print vriendelijke versie zonder foto's



Janey bij haar vader op de arm
Janey is in 1959 in Australië geboren

Zij is met Ian Richards getrouwd
in 1997. Janey is de jongste dochter
van Rieky's broer die in 1955
samen met zijn vrouw en twee
kinderen (een geboren in Indonesië
en een in Nederland) naar Australi‘
zijn geëmigreerd




Al de spannende reisverhalen over
Mirjam's en Coen's Into Africa by Jeep tour
kunt u vinden op www.art3400ad.nl






















Het boekje over Fraser Island





































Kijk op www.qasholidays.nl
of bel 020-683 80 81
voor meer info over
Pacific Gateways, QAS holidays
in Amsterdam
























































































Rieky leest terwijl wij
moeten wachen op Sigapore Airport








































Janey aan de koffie
onderweg naar Toogoom













Het stille strand
met de wetlands in Toogoom


Met Janey en Ian aan het ontbijt








Een campagne telefoontje












































Fraser Island komt steeds dichter bij


Uitbundig groen



















































Lake Allom


Wandelen rond Lake Allom
















Het strand wordt gebuikt
door 4 wheel drives als highway


Laag water in Eli Creek


Wat over is van
het Maheno Shipwreck

 

 









The Coloured Sands zijn heilge
plaatsen voor de
Aboriginals




Indian Head,
de verkeerde naam


Uitzicht op een grote
sanblow vanaf Idian Head













Onze groep bij de bus van
The Fraser Island Copany
www.fraserislandco.com.au


Hervey Bay Tourist & Visitors
Information Centre:
Voor boekingen, Gratis HotLine:
00 617-1800 649 926


























De grote sandblow bij Lake Wabby...


... bedreigt het meertje





















Het regenwoud



Lake Garawonga












Onze gids Demion


Terug naar het Mainland

From the land of the Kangaroo, deel 1

Oorzaak en Gevolg
Het is allemaal begonnen met de plannen die Janey en Ian Richards hadden om een reis door Europa te gaan maken. Via de e-mail hadden we daaraan voorafgaand al lange tijd een goed contact met hen opgebouwd.
Het was dus vanzelfsprekend dat we hen hielpen met informatie en adviezen zoveel als dat in ons vermogen lag. We verzamelden informatie over de landen die ze wilden bezoeken, aangevuld met de bekende ANWB routekaarten en verzonden alles per post naar Australië.
We adviseerden hen hoe zij het beste hun trip door Europa konden plannen en de toeristendrukte zoveel mogelijk konden ontlopen. Omdat ze ook naar ons wilden komen leek het ons verstandiger in verband met het weer hier en de warmte in het zuiden van Europa, o
m hun trip niet in Amsterdam maar in Rome te laten beginnen.
In de zomer van 2003 was het eindelijk zover dat wij Janey en Ian, aan het einde van hun tour door Europa, konden ontvangen in ons huis in Landsmeer en in een uitzonderlijk zonnig en warm Nederland.

Even daarvoor hadden we voor een jaar afscheid genomen van onze dochter Mirjam en haar vriend Coen, die hun Jeep hadden verscheept naar Kaapstad, en daar zelf naar toe vlogen om onder het motto: "Into Africa by Jeep" dwars door Afrika, in een jaar tijd, terug te rijden naar Amsterdam.

Net terug van onze vakantie in Italië lieten wij Janey en Ian wat highlights van de stad Amsterdam en de omgeving zien. We brachten onze tijd heel intens samen door met bijpraten, oude foto's bekijken, een goed glas wijn drinken en samen lekker eten. Het klikte meteen. De familieband werd naar de achtergrond gedrongen en zelfs het leeftijdsverschil stond een innige, diepe vriendschap niet in de weg.

We werden dan ook uitgenodigd om in Toogoom (gelegen in het subtropische klimaat van Queensland, Australië) te komen logeren. De onderste helft van hun huis stond helemaal tot onze beschikking als we zouden komen.

Het prachtige boekje over Fraser Island dat we van hen kregen, en de wens van Rieky om nog een keer haar zieke broer in Australië te zien, deed langzamerhand bij ons het plan rijpen om het "land of the Kangaroo" te gaan bezoeken.
Het was nu of nooit vonden we.

 

 

 

 


Het pakket met 2,5 kilo toeristische
informatie dat ons werd toegestuurd door
onze vrienden uit Toogoom

Tweeënhalve kilo
Rieky wist al langer dat ze terug wilde naar Australië (zij was er al geweest in 1983), terwijl ik nog twijfelde.

Het fotoboek over Fraser Island met zijn fascinerende landschappen trok mij langzaam over de streep. We begonnen voorzichtig wat plannetjes te maken en stuurden die per e-mail naar onze vrienden in Toogoom.

Per kerende post ontvingen we een informatiepakket van tweeënhalve kilo bestaande uit routekaarten, folders over campingsafari's, jungletochten, bijzondere eilanden, het regenwoud en nog veel meer. Al snel volgde een T-shirt met de tekst: "Where the hell is Toogoom?" om mijn enthousiasme verder aan te moedigen.

Op naar à la carte -de kaarten en reisboekenwinkel- in de Amsterdamse Utrechtsestraat om te kijken wat die nog meer aan informatie over Australië te bieden had. We schaften daar uiteindelijk de prachtige en informatieve reisgids van National Geographic aan. Verder vonden we een rijk geïllustreerd boek met de meer dan 700 Nationale Parken. Al deze informatie wakkerde ons enthousiasme verder aan om onze plannen door te zetten.

Een persoonlijke Travel Agent in Toogoom
Per e-mail vlogen diverse plannetjes tussen Toogoom en Landsmeer op en neer. Onze mails werden downunder van commentaar en suggesties voorzien.

Ons plan om naar Darwin te vliegen, en vandaar per 4 wheel drive camper via Alice Springs naar de oostkust te rijden werd al snel als onrealistisch terzijde geschoven. Je realiseert je niet meteen hoe gigantisch groot Australië is. En bovendien hadden we ons verkeken op de mogelijkheden om rechtstreeks naar Darwin te vliegen. Toch werden onze plannen in snel tempo concreter.

Het werd in deze tijd van plannetjes maken pas echt duidelijk dat Ian de meest ideale Travel Agent was die we ons konden wensen. Hij kent Australië namelijk als zijn achtertuin. Hij is echt overal in Australië geweest. Hij kan je precies vertellen wanneer het op een bepaalde plek te heet is of te nat. Wat de condities zijn van de wegen, of je op bepaalde wegen wel met een gewone auto kunt rijden, of dat je beslist een 4 wheel drive nodig hebt.
En niet alleen praktische dingen. Hij kan je ook precies vertellen voor welke bijzonderheden in het landschap je beslist moet omrijden, en welke dingen je met een gerust hart kunt overslaan. Het was dus heel handig voor ons, deze "Personal Travel Agent" in Toogoom.

Onze Amsterdamse reisadviseur
Nu onze plannen vorm begonnen te krijgen, werden er in overleg met Janey en Ian data geprikt voor onze trip. Twee maanden zouden we uittrekken voor onze reis. En zij wilden dat we de eerste weken van onze vakantie bij hen zouden doorbrengen.

Naast onze plannen om naar Fraser Island te gaan, dat praktisch bij hen voor de deur ligt, zouden zij het leuk vinden om ons verschillende nationale parken en bijzonderheden in hun directe omgeving te laten zien. Dus ook daarmee werd in ons reisschema rekening gehouden.

Nu werd het dus tijd om de vliegreizen vast te leggen. We kregen van diverse kanten adviezen waar je de goedkoopste vluchten kon boeken. Uiteindelijk bleek dat ook hier goedkoop wel eens duurkoop kan zijn.

Uiteindelijk kwamen we terecht bij Robin Elmendorp van Pacific Gateways, QAS holidays in Amsterdam. Hij rekende voor ons uit dat we het beste met Quantas Airlines konden vliegen en, samen met de benodigde binnenlandse vluchten, toch voordelig uit waren.

Het vluchtschema lag nu voor ons. Maar we wilden graag meteen ook onze huurauto, de Sahara Camping Safari in het Red Centre, The Jugle Bus Safari naar Daintree National Park en enkele hotelaccommodatie's voor Alice Springs, Cairns en Sydney regelen.

Binnen twee dagen hadden we de begroting van alle kosten in huis. We hakten de knoop meteen door en gaven Robin ons fiat. Dat was dus geregeld. We konden nu onze vrienden in Toogoom melden dat we geboekt hadden en dat alles vast lag.
Robin zorgde netjes op tijd voor alle papieren die we nodig hadden, waaronder tickets, visa en boekingspapieren voor hotels, Herz-Rent-a-Car, etc. Alleen Fraser Island wilden we zelf nog regelen. Verder werd alle rompslomp ons door Robin en zijn organisatie uit handen genomen

Nog even Fraser Island regelen
Onze Fraser Island trip zouden we zelf regelen. We hadden eigenlijk helemaal geen zin in een georganiseerde tour, maar uit Toogoom kwam het advies om dat toch te doen. We hadden voldoende informatie uit het pakket folders dat we indertijd uit Toogoom hadden ontvangen, om te zien wat er voor mogelijkheden waren. De tour van het Kingfisher Resort op Fraser Island was ons iets te luxueus. Het gaf ons het gevoel niet te passen bij de ongerepte natuur van het eiland.

Het was ons idee dat we op Fraser Island juist heel dicht bij de natuur wilden komen. We gaven aan onze vrienden te kennen dat we graag op het eiland zouden willen kamperen als dat kon. We kregen verschillende voorstellen waaronder dat van The Fraser Island Company. Deze organisatie had een driedaagse Adventure Camping Safari te bieden. Dat was precies wat we zochten.

Intussen hadden Janey en Ian uitgevonden dat Deborah, een vriendin van hen die in Hervey Bay voor The Fraser Island Company werkt, alles met liefde voor ons wilde regelen.

In de laatste helft van juli was alles op papier geregeld en begon voor ons het grote wachten, want we zouden pas in september vertrekken.

Eindelijk onderweg
Op het laatste moment moest er nog van alles gebeuren. Bijvoorbeeld een nieuwe koffer met wieltjes aanschaffen, Leki stokken en wat luchtige kleding.

Rieky schreef in haar reisdagboek op dinsdag 7 september:
Kleding klaar gelegd. Koffer Ad provisorisch ingepakt. Het gewicht is 19 kilo. Er moet nog wat in, zoals stokken (LekiÕs), etc. Mijn koffer staat op 17,5 kilo, maar er kan nog wat bij. Janey en Ian belde om ongeveer 1 uur 's middags. Ze vroegen of alles lukte en zeiden dat ze er naar uitkeken om ons te zien.

Op 9 september stonden we uiteindelijk om 13.30 uur klaar om naar Schiphol te vertrekken. Mirjam en Coen, sinds eind juli terug van hun tocht dwars door Afrika, zouden ons naar de luchthaven brengen. Na te hebben ingecheckt en we de bagage (totaal 41,5 kilo) hadden afgegeven, hebben we samen nog gezellig een kop koffie gedronken. Coen wilde er perse gebak bij en daar moest hij de laatste paar centen voor uit zijn zak opdiepen. Ook hadden Mirjam en Coen alvast een cadeau bij zich voor Rieky's verjaardag die zij dit jaar downunder zou vieren.

Bij de douane op Schiphol hadden we geen problemen. Alleen Rieky was de pineut bij de veiligheidscontrole en werd uitgebreid gefouilleerd. De KLM cityhopper zou om 17.00 uur vertrekken naar Frankfurt, waar we moesten overstappen op een vlucht van Quantas via Singapore naar Sydney.
Midden in de nacht moesten we op Frankfurt Airport meer dan drie uur wachten. Dus gingen we op zoek naar een beetje gezellig terrasje waar we wat konden eten, en waar we een goed Duits pilsje konden pakken. Dat werden er zelfs twee om het begin van de vakantie te vieren.

En dan begint, voor je kunt instappen, de "terroristencontrole". Alsof we allemaal echte terroristen waren, werd iedereen uitgebreid gefouilleerd. Bij Rieky begonnen alle bellen te rinkelen en zij werd voor de tweede keer helemaal gefouilleerd. Ik moest zelfs mijn schoenen uit doen nadat we al door de controle waren. De veiligheidsbeambte bracht ze naar de controletunnel om te kijken of ik iets in mijn schoenen had verstopt. Daarna werden mijn voeten afgetast met een of ander apparaat. Wij hadden namelijk onze wandelschoenen aangedaan omdat we die zware dingen niet in de koffer wilden hebben. Die was al zwaar genoeg.
Of die controles wel waterdicht waren, daar kom ik later nog op terug.

Vooruit maar. Eindelijk zaten we dan om vijf voor twaalf, in de nacht, klaar voor take-off. De vlucht onderweg naar Singapore verliep zonder vertraging. We sliepen wat. Ik een beetje beter dan Rieky. Van tijd tot tijd volgden we op de flight pad waar we zo ongeveer waren.

In Singapore moesten we wederom meer dan drie uur wachten voor we konden overstappen op de vlucht van Quantas naar Brisbane. Hoe modern de luchthaven van Singapore ook is, ongezellig was het er wel. Een beetje grimmig zelfs als je militairen zag rondlopen met een stengun in de aanslag. Ook hier was de "terroristencontrole" weer raak. Bij Rieky gingen nogmaals alle bellen af. We moesten nu allebei onze schoenen uittrekken.

Laatste etappe
Ian en Janey zouden intussen wel onderweg zijn naar hun vrienden in Brisbane. Ian zou daar zijn verjaardag vieren en ons de volgende dag ophalen van de luchthaven.

Precies om 21.55 uur stonden we klaar voor de start en kozen zonder vertraging het luchtruim. Hier in de tropen is de overgang tussen dag en nacht vrij abrupt. We vlogen dus de donkere nacht in en zagen de verlichte randen van Singapore, met zijn bedrijvige haven vol boten en bootjes, onder ons doorglijden. Dit was onze tweede korte nacht die we in een vliegtuig doorbrachten. Een paar hazenslaapjes hielpen ons er doorheen. Tussendoor volgden we de vlucht op de voet via de flight pad.

We vlogen boven een nog steeds donker Australië. Even voor we zouden gaan landen begon de zon op te komen in het oosten. We kregen een eerste indruk van Australië en verwonderden ons over de vele grote en kleine wateroppervlakken. Het leek Waterland wel, zeiden we tegen elkaar. In de volle zon doemde Brisbane op. We vlogen, voor het echt tot ons doordrong, boven de Pacific. We maakten een grote bocht over zee naar de luchthaven.

Bij de douane hadden we geen problemen met onze medicijnen en voedingssupplementen. Op onze landingskaart hadden we netjes aangegeven wat we bij ons hadden. Toen de douanebeambte ons vroeg of we iets aan te geven hadden, wilden we onze medicijnenpaspoorten laten zien, maar dat vond hij niet nodig. Wij konden meteen doorlopen.

Er werd naar ons uitgekeken
In de vroege zaterdagochtend van 11 september waren we dan eindelijk in het land van de Kangaroo. Janey en Ian stonden ons, nog wat slaperig en een beetje moe, op te wachten. Bovendien was Ian erg verkouden.
Binnen enkele seconden hadden onze ogen elkaar gevonden. Na een uitbundige begroeting liepen we met onze bagage meteen door naar de 4 wheel drive van Ian. En we draaiden meteen de Bruce Highway op, richting Toogoom

Rieky schreef in haar reisdagboek:
De rit duurde in totaal drie uur. Onderweg hebben we koffie gedronken. Het was geweldig en fijn, en een goed gevoel, hen weer te zien. 's Middags rond half een geluncht en daarna langs het strand gewandeld. Ad nam zijn Leki stokken mee. Janey had heel wat te vertellen. Ze was heel blij en gelukkig dat wij bij haar waren. Voor haar, voor het eerst bij haar thuis in Toogoom echte familie uit Nederland op bezoek.

Gedurende de rit deden we onze eerste indrukken op van Queensland. Het grootste deel reden we over de Bruce Highway [no 1]. Veel bossen, en uitgestrekte velden waar suikerriet wordt verbouwd. De huizen, er zijn hele stukken waar je geen huis tegenkomt, zijn bijna allemaal laag. Ze zijn los van de grond af gebouwd zodat de wind er onderdoor kan voor koeling. Veel huizen zijn van hout en hebben een golfplaten dak. Soms hadden we het gevoel dat het om tijdelijke bebouwing ging, maar dat was dus niet het geval.

Na een lange rit kwamen we aan in Toogoom. Het is een villadorp aan zee met alleen maar laagbouw. Er staan enkele prachtige oude huizen die gebouwd zijn in een koloniale stijl. Ook zie je hier en daar een enkel huis dat onder architectuur is gebouwd en dat een moderne uitstraling heeft. Het huis van Janey en Ian heeft karakter omdat het wat ouder is dan de meeste andere huizen. Het ligt prachtig en is zo anders dan we hadden verwacht.

Een huis op 150 passen van de oceaan
Hun huis is heel comfortabel en gezellig ingericht, terwijl mij altijd werd verteld dat er in Australië aan het interieur van de huizen weinig aandacht wordt besteed. Australiërs wonen immers buiten. In elke kamer bij Janey en Ian is een grote plafondventilator te vinden. Alle ramen en deuren, voorzien van muskietengaas, staan tegenover elkaar open. Je kunt aan alles zien dat in dit subtropische klimaat de zomers heel warm kunnen zijn.
Op de eerste verdieping, waar Janey en Ian wonen, is een groot uitgebouwd houten balkon, het deck noemen ze dat. Dit deck steekt gedeeltelijk uit boven de tuin. De tuin zelf, zo ongeveer 50 meter diep, heeft met zijn palmbomen een subtropische uitstraling.

Vanuit de tuin loop je een bos in. Ongeveer 100 meter verder aan het eind van het bos is een heel klein duintje. Daarvandaan kijk je uit over de Pacific, of liever gezegd de baai die tussen de kuststrook en de noordkant van Fraser Island ligt. Bij helder weer kun je vanaf hier Fraser Island goed zien liggen. Bij hoog tij kan het zeewater tot een paar meter van het duintje komen, maar bij laag water trekt de oceaan zich anderhalf à twee kilometer terug zodat er een soort waddengebied ontstaat. Het strand is begrensd door twee kreken en ongeveer 6 km lang. Het is bij uitstek een stil strand. Soms een paar vissers, een paar kinderen alleen of met hun moeder, of een paar mensen met hun hond. Dat is zo'n beetje alles wat er je tegenkomt.

Dit strand heb ik gedurende ons verblijf in Toogoom heel wat keer op en neer gelopen. Genietend van de rust, de schone lucht en van een schoonheid die van dit wetland uitgaat. Meestal kon ik pas na 3 uur weg omdat het rond het middaguur behoorlijk warm kan zijn. Ook Sabie (de hond), Janey, Ian en Rieky waagden zich later in de middag een enkele keer op het strand voor een korte wandeling.

Om 5 uur was het óók bij Janey en Ian borreltijd. De eerste avond werd een heerlijke koude Australische witte wijn geschonken. Er was nu tijd om even bij te praten. Janey en Ian waren vooral verwonderd dat wij nog zoveel energie hadden na die slopende vliegreis. De dag voor wij in Australië aankwamen waren Janey en Ian al naar Brisbane gereden. Zij hadden daar 's avonds, met Jenny (een oude schoolvriendin van Janey), Leigh en kleine Janey, Ian's verjaardag gevierd. 's Morgens moesten ze weer erg vroeg op om ons om halfzeven in de ochtend op te kunnen pikken van de luchthaven.

Ze waren al weken bezig met het organiseren van de campagne voor The Greens voor de landelijke verkiezing. Want Ian was kandidaat in het district Wide Bay voor een zetel in het landelijke parlement. Janey had de organisatie op zich genomen. Die twee waren dus heerlijk moe.
Ja, verkiezingen in Angelsaksische landen komen altijd onverwacht en waren niet voorzien toen wij met hen afspraken om naar Australië te komen.

Het was dus logisch dat we alle vier na het avondeten waren uitgevloerd. Even na negenen gingen we naar bed, na afgesproken te hebben dat we om 9 uur aan het ontbijt zouden zitten.

Rustdagen in Toogoom
Een van de eerste dagen werden we om 4 uur in de ochtend gewekt door de Kookaburra's (een koddige vogel die een lachend geluid maakt). 's Morgens kon je, vooral als er geen wind was, de zee heel goed horen. Heerlijk om alleen maar geluiden te horen die de natuur voortbrengt, en geen andere. De zon scheen uitbundig aan een strakke blauwe hemel. Af en toe zag je een verdwaald wolkje. De temperatuur was aangenaam, zolang je je tenminste niet op het middaguur in de zon waagde. Meestal staat er wel behoorlijk wat wind. En dat maakte het nog aangenamer.

's Morgens werd er uitgebreid ontbeten op het deck. Altijd cereals voor de echte Australiërs. Cereals zijn bij ons beter bekent als cornflakes e.d. We zouden snel merken dat bijna alle Australiërs cereals eten als ontbijt.
Maar voor ons was er natuurlijk elke morgen ham, Hollandse kaas en zelfs Hollandse leverworst. En verder verse sla, komkommer, bruin brood of broodjes, alles om van die lekkere gestapelde broodjes te creëren. En natuurlijk was er heerlijke verse koffie, er was thee als je daar zin in had en flessen met koelkastkoud water. Want veel water drinken is hier een must.
Op een van die ochtenden bij het ontbijt vroeg Janey of we de avond daarvoor ook wakker waren geworden van de Possums op het dak, en het geblaf van Sabie.

Maandag zijn we met Janey naar Hervey Bay geweest om geld te tanken, naar de supermarkt te gaan voor wat inkopen, en om kennis te maken met Deborah die onze tickets voor de trip naar Fraser Island had geregeld. Hervey Bay heeft een lange boulevard langs de zee. Dat is het meest interessante deel van de stad. De rest van Hervey Bay is voor onze begrippen een stad met weinig structuur, onsamenhangend, een paar hoge gebouwen rond de haven, verder veel laagbouw en ruim van opzet. Nee, aan ruimte hebben ze hier nog steeds geen gebrek.

Rieky schreef die maandag in haar reisdagboek:
Om 11 uur gingen we boodschappen doen met Janey, naar de bank. Ook nog extra zonnecrème en muggenolie gehaald (ik heb zó bulten). Na de lunch is Ad gaan wandelen en ik heb de rugzakken klaar gemaakt voor morgen. We zijn vroeg naar bed gegaan want we zouden vroeg vertrekken naar Hervey Bay voor onze tocht naar Fraser Island.

Drie dagen naar Fraser Island
Op 14 september stonden we om half zeven op en hadden we een vroeg ontbijt. Ian moest die dag een aantal dingen regelen op de universiteit waar hij docent is. Janey zou ons naar de haven van Hervey Bay brengen waar de ferry vertrok die ons naar Fraser Island zou brengen. De ferry is een kruising tussen een landingsvaartuig en een pont. We maakten in de haven kennis met Demion die onze gids en chauffeur zou zijn voor de komende drie dagen. Ook de 4 wheel drive bus, waarmee we het eiland zouden gaan verkennen ging met ons mee aan boord. De overtocht zelf duurde maar een half uur. Vanaf het bovendek van de ferry zagen we Fraser Island steeds dichterbij komen, en Hervey Bay verdween langzaam in de ochtend nevel.

Het Fraser Island verhaal in het kort
Fraser Island behoort tot the Great Sandy National Park en staat op de werelderfgoedlijst. Het eiland is 124 km lang en op zijn breedst 27 km. Het hoogste punt is 244 meter boven zeeniveau.
De oorspronkelijk bewoners waren Aboriginals van de Butchalla tripe. Zij leefden al meer dan 5000 jaar op het eiland. Vooral doordat het eiland rijk was aan voedsel en water was het aantal Aboriginals dat er leefden relatief hoog. In 1830 waren er nog ongeveer 2000 Aboriginals.
Nadat er goud was gevonden in Gympie werd het eiland vanaf 1860 gebruikt als quarantaine- en emigratiestation voor schepen met materiaal en mensen voor de vlakbij gelegen goudmijnen. Alcohol, pokken, venerische ziekten, griep en andere kwalen die de nieuwe emigranten meebrachten naar het eiland hebben een groot deel van de Aboriginalgemeenschap aangetast en uitgedund. De overgebleven Aboriginals werden daarna bewust door de nieuwkomers uitgemoord. Onze gids op Fraser Island zei daarover letterlijk: "Ze werden gewoonweg afgeschoten als wild." De laatste 150 Aboriginals, die dit allemaal hadden overleefd, zijn in 1904 gedeporteerd naar reservaten op het continent.
Fraser Island werd later "ontdekt" door Captain James Cook. Het eiland is daarna genoemd naar Captain James Fraser. Captain James Fraser overleed op het eiland na een schipbreuk in 1836 van zijn schip de Stirling Castle. Zijn vrouw Eliza werd door de Aboriginals van Butchalla tribe gevangen gehouden, zo gaat het verhaal.
Sinds 1860 werd er op het eiland nog veel hout commercieel gekapt. Ergens in de eerste helft van de twintigste eeuw is alle houtwinning stop gezet en is het eiland teruggegeven aan de natuur.



Aan land
De ferry voer het strand op bij Moon Point en liet de laadklep neer. Nadat wij van boord waren gegaan reed Demion de bus handig van boord het brede strand op. Onze groep bestond uit 13 personen uit 5 verschillende landen.

We stapten in de bus voor onze eerste dag op Fraser Island.
Het eiland kent alleen een baans-sandtracks waarvan de meeste behoren tot de categorie: diepzand. Zelfs het besturen van een gewone 4 wheel drive vraagt van de chauffeur een grote kennis en veel vaardigheden. Het vroeg dan ook veel van onze gids die op deze tracks moet rijden met een bus.
Het was echter geen enkel probleem voor Demion. Hij zette een koptelefoon op waar een microfoon aan vast zat, stelde zich uitgebreid aan ons voor, en begon met ons te vertellen dat er voor in de bus is een grote tank met gekoeld water stond. Iedereen kon daar zijn fles bijvullen, want zo drukte hij ons op het hart: "Jullie moeten beslist veel water drinken. Het kan behoorlijk warm zijn op het eiland." Hij ging verder met te vertellen over het ontstaan van Fraser Island, over de geschiedenis en haar eerste bewoners. Hij wees ons op de uitgebreide bibliotheek die zich voor in de bus bevond. Hierin konden we alles vinden over de geologische vorming, maar ook over de geschiedenis van het eiland, over de dieren die er leven en de planten die er groeien. Er was o.a. ook een boek over slangen, en een ander over "enge" spinnen die je allemaal kunt tegen komen op het eiland.

Intussen reed Demion de bus met groot gemak door het zand van het strand af, door het duin, de track op die de eerste kilometers door een prachtig moerasgebied liep.


Kennismaken

Toen we in een bos met laag struikgewas kwamen, zette Demion de bus op een verbreed stuk van de weg. Hij vroeg ons uit te stappen, èn om in een kring te gaan staan. Het was de bedoeling dat we onszelf aan de andere mensen van de groep voorstelden en iets over onszelf vertelden.
Demion maakte van de gelegenheid gebruik om ons op wat bijzonder planten te wijzen. Ook vertelde hij dat de Aboriginals veel van de planten en vruchten gebruikten als geneesmiddel, en zich met sap van bladeren of boomschors van bepaalde bomen insmeerde om zich te wapenen tegen muskieten.


Wandelen en lunchen bij Lake Allom

Na de kennismaking reden we verder in de richting van Lake Allom. Het lage bos werd steeds dichter van structuur. We passeerden een enkele zoetwater kreek met kristalhelder water en een prachtige tropische flora langs de kant.

Het pad werd zo smal dat de takken aan weerskanten langs de bus schuurden. Alle ramen stonden open en Demion vroeg ons wat bladeren van een bepaalde boom te plukken en die uit te delen. Daarna vroeg hij ons de bladeren in onze handen fijn te wrijven. De geur van Eucalyptus, die vrij kwam, deed weldadig aan. De Aboriginals gebruikten deze bladeren bij verkoudheid, en voor mensen met ademhalingsproblemen.

Onderweg kwamen we twee mensen tegen die met hun 4 wheel drive tot de assen in het zand waren weggezakt. Demion stopte en vroeg hen of ze hulp nodig hadden. En of er al hulp onderweg was. Dat laatste bleek het geval. Hij vroeg of ze wel voldoende water bij zich hadden. Toen ook dat het geval was, besloot hij weer door te rijden.

Het oerbos werd nu steeds forser, met eeuwenoude bomen en veel lianen. De stamomvang van sommige bomen was gigantisch. Demion wees ons op een strangler tree die in een vroeg stadium van ontwikkeling was. Als een zaadje via de uitwerpselen van een vogel in de top van een boom beland, ontkiemt het en vormt wortels (lianen) die tot aan de grond rijken. Uiteindelijk verstikken deze wortels de oorspronkelijke boom en neemt de strangler tree de gastboom helemaal over. "Morgen", zei hij, "zal ik jullie zo'n boom laten zien waaruit de oorspronkelijke boom helemaal verdwenen is."
Intussen waren we aangekomen op het parkeerterrein bij Lake Allom.

Rieky schreef daar in haar reisdagboek:
... daar zwommen kleine schildpadjes in theekleurig water. We picknickten op een open plek in het bos. Er waren o.a. kippenboutjes, witte broodjes, verse sla, komkommer en tomaat. En kaas en ham als beleg. Er was een tank met warm water voor koffie en thee. Na de lunch hebben we een wandeling rond het meer gemaakt.

De wandeling rond het meer was fascinerend omdat de begroeiing, zowel in het water als op de oevers, voortdurend van karakter wisselden. Na ongeveer driekwartier kwamen we terug bij de bus en vertrokken we naar de spectaculaire Knifeblade Sandblow. Zo'n sandblow lijkt op een stuk woestijn temidden van het groen van het oerbos. "Hoe komt dat zand daar?", vroegen wij ons af. Demion vertelde dat de wind het zand door de lucht aanvoert vanuit zee, en door speciale omstandigheden ter plaatse, vallen de zanddeeltjes steeds op dezelfde plaats neer. Hij beloofde ons dat we de derde dag over zo'n sandblow zouden gaan wandelen, om zo het fenomeen beter te kunnen bekijken.


Een 4 wheel-drive-highway, een wrak en een kreek

Vanaf de Knifeblade Sandblow reden we over het strand van 75 miles beach in zuidelijke richting naar Eli Creek, ... en dan geloof je je ogen even niet ... het strand wordt hier, in dit nationale park nota bene, gebruikt als een highway voor 4 wheel drives. Te gek voor woorden.

Eli Creek is een kristalheldere, snelstromende zoetwater kreek die uitmondt in zee. De kreek is ongeveer 6.5 kilometer lang en voert heel veel zoet water naar zee. "Normaal", vertelde Demion ons, "staat het water in de kreek één à anderhalve meter hoger. Maar er is weinig regen gevallen de laatste tijd".
De kreek maakt een grote bocht over het strand alvorens hij zich in zee stort. Een van de sportvissers reed met zijn 4 wheel drive door de monding van de kreek om zijn auto schoon te spoelen. Demion was furieus. "What a no, no! Deze man rijdt de hele monding van de kreek aan gort en zijn auto wordt er echt niet schoner van."
Een paar mensen van de groep deden een poging om te zwemmen (maar daar stond het water te laag voor). Wij maakten met anderen een wandeling stroomopwaarts. De kreek kent een grote verscheidenheid aan bijzondere planten, bomen en dieren.

Nog verder naar het zuiden zagen we in de verte al het beroemde Maheno Shipwreck. Het ligt op de scheidslijn tussen zee en strand. Iedereen schoot natuurlijk, in het prachtige licht van de namiddag, de nodige plaatjes en bekeek het wrak wat beter van dichtbij. Er is weinig over van het trotse schip dat in 1905 gebouwd werd in Schotland en dat hier op 9 juli 1935 is gestrand. Maar de combinatie van roest en schelpengroei op de resten van dit schip leveren prachtige structuren op.


Zeer lux kamperen

Op de terugweg van Maheno Shipwreck naar het Catheral Beach Resort, waar we gingen overnachten, zagen we voor het eerst The Coloured Sands van het eiland. Door het tegenlicht kwamen de kleuren niet echt tot hun recht, dus werden ze voor de volgende morgen nogmaals op het programma gezet. Voldaan en vermoeid gingen we naar ons nachtverblijf. We zouden beide nachten op Fraser Island in het Cathedral Beach Resort slapen.

Rieky schreef daarover het volgende in haar reisdagboek:
In het Cathedral Beach Resort zijn er kampeerplaatsen voor backpackers, er staan houten vakantiehuisjes en er is een winkel waar je alles, dus ook bier en wijn, kunt kopen. De Fraser Island Company heeft er twee eigen kampementen. Wij overnachtten in een grote open loods. Daar hebben ze tenten in "opgehangen". Elke tent staat op een houten vlonder. In elke tent staan twee bedden. Er zijn lakens, kussens en een slaapzak. In het midden van de tent hangt een elektrische lamp (wat een luxe). En voor elke tent staat een grote zaklantaarn. 30 meter verderop is het toiletgebouw met wastafels, douches en toiletten. Tegenover de tentenloods is een overdekte ruimte met een lange tafel en alles wat nodig is om te koken en te barbecuen. Er staan drie koelkasten, gevuld met van alles wat er nodig was voor onze maaltijden.
Het was de bedoeling dat we gezamenlijk met Demion de maaltijd verzorgden, de tafel dekten en afwasten. Dat lukte geweldig met deze groep.


De meeste van ons hadden wijn of bier in de kampwinkel ingeslagen. Dus werd er voor het eten tijd voor de borrel ingeruimd. De avond viel snel en na een dag met hoge temperaturen werd het een beetje frisjes. Geen ramp, een staande "terrasverwarming", zoals we die kennen van de Amsterdamse terrasjes, zorgde voor aanvullende warmte. De sfeer was goed. Na een stevig, doch voedzaam maal, wandelden we gezamenlijk naar een hoge duin aan de rand van het Resort om naar de sterren te kijken. Daar was het aardedonker. Aan de hemel stonden miljarden sterren. Door de vervuiling met veel licht in de bewoonde delen van de wereld zie je de sterrenhemel bijna nooit meer zo mooi. Ian zou later in Toogoom, toen we door zijn telescoop stonden te kijken, die miljarden relativeren met de woorden: "Je ziet nooit meer dan 5000 sterren in een oogopslag."


Parkeerproblemen op het strand

De volgende dag hadden we een Spartaans regime. Om halfzeven naast je bed, zeven uur eten en afwassen, en om 8 uur in de bus. Het lukte prima, op die ene uitzondering na die altijd vijf minuten later aan komt kakken. Ook hier dus.

We gingen op weg naar Indian Head, maar we stopten eerst bij The Coloured Sands. The Coloured Sands zijn voor de Aboriginals heilige plaatsen. Dit fenomeen heeft het uiterlijk van rotsen, maar in werkelijkheid is het geheel opgebouwd uit stevig in elkaar geperst zand. De kleuren ontstaan door mineralen en geoxideerde ertsen.

Even verder stonden, midden op het strand, in lange rijen de blinkende 4 wheel drives van de sportvissers geparkeerd. De vissers stonden zelf met hoge lieslaarzen in zee. Met in een hand een forse hengel en in de andere hand altijd een fles of blikje bier.


Echt de verkeerde naam

We reden verder naar het vredige en prachtige noordelijke deel van Fraser Island, richting Indian Head. Toen Captain James Cook met zijn schip langs deze kaap voer en Aboriginals op de rots zag, dacht hij dat het Indianen waren. Vandaar dus, Indean Head. Helemaal fout dus.

Hier stopten we. We liepen, vanaf het strand, langs de achterkant de rots op. Indian Head is een van de weinige rotsen op dit zandrijke eiland en is zestig meter hoog. Op hoogste punt had je een prachtig uitzicht over het eiland. Landinwaarts, precies achter Indian Head ligt een reusachtig grote sandblow. Vanaf de hoge rots kon je diep in zee kijken. Vlak onder de kust zwommen een paar gigantisch grote pijlstaartroggen (tenminste daar leken ze op). Even verder op, tussen Indian Head en The Champagne Pools, was een grote school dolfijnen aan het surfen in de branding. Even later zag iemand, ver uit de kust, de fontein van een walvis. Iedereen wilde dat wel zien, dus werd er lang in de verte getuurd. En met succes, bijna iedereen van de groep heeft de walvissen gezien.


Drijfzand en voor ons geen Champagne

We vetrokken naar de Champagne Pools om er te gaan zwemmen. Het strand tussen Indian Haed en The Champagne Pools is (volgens Demion) berucht omdat er quicksand (drijfzand) voorkomt. Hij liet ons weten dat hij zonder te stoppen door zou rijden naar The Champagne Pools. "Ik herken", zei hij, "de gevaarlijke plekken wel, maar ik neem hier geen enkel risico".
Later zouden we onderweg bij Orchid Beach een verzameling foto's zien van auto's en vrachtwagens die tot aan het dak weggezakt waren in het zand. En dat schijnt erg snel te gaan.

We wandelden om Waddy Point heen, tot we uitkeken op The Champagne Pools. De rotsen hebben hier twee pools gevormd die de zee met een krachtige golfbeweging steeds ververst. Het was een prachtig gezicht, maar om in te zwemmen leek het ons niks. Ik koos hoog op de rots een rustig plekje met uitzicht op zee. Weldra zag ik weer een school dolfijnen die zich kennelijk erg goed amuseerden in de branding en die van de hoge golven naar beneden surfden. Wat een schouwspel.


Een extraatje, vissen, én vissen naar informatie

We zouden op Orchid Beach lunchen, maar we reden na een korte stop verder. We gingen dwars over het eiland, van de oost- naar westkust, door een prachtig maar zeer gevaarlijk moerasgebied, naar Wathumba. Dit uitstapje was niet gepland. Het was dus een extraatje dat we als toegift kregen.
Daar aangekomen kwamen uit de bus: een grote uitklapbare tafel en voldoende visserskrukjes om te zitten. In de schaduw onder de bomen, dicht bij het immense strand, werd een uitgebreide lunch gebruikt. De sfeer was opperbest.

Een van onze medereizigers, Kevin, vroeg ons aan het eind van de lunch of wij wisten dat de Fraser Island Company, waar we mee op reis waren, zojuist van The Government of Queensland een award had ontvangen voor de beste toeristische performance. Hij reisde nu met ons gezelschap mee om zelf eens te beleven hoe het er op zo'n tour aan toeging. Hij vertelde dat hij in Hervey Bay een Tourist & Visitors Information Centre runt, vandaar zijn belangstelling. Hij zei: "Als mensen mij precies vertellen wat ze willen doen in Australië dan kan ik zorgen dat ze dat ook krijgen."

Hij zou graag van ons enkele dingen willen weten in verband met zijn werk, als we daar geen bezwaar tegen hadden. Waarom kozen we speciaal deze trip uit?, hadden we naar alternatieven gekeken?, wat hadden we hier voor gedaan?, en wat waren onze verdere plannen?
Dit gaf een aardig inkijkje hoe mensen tot besluiten komen, en wat ze verder nog voor plannen hadden.

Later kwam ik er achter dat Kevin bij het drugs enforcement team van de nationale politie in Australië had gewerkt. In die hoedanigheid had hij elk plekje van Australië bezocht. Hij vertelde mij dat de woestijnen in het westelijke deel van het continent prachtig waren en dat het mooiste, en het moeilijkst toegankelijke, stuk van Australië de noordwest hoek was tussen Wynham en Derby. Hij maakte mij erg enthousiast met zijn verhalen.

Intussen had Demion allerlei visgerei en aas uit de bus getoverd. Iedereen die dat wilde mocht een hengel uitwerpen of kon anders een wandeling gaan maken over dit immense en imponerende strandlandschap met mangroves.
Wij dwaalden wat rond en vonden enkele prachtige schelpen. We konden ze echter niet meenemen want ondanks dat ze op het droge lagen waren ze nog wel bewoond.


Voor het donker terug

Laat in de middag reden we langs dezelfde weg terug, via Orchid Beach en dan over het strand naar Cathedral Beach. Het is een behoorlijke afstand over moeilijk terrein. En Demion wilde voor het donker terug zijn op de kampeerplaats. Hij vertelde onderweg dat er hier op de kop van het eiland nog enkele paarden in het wild leven die losgelaten zijn toen de houtwinning op het eiland stopte.

Het lukte maar net om voor het donker op de kampeerplaats aan te komen. Terwijl wij een pilsje dronken trof Demion voorbereidingen voor een barbecuemaaltijd, zoals hij eerder had aangekondigd. Na de maaltijd en de afwas maakten de meeste van ons aanstalten om vroeg naar bed te gaan. We moesten weer om halfzeven op, de tent schoon opgeleverd, om zeven uur ontbeten hebben en afgewassen, en om 8 uur met al onze spullen in de bus. En jawel, weer was het dezelfde persoon op wie we moesten wachten.


Over 75 Mile Beach naar Lake Wabby

We reden vanaf Cathedral Beach, over 75 Mile Beach, naar Lake Wabby. Onderweg zagen we weer veel sportvissers, maar nu vielen vooral hun tentenkampen op die ze hadden opgeslagen tegen de hoge kant van het eiland. Ze mogen alleen, met speciale toestemming van de Ranger, op aangewezen plaatsen langs het strand kamperen. De tentenkampen hebben allemaal een eigengemaakte vlag of een ander teken van herkenning. Het strand is hier zo lang dat het anders onmogelijk is je eigen kamp, "dronken van het vissen", terug te vinden.

In de buurt van Lake Wabby parkeerde Demion onze bus vlakbij een duinpad. Hij zei dat we het pad maar moesten volgen, terwijl hij de bus verder op zou gaan parkeren. Hij zou ons wel inhalen. We liepen door een prachtig gebied met veel doorzichten, met hoge en lage bomen en bijzondere planten. Ineens stonden we tegenover een enorme zandvlakte die stijl naar boven liep. Dit is de sandblow waar Demion het over had gehad op de eerste dag van de trip. We zetten onze voeten in het zand en klommen moeizaam naar boven. De vergelijking met een woestijn ligt voor de hand, maar dit zand is licht geel en op sommige plaatsen zelfs wit.
Op de top, ontrolde zich voor onze ogen een immens zandlandschap omrand met oerbos en een prachtig saffiergroen gekleurd meer. Wij liepen voorzichtig de steile zandvlakte af naar het Lake Wabby.

De meeste mensen van onze groep gingen zwemmen. Ik koos, met enkele anderen zoals later bleek, om naar het uitkijkpunt te lopen hoog boven Lake Wabby. Een tocht van ongeveer 40 minuten zigzag omhoog door het oerbos, maar het uitzicht maakte veel goed.
Lake Wabby ziet er van bovenaf uit als een halve maan. Recht aan de kant van de sandblow en rond aan de kant van het oerbos. Je kon goed zien dat de sandblow op den duur het hele meertje zal gaan opslokken.

Rieky schreef in haar reisdagboek:
Ik heb heerlijk gezwommen.


Terug wandelen, en dan een tropical lunch

We wandelden terug door het zand, langs het meertje. Hier ervoer je pas hoe stijl het zand afliep naar het water. We liepen in ongeveer een half uur terug naar het strand. door het zeer afwisselende boslandschap
Vervolgens reden we vandaar naar Happy Valley. Daar ligt het Fraser Island Wilderness Retreat. Demion melde per mobilofoon dat we onderweg waren en dat ze onze Tropical lunch klaar konden gaan zetten.

Deze keer hoefden we zelf helemaal niets aan de lunch voor te bereiden. Onder grote parasols stonden de tafels klaar. Binnen konden we aan een groot warm- en koud buffet pakken waar we zin in hadden. We konden niet anders zeggen dan dat ook dit onderdeel weer prima verzorgd was.

Binnen hingen er prachtige historische foto's langs de wanden van o.a. het Maheno Shipwreck, vlak na de stranding. Op een van de foto's was een bruiloft te zien die aan boord van het gestrande schip was gevierd niet lang na de stranding. Op andere was de houtwinning in beeld gebracht en nog ander historische feiten.


Een pootafdruk slechts

Na de lunch reden we naar het hart van Fraser Island. Daar ligt een prachtig stuk onaangetast regenwoud, waar we hebben gewandeld. Het zonlicht wordt in het regenwoud door een dak van bladeren gefilterd zodat er maar 10% de grond bereikt. Toch was de lage begroeiing fris en vitaal. Zoals ons beloofd was, zagen we hier een prachtig voorbeeld van een strangler tree op eigen benen. De gastboom heeft het uiteindelijk moeten opgeven door een tekort aan lucht en licht.

Tot dan toe hadden we de beroemdste bewoners van Fraser Island nog niet gezien. De dingo's! We zagen in het regenwoud alleen een verse pootafdruk van een van hen.


Moerassige oevers met veel riet

We reden nu in de richting van Lake Garawongera. Een prachtig kristalhelder zoetwatermeer, met moerassige oevers met veel riet. De plantengroei is hier uitbundig en langs de kant vonden we een hele kolonie Zonnedouw. Het had er de schijn van dat er hier nog meer vogels waren dan elders op het eiland. Ondanks de middagzon was het bij het meertje niet echt warm door een frisse bries.

We maakten ons op voor een rit naar Moon Point, waar om vier uur zouden afvaren naar Hervey Bay. Onderweg kreeg Demion van een ander gids per mobilofoon te horen dat hij zojuist dingo's had gezien op de weg die wij ook zouden nemen. Zou het dan toch nog lukken. We keken met z'n allen om ons heen, maar de dingo's lieten zich helaas niet zien.

Wat we onderweg wel zagen waren de gevolgen van een "gecontroleerde" brand, die uit de hand was gelopen. Vele hectaren waren verbrand, toch konden we al goed zien hoe nieuwe planten opkwamen tussen de verschroeide resten van het bos. Deze branden worden in heel Australië met opzet aangestoken om de begroeiing te verjongen. Als men dat niet zou doen, dan zouden onweer of de combinatie van hitte en droogte wel zorgen voor spontane ontbranding. Ja, soms hebben de Australiërs zelfs iets van de Aboriginals afgekeken of geleerd.


Terug naar het Mainland

Toen we het strand opreden was onze ferry nog niet gearriveerd. Op het strand maakte Kevin, de man van de boekingsservice uit Hervey Bay, groepfoto's voor iedereen. Hij was behangen met alle camera's van de leden van onze groep en kreeg voor elke camera ander instructies.
Eindelijk kwam de ferry in zicht. Demion reikte aan iedereen een formulier uit waarop je, als je wilde anoniem, je beleving van deze trip kwijt kon. Evenals een oordeel over de kwaliteiten van de gids, de bus en het programma.
Met een geldbedrag, door de groep bijeen gebracht, toonden wij onze waardering voor Demion.

De ferry bracht ons terug van een onvergetelijke Fraser Island experience naar Hervey Bay. De zon ging onder over het continent even voor we de haven invoeren. In de snel vallende schemering gingen we aan wal. Janey en Ian stonden ons al op ons te wachten. Zij namen ons mee naar huis in Ian's 4 wheel drive nadat we afscheid hadden genomen van Demion en de groep. Onderweg naar Toogoom zagen we dat de steeds donkerwordende lucht, gevuld was met een enorme hoeveelheid vliegende honden (dit zijn een soort vleermuizen met een hondenkop).

Thuis gekomen in Toogoom zorgde Janey voor een heerlijke vismaaltijd. Janey en Ian waren beiden lichtelijk aangeslagen vanwege het feit dat een kandidaat van een rechtse partij leugens en pertinente onwaarheden had verkondigd over The Greens. Deze man had in een kranteninterview beweerd dat in het programma van The Greens zou staan dat zij van plan waren om drugs uit te delen aan jongeren. Ian ervoer deze uitlatingen als een persoonlijke belediging en als een aantasting van zijn integriteit.

Nadat zij hun hart hadden gelucht, een paar goede glazen wijn (Ian is an expert on that), de lekkere maaltijd en onze verhalen over Fraser Island, was dit incident snel naar de achtergrond verdrongen. Erg moe, Janey en Ian van het campagne voeren en wij van onze driedaagse tocht, gingen we vroeg naar bed. Rieky sliep al als een roos toen ik uit de badkamer kwam. We sliepen die nacht allebei heerlijk en voldaan.

Met dank aan Johan Hermsen en Coen Barthels voor het kritisch lezen van de teksten, het aandragen van tekstsuggesties en het aanbrengen van tekstcorrecties

Ad van Tiel, Landsmeer, december 2004

Niets uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder
voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.

Rieky & Ad van Tiel © 2004