|

Janey bij haar vader op de arm
Janey is in 1959 in Australië
geboren
Zij is met Ian Richards getrouwd
in 1997. Janey is de jongste dochter
van Rieky's broer die in 1955
samen met zijn vrouw en twee
kinderen (een geboren in Indonesië
en een in Nederland) naar Australi‘
zijn geëmigreerd

Al de spannende
reisverhalen over
Mirjam's en Coen's Into Africa by Jeep tour
kunt u vinden op www.art3400ad.nl

Het boekje over Fraser Island

Kijk op www.qasholidays.nl
of bel 020-683 80 81
voor meer info over
Pacific Gateways, QAS holidays
in Amsterdam

Rieky leest terwijl wij
moeten wachen op Sigapore Airport

Janey aan de koffie
onderweg naar Toogoom

Het stille strand
met de wetlands in Toogoom

Met Janey en Ian aan het ontbijt

Een campagne telefoontje

Fraser Island komt steeds dichter bij

Uitbundig groen

Lake Allom

Wandelen rond Lake Allom

Het strand wordt gebuikt
door 4 wheel drives als highway

Laag water in Eli Creek

Wat over is van
het
Maheno
Shipwreck

The
Coloured Sands zijn heilge
plaatsen voor de Aboriginals

Indian Head,
de verkeerde naam

Uitzicht op een grote
sanblow vanaf Idian Head

Onze
groep bij de bus van
The Fraser Island Copany
www.fraserislandco.com.au

Hervey
Bay Tourist & Visitors
Information Centre:
Voor boekingen, Gratis HotLine:
00 617-1800 649 926

De grote sandblow bij Lake Wabby...

... bedreigt het meertje

Het regenwoud

Lake Garawonga

Onze gids Demion

Terug
naar het Mainland
|
From
the land of the Kangaroo, deel 1
Oorzaak en Gevolg
Het is allemaal begonnen met de plannen die Janey en Ian Richards
hadden om een reis door Europa te gaan maken. Via de e-mail
hadden we daaraan voorafgaand al lange tijd een goed contact
met hen opgebouwd.
Het was dus vanzelfsprekend dat we hen hielpen met informatie
en adviezen zoveel als dat in ons vermogen lag. We verzamelden
informatie over de landen die ze wilden bezoeken, aangevuld
met de bekende ANWB routekaarten en verzonden alles per post
naar Australië.
We adviseerden hen hoe zij het beste hun trip door Europa
konden plannen en de toeristendrukte zoveel mogelijk konden
ontlopen. Omdat ze ook naar ons wilden komen leek het ons
verstandiger in verband met het weer hier en de warmte in
het zuiden van Europa, om
hun trip niet in Amsterdam maar in Rome te laten beginnen.
In de zomer van 2003 was het eindelijk zover dat wij Janey
en Ian, aan het einde van hun tour door Europa, konden ontvangen
in ons huis in Landsmeer en in een uitzonderlijk zonnig en
warm Nederland.
Even daarvoor hadden we voor een jaar afscheid genomen van
onze dochter Mirjam en haar vriend Coen, die hun Jeep hadden
verscheept naar Kaapstad, en daar zelf naar toe vlogen om
onder het motto: "Into Africa by Jeep" dwars door
Afrika, in een jaar tijd, terug te rijden naar Amsterdam.
Net terug van onze vakantie in Italië lieten wij Janey
en Ian wat highlights van de stad Amsterdam en de omgeving
zien. We brachten onze tijd heel intens samen door met bijpraten,
oude foto's bekijken, een goed glas wijn drinken en samen
lekker eten. Het klikte meteen. De familieband werd naar de
achtergrond gedrongen en zelfs het leeftijdsverschil stond
een innige, diepe vriendschap niet in de weg.
We werden dan ook uitgenodigd om in Toogoom (gelegen in het
subtropische klimaat van Queensland, Australië) te komen
logeren. De onderste helft van hun huis stond helemaal tot
onze beschikking als we zouden komen.
Het prachtige boekje over Fraser Island dat we van hen kregen,
en de wens van Rieky om nog een keer haar zieke broer in Australië
te zien, deed langzamerhand bij ons het plan rijpen om het
"land of the Kangaroo" te gaan bezoeken.
Het was nu of nooit vonden we.
|

|

Het pakket met 2,5 kilo toeristische
informatie dat ons werd toegestuurd door
onze vrienden uit Toogoom |
Tweeënhalve
kilo
Rieky wist al langer dat ze terug wilde naar Australië
(zij was er al geweest in 1983), terwijl ik nog twijfelde.
Het fotoboek over Fraser Island met zijn fascinerende landschappen
trok mij langzaam over de streep. We begonnen voorzichtig
wat plannetjes te maken en stuurden die per e-mail naar onze
vrienden in Toogoom.
Per kerende post ontvingen we een informatiepakket van tweeënhalve
kilo bestaande uit routekaarten, folders over campingsafari's,
jungletochten, bijzondere eilanden, het regenwoud en nog veel
meer. Al snel volgde een T-shirt met de tekst: "Where
the hell is Toogoom?" om mijn enthousiasme verder
aan te moedigen.
Op naar à la carte -de kaarten en reisboekenwinkel-
in de Amsterdamse Utrechtsestraat om te kijken wat die nog
meer aan informatie over Australië te bieden had. We
schaften daar uiteindelijk de prachtige en informatieve reisgids
van National Geographic aan. Verder vonden we een rijk geïllustreerd
boek met de meer dan 700 Nationale Parken. Al deze informatie
wakkerde ons enthousiasme verder aan om onze plannen door
te zetten.
Een
persoonlijke Travel Agent in Toogoom
Per e-mail vlogen diverse plannetjes tussen Toogoom en Landsmeer
op en neer. Onze mails werden downunder van commentaar
en suggesties voorzien.
Ons plan om naar Darwin te vliegen, en vandaar per 4 wheel
drive camper via Alice Springs naar de oostkust te rijden
werd al snel als onrealistisch terzijde geschoven. Je realiseert
je niet meteen hoe gigantisch groot Australië is. En
bovendien hadden we ons verkeken op de mogelijkheden om rechtstreeks
naar Darwin te vliegen. Toch werden onze plannen in snel tempo
concreter.
Het werd in deze tijd van plannetjes maken pas echt duidelijk
dat Ian de meest ideale Travel Agent was die we ons
konden wensen. Hij kent Australië namelijk als zijn achtertuin.
Hij is echt overal in Australië geweest. Hij kan je precies
vertellen wanneer het op een bepaalde plek te heet is of te
nat. Wat de condities zijn van de wegen, of je op bepaalde
wegen wel met een gewone auto kunt rijden, of dat je beslist
een 4 wheel drive nodig hebt.
En niet alleen praktische dingen. Hij kan je ook precies vertellen
voor welke bijzonderheden in het landschap je beslist moet
omrijden, en welke dingen je met een gerust hart kunt overslaan.
Het was dus heel handig voor ons, deze "Personal Travel
Agent" in Toogoom.
Onze
Amsterdamse reisadviseur
Nu onze plannen vorm begonnen te krijgen, werden er in overleg
met Janey en Ian data geprikt voor onze trip. Twee maanden
zouden we uittrekken voor onze reis. En zij wilden dat we
de eerste weken van onze vakantie bij hen zouden doorbrengen.
Naast onze plannen om naar Fraser Island te gaan, dat praktisch
bij hen voor de deur ligt, zouden zij het leuk vinden om ons
verschillende nationale parken en bijzonderheden in hun directe
omgeving te laten zien. Dus ook daarmee werd in ons reisschema
rekening gehouden.
Nu
werd het dus tijd om de vliegreizen vast te leggen. We kregen
van diverse kanten adviezen waar je de goedkoopste vluchten
kon boeken. Uiteindelijk bleek dat ook hier goedkoop wel eens
duurkoop kan zijn.
Uiteindelijk kwamen we terecht bij Robin Elmendorp van Pacific
Gateways, QAS holidays in Amsterdam. Hij rekende voor
ons uit dat we het beste met Quantas Airlines konden vliegen
en, samen met de benodigde binnenlandse vluchten, toch voordelig
uit waren.
Het vluchtschema lag nu voor ons. Maar we wilden graag meteen
ook onze huurauto, de Sahara Camping Safari in het Red Centre,
The Jugle Bus Safari naar Daintree National Park en enkele
hotelaccommodatie's voor Alice Springs, Cairns en Sydney regelen.
Binnen twee dagen hadden we de begroting van alle kosten in
huis. We hakten de knoop meteen door en gaven Robin ons fiat.
Dat was dus geregeld. We konden nu onze vrienden in Toogoom
melden dat we geboekt hadden en dat alles vast lag.
Robin zorgde netjes op tijd voor alle papieren die we nodig
hadden, waaronder tickets, visa en boekingspapieren voor hotels,
Herz-Rent-a-Car, etc. Alleen Fraser Island wilden we zelf
nog regelen. Verder werd alle rompslomp ons door Robin en
zijn organisatie uit handen genomen
Nog
even Fraser Island regelen
Onze Fraser Island trip zouden we zelf regelen. We hadden
eigenlijk helemaal geen zin in een georganiseerde tour, maar
uit Toogoom kwam het advies om dat toch te doen. We hadden
voldoende informatie uit het pakket folders dat we indertijd
uit Toogoom hadden ontvangen, om te zien wat er voor mogelijkheden
waren. De tour van het Kingfisher Resort op Fraser Island
was ons iets te luxueus. Het gaf ons het gevoel niet te passen
bij de ongerepte natuur van het eiland.
Het was ons idee dat we op Fraser Island juist heel dicht
bij de natuur wilden komen. We gaven aan onze vrienden te
kennen dat we graag op het eiland zouden willen kamperen als
dat kon. We kregen verschillende voorstellen waaronder dat
van The Fraser Island Company. Deze organisatie had
een driedaagse Adventure Camping Safari te bieden.
Dat was precies wat we zochten.
Intussen hadden Janey en Ian uitgevonden dat Deborah, een
vriendin van hen die in Hervey Bay voor The Fraser Island
Company werkt, alles met liefde voor ons wilde regelen.
In de laatste helft van juli was alles op papier geregeld
en begon voor ons het grote wachten, want we zouden pas in
september vertrekken.
Eindelijk
onderweg
Op het laatste moment moest er nog van alles gebeuren. Bijvoorbeeld
een nieuwe koffer met wieltjes aanschaffen, Leki stokken en
wat luchtige kleding.
Rieky schreef in haar reisdagboek op dinsdag 7 september:
Kleding
klaar gelegd. Koffer Ad provisorisch ingepakt. Het gewicht
is 19 kilo. Er moet nog wat in, zoals stokken (LekiÕs), etc.
Mijn koffer staat op 17,5 kilo, maar er kan nog wat bij. Janey
en Ian belde om ongeveer 1 uur 's middags. Ze vroegen of alles
lukte en zeiden dat ze er naar uitkeken om ons te zien.
Op 9 september stonden we uiteindelijk om 13.30 uur klaar
om naar Schiphol te vertrekken. Mirjam en Coen, sinds eind
juli terug van hun tocht dwars door Afrika, zouden ons naar
de luchthaven brengen. Na te hebben ingecheckt en we de bagage
(totaal 41,5 kilo) hadden afgegeven, hebben we samen nog gezellig
een kop koffie gedronken. Coen wilde er perse gebak bij en
daar moest hij de laatste paar centen voor uit zijn zak opdiepen.
Ook hadden Mirjam en Coen alvast een cadeau bij zich voor
Rieky's verjaardag die zij dit jaar downunder zou vieren.
Bij de douane op Schiphol hadden we geen problemen. Alleen
Rieky was de pineut bij de veiligheidscontrole en werd uitgebreid
gefouilleerd. De KLM cityhopper zou om 17.00 uur vertrekken
naar Frankfurt, waar we moesten overstappen op een vlucht
van Quantas via Singapore naar Sydney.
Midden in de nacht moesten we op Frankfurt Airport meer dan
drie uur wachten. Dus gingen we op zoek naar een beetje gezellig
terrasje waar we wat konden eten, en waar we een goed Duits
pilsje konden pakken. Dat werden er zelfs twee om het begin
van de vakantie te vieren.
En dan begint, voor je kunt instappen, de "terroristencontrole".
Alsof we allemaal echte terroristen waren, werd iedereen uitgebreid
gefouilleerd. Bij Rieky begonnen alle bellen te rinkelen en
zij werd voor de tweede keer helemaal gefouilleerd. Ik moest
zelfs mijn schoenen uit doen nadat we al door de controle
waren. De veiligheidsbeambte bracht ze naar de controletunnel
om te kijken of ik iets in mijn schoenen had verstopt. Daarna
werden mijn voeten afgetast met een of ander apparaat. Wij
hadden namelijk onze wandelschoenen aangedaan omdat we die
zware dingen niet in de koffer wilden hebben. Die was al zwaar
genoeg.
Of die controles wel waterdicht waren, daar kom ik later nog
op terug.
Vooruit maar. Eindelijk zaten we dan om vijf voor twaalf,
in de nacht, klaar voor take-off. De vlucht onderweg
naar Singapore verliep zonder vertraging. We sliepen wat.
Ik een beetje beter dan Rieky. Van tijd tot tijd volgden we
op de flight pad waar we zo ongeveer waren.
In Singapore moesten we wederom meer dan drie uur wachten
voor we konden overstappen op de vlucht van Quantas naar Brisbane.
Hoe modern de luchthaven van Singapore ook is, ongezellig
was het er wel. Een beetje grimmig zelfs als je militairen
zag rondlopen met een stengun in de aanslag. Ook hier was
de "terroristencontrole" weer raak. Bij Rieky gingen
nogmaals alle bellen af. We moesten nu allebei onze schoenen
uittrekken.
Laatste
etappe
Ian en Janey zouden intussen wel onderweg zijn naar hun vrienden
in Brisbane. Ian zou daar zijn verjaardag vieren en ons de
volgende dag ophalen van de luchthaven.
Precies om 21.55 uur stonden we klaar voor de start en kozen
zonder vertraging het luchtruim. Hier in de tropen is de overgang
tussen dag en nacht vrij abrupt. We vlogen dus de donkere
nacht in en zagen de verlichte randen van Singapore, met zijn
bedrijvige haven vol boten en bootjes, onder ons doorglijden.
Dit was onze tweede korte nacht die we in een vliegtuig doorbrachten.
Een paar hazenslaapjes hielpen ons er doorheen. Tussendoor
volgden we de vlucht op de voet via de flight pad.
We vlogen boven een nog steeds donker Australië. Even
voor we zouden gaan landen begon de zon op te komen in het
oosten. We kregen een eerste indruk van Australië en
verwonderden ons over de vele grote en kleine wateroppervlakken.
Het leek Waterland wel, zeiden we tegen elkaar. In de volle
zon doemde Brisbane op. We vlogen, voor het echt tot ons doordrong,
boven de Pacific. We maakten een grote bocht over zee naar
de luchthaven.
Bij de douane hadden we geen problemen met onze medicijnen
en voedingssupplementen. Op onze landingskaart hadden we netjes
aangegeven wat we bij ons hadden. Toen de douanebeambte ons
vroeg of we iets aan te geven hadden, wilden we onze medicijnenpaspoorten
laten zien, maar dat vond hij niet nodig. Wij konden meteen
doorlopen.
Er
werd naar ons uitgekeken
In de vroege zaterdagochtend van 11 september waren we dan
eindelijk in het land van de Kangaroo. Janey en Ian
stonden ons, nog wat slaperig en een beetje moe, op te wachten.
Bovendien was Ian erg verkouden.
Binnen enkele seconden hadden onze ogen elkaar gevonden. Na
een uitbundige begroeting liepen we met onze bagage meteen
door naar de 4 wheel drive van Ian. En we draaiden
meteen de Bruce Highway op, richting Toogoom
Rieky schreef in haar reisdagboek:
De
rit duurde in totaal drie uur. Onderweg hebben we koffie gedronken.
Het was geweldig en fijn, en een goed gevoel, hen weer te
zien. 's Middags rond half een geluncht en daarna langs het
strand gewandeld. Ad nam zijn Leki stokken mee. Janey had
heel wat te vertellen. Ze was heel blij en gelukkig dat wij
bij haar waren. Voor haar, voor het eerst bij haar thuis in
Toogoom echte familie uit Nederland op bezoek.
Gedurende de rit deden we onze eerste indrukken op van Queensland.
Het grootste deel reden we over de Bruce Highway [no 1]. Veel
bossen, en uitgestrekte velden waar suikerriet wordt verbouwd.
De huizen, er zijn hele stukken waar je geen huis tegenkomt,
zijn bijna allemaal laag. Ze zijn los van de grond af gebouwd
zodat de wind er onderdoor kan voor koeling. Veel huizen zijn
van hout en hebben een golfplaten dak. Soms hadden we het
gevoel dat het om tijdelijke bebouwing ging, maar dat was
dus niet het geval.
Na
een lange rit kwamen we aan in Toogoom. Het is een villadorp
aan zee met alleen maar laagbouw. Er staan enkele prachtige
oude huizen die gebouwd zijn in een koloniale stijl. Ook zie
je hier en daar een enkel huis dat onder architectuur is gebouwd
en dat een moderne uitstraling heeft. Het huis van Janey en
Ian heeft karakter omdat het wat ouder is dan de meeste andere
huizen. Het ligt prachtig en is zo anders dan we hadden verwacht.
Een
huis op 150 passen van de oceaan
Hun huis is heel comfortabel en gezellig ingericht, terwijl
mij altijd werd verteld dat er in Australië aan het interieur
van de huizen weinig aandacht wordt besteed. Australiërs
wonen immers buiten. In elke kamer bij Janey en Ian is een
grote plafondventilator te vinden. Alle ramen en deuren, voorzien
van muskietengaas, staan tegenover elkaar open. Je kunt aan
alles zien dat in dit subtropische klimaat de zomers heel
warm kunnen zijn.
Op de eerste verdieping, waar Janey en Ian wonen, is een groot
uitgebouwd houten balkon, het deck noemen ze dat. Dit
deck steekt gedeeltelijk uit boven de tuin. De tuin
zelf, zo ongeveer 50 meter diep, heeft met zijn palmbomen
een subtropische uitstraling.
Vanuit
de tuin loop je een bos in. Ongeveer 100 meter verder aan
het eind van het bos is een heel klein duintje. Daarvandaan
kijk je uit over de Pacific, of liever gezegd de baai die
tussen de kuststrook en de noordkant van Fraser Island ligt.
Bij helder weer kun je vanaf hier Fraser Island goed zien
liggen. Bij hoog tij kan het zeewater tot een paar meter van
het duintje komen, maar bij laag water trekt de oceaan zich
anderhalf à twee kilometer terug zodat er een soort
waddengebied ontstaat. Het strand is begrensd door twee kreken
en ongeveer 6 km lang. Het is bij uitstek een stil strand.
Soms een paar vissers, een paar kinderen alleen of met hun
moeder, of een paar mensen met hun hond. Dat is zo'n beetje
alles wat er je tegenkomt.
Dit strand heb ik gedurende ons verblijf in Toogoom heel wat
keer op en neer gelopen. Genietend van de rust, de schone
lucht en van een schoonheid die van dit wetland uitgaat.
Meestal kon ik pas na 3 uur weg omdat het rond het middaguur
behoorlijk warm kan zijn. Ook Sabie (de hond), Janey, Ian
en Rieky waagden zich later in de middag een enkele keer op
het strand voor een korte wandeling.
Om
5 uur was het óók bij Janey en Ian borreltijd.
De eerste avond werd een heerlijke koude Australische witte
wijn geschonken. Er was nu tijd om even bij te praten. Janey
en Ian waren vooral verwonderd dat wij nog zoveel energie
hadden na die slopende vliegreis. De dag voor wij in Australië
aankwamen waren Janey en Ian al naar Brisbane gereden. Zij
hadden daar 's avonds, met Jenny (een oude schoolvriendin
van Janey), Leigh en kleine Janey, Ian's verjaardag gevierd.
's Morgens moesten ze weer erg vroeg op om ons om halfzeven
in de ochtend op te kunnen pikken van de luchthaven.
Ze waren al weken bezig met het organiseren van de campagne
voor The Greens voor de landelijke verkiezing. Want Ian was
kandidaat in het district Wide Bay voor een zetel in het landelijke
parlement. Janey had de organisatie op zich genomen. Die twee
waren dus heerlijk moe.
Ja, verkiezingen in Angelsaksische landen komen altijd onverwacht
en waren niet voorzien toen wij met hen afspraken om naar
Australië te komen.
Het was dus logisch dat we alle vier na het avondeten waren
uitgevloerd. Even na negenen gingen we naar bed, na afgesproken
te hebben dat we om 9 uur aan het ontbijt zouden zitten.
Rustdagen
in Toogoom
Een van de eerste dagen werden we om 4 uur in de ochtend gewekt
door de Kookaburra's (een koddige vogel die een lachend geluid
maakt). 's Morgens kon je, vooral als er geen wind was, de
zee heel goed horen. Heerlijk om alleen maar geluiden te horen
die de natuur voortbrengt, en geen andere. De zon scheen uitbundig
aan een strakke blauwe hemel. Af en toe zag je een verdwaald
wolkje. De temperatuur was aangenaam, zolang je je tenminste
niet op het middaguur in de zon waagde. Meestal staat er wel
behoorlijk wat wind. En dat maakte het nog aangenamer.
's Morgens werd er uitgebreid ontbeten op het deck.
Altijd cereals voor de echte Australiërs. Cereals
zijn bij ons beter bekent als cornflakes e.d. We zouden snel
merken dat bijna alle Australiërs cereals eten
als ontbijt.
Maar voor ons was er natuurlijk elke morgen ham, Hollandse
kaas en zelfs Hollandse leverworst. En verder verse sla, komkommer,
bruin brood of broodjes, alles om van die lekkere gestapelde
broodjes te creëren. En natuurlijk was er heerlijke verse
koffie, er was thee als je daar zin in had en flessen met
koelkastkoud water. Want veel water drinken is hier een must.
Op een van die ochtenden bij het ontbijt vroeg Janey of we
de avond daarvoor ook wakker waren geworden van de Possums
op het dak, en het geblaf van Sabie.
Maandag zijn we met Janey naar Hervey Bay geweest om geld
te tanken, naar de supermarkt te gaan voor wat inkopen, en
om kennis te maken met Deborah die onze tickets voor de trip
naar Fraser Island had geregeld. Hervey Bay heeft een lange
boulevard langs de zee. Dat is het meest interessante deel
van de stad. De rest van Hervey Bay is voor onze begrippen
een stad met weinig structuur, onsamenhangend, een paar hoge
gebouwen rond de haven, verder veel laagbouw en ruim van opzet.
Nee, aan ruimte hebben ze hier nog steeds geen gebrek.
Rieky schreef die maandag in haar reisdagboek:
Om
11 uur gingen we boodschappen doen met Janey, naar de bank.
Ook nog extra zonnecrème en muggenolie gehaald (ik
heb zó bulten). Na de lunch is Ad gaan wandelen en
ik heb de rugzakken klaar gemaakt voor morgen. We zijn vroeg
naar bed gegaan want we zouden vroeg vertrekken naar Hervey
Bay voor onze tocht naar Fraser Island.
Drie
dagen naar Fraser Island
Op 14 september stonden we om half zeven op en hadden we een
vroeg ontbijt. Ian moest die dag een aantal dingen regelen
op de universiteit waar hij docent is. Janey zou ons naar
de haven van Hervey Bay brengen waar de ferry vertrok die
ons naar Fraser Island zou brengen. De ferry is een kruising
tussen een landingsvaartuig en een pont. We maakten in de
haven kennis met Demion die onze gids en chauffeur zou zijn
voor de komende drie dagen. Ook de 4 wheel drive bus,
waarmee we het eiland zouden gaan verkennen ging met ons mee
aan boord. De overtocht zelf duurde maar een half uur. Vanaf
het bovendek van de ferry zagen we Fraser Island steeds dichterbij
komen, en Hervey Bay verdween langzaam in de ochtend nevel.
Het
Fraser Island verhaal in het kort
Fraser Island behoort tot the Great Sandy National Park en
staat op de werelderfgoedlijst. Het eiland is 124 km lang
en op zijn breedst 27 km. Het hoogste punt is 244 meter boven
zeeniveau.
De oorspronkelijk bewoners waren Aboriginals van de Butchalla
tripe. Zij leefden al meer dan 5000 jaar op het eiland. Vooral
doordat het eiland rijk was aan voedsel en water was het aantal
Aboriginals dat er leefden relatief hoog. In 1830 waren er
nog ongeveer 2000 Aboriginals.
Nadat er goud was gevonden in Gympie werd het eiland vanaf
1860 gebruikt als quarantaine- en emigratiestation voor schepen
met materiaal en mensen voor de vlakbij gelegen goudmijnen.
Alcohol, pokken, venerische ziekten, griep en andere kwalen
die de nieuwe emigranten meebrachten naar het eiland hebben
een groot deel van de Aboriginalgemeenschap aangetast en uitgedund.
De overgebleven Aboriginals werden daarna bewust door de nieuwkomers
uitgemoord. Onze gids op Fraser Island zei daarover letterlijk:
"Ze werden gewoonweg afgeschoten als wild." De laatste
150 Aboriginals, die dit allemaal hadden overleefd, zijn in
1904 gedeporteerd naar reservaten op het continent.
Fraser Island werd later "ontdekt" door Captain
James Cook. Het eiland is daarna genoemd naar Captain James
Fraser. Captain James Fraser overleed op het eiland na een
schipbreuk in 1836 van zijn schip de Stirling Castle. Zijn
vrouw Eliza werd door de Aboriginals van Butchalla tribe gevangen
gehouden, zo gaat het verhaal.
Sinds 1860 werd er op het eiland nog veel hout commercieel
gekapt. Ergens in de eerste helft van de twintigste eeuw is
alle houtwinning stop gezet en is het eiland teruggegeven
aan de natuur.
Aan land
De ferry voer het strand op bij Moon Point en liet de laadklep
neer. Nadat wij van boord waren gegaan reed Demion de bus
handig van boord het brede strand op. Onze groep bestond uit
13 personen uit 5 verschillende landen.
We stapten in de bus voor onze eerste dag op Fraser Island.
Het eiland kent alleen een baans-sandtracks waarvan
de meeste behoren tot de categorie: diepzand. Zelfs het besturen
van een gewone 4 wheel drive vraagt van de chauffeur een grote
kennis en veel vaardigheden. Het vroeg dan ook veel van onze
gids die op deze tracks moet rijden met een bus.
Het was echter geen enkel probleem voor Demion. Hij zette
een koptelefoon op waar een microfoon aan vast zat, stelde
zich uitgebreid aan ons voor, en begon met ons te vertellen
dat er voor in de bus is een grote tank met gekoeld water
stond. Iedereen kon daar zijn fles bijvullen, want zo drukte
hij ons op het hart: "Jullie moeten beslist veel water
drinken. Het kan behoorlijk warm zijn op het eiland."
Hij ging verder met te vertellen over het ontstaan van Fraser
Island, over de geschiedenis en haar eerste bewoners. Hij
wees ons op de uitgebreide bibliotheek die zich voor in de
bus bevond. Hierin konden we alles vinden over de geologische
vorming, maar ook over de geschiedenis van het eiland, over
de dieren die er leven en de planten die er groeien. Er was
o.a. ook een boek over slangen, en een ander over "enge"
spinnen die je allemaal kunt tegen komen op het eiland.
Intussen reed Demion de bus met groot gemak door het zand
van het strand af, door het duin, de track op die de
eerste kilometers door een prachtig moerasgebied liep.
Kennismaken
Toen we in een bos met laag struikgewas kwamen, zette Demion
de bus op een verbreed stuk van de weg. Hij vroeg ons uit
te stappen, èn om in een kring te gaan staan. Het was
de bedoeling dat we onszelf aan de andere mensen van de groep
voorstelden en iets over onszelf vertelden.
Demion maakte van de gelegenheid gebruik om ons op wat bijzonder
planten te wijzen. Ook vertelde hij dat de Aboriginals veel
van de planten en vruchten gebruikten als geneesmiddel, en
zich met sap van bladeren of boomschors van bepaalde bomen
insmeerde om zich te wapenen tegen muskieten.
Wandelen en lunchen bij Lake Allom
Na de kennismaking reden we verder in de richting van Lake
Allom. Het lage bos werd steeds dichter van structuur. We
passeerden een enkele zoetwater kreek met kristalhelder water
en een prachtige tropische flora langs de kant.
Het pad werd zo smal dat de takken aan weerskanten langs de
bus schuurden. Alle ramen stonden open en Demion vroeg ons
wat bladeren van een bepaalde boom te plukken en die uit te
delen. Daarna vroeg hij ons de bladeren in onze handen fijn
te wrijven. De geur van Eucalyptus, die vrij kwam, deed weldadig
aan. De Aboriginals gebruikten deze bladeren bij verkoudheid,
en voor mensen met ademhalingsproblemen.
Onderweg kwamen we twee mensen tegen die met hun 4 wheel
drive tot de assen in het zand waren weggezakt. Demion
stopte en vroeg hen of ze hulp nodig hadden. En of er al hulp
onderweg was. Dat laatste bleek het geval. Hij vroeg of ze
wel voldoende water bij zich hadden. Toen ook dat het geval
was, besloot hij weer door te rijden.
Het oerbos werd nu steeds forser, met eeuwenoude bomen en
veel lianen. De stamomvang van sommige bomen was gigantisch.
Demion wees ons op een strangler tree die in een vroeg
stadium van ontwikkeling was. Als een zaadje via de uitwerpselen
van een vogel in de top van een boom beland, ontkiemt het
en vormt wortels (lianen) die tot aan de grond rijken. Uiteindelijk
verstikken deze wortels de oorspronkelijke boom en neemt de
strangler tree de gastboom helemaal over. "Morgen",
zei hij, "zal ik jullie zo'n boom laten zien waaruit
de oorspronkelijke boom helemaal verdwenen is."
Intussen waren we aangekomen op het parkeerterrein bij Lake
Allom.
Rieky schreef daar in haar reisdagboek:
...
daar zwommen kleine schildpadjes in theekleurig water. We
picknickten op een open plek in het bos. Er waren o.a. kippenboutjes,
witte broodjes, verse sla, komkommer en tomaat. En kaas en
ham als beleg. Er was een tank met warm water voor koffie
en thee. Na de lunch hebben we een wandeling rond het meer
gemaakt.
De wandeling rond het meer was fascinerend omdat de begroeiing,
zowel in het water als op de oevers, voortdurend van karakter
wisselden. Na ongeveer driekwartier kwamen we terug bij de
bus en vertrokken we naar de spectaculaire Knifeblade Sandblow.
Zo'n sandblow lijkt op een stuk woestijn temidden van
het groen van het oerbos. "Hoe komt dat zand daar?",
vroegen wij ons af. Demion vertelde dat de wind het zand door
de lucht aanvoert vanuit zee, en door speciale omstandigheden
ter plaatse, vallen de zanddeeltjes steeds op dezelfde plaats
neer. Hij beloofde ons dat we de derde dag over zo'n sandblow
zouden gaan wandelen, om zo het fenomeen beter te kunnen bekijken.
Een 4 wheel-drive-highway, een wrak en een kreek
Vanaf de Knifeblade Sandblow reden we over het strand
van 75 miles beach in zuidelijke richting naar Eli
Creek, ... en dan geloof je je ogen even niet ... het strand
wordt hier, in dit nationale park nota bene, gebruikt als
een highway voor 4 wheel drives. Te gek voor
woorden.
Eli Creek is een kristalheldere, snelstromende zoetwater kreek
die uitmondt in zee. De kreek is ongeveer 6.5 kilometer lang
en voert heel veel zoet water naar zee. "Normaal",
vertelde Demion ons, "staat het water in de kreek één
à anderhalve meter hoger. Maar er is weinig regen gevallen
de laatste tijd".
De kreek maakt een grote bocht over het strand alvorens hij
zich in zee stort. Een van de sportvissers reed met zijn 4
wheel drive door de monding van de kreek om zijn auto
schoon te spoelen. Demion was furieus. "What a no,
no! Deze man rijdt de hele monding van de kreek aan gort
en zijn auto wordt er echt niet schoner van."
Een paar mensen van de groep deden een poging om te zwemmen
(maar daar stond het water te laag voor). Wij maakten met
anderen een wandeling stroomopwaarts. De kreek kent een grote
verscheidenheid aan bijzondere planten, bomen en dieren.
Nog verder naar het zuiden zagen we in de verte al het beroemde
Maheno Shipwreck. Het ligt op de scheidslijn tussen
zee en strand. Iedereen schoot natuurlijk, in het prachtige
licht van de namiddag, de nodige plaatjes en bekeek het wrak
wat beter van dichtbij. Er is weinig over van het trotse schip
dat in 1905 gebouwd werd in Schotland en dat hier op 9 juli
1935 is gestrand. Maar de combinatie van roest en schelpengroei
op de resten van dit schip leveren prachtige structuren op.
Zeer lux kamperen
Op de terugweg van Maheno Shipwreck naar het Catheral
Beach Resort, waar we gingen overnachten, zagen we voor het
eerst The Coloured Sands van het eiland. Door het tegenlicht
kwamen de kleuren niet echt tot hun recht, dus werden ze voor
de volgende morgen nogmaals op het programma gezet. Voldaan
en vermoeid gingen we naar ons nachtverblijf. We zouden beide
nachten op Fraser Island in het Cathedral Beach Resort slapen.
Rieky schreef daarover het volgende in haar reisdagboek:
In
het Cathedral Beach Resort zijn er kampeerplaatsen voor backpackers,
er staan houten vakantiehuisjes en er is een winkel waar je
alles, dus ook bier en wijn, kunt kopen. De Fraser Island
Company heeft er twee eigen kampementen. Wij overnachtten
in een grote open loods. Daar hebben ze tenten in "opgehangen".
Elke tent staat op een houten vlonder. In elke tent staan
twee bedden. Er zijn lakens, kussens en een slaapzak. In het
midden van de tent hangt een elektrische lamp (wat een luxe).
En voor elke tent staat een grote zaklantaarn. 30 meter verderop
is het toiletgebouw met wastafels, douches en toiletten. Tegenover
de tentenloods is een overdekte ruimte met een lange tafel
en alles wat nodig is om te koken en te barbecuen. Er staan
drie koelkasten, gevuld met van alles wat er nodig was voor
onze maaltijden.
Het was de bedoeling dat we gezamenlijk met Demion de maaltijd
verzorgden, de tafel dekten en afwasten. Dat lukte geweldig
met deze groep.
De meeste van ons hadden wijn of bier in de kampwinkel ingeslagen.
Dus werd er voor het eten tijd voor de borrel ingeruimd. De
avond viel snel en na een dag met hoge temperaturen werd het
een beetje frisjes. Geen ramp, een staande "terrasverwarming",
zoals we die kennen van de Amsterdamse terrasjes, zorgde voor
aanvullende warmte. De sfeer was goed. Na een stevig, doch
voedzaam maal, wandelden we gezamenlijk naar een hoge
duin aan de rand van het Resort om naar de sterren te kijken.
Daar was het aardedonker. Aan de hemel stonden miljarden sterren.
Door de vervuiling met veel licht in de bewoonde delen van
de wereld zie je de sterrenhemel bijna nooit meer zo mooi.
Ian zou later in Toogoom, toen we door zijn telescoop stonden
te kijken, die miljarden relativeren met de woorden: "Je
ziet nooit meer dan 5000 sterren in een oogopslag."
Parkeerproblemen op het strand
De volgende dag hadden we een Spartaans regime. Om halfzeven
naast je bed, zeven uur eten en afwassen, en om 8 uur in de
bus. Het lukte prima, op die ene uitzondering na die altijd
vijf minuten later aan komt kakken. Ook hier dus.
We gingen op weg naar Indian Head, maar we stopten eerst bij
The Coloured Sands. The Coloured Sands zijn
voor de Aboriginals heilige plaatsen. Dit fenomeen heeft het
uiterlijk van rotsen, maar in werkelijkheid is het geheel
opgebouwd uit stevig in elkaar geperst zand. De kleuren ontstaan
door mineralen en geoxideerde ertsen.
Even verder stonden, midden op het strand, in lange rijen
de blinkende 4 wheel drives van de sportvissers geparkeerd.
De vissers stonden zelf met hoge lieslaarzen in zee. Met in
een hand een forse hengel en in de andere hand altijd een
fles of blikje bier.
Echt de verkeerde naam
We reden verder naar het vredige en prachtige noordelijke
deel van Fraser Island, richting Indian Head. Toen Captain
James Cook met zijn schip langs deze kaap voer en Aboriginals
op de rots zag, dacht hij dat het Indianen waren. Vandaar
dus, Indean Head. Helemaal fout dus.
Hier stopten we. We liepen, vanaf het strand, langs de achterkant
de rots op. Indian Head is een van de weinige rotsen op dit
zandrijke eiland en is zestig meter hoog. Op hoogste punt
had je een prachtig uitzicht over het eiland. Landinwaarts,
precies achter Indian Head ligt een reusachtig grote sandblow.
Vanaf de hoge rots kon je diep in zee kijken. Vlak onder de
kust zwommen een paar gigantisch grote pijlstaartroggen (tenminste
daar leken ze op). Even verder op, tussen Indian Head en The
Champagne Pools, was een grote school dolfijnen aan het surfen
in de branding. Even later zag iemand, ver uit de kust, de
fontein van een walvis. Iedereen wilde dat wel zien, dus werd
er lang in de verte getuurd. En met succes, bijna iedereen
van de groep heeft de walvissen gezien.
Drijfzand en voor ons geen Champagne
We vetrokken naar de Champagne Pools om er te gaan zwemmen.
Het strand tussen Indian Haed en The Champagne Pools is (volgens
Demion) berucht omdat er quicksand (drijfzand) voorkomt.
Hij liet ons weten dat hij zonder te stoppen door zou rijden
naar The Champagne Pools. "Ik herken", zei hij,
"de gevaarlijke plekken wel, maar ik neem hier geen enkel
risico".
Later zouden we onderweg bij Orchid Beach een verzameling
foto's zien van auto's en vrachtwagens die tot aan het dak
weggezakt waren in het zand. En dat schijnt erg snel te gaan.
We wandelden om Waddy Point heen, tot we uitkeken op The Champagne
Pools. De rotsen hebben hier twee pools gevormd die de zee
met een krachtige golfbeweging steeds ververst. Het was een
prachtig gezicht, maar om in te zwemmen leek het ons niks.
Ik koos hoog op de rots een rustig plekje met uitzicht op
zee. Weldra zag ik weer een school dolfijnen die zich kennelijk
erg goed amuseerden in de branding en die van de hoge golven
naar beneden surfden. Wat een schouwspel.
Een extraatje, vissen, én vissen naar informatie
We zouden op Orchid Beach lunchen, maar we reden na een korte
stop verder. We gingen dwars over het eiland, van de oost-
naar westkust, door een prachtig maar zeer gevaarlijk moerasgebied,
naar Wathumba. Dit uitstapje was niet gepland. Het was dus
een extraatje dat we als toegift kregen.
Daar aangekomen kwamen uit de bus: een grote uitklapbare tafel
en voldoende visserskrukjes om te zitten. In de schaduw onder
de bomen, dicht bij het immense strand, werd een uitgebreide
lunch gebruikt. De sfeer was opperbest.
Een van onze medereizigers, Kevin, vroeg ons aan het eind
van de lunch of wij wisten dat de Fraser Island Company, waar
we mee op reis waren, zojuist van The Government of Queensland
een award had ontvangen voor de beste toeristische
performance. Hij reisde nu met ons gezelschap mee om zelf
eens te beleven hoe het er op zo'n tour aan toeging. Hij vertelde
dat hij in Hervey Bay een Tourist & Visitors Information Centre
runt, vandaar zijn belangstelling. Hij zei: "Als mensen
mij precies vertellen wat ze willen doen in Australië
dan kan ik zorgen dat ze dat ook krijgen."
Hij zou graag van ons enkele dingen willen weten in verband
met zijn werk, als we daar geen bezwaar tegen hadden. Waarom
kozen we speciaal deze trip uit?, hadden we naar alternatieven
gekeken?, wat hadden we hier voor gedaan?, en wat waren onze
verdere plannen?
Dit gaf een aardig inkijkje hoe mensen tot besluiten komen,
en wat ze verder nog voor plannen hadden.
Later kwam ik er achter dat Kevin bij het drugs enforcement
team van de nationale politie in Australië had gewerkt.
In die hoedanigheid had hij elk plekje van Australië
bezocht. Hij vertelde mij dat de woestijnen in het westelijke
deel van het continent prachtig waren en dat het mooiste,
en het moeilijkst toegankelijke, stuk van Australië de
noordwest hoek was tussen Wynham en Derby. Hij maakte mij
erg enthousiast met zijn verhalen.
Intussen had Demion allerlei visgerei en aas uit de bus getoverd.
Iedereen die dat wilde mocht een hengel uitwerpen of kon anders
een wandeling gaan maken over dit immense en imponerende strandlandschap
met mangroves.
Wij dwaalden wat rond en vonden enkele prachtige schelpen.
We konden ze echter niet meenemen want ondanks dat ze op het
droge lagen waren ze nog wel bewoond.
Voor het donker terug
Laat in de middag reden we langs dezelfde weg terug, via Orchid
Beach en dan over het strand naar Cathedral Beach. Het is
een behoorlijke afstand over moeilijk terrein. En Demion wilde
voor het donker terug zijn op de kampeerplaats. Hij vertelde
onderweg dat er hier op de kop van het eiland nog enkele paarden
in het wild leven die losgelaten zijn toen de houtwinning
op het eiland stopte.
Het lukte maar net om voor het donker op de kampeerplaats
aan te komen. Terwijl wij een pilsje dronken trof Demion voorbereidingen
voor een barbecuemaaltijd, zoals hij eerder had aangekondigd.
Na de maaltijd en de afwas maakten de meeste van ons aanstalten
om vroeg naar bed te gaan. We moesten weer om halfzeven op,
de tent schoon opgeleverd, om zeven uur ontbeten hebben en
afgewassen, en om 8 uur met al onze spullen in de bus. En
jawel, weer was het dezelfde persoon op wie we moesten wachten.
Over 75 Mile Beach naar Lake Wabby
We reden vanaf Cathedral Beach, over 75 Mile Beach,
naar Lake Wabby. Onderweg zagen we weer veel sportvissers,
maar nu vielen vooral hun tentenkampen op die ze hadden opgeslagen
tegen de hoge kant van het eiland. Ze mogen alleen, met speciale
toestemming van de Ranger, op aangewezen plaatsen langs
het strand kamperen. De tentenkampen hebben allemaal een eigengemaakte
vlag of een ander teken van herkenning. Het strand is hier
zo lang dat het anders onmogelijk is je eigen kamp, "dronken
van het vissen", terug te vinden.
In de buurt van Lake Wabby parkeerde Demion onze bus vlakbij
een duinpad. Hij zei dat we het pad maar moesten volgen, terwijl
hij de bus verder op zou gaan parkeren. Hij zou ons wel inhalen.
We liepen door een prachtig gebied met veel doorzichten, met
hoge en lage bomen en bijzondere planten. Ineens stonden we
tegenover een enorme zandvlakte die stijl naar boven liep.
Dit is de sandblow waar Demion het over had gehad op
de eerste dag van de trip. We zetten onze voeten in het zand
en klommen moeizaam naar boven. De vergelijking met een woestijn
ligt voor de hand, maar dit zand is licht geel en op sommige
plaatsen zelfs wit.
Op de top, ontrolde zich voor onze ogen een immens zandlandschap
omrand met oerbos en een prachtig saffiergroen gekleurd meer.
Wij liepen voorzichtig de steile zandvlakte af naar het Lake
Wabby.
De meeste mensen van onze groep gingen zwemmen. Ik koos, met
enkele anderen zoals later bleek, om naar het uitkijkpunt
te lopen hoog boven Lake Wabby. Een tocht van ongeveer 40
minuten zigzag omhoog door het oerbos, maar het uitzicht maakte
veel goed.
Lake Wabby ziet er van bovenaf uit als een halve maan. Recht
aan de kant van de sandblow en rond aan de kant van
het oerbos. Je kon goed zien dat de sandblow op den
duur het hele meertje zal gaan opslokken.
Rieky schreef in haar reisdagboek:
Ik
heb heerlijk gezwommen.
Terug wandelen, en dan een tropical lunch
We wandelden terug door het zand, langs het meertje. Hier
ervoer je pas hoe stijl het zand afliep naar het water. We
liepen in ongeveer een half uur terug naar het strand. door
het zeer afwisselende boslandschap
Vervolgens reden we vandaar naar Happy Valley. Daar ligt het
Fraser Island Wilderness Retreat. Demion melde per
mobilofoon dat we onderweg waren en dat ze onze Tropical
lunch klaar konden gaan zetten.
Deze keer hoefden we zelf helemaal niets aan de lunch voor
te bereiden. Onder grote parasols stonden de tafels klaar.
Binnen konden we aan een groot warm- en koud buffet pakken
waar we zin in hadden. We konden niet anders zeggen dan dat
ook dit onderdeel weer prima verzorgd was.
Binnen hingen er prachtige historische foto's langs de wanden
van o.a. het Maheno Shipwreck, vlak na de stranding.
Op een van de foto's was een bruiloft te zien die aan boord
van het gestrande schip was gevierd niet lang na de stranding.
Op andere was de houtwinning in beeld gebracht en nog ander
historische feiten.
Een pootafdruk slechts
Na de lunch reden we naar het hart van Fraser Island. Daar
ligt een prachtig stuk onaangetast regenwoud, waar we hebben
gewandeld. Het zonlicht wordt in het regenwoud door een dak
van bladeren gefilterd zodat er maar 10% de grond bereikt.
Toch was de lage begroeiing fris en vitaal. Zoals ons beloofd
was, zagen we hier een prachtig voorbeeld van een strangler
tree op eigen benen. De gastboom heeft het uiteindelijk
moeten opgeven door een tekort aan lucht en licht.
Tot dan toe hadden we de beroemdste bewoners van Fraser Island
nog niet gezien. De dingo's! We zagen in het regenwoud
alleen een verse pootafdruk van een van hen.
Moerassige oevers met veel riet
We reden nu in de richting van Lake Garawongera. Een prachtig
kristalhelder zoetwatermeer, met moerassige oevers met veel
riet. De plantengroei is hier uitbundig en langs de kant vonden
we een hele kolonie Zonnedouw. Het had er de schijn van dat
er hier nog meer vogels waren dan elders op het eiland. Ondanks
de middagzon was het bij het meertje niet echt warm door een
frisse bries.
We
maakten ons op voor een rit naar Moon Point, waar om vier
uur zouden afvaren naar Hervey Bay. Onderweg kreeg Demion
van een ander gids per mobilofoon te horen dat hij zojuist
dingo's had gezien op de weg die wij ook zouden nemen.
Zou het dan toch nog lukken. We keken met z'n allen om ons
heen, maar de dingo's lieten zich helaas niet zien.
Wat
we onderweg wel zagen waren de gevolgen van een "gecontroleerde"
brand, die uit de hand was gelopen. Vele hectaren waren verbrand,
toch konden we al goed zien hoe nieuwe planten opkwamen tussen
de verschroeide resten van het bos. Deze branden worden in
heel Australië met opzet aangestoken om de begroeiing
te verjongen. Als men dat niet zou doen, dan zouden onweer
of de combinatie van hitte en droogte wel zorgen voor spontane
ontbranding. Ja, soms hebben de Australiërs zelfs iets
van de Aboriginals afgekeken of geleerd.
Terug naar het Mainland
Toen we het strand opreden was onze ferry nog niet gearriveerd.
Op het strand maakte Kevin, de man van de boekingsservice
uit Hervey Bay, groepfoto's voor iedereen. Hij was behangen
met alle camera's van de leden van onze groep en kreeg voor
elke camera ander instructies.
Eindelijk kwam de ferry in zicht. Demion reikte aan iedereen
een formulier uit waarop je, als je wilde anoniem, je beleving
van deze trip kwijt kon. Evenals een oordeel over de kwaliteiten
van de gids, de bus en het programma.
Met een geldbedrag, door de groep bijeen gebracht, toonden
wij onze waardering voor Demion.
De ferry bracht ons terug van een onvergetelijke Fraser
Island experience naar Hervey Bay. De zon ging onder over
het continent even voor we de haven invoeren. In de snel vallende
schemering gingen we aan wal. Janey en Ian stonden ons al
op ons te wachten. Zij namen ons mee naar huis in Ian's 4
wheel drive nadat we afscheid hadden genomen van Demion
en de groep. Onderweg naar Toogoom zagen we dat de steeds
donkerwordende lucht, gevuld was met een enorme hoeveelheid
vliegende honden (dit zijn een soort vleermuizen met een hondenkop).
Thuis gekomen in Toogoom zorgde Janey voor een heerlijke vismaaltijd.
Janey en Ian waren beiden lichtelijk aangeslagen vanwege het
feit dat een kandidaat van een rechtse partij leugens en pertinente
onwaarheden had verkondigd over The Greens. Deze man had in
een kranteninterview beweerd dat in het programma van The
Greens zou staan dat zij van plan waren om drugs uit te delen
aan jongeren. Ian ervoer deze uitlatingen als een persoonlijke
belediging en als een aantasting van zijn integriteit.
Nadat zij hun hart hadden gelucht, een paar goede glazen wijn
(Ian is an expert on that), de lekkere maaltijd en
onze verhalen over Fraser Island, was dit incident snel naar
de achtergrond verdrongen. Erg moe, Janey en Ian van het campagne
voeren en wij van onze driedaagse tocht, gingen we vroeg naar
bed. Rieky sliep al als een roos toen ik uit de badkamer kwam.
We sliepen die nacht allebei heerlijk en voldaan.
Met
dank aan Johan Hermsen en Coen Barthels voor het kritisch
lezen van de teksten, het aandragen van tekstsuggesties en
het aanbrengen van tekstcorrecties
Ad
van Tiel, Landsmeer,
december 2004
Niets
uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder
voorafgaande
toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Rieky
& Ad van Tiel © 2004
|