heen, levende kangoeroes sprongen om ons heen.
Vlakbij onze cabins stond een hut; "Bartlett Home", genoemd naar de excentriekeling die daar rond 1930 moet hebben geleefd. De hut was gerestaureerd om te laten zien hoe deze man hier leefde voor dat Cania Gorge een National Park werd. Op fotoÕs in de hut kon je zien hoe iemand van kennelijk goede afkomst vervallen was tot een primitief levenspatroon.
Ian bekeek welke barbecue hij 's avond het beste kon gebruiken voor het bereiden van de maaltijd. We aten op de rand van de bush en de campsite. De vuren in de omringende bush zagen we als gloeiende kolen steeds oplichten. Net als de ogen van een klein soort schuwe nachtkangoeroes. Deze kleine buidelnachtdieren heten Bettongs stond op een tekstbordje bij de plaats waar deze beestjes kwamen grazen. Volgens Ian waren ze familie van de kangoeroes, buideldieren dus. Mijn encyclopedie bracht uitkomst: ze behoren tot het geslacht van de Bettongia: kangoeroeratten en konijnen.


Bosbranden zijn hier helemaal geen ramp
We hadden lekker geslapen. Zaterdagochtend zouden we na het ontbijt op ons dooie gemak opbreken. We pakten in en reden met twee auto's naar de dam met uitzicht over het Lake Cania en op Castle Mountain. Vroeger kon je de berg oplopen naar de rots - die lijkt op een hooggelegen citadel - via een spectaculaire wandeling, maar aangezien deze rots erg instabiel is geworden, hebben ze dat verboden.
We reden terug door het park naar de uitgang, en zagen nu pas hoe die branden hadden huisgehouden en steeds weer opflakkerden. De bomen waren geblakerd en de ondergrond was helemaal zwart verbrand. Hier en daar reden we door de rookslierten die dwars over de weg hingen.

Gecontroleerde branden
Bij ons in Europa zijn grote bosbranden desastreus, omdat het vele tientallen jaren kost eer de natuur zich hiervan heeft hersteld. De Australische natuur heeft die bosbranden juist nodig. Het verjongt de vegetatie. Soms ontstaan deze branden zelfs spontaan door droogte en onweer. Meestal worden ze aangestoken om spontane ontbranding juist te voorkomen. Na zo'n brand en een goede regenbui hersteld de natuur zich in Australië razendsnel.


Met de auto door een spoorwegtunnel
Ian reed voorop, wij zouden volgen, via Monto gingen we over de Burnet Highway naar Ceratodes. Daar sloeg Ian af om via Mount Perry naar Gin Gin te rijden. Sommige stukken van de weg waren geasfalteerd, andere stukken niet. Zodra Ian met zijn 4 wheel drive de dirt road opreed, verdween de auto voor de helft in zijn eigen stofwolk. Ook hier weer bos- en bermbranden. Soms was het vuur zo dichtbij dat je de hitte in de
auto kon voelen.
Deze weg namen Janey en Ian altijd in de periode dat zij samen bush camping holidays organiseerden onder de naam: Why Not Tours. Ian stopte bij een slagboom, maakte die open en we reden over boerenzandpaadjes verder naar de grootste - door mensen zonder hulpmiddelen gemaakte - spoortunnel op het zuidelijk halfrond. De rit door de Boolbunda tunnel was een wonderlijke ervaring. De ondergrond is ruig. Binnenin de tunnel lijken de wanden en het plafond te leven door de honderden vleermuizen die er rondfladderden.
We spaken af om niet meer onderweg te stoppen voor de lunch, maar in een ruk door te rijden naar Toogoom. Bij Gin Gin gingen we weer verder over de Bruce Highway. Vanaf Childers waren de wegen voor ons weer bekend terrein. We arriveerden om halftwee in Toogoom. Na de lunch op het voor ons bekende deck gingen we onze spullen uitpakken.


Pam en Bill stonden er op dat we kwamen eten
's Avonds werden we verwacht bij Pam & Bill. Zij hadden al voor wij naar het Red Centre gingen aan Janey en Ian laten weten dat we beslist bij hen moesten komen eten. Dus de enige avond die kon, was deze vrijdagavond.

Rieky schreef in haar reisdagboek o.a. over die avond en de volgende ochtend:
We gingen om halfzeven naar Pam en Bill, die ook in Toogoom wonen. Hun huis was zeer ruim van opzet, voorheen hadden ze een deel in gebruik als een Bed & Breakfast. Het huis stond vlak aan zee en dicht bij een van de kreken die hier in zee uitmonden, het had een grote, goed onderhouden tuin met fraaie planten en bomen. We werden zeer gastvrij ontvangen met veel drank zoals we intussen al een beetje gewend waren. Ze hadden speciaal voor ons een vismenu klaargemaakt dat startte met een delicieus vistorentje, gemaakt van zelfgevangen vis en schaaldieren uit de kreek.
Het waren voor ons meteen lieve vrienden die ons het gevoel gaven dat we ze al jaren kenden. Ze waren ongeveer 10 jaar jonger dan wij.
Pas om kwart voor twaalf reden we voldaan naar huis. Om 12 uur pakte ik, voor we gingen slapen, mijn verjaardagscadeau uit dat ik van Jim (= het koosnaampje van mij voor Mirjam) en Coen had meegekregen. Dat was een geweldige verrassing en ik was er erg blij mee.



Verjaardag vieren in Toogoom
24 oktober. Ik was vroeg wakker, maar we stonden pas om 8 uur op. De telefoon ging en ik hoorde Janey er naar toe hollen. Het was Mirjam. Janey vond het geweldig om haar stem te horen, ze klonk zo lief, zei ze tegen ons.
Mirjam feliciteerde mij, ook namens Coen, Yvette en Willem, Ineke en Huub, Guido en Griet. Ze vertelde o.a. dat Guido en Griet vandaag weer terug gingen naar Dilbeek, samen met nog veel meer nieuws. Het was in Toogoom al bloedheet toen Mirjam belde.

Er kwamen mails van Ria, Rieky's nicht in Sydney, van Mirjam en Coen, en een SMS-je van Isabelle en Fabio. Van Janey en Ian kreeg Rieky voor haar verjaardag een prachtige halsketting.
De verjaardagslunch was op ons verzoek door Janey en Ian besproken in restaurant Ganhlviah Nursery The Esplanade, dat is gelegen bij Point Vernon aan Waterkers Bay, een van de mooiste plekjes van Hervey Bay. Het eten was uitmuntend en het uitzicht over de baai magnifiek. We hadden tijdens deze feestelijke lunch de tijd om lekker bij te praten en onze ervaringen, en onze downunder-avonturen in geuren en kleuren aan Janey en Ian te vertellen.
's Avonds rond 5 uur kwamen Robyn en Rod, die een paar huizen verderop wonen, Rieky feliciteren en afscheid van ons nemen. De laatste dag in Toogoom werd afgesloten met een broodje, lekkere hapjes en, het wordt vervelend, met veel glazen wijn.


In een grote boog om de Gold Coast
De volgende dag ontbeten we om halfacht met zijn viertjes op het deck. Ian moest om 8 uur op de universiteit beginnen. Nadat we Ian bedankt hadden voor zijn gastvrijheid en alle adviezen, gingen we verder met inpakken voor de laatste etappe van onze reis. Bij het afscheid bedankten we ook Janey voor alles wat ze voor ons had gedaan, georganiseerd en vooral voor de getoonde vriendschap. Om halfnegen werden we uitbundig uitgezwaaid door Janey, met een blaffende Sabie, tot we aan het eind van de straat de hoek omdraaiden. De weg van Toogoom naar de Bruce Highway kon ik zo langzamerhand dromen.
We reden in een ruk door - via Maryborough, Gympie, Cabooture naar Brisbane - omdat we de hoge tolburg (kosten AUS $ 2.20) voor het middaguur achter ons wilden hebben. Nadat we 6 weken lang over tweebaanshighways, met af en toe een extra baan om te kunnen passeren, en op dirt roads gereden hadden, kwamen we in de buurt van Brisbane ineens op de drukke vier- zes- en achtbaans Gateway motorway terecht. We mochten hier weer 120 km per uur rijden, terwijl 100 km het maximum was geweest tot aan dit moment. Al deze dingen samen ervoeren we - heel vreemd eigenlijk - als een
lichte cultuurschok.
Even voorbij de afslag Gold Coast gingen wij bij de afslag Nerang van de kust af in de richting van Lamington National Park. De weg liep stijl omhoog. Na 28 km stopte Rieky de auto en we vroegen ons af of we de Wantalanya Chalets voorbij gereden waren. Nee we stonden praktisch voor de inrit die er naar toe leidde. Het was net 2 uur in de middag.


Wantalanya Chalets
We hadden vooraf geïnformeerd wat we zouden moeten betalen voor een cabin in Binna Burra Logge in het Lamington National Park. We geloofden het eerst niet, want voor die prijs kun je in Amsterdam of Parijs in een van de beste hotels verblijven. Janey vond het ook schandalig duur. In het telefoonboek vond Janey de Wantalanya Chalets. Na een telefoontje was alles voor 2 nachten snel en goed geregeld. Deze chalets liggen op slechts 9 km van het Lamington National Park.

We meldden ons en we kregen de sleutel van het huisje. De auto kon in de carport naast ons chalet staan. Het uitzicht was overweldigend vanaf deze hoogte. We keken over de boomtoppen naar beneden. De rafelrand van de skyscraper in de zon van de Gold Coast had vanaf hier meer weg van een slechtonderhouder gebit dan van de luxe die ze vertegenwoordigden.
Rieky maakte van de gelegenheid gebruik om haar aantekeningen bij te werken en ik nam de tijd om relaxed te gaan zitten lezen. Omdat we zo hoog zaten werd het tegen de avond toch wel koud. Dat was snel verholpen met een lange broek, een trui of een jasje. Heerkijk relaxed maakten we wat te eten, daarna nog een uurtje gelezen, lekker gedoucht en genoten van de stilte. Toen het donker werd, waren op de sterren na, de enige storende lichtbronnen die van de Gold Coast.



Wandelen in Lamington National Park

Op 26 oktober stonden we al om 7 uur naast ons bed. We ontbeten en daarna reden we naar het Lamington National Park.

De onderkant van dit National Park ligt tegen de zuidgrens van Queenslands aan. Van noord naar zuid gemeten is het ongeveer 30 km lang. Het heeft de werelderfgoed status en zoals bijna alle National Parks heeft het een lange geschiedenis van Aboriginal Culture. Het volk van de Yugambeh dat hier leefde, telde alleen al 8 verschillende stammen.
Meer dan 120 km wandelpad is er uitgezet in de wildernis van dit National Park, in totaal 24 wandelingen. Er zijn tientallen uitkijkpunten en -platforms met feeërieke vergezichten. Veel wandelingen zijn te koppelen, zodat je meerdere dagen in het park kunt verblijven, maar dan moet je zelf wel voor shelter, warme kleren, een goede lamp, een kompas, water, etc zorgen. Het park heeft een toegang bij Binna Burra en bij O'Reilly's.

Wandelen in Lamington
National Park langs steile
kliffen omlaag en omhoog
het Caves Cuircuit is
slecht 5 km lang, maar
is gekwalificeerd
als de zwaarste categorie

Wij beperkten ons tot het lopen van de 5 km lange, maar indrukwekkende Caves Circuit. En daarna moesten we nog eens de 5 km over de Binna Burra Road teruglopen naar het informatiecentrum. 3 uur in totaal en veel transpiratie koste het ons, maar deze wandeling was dan ook gekwalificeerd als class 4 Autralian Standard: de zwaarste categorie. Hij liep gedeeltelijk over de rand van het klif en via smalle paadjes langs de steile wanden van de Coomera Gorge omlaag en omhoog. Ja, deze wandeling was de moeite van de inspanning waard.
Op de terugweg reden we door naar Nerang om boodschappen, wijn en bier te halen. Terug in het huisje hadden we behoefte om even bij te komen van alle inspanningen.


Goodbye Queensland, bye-bye NSW
De volgende ochtend hingen er dikke wolken vlak voor onze neus. We konden toen we wegreden geen mislicht vinden, maar in de afdaling gingen we snel door het wolkendek heen. Even voor Nerang draaiden we bij Advancetown in zuidelijke richting. Door de Numminbah Valley gingen we naar Natural Bridge waar we een korte stop maakten om dit fenomeen te bekijken. Een heel klein National Park, maar wel de moeite waard. Een deel is afgesloten vanwege een omgevallen woudreus. We ontmoetten daar de voormalige eigenaresse. Het was er stil. We waren de enige bezoekers. Zij klaagde over de luidruchtige nachttoeristen die naar de glimwormpjes onder de brug komen kijken. Er werd met haar klachten niets gedaan door de overheid, zei ze.

Hier verlieten we Queensland en we reden een zonnig, groen en lieflijker New South Wales (NSW) binnen. Via secondaire wegen reden we naar Murwillumbah en dan langs de Tweed River dwars door het hippiestadje Nimbin. Een echte kermis. Je kon de hasj bijna ruiken. In Lismoer sloegen we verkeerd af vanwege een onoverzichtelijke situatie door opbrekingen. We kwamen daardoor eerder op de Pacific Highway. Via deze weg reden we vanaf Ballina, lange tijd langs de brede Richmond River, tot even voorbij Croft Habour. Net voor Urunga sloegen we rechtsaf the Waterfall Way op naar Bellingen. We namen even buiten het stadje onze intrek in een mooi groot appartement van de Bellinger Valley Motor Inn en spaken af met de manager dat we twee nachten zouden blijven. Ja, dat had hij goed begrepen. Dat was geen probleem.

Rieky schreef boos op:
We hadden net alles uitgeladen, toen de manager belde dat hij zich toch vergist had en dat we maar een nacht konden blijven. Wij hadden behoorlijk de pest in. We zijn toch maar gebleven en hebben in het restaurant gegeten. De volgende morgen zouden we een geplande rondrit maken en dan zouden we wel ergens een slaapplaats vinden.


De Bellingen-Dorrigo rondrit

Bij het afrekenen lieten we nogmaals blijken dat we boos waren en zeiden: U heeft een prachtig motel, jammer alleen dat u uw zaakjes niet op orde heeft. We vertrokken in de richting van Dorrigo tot we aankwamen bij een wegversmalling met stoplichten. Men was de weg aan het herstellen. De waterval die normaal onder de weg doorloopt had bij hevig noodweer, nog geen week geleden, meer dan de helft van de weg meegenomen.
Ook in het Dorrigo National Park waren wandeltracks afgesloten vanwege weggeslagen bruggen en omgevallen woudreuzen. Het Dorrigo Rainforest Centre was nog niet open toen we er aankwamen. We gingen dus eerst de beroemde skywalk op die je de mogelijkheid bood om oog in oog te staan met alles wat er leeft in de toppen van de woudreuzen. Aan het eind van de
skywalk zat een man in een rolstoel. Toen hij ons Nederlands hoorde praten sprak hij ons aan. Hij vertelde dat hij vele jaren geleden naar hier geëmigreerd was en nu rond trok om meer van Australië te zien. Wij gingen koffie drinken in het infocentrum en hoorden daar dat de ranger zojuist een deel van de track naar Crystal Shower Falls weer had opengesteld. De wandeling naar de waterval door dit subtropisch regenwoud was toch weer anders, veel frisser en groener, het was alleen jammer dat we niet het hele rondje konden lopen omdat de brug die verderop lag was weggeslagen.
Na de wandeling reden we over een ruige dirt road naar de Never Never Picnick Area om te lunchen. Er was helemaal niemand op één vogel na die het op onze lunch gemunt had.
We stopten pas weer voorbij Dorrigo bij de Dangar Falls en vervolgden onze rit tot we bij Megan weer op een ruige dirt road terecht kwamen. Het landschap waar we doorheen reden had hier vele gezichten, van liefelijk en landelijk tot ruig en ontoegankelijk. De smalle weg verlaten, tot het moment dat we in een bocht neus aan neus komen te staan met een grote Range Rover. Was dat even schrikken, maar het liep goed af.


The Kalang River Motel

Vanaf Coramba reden we richting Nana Glen, waar we rechts afsloegen en via een secondaire weg weer op de Pacific Highway terecht zouden komen. We passeerden Croft Habour en reden door naar Urunga. Het Kalang River Motel kwam bij ons erg sympathiek over. Vooral de eenvoud en de gastvrije mensen bevielen ons. We wilden nog even het stadje in. We kregen een plattegrond mee hoe we moesten rijden en wat we moesten zien. We spraken af dat we graag die avond met hen mee wilden eten en dat kon.
We parkeerden onze auto vlak langs de Kalang River bij het begin van de pier. Daar stond een bord, waarop te lezen stond: "Boete AUS $ 300,- voor hondenpoep die u achterlaat." Via de houten pier liepen we over kreken en langs mangrovebosjes tot aan het punt waar de rivier in de oceaan uitmondt. We zagen tientallen pelikanen in de tegenstroom die ontstaat waar rivier en oceaan elkaar ontmoeten. Op de drooggevallen zandbanken liep een legioen van blauwgroene krabbetjes te exerceren. We liepen verder tot vlakbij het verblindend witte strand, dat wordt gebeukt door hoge golven. De naam Urunga komt uit een van de Aboriginaltalen en betekent: lang wit strand.

's Avond zaten we met drie families te eten, onder de maaltijd kregen we van Graham en Rae, de eigenaren, The Bellingen Shire Courier-Sun met daarin alle rampspoed die de streek de week ervoor getroffen had. "A trail of damage", kopte de krant. Niemand kon Bellingen en Dirrigo bereiken. Het water had op een enkele plaats tot 8.1 meter boven het wegdek gestaan.

Rieky schreef in haar reisdagboek:
Tegen 12 uur werd ik wakker van heen en weer geloop op het grint; een auto stopte naast die van ons, en ik dacht nieuwe gasten. Maar de volgende ochtend hoorden we bij het ontbijt van Graham dat het een ambulance was geweest. De man van het echtpaar dat gisterenavond bij hen aan tafel had zitten eten, een vriend van hen uit Tamworth, was onwel geworden. Men dacht aan een hartinfarct. Dat raakte me wel, ik dacht onmiddellijk aan vorig jaar in Frankrijk toen Ad ineens zo ziek was.
29 augustus, Vandaag is Jane's verjaardag, de overleden vrouw van mijn broer Henk en de moeder van Janey.

Sinds we Queensland hadden verlaten en in NSW rondreden merkten we toch een aanmerkelijke verandering. Hier was het drukker, meer mensen, meer bebouwing. Niet meer dat onverwachte; niet meer die verrassing; niet die "wouw!" die we slaakte in het Red Centre, op Fraser Island en bij de aaneenschakeling van monumentale en overweldigende pracht van Queenslands' National Parks, maar meer een déjà vu dat je hebt bij vele andere vakantiebestemmingen.


Naar Port Macquarie
We namen geëmotioneerd afscheid van Graham en Rae. Dit zorgzame stel mensen was echt aangeslagen door de gebeurtenis van de voorbije nacht. Om 8 uur waren we al onderweg, ook al hadden we minder dan 200 km te gaan. We maakten nog een klein uitstapje naar de kust bij South West Rocks en Smoky Cape.
We misten de Winery Cassegrain, waar we volgens Janey en Ian beslist moesten lunchen, omdat we de secondaire afslag naar Port Macquarie namen in plaats van de hoofdweg. De secondaire weg liep vlak langs de baai waaraan Port Macquarie ligt. Voor we de stad binnen reden stopten we om koffie te drinken bij een van de vele restaurantjes langs de baai. Zonder jasje of trui konden we niet buiten zitten. Er stond een harde wind en maar af en toe liet de zon zich even zien.
Daarna verkenden we het stadje en keken we waar we zouden kunnen slapen. Nadat we dat geregeld hadden en alles uitgepakt was wat we nodig hadden gingen we lunchen. In een van de grote malls vonden we iets dat ons wel wat leek. De middag gebruikten we om naar het strand te wandelen en via de baai weer terug. Het was ons al opgevallen dat de golven hier veel hoger zijn dan in Queensland. De golven worden in NSW niet meer afgeremd door het Great Barrier Riff zoals dat in Queensland wel het geval is. Golven van meer dan tweeënhalve meter zijn geen uitzondering, dus zagen we hier veel jongeren van een golf surfen. Langs de ingang van de baai lagen enorme basalt blokken die toeristen in alle kleuren beschilderd hadden met een boodschap voor degene die na hen hier langs liepen. Verderop lag een prachtige driemaster en daarmee had je het hier wel gezien.


Geen cash geld meer en nergens een bank
Nadat we de sleutel van ons appartement hadden teruggebracht, verzonden we nog een SMS-je naar Mirjam & Coen en besprak ik nog snel even telefonisch het motel in Toukley, waar we Rieky's oudste broer in een verzorgingshuis zouden gaan bezoeken later in de week. We reden om 8 uur weg uit Port Macquarie. Bij Nabiac namen we de Bucketts Way naar Gloucester en gingen daar in de richting van Dungog. Het was een prachtige rit maar de bewegwijzering laat ons al in Gloucester helemaal in de steek. Op goed geluk kozen we de goede richting. We hadden het idee dat het wel eens moeilijk zou kunnen worden om in de buurt van Barrington Tops National Park iets te vinden om te slapen. Bij telefonische navraag bij beide accommodaties in het park bleken ook hier de prijzen buiten proportioneel hoog. We reden een klein stukje voorbij de afslag naar Dungog, naar het Stroud om te lunchen. We streken neer op het terras van een cafégalerie: Terra Cottage.
We vroegen of er hier, of bij Dungog in de buurt, iets was waar we konden overnachten. Ze verwezen ons naar een Bed & Breakfast van Christine & Hugh Griffith, bij de pub linksaf, tweede huis in de Memorial Avenue. We vonden daar een prima appartement bij een alleraardigste familie. Het probleem was alleen dat we bij hen niet konden betalen met onze Visacard, en ook onvoldoende cash bij ons hadden. Geen bank in de wijde omgeving te vinden, de pub wilde ons niet helpen en de newspaper agency kon het niet.
Maar Christine Griffith van de B&B wist er snel een mouw aan te passen.
Nadat we ons hadden geïnstalleerd gingen we om 2 uur onderweg naar het Barrington Tops National Park. Het was een fascinerende rit over smalle binnenwegen, over eenbaansbruggetjes, we laveerden door een lieflijk heuvelachtig landschap met in de verte de ruige bergen waarin het park moest liggen. Rieky had al haar stuurvrouwskunst nodig.
We parkeerden vlakbij Barrington Guesthouse waar vandaan we een aantal wandelingen konden maken. We kozen voor de wandeling langs de Williams River van iets minder dan 2 uur. We gingen over de brug naar de ander kant van de rivier en liepen in noordwestelijke richting over smalle paadjes door dicht oerbos. De rivier lag zeer diep en stroomde wild door de rotsbedding. Kleine watervalletjes denderen naar beneden. Wat meteen opviel was het verschil in begroeiing.
Dit had niets meer van een tropisch regenwoud, dit was een prachtig oud woud met loofbomen. Dit National Park kenmerkt zich door uitgestrekte leegten met weinig vegetatie en grote rotsblokken, afgewisseld door ondoordringbare wouden. In dit hooggelegen park valt in de winter regelmatig sneeuw. Er hebben vier verschillende Aboriginal stammen geleefd. Die zijn ooit vertrokken naar nog ruiger gebergten, vertelde de informatie cynisch


Veel te laat om te gaan zoeken

Het was frisjes, maar de lucht die we inademden was puur. We moesten op de terugweg de rivier over bij de volgende brug. Even voordat we bij de auto terug kwamen ontdekte ik dat ik mijn GSM uit mijn tasje had verloren. Terug om te zoeken had geen zin omdat het daar veel te laat voor was geworden. De ranger was nergens te bekennen, dus reden we in de schemer terug naar Dungog. Wel vonden we daar een politiebureau, maar dat was zaterdags onbemand.
Terug in de B&B vertelde ik wat er was gebeurd en ik vroeg of ik zou mogen bellen met de politie en met mijn dochter. Ik kreeg alle medewerking. Christine liep zelfs naar het huis van een buurman, die agent is, maar die was niet thuis. Onze gastvrouw belde de politie, melde haar adres en telefoonnummer en gaf daarna de telefoon aan mij. Ik melde de vermissing van mijn mobieltje en kreeg een nummer van het proces-verbaal met de mededeling dat ik maandag moest terugbellen met het nummer dat ik van haar kreeg als ik een uitdraai wilde hebben van dit proces-verbaal.
Mirjam nam niet op, daarom belde ik Janey en Ian maar, en vroeg hen om met spoed Mirjam een e-mail te sturen en haar te vragen mijn GSM te laten blokkeren bij KPN. Van Christine moest ik persé ook mijn GSM bellen, wie weet had iemand hem gevonden, maar nee hoor die lag nog te slapen in Barrington Tops en gaf geen enkel teken van leven.


Beslist geen heimwee naar Hunter Valley
Op zondagochtend, 31 oktober, zette men in NSW de klok een uur vooruit. Wij moesten dus ook onze horloges bijzetten. We namen innig afscheid van mensen die we slechts een dag kenden en we bedankten Christine en Hugh voor al hun behulpzaamheid en excuseerden ons voor de extra overlast. Uitbundig werden we uitgewuifd. Via Dungog, waar we een ATM vonden om geld te tappen, een winkel om een telefoonkaart te kopen en een telefooncel om nogmaals mijn GSM te bellen - geen geluid - reden we naar East Gresford.
Onderweg viel ons oog weer op de rijen brievenbussen van de boerderijen die ver van de weg verstopt lagen in het landschap. Deze vorm en creativiteit is toch wel een typisch Australisch fenomeen.
In Braxton begon onze rondrit door de Hunter Valey Wijnstreek. We reden in de richting Cessnock en we sloegen af naar Pokolbin. Hier vonden we een uitstekend Italiaans restaurant genaamd Il Cacciatore. Op het terras, aan de rand van een wijngaard, gebruikten we een smakelijke lunch waarbij een uitgelezen wijn werd geserveerd. De eigenaar van het restaurant vertelde ons dat even verderop een Nederlander een winery had. Bij deze meneer kochten we voor Ria - Rieky's nichtje in Sydney - een paar mooie flessen wijn.
Deze meneer was een beetje arrogant. Hij beweerde dat hij deze winery helemaal met eigen handen van niets tot iets had opgebouwd en liet ons goed voelen dat hij iemand was, want zei hij: "Ik heb in de board of directors gezeten van een van de grootste Nederlandse banken." Jammer, maar we waren niet onder de indruk. We vervolgden onze tour door de streek en reden later via Broke naar Singleton, waar we in The Mid City Motor Inn een kamer vonden om te overnachten.

De wijnboeren van Huter Valley mogen dan voortreffelijke wijnen produceren, maar er was eigenlijk maar weinig dat ons aantrok in deze streek. Maar misschien was het gewoon ons Europees chauvinisme en idealiseerden we het beeld van eeuwenoude châteaus of wijnboerderijen - met hun kleurrijke wijnboertjes die wij zo goed kennen van Frankrijk, Italië en Spanje - iets te veel?


The Blue Mountains National Park
Met af en toe wat regen reden we de volgende dag weg uit Singleton. Eerst moesten we door een gebied waar open mijnbouw het landschap meedogenloos openrijt. We begrepen nu pas alle protestborden langs de weg die we gistenen gereden hadden op onze route richting Braxton: "No mining, No transport. No disruption."
Vanaf Bulga loopt de Putty Road tussen Wollemi National Park en Yengo National Park door. We genoten van de rit die voerde over hoogtes en door dalen, en bochtig zijn weg vond tussen de hoge rotspartijen en aaneengesloten wouden. Het traject was ongeveer 150 km lang tot Colo, alleen maar onderbroken door een groene oase bij Howes Valley,
We reden door tot Windsor - een heel aardig "Engels" stadje - waar we koffie dronken, belden met de politie over het proces-verbaal en keken of mijn GSM soms wakker was geworden. De politie wilde dat ik het proces-verbaal schriftelijk aanvroeg en vroeg of ik er een kopie van mijn verblijfsvisa bij wilde doen.
We besloten de Blue Mountains' rondrit tegen de klok in te rijden. Eerst naar Richmond, dan via de Bells Line of Road verder. Bij Mont Tomah gingen we van de weg af en kwamen op een smalle ruige track, mijn chauffeur mopperde een beetje, maar de natuur was hier uitbundig en de lente was zojuist uitgebarsten. De parkeerplaats was omsloten door hoge bomen en laag struikgewas; je kon alleen via een wandelpad verder de bush in. We hadden gegokt op een lookout, maar helaas. Op de terugweg ontmoetten we de gevreesde tegenligger, maar de passage ging met de voorzichtigheid van egeltjes zonder brokken. Terug de weg op, richting Bell. Daar sloegen we af naar Blackheart. We misten twee keer de borden naar de Victoria Falls en gaven het op toen het begon te regenen. We sloegen af naar de Evans Lookout en terwijl het opklaarde keken we van bovenaf de diepte in en tegen monumentale wanden aan, heel dichtbij en andere veraf. Vergezichten met op de voorgrond veel groen en okers, ... en in de verte alleen maar alle schakeringen van blauw. Adembenemende schoonheid, serene stilte en twee jonge mensen die net als wij onder de indruk leken te zijn, vonden we hier.
Onderweg naar de Tree Sisters zagen we weer de gestolde lidtekens die de oernatuur hier ooit heeft achtergelaten. Toen we vlakbij "de drie zusjes" kwamen, schrokken we ons rot. Hier waren de kuddes toeristen dus heengevoerd, in prachtige luxe, airconditioned coaches, over de nieuw aangelegde brede highways, voor een massale eredienst van het lawaai en de stank. Wegwezen, zeiden we tegen elkaar. Rieky die hier op deze plek al eens was geweest in 1983, samen met haar broer Henk en nicht Ria, herinnerde zich dat ze toen over smalle landwegen en tracks waren gereden. Ook hier dus het Weg-van-de-Snelweg-Syndroom.
We lieten ons plan varen om in de Blue Mountains te overnachten en gingen snel verder. We maakten nog een klein uitstapje naar de Wentworth Falls waar het gelukkig minder druk was. Ook hier weer die prachtige panorama's.
We besloten om over Springwood door te rijden naar Windsor om daar te gaan overnachten. Onderweg zag je de lucht in ijltempo dichttrekken. Een pikzwarte deken bedekte de Blue Mountains en deze werd uiteengereten door een zilvergoud lijnenspel.
We namen om kwart voor vijf onze intrek in Windsor Terrace Motel met uitzicht op de brug en de Hawkesbury River. Intussen viel de regen met bakken uit de hemel en het uitzicht op het landschap over de rivier was tot nul gereduceerd. Ik schreef mijn brief, met kopie voor de verzekering, aan de NSW Police met het verzoek om het proces-verbaal betreffende het verlies van mijn GSM op te sturen naar ons adres in Nederland.
We aten die avond in Windsor bij een Vietnamees Restaurantje. De ouders van de jonge vrouw die de zaak runde woonden in Frankrijk. Zij zelf voelde zich intussen een echte Australische. "Het is maandagavond dus niet zo druk"; zei ze. Daarom werden we als enige gasten verwend met speciaal voor ons vers gemaakte soep en andere Vietnamese gerechten. Toen we terug naar ons hotel liepen, door het uitgestorven stadje, viel de regen nog steeds gestaag uit de hemel.


Naar Rieky's lievelingsbroer Henk
Het was 2 november, de regen gestopt, de bergen in de verte kregen weer vorm. Vandaag zou een emotionele dag worden vooral voor Rieky als ze haar broer na jaren terug zal zien in het nursing home in Toukley.

Rieky schreef in haar reisdagboek:
Om halfacht hadden we alles ingepakt en gingen we ontbijten in de hoofdstraat van Windsor. Heerlijk bananenbrood en geroosterd krentenbrood.

Om halfnegen reden we weg, eerst een klein stukje richting Sydney, en dan naar Wisemans Ferry. Hier staken we de brede Hawkesbury River over met een pont naar het Dharug National Park en reden een groot stuk langs de rivier. Op de plaats waar de rivier vertakte klommen we omhoog naar Kulnara, via Yarramalong gingen we in de richting Wyong. Voor de freeway sloegen we af in noordelijke richting. Bij het verkeersbord Toukley gingen we over de freeway heen. De kaart van Ian kwam goed van pas. Op de kaart kon ik precies zien waar we waren en uittellen welke straat ik in moest voor het nursing home.

Rieky schreef:
We zijn Toukley ingereden en parkeerden om 12 uur de auto bij het nursing home. Vandaar liepen we terug naar de winkelstraat waar we geluncht hebben en boodschappen gedaan. Voor Henk kochten we twee doosjes chocolaatjes. We liepen terug naar de auto, legden onze boodschappen erin en gingen bij het nursing home naar binnen. We waren toch enigszins gespannen, zou hij slapen? Hoe zou hij zijn vandaag? Hij lag alleen, de man naast hem was weg. Hij was een beetje onderuitgezakt en keek ons aan maar reageerde niet echt. Toen hij door een van de verpleegsters wat rechter op was gezet en ik naast hem was gaan zitten glimlachte hij af en toe. Soms gaf hij een onverstaanbaar antwoord, maar ook zei hij spontaan "Okay, that's all right". Je hoorde zijn hersenen knarsen om een antwoord te vinden. Maar als ik zijn hand pakte was het goed. Even later voelde ik dat hij mijn hand bewust pakte en erin kneep. Het was voor mij heel emotioneel om Henk zo terug te zien.

Rieky vertelde Henk over Janey en Ian en dat we daar waren geweest, over onze reis, en dat we ook naar Ria zouden gaan. We beloofden om morgen terug te komen voor we naar Sydney zouden vertrekken.
Om vier uur nestelden we ons in The Bridge View Motel. Toen we 's avond nog even wat inkopen gingen doen, kregen we een staaltje Australisch politiegeweld te zien. Drie politiemensen sprongen boven op een vrouw en een man die zeer waarschijnlijk drugs in hun bezit hadden. Toen deze mensen zich gingen verzetten, werden ze meteen tegen de grond gewerkt, kregen ze handboeien om en werd er om assistentie verzocht. Het laatste dat we er van zagen was een politieauto, met nog eens drie andere agenten, die met loeiende sirenes kwam aanscheuren. Welkom terug in de 'beschaaafde" wereld.


Via McDonald's naar Sydney
Na het ontbijt gingen we rond 10 uur zoals beloofd terug naar Henk in het nursing home. Daar hoorden we dat zijn tweede vrouw Terry had gebeld en deze ochtend op bezoek zou komen. Was dit toeval? Alleen Janey en Ian wisten dat we naar Henk toe zouden gaan. We kenden Terry alleen uit de brieven van Henk.
Henk was uit bed gehaald en zat aangekleed in een grote leunstoel. Nadat we ongeveer veertig minuten alleen met Henk door hadden gebracht kwam Terry binnen met haar dochter. We hebben kennisgemaakt, nog wat gepraat en hebben toen afscheid genomen. Het afscheid van Rieky's broer Henk was voor ons beide heel emotioneel omdat het niet waarschijnlijk was dat we hem nog ooit zouden zien. We reden richting freeway en stopten bij het eerste het beste, en tevens laatste servicestation voor Sydney om te tanken en koffie te drinken. En zo kwamen we ook, tot onze eigen verbazing, voor het eerst van ons leven in een McDonald's, nou ja, een McDonald's Café terecht.
The Sydney Newcastle Freeway is op veel plaatsen uitgehouwen in de rotsen, zodat we tussen metershoge wanden doorreden en dan ineens weer hoog over een baai heen gingen die uitwaaierde naar zee. Op het moment dat we de agglomeratie van Sydney binnenreden werd het druk, maar we bereikten zonder enig oponthoud de monumentale Harbour Bridge waarover we de stad binnen reden. Door een foutje van de bijrijder namen we, ondanks alle duidelijke instructies van Ian, de verkeerde afslag. We kwamen midden in de stad terecht, maar ik zag snel op de kaart waar we waren en ik loodste Rieky door het drukke verkeer tot vlakbij ons hotel, Travelodge Wentworth. We dachten dat het aan de linkerkant van de straat zou liggen, maar toen ik uitstapte zag ik pas dat het aan de andere kant lag. We checkten om plusminus 2 uur in, kregen een kamer op de 16de etage en gingen op pad om onze auto terug te brengen naar Hertz. Het lag slechts twee straten van ons hotel verwijderd. We waren er nadat we er vier rondjes omheen gedraaid hadden nog steeds niet, maar kwamen er wel steeds langs. Alles is in Sydney ˇˇn richting verkeer. Je moest links af of je wilde of niet. Uiteindelijk stopten we in een straat vanwaar we het Hertz kantoor konden zien. Ik werd er op afgestuurd en daar kreeg ik een duidelijk schetsje hoe we dan wel bij de garage konden komen. Terug in het hotel maakten we afspraken per telefoon met Rieky's nicht Ria en we gingen daarna de omgeving verkennen. We zaten vlakbij Hyde Park, Liverpool Street en Oxford Street.
's Avond gingen we eerst op zoek naar een leuke pub, die we vonden op de hoek van Pitt Street en Barhurst Street. Later op de avond hebben we nog heerlijk gegeten bij een intiem Indiaas Restaurantje in Oxford Street.


Sydney verkennen

4 november stonden we om halfacht op en zouden we dwars door de stad naar Circular Quay lopen. Daar vertrekken alle ferries.
We liepen een stuk door Hyde Park. Op de hoek van Liverpool Street en George Street zagen boven de ingang van een pub de drie aapjes: "horen, zien, en zwijgen" en hoog boven de straat gleed de monorailtrein voorbij. We liepen George Street helemaal uit. Wat opviel was het feit dat niet alleen de namen van de straten in Sydney veelal gekopieerd zijn uit Londen, maar ook de warenhuizen, de kerken, de musea en zelf het stadhuis zijn kopieën uit het Engeland van de 19de eeuw. Voor de rest krijgt het moderne Sidney steeds meer weg van New York met zijn hoge wolkenkrabbers.
Bij Circular Quay aangekomen veranderde dat beeld sterk. De prachtige monumentale Harbour Bridge die links het beeld bepaalt en rechts het Sydney Opera House dat de brede baai van Port Jackson beheerst. We dwaalden wat rond bij het karakteristieke gebouw van de opera van Sydney, dronken koffie, informeerde naar de dienstregeling van de ferries en gingen naar het oudste deel van de stad dat ligt in de schaduw van de Habour Bridge. The Rocks is echt het aardigste deel van de stad, al is het wel toeristisch. In The Rocks Café gebruikten we onze lunch en daarna liepen we via het Sydney Opera House richting de Royal Botanisc Gardens. Met het park rechts en de baai links van ons ervoeren we een van de meest typische fenomenen van deze stad. De "middagpauzejoggers" die vanuit de citykantoren naar dit park stromen holden het pad op en neer. Dik en dun, groot en klein, zwart en wit werkten zich in het zweet en sloegen de vliegen van zich af. Met zo'n grote transpiratieproductie moet elk kantoor wel een batterij douches hebben.
We wandelden verder tot we bij de uiterste punt kwamen. Vanaf hier hadden we een prachtig uitzicht over de baai. We wandelden vanaf daar omhoog en dwars door het park terug, langs The Art Gallery of NSW, tot aan de St. Mary's Cathedral. We namen even een kijkje in deze kerk en het viel ons op dat dit eiland van rust in deze hectische stad zoveel mensen aantrok. Mensen die even op hun knieëen gingen voor gebed.
Met vermoeide voeten zoefden we met de lift naar de 16de in afwachting van Ria die later nog even langs zou komen. Ria is pas gescheiden van haar man en was daar nog behoorlijk van aangeslagen.


Via Manly naar Narrabeen en terug
We stonden vroeg op want we moesten de ferry van halftien halen naar Manly. Het had geregend, maar aanvankelijk leek het weer mee te vallen. Toen we weggingen was het droog en we hadden geen zin om de metro te nemen. We liepen naar Circular Quay en besloten om niet de snelle Jetcat, maar de langzame ferry naar Manly te nemen, omdat je dan pas ervaart hoe uitgestrekt deze natuurlijke haven is. We voeren het water op vanaf pier 3 van Circular Quay en het beeld van de stad kreeg meteen een andere dimensie. Het Sydney Opera House scheen ineens te passen in de boog van de Habour Bridge. Wat een prachtig beeld. Toen we ons omdraaiden passeerden we Fort Denison aan bakboord. Zodra we Bradleys Head gepasseerd waren trok de hemel verder dicht, de golven werden hoger. Het buiswater dat hoog overkwam en de regen verdreven ons van het bovendek. Ter hoogte van South Head kwamen we langs de open verbinding van de baai met de Pacific Ocean. Er stond een behoorlijke zeegang totdat we de North Habour invoeren waar de ferry afmeerde in Manly. Ria stond ons al op te wachten. Wij wandelden door Manly en Ria vertelde dat haar ouders, Henk en Jane, hier hadden gewoond en dat zij en haar broer John en zus Janey hier naar school gingen.
Ria stelde voor om met ons langs de Northern Beaches te rijden. Het weer was en bleef slecht, soms regen en veel wind. We gingen in ijltempo langs de verlaten stranden waar soms een eenzame surfer over een hoge golf naar beneden gleed. Een site seeing voerde ons lang Narrabeen Lakes en de huizen die haar vader hier als architect in zijn glorietijd gebouwd had. Na de lunch troonden Ria ons nog mee naar het prachtige Ku-ring-gai Chase National Park, waar we in een ruk doorheenreden naar West Head. Hier hadden we een prachtig uitzicht op de Pacific Ocean, Broken Bay en Lion Island. Ria bedoelde het goed, zij wilde ons zo graag veel van haar leefomgeving laten zien, maar de tijd was daarvoor te kort.
Voor we naar haar huis gingen in de Residential area of the Lakeside Holiday Park, waar ze na haar scheiding is gaan wonen, moesten er nog boodschappen gedaan worden voor het avondeten. Toen we aankwamen ontmoetten we Ria's twee zonen Justin and Gavin. De maaltijd was zeer geanimeerd met Ria als gastvrouw, haar zoons en oude vrienden van Henk en Jane. Vooral Rieky kon met tante Miep oude herinneringen ophalen aan haar broer en schoonzus. We kregen ook nog bezoek van een Possum die zich deze keer voor de verandering niet allen liet horen maar ook liet zien.
's Avonds laat werden we door Ria's oudste zoon met de auto in jongenachtige bravoure teruggebracht naar ons hotel in Sydney.


De laatste dag in The Land of the Kangaroo
We pakten zeer op ons gemak de koffers voor de laatste keer in en we checkten uit. In de lobby van het Travelodge Wentworth gingen we zitten lezen totdat Ria ons zou oppikken om ons naar de luchthaven te brengen, want dat wilde ze graag.
Zaterdagmiddag 6 november om 3 uur hoefden we pas in te checken. Daarna hadden we nog even tijd om met Ria een kop koffie te drinken. Het werd een biertje. Wij gingen naar de douane en Ria moest naar de trouwerij van een neef in Sydney. De skyline van Sydney werd zichtbaar achter een vliegtuigstaart met de Kangaroo van Quantas er op toen we naar de gate liepen om in te stappen. Om vijf uur zouden we opstijgen, maar we moesten uiteindelijk een uur in het vliegtuig wachten op koffers van passagiers die uit Cairns waren gekomen.
Toen we in het nachtelijk donker te laat in Singapore aankwamen moesten we, ondanks de rechtstreekse verbinding, toch uitstappen omdat het vliegtuig schoongemaakt moest worden. Dat betekende dat we nog een keer door de strenge "terroristencontrole" moesten voor we verder konden vliegen.


Een zakmesje van Finnair

In het eerste deel van dit verhaal beloofde ik dat ik nog terug zou komen op de vraag of deze controles wel waterdicht zijn. Dit is dus het moment.
We moesten in totaal 11 keer door een strenge "terroristencontrole". De tiende keer (op de terugweg in Singapore) haalde een veiligheidsbeambte, nadat hij Rieky's rugzakje twee keer door de scanner had gehaald én na een grondige handcontrole, het Finnair zakmesje te voorschijn uit haar handbagage. Dat mocht er dus niet inzitten zij hij. Maar het geval was dat het al die tijd in haar rugzak had gezeten, zonder dat zij zich daar bewust van was geweest. De vraag is gerechtvaardigd hoe grondig die controles zijn als zoiets erdoor kan slippen.


Terug naar huis
Ook in Singapore vertrokken we veel te laat. Toen de cockpit toestemming kreeg om naar de startbaan te taxiën stond er een vliegtuig achter ons dat men niet meer voor of achteruit kreeg. We zouden in Frankfurt dus niet meer de royale een uur en vijftig minuten hebben om over te stappen op de KLM Cityhopper naar Amsterdam.
Voor we landen kreeg iedereen die in Frankfurt moest overstappen van de Quantas steward instructies hoe hij of zij het snelst bij het vliegtuig van zijn of haar bestemming kon komen. Maar daar had de douane en de "terroristencontrole" geen boodschap aan.
Tien over vijf in de vroege morgen van zondag 7 november stormden we hijgend de KLM Cityhopper binnen die met draaiende motoren klaar stond voor vertrek. Na ons kwam nog een stel aanhollen en precies om kwart over vijf stonden we klaar voor take-off, om precies halftien te landden op Schiphol.
Coen en Mirjam stonden ons op te wachten met jassen en sjaals toen we met onze bagage naar buiten kwamen. We werden met de beroemde Jeep Cherookee uit de Into Africa by Jeep verhalen naar huis gereden waar we een gevulde koelkast vonden om het weekend door te komen. Ja, en we hadden een heleboel te vertellen, zoals u nu weet als lezer van dit verslag.

Met dank aan Johan Hermsen en Coen Barthels voor het kritisch lezen van de teksten, het aandragen van tekstsuggesties en het aanbrengen van tekstcorrecties

Ad van Tiel, Landsmeer, april 2005

Niets uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.

Rieky & Ad van Tiel © 2004