Into Africa by Jeep by Mirjam van Tiel en  Coen Barthels no. 19


REISVERSLAG 19 (Libië, deel 2 en Tunesië.)
Geschreven door: Mirjam, 16 - 26 juli 2004

Afscheid van Anne Marie en Antonio
Coen en ik hebben besloten om op 10 juni de oversteek naar Europa te maken en eind juni thuis te zijn. Dit houdt in dat we niet veel tijd meer hebben en dat we het reistempo willen opvoeren. Anne Marie en Antonio hebben geen haast. Als ze hun visum kunnen verlengen willen ze nog wel even in Libië blijven. Coen en ik willen het laatste deel van onze reis door Afrika graag samen reizen.
Vandaag zullen we nog met zijn vieren verder reizen. Via Bingazi rijden we naar Braygah waar zich een Europees bedrijf bevindt. Anne Marie en Antonio zijn er zes jaar geleden al geweest en hebben er goede herinneringen aan. Onderweg merken we dat de politie roadblocks inderdaad iedereen doorlaten. Alleen bij de militaire roadblocks word je nog aangehouden. Coen en ik vinden het eng omdat we zoveel elektronica bij ons hebben en bang zijn dat het van ons wordt afgepakt. Het zal je maar gebeuren, ben je zo goed als heel Afrika door en raak je alles op het laatst toch nog kwijt.
Aan de poort van het bedrijf vragen Anne Marie en Antonio naar een bepaald persoon die ze zes jaar geleden hebben ontmoet, maar die is niet aanwezig. Een ander man komt naar de poort lopen en nadat we ons hebben voorgesteld worden we uitgenodigd om binnen te komen. Hij was net samen met zijn collega aan tafel gegaan, wij mogen aanschuiven. Wat een heerlijkheid. We krijgen een zeer smakelijke maaltijd opgediend en bevinden ons in goed gezelschap. De hele avond wordt er gepraat en we hebben het erg naar onze zin. Ze vertellen over hun ervaringen in Libië, hoe het er toe gaat en over de geheime politie en de veranderingen die de afgelopen tijd doorgevoerd zijn. We mogen kamperen op de parkeerplaats en kunnen gebruik maken van douche, wc en zwembad.
's Morgens gaan we met zijn vieren zwemmen. Dat is lang geleden. Coen en ik willen door de woestijn naar het zuidwesten rijden maar het wordt ons afgeraden omdat er daar allemaal olievelden zijn en we niet zullen worden doorgelaten bij de militairen roadblocks.
We besluiten langs de kust in één keer door te rijden naar Leptis Magna. We nemen afscheid van Anne Marie en Antonio en spreken af elkaar in Nederland weer te zullen ontmoeten.

Verlangend naar zwart Afrika
Alles is in Libië aangegeven in het Arabisch dus we rijden puur op de GPS. Echt ingewikkeld is het niet, we volgend de kustlijn. Het is een saaie weg en automobilisten rijden hard. Af en toe zien we grappige dingen zoals een kameel die in een pick-up wordt vervoerd.
Het is een lange rit de 650 kilometer van Braygah naar Khoms. Aan het begin van de avond komen we aan bij Leptis Magna. We kunnen kamperen op het parkeerterrein. We zijn de enige die er de nacht doorbrengen. Een zwarte man is verantwoordelijk voor het kampeergedeelte. Hij zit voor zijn hut en doet wat klusjes. Het laat ons terug verlangen naar zwart Afrika, waar het leven veel meer ontspannen is.
Een man in burger verwelkomt ons en vraagt van alles aan ons. Ik geef hem niets vermoedend antwoord. Hij blijkt van de politie te zijn. We proberen meestal zo vaag mogelijke antwoorden te geven om niet in de problemen te komen. Maar af en toe geven ze me de verkeerde indruk en babbel ik er vriendelijk op los. De lokale politie is telkens in de war als ze ons zien reizen zonder gids. Ze durven vaak niet recht op de man af te vragen hoe het zit. Waarschijnlijk denken ze dat we expats zijn die een dagtochtje maken. Maar het is toch vrij ongewoon en ze weten vaak niet wat ze met ons aanmoeten.

Leptis Magna
We slapen uit en kopen daarna een kaartje voor de site. Deze Romeinse site is de mooiste van alle sites in Libië en misschien wel van de wereld. Het is werkelijk adembenemend. Het is een hele stad die ook nog goed bewaard is gebleven. Leptis was een van de belangrijkste steden van het Romeinse rijk die graan en olie leverden en een sleutelpositie had in de Afrikaanse handelsroute. Een basiliek, een theater, een forum en baden. Een vierkante ruimte met latrines laat zien dat men gezamenlijk de toilet bezocht en de dingen van de dag besprak. Als we de baden bezoeken zie ik de afbeeldingen uit Asterix en Obelix voor me waar ze met hun handdoeken om in de sauna zitten en waar Obelix na afloop in het zwembad springt.
We bezoeken het museum waar naast Romeinse beelden, aardewerken potjes, amforen en olielampjes te zien zijn en glazen traanflesjes. Daarnaast heeft Gadaffi een prominente positie in het museum. Een vijftien meter hoge afbeelding is er van hem te zien en er zijn maquettes gemaakt van de tenten waarin hij is opgegroeid.
Als we terugkeren bij de auto hangt er politie rond. We worden er een beetje paranoïde van. Een jongen spreekt me aan en vraagt nonchalant of we nieuw zijn. Ik ben me weer van geen kwaad bewust en antwoord hem. Hij blijkt van de politie te zijn en probeert me uit te horen. De jongen hoort bij een stel Duitse overlanders die net zijn aangekomen. Ze mogen van hun gids nog even vluchtig de site bezoeken voordat ze weer verder moeten. Ze zijn verbaast ons hier te treffen zonder gids en vragen of ze ons later even kunnen spreken. Als ze terug komen van de site komen ze naar ons toe. De jongen van de geheime politie staat op een afstandje naar ons te kijken en roept de Duitsers toe dat ze moeten opschieten. Coen en ik zijn dit gedrag al lang gewend en roepen: sweje sweje, en maken het handgebaar dat ze zelf ook gebruiken als ze willen dat je geduldig wacht. De agent kijkt op zijn neus en de Duitsers zijn onder de indruk. We moeten vast strenger worden en meer voor onszelf opkomen, zegt een van hen.
Ze vertellen dat ze verplicht waren om een gids te nemen en nu voor 1000 Euro in vier dagen door Libië reizen. Ze hebben de gids en de geheime agent het hele bedrag al betaald en die willen nu zo snel mogelijk van hun af. De gids heeft de Duitsers wijsgemaakt dat je in Libië niet mag kamperen zodat ze elke nacht in een duur hotel moeten overnachten. De geheime politieagent roept weer dat ze moeten opschieten. Het is ongehoord. Toeristen krijgen altijd twee mensen mee, een gids en een persoon van de geheime politie. Deze twee gladde jongens maken misbruik van de Duitse overlanders die zich nog alles laten wijsmaken. We hebben medelijden met hen. Zij hadden graag langer door Libië gereisd maar dat zou te duur worden en echt gezellig was het ook niet met hun verplichte gezelschap.

Twijfels over omrijden
Coen en ik twijfelen of we nog de Acacus gaan bezoeken. We hebben gehoord dat dit gebergte tot het mooiste stukje Sahara behoort. Het is 1350 kilometer naar het zuiden over een asfaltweg en weer 1350 kilometer terug. We kunnen niet beslissen. Op de weg naar het zuiden zullen we toch weer allerlei roadblocks tegenkomen en we zijn als de dood dat ze onze elektronica afpakken. Ook vinden we het een erge lange omweg, vooral omdat we niet veel tijd meer hebben. We zouden in twee dagen heen kunnen rijden, twee dagen door de Acacus kunnen rijden en in twee dagen terug naar Tripoli. Het is een mijl op zeven maar de benzine kost hier maar zeven Eurocent per liter dus daar hoeven we het niet voor te laten. Uiteindelijk valt de beslissing.
Het is erg bijzonder dat we zonder gids Libië zijn ingekomen en hoogst onwaarschijnlijk dat we hier ooit nog terug zullen komen. We willen het wonderschone Acacus niet missen.
Dus we gaan!

Kinderen rijden in auto's
Zondag 30 mei vertrekken we vanuit Leptis. Twee mannen die Engels spreken komen nog informeren wie we zijn waar we naar toe gaan en wanneer we zullen vertrekken. We zeggen dat we naar Tripoli gaan. Ze brieven het door aan een van de politieagenten die om ons heen was blijven cirkelen. We gaan ergens geld wisselen en onze mail checken. We rijden over een landweg richting de hoofdweg naar Ghat. Het landschap doet Toscaans aan. Naar mate de dag vordert verandert het landschap in woestijn. We overnachten in een steenwoestijn. Het is doodstil, de stilte doet pijn aan mijn oren. In een straal van 100 km is er geen mens of dier te bekennen, alleen op de weg naar Ghat bevinden zich automobilisten en vrachtwagenchauffeurs.
We gaan weer vroeg op pad. Bij een benzinestation eten we een omelet met brood bij een zwarte man. Op de televisie die op de bar staat is een aflevering te zien van de Oprah Winfrey Show. Er is maar één pomp in gebruik en van beide kanten zijn er rijen gevormd. De motoren van sommige auto's slaan steeds af. De auto's worden dan voortgeduwd totdat ze getankt hebben dan krijgen ze nog een stevige duw en springt men in de auto om de motor te starten.
Tot onze verbazing komt een jongetje van nog geen tien jaar met een auto aangereden. Hij komt even tanken. Ook komt er een auto met twee jongetjes erin aangereden. De ene is misschien tien en de andere zes. Als de motor afslaat doen ze de motorkap open en staan de twee dreumesen het euvel te verhelpen, en de motor start weer.

Ik schrik me wezenloos
De meeste roadblocks zijn geen probleem. Als we al heel ver op weg zijn worden we aangehouden bij een militair roadblock. We hopen maar dat we niet teruggestuurd worden. We moeten de auto aan de kant zetten. De man wil onze paspoorten inkijken. Hij loopt er mee naar een kantoortje en ik loop hem achterna. Ik schrik me wezenloos als ik op een ledikant zonder matras een lichaam van een man zie liggen dat door een laken helemaal bedekt is. Na verhalen die we gehoord hebben over executies denk ik dat ik hier ook met zoiets te maken heb en dat ze nog geen tijd hebben gehad het lijk af te voeren. Coen komt het gebouwtje in en ik wijs hem erop. Hij kijkt naar de man en na een kleine observatie stelt hij me gerust. De man ademt. Hij doet gewoon zijn middagslaapje en beschermd zijn gezicht tegen de vliegen.
Als de beambte al onze gegevens heeft overgenomen mogen we gaan. Het is al laat in de middag en wij zijn nog niet in Ghat. We willen er niet 's avonds laat aankomen en maken kamp in de woestijn. We kamperen naast een enorme zandduin. Als we zitten te eten loopt er een woestijnmuis onder de tafel door over onze voeten.

Het Libië van Gadaffi
In Libië wordt hard opgetreden tegen fundamentalisme. In het plaatsje Ajdabiya worden regelmatig mensen opgepakt en in Tobruk zijn recent nog fundamentalisten publiekelijk geëxecuteerd door een speciale eenheid uit Tripoli. De levenloze lichamen waren als voorbeeld voor anderen op straat achtergelaten.
Van verschillende Europese zakenmensen horen we dat er in het verleden vaak invallen werden gedaan bij de bedrijven op zoek naar alcohol. Tegenwoordig zijn ze iets makkelijker maar nog steeds zijn alcoholische dranken verboden, net als varkensvlees.
De telefoonlijnen worden afgeluisterd en zodra de naam van de leider van het land wordt genoemd word de lijn verbroken. De expats gebruiken een codenaam aan de telefoon om dit te voorkomen. Tegenwoordig hebben bedrijven vaak satelliettelefoons, die officieel verboden zijn. Ook was er in het verleden sprake van vijf geheimen diensten die elkaar allemaal controleerden. Nog al logisch dat iedereen hier paranoïde is.
Toen het Amerikaanse embargo er nog was moesten de expats per auto naar Djerba in Tunesië rijden en van daaruit het vliegtuig nemen. Toen vijfendertig jaar geleden de revolutie van Gadaffi plaats vond zijn er door Europeanen en rijke Libiërs auto's en motoren ingemetseld die anders zouden zijn geconfisqueerd, in de hoop op betere tijden. Ook schijnen er depots vol met antieke motoren te zijn.

Big modier
Op 1 juni rijden we Ghat in, we zijn zenuwachtig of we de grote afstand niet voor niets hebben afgelegd. Het blijft nog maar de vraag of we kunnen regelen dat we de Acacus in kunnen. Coen wil het liefst zonder gids maar men heeft ons verteld dat dit onmogelijk is.
We zoeken naar een reisbureau maar kunnen niets vinden. We spreken een man op straat aan en die brengt ons naar een reisorganisatie. Ze zeggen dat twee dagen te kort is en ze vragen een belachelijk hoog bedrag dus we vertrekken weer. Op straat houden we een Land Cruiser aan. Zij organiseren ook reizen. Wij willen eerst zelf het permit gaan regelen. Zij zeggen iemand voor ons naar het toeristen-politiebureau te sturen. Het duurt even voordat we het gebouw gevonden hebben. Ze laten ons in een kantoortje wachten. Na twintig minuten komt er een man op ons af en vraagt wat we willen. Hij zegt dat hij de juiste persoon gaat zoeken. We worden ongeduldig en lopen door het gebouw. Ik kom de man weer tegen en hij blijkt het hoofd te zijn en neemt ons nu mee naar zijn kantoor. Zitten we alweer bij de big modier! Wij vertellen hem dat we een permit nodig hebben voor de Acacus. Hij wil weten waar onze gids is. Eerst denken we dat hij de gids bedoeld die ons meeneemt de woestijn in maar hij doelt op onze vaste gids. Wij hebben geen gids nodig, vertelt Coen hem. Het wordt duidelijk dat hij ons niet zomaar een permit gaat geven. Er komen drie mannen het kantoor in, het zijn de mannen van de reisorganisatie die we op straat hadden ontmoet. We overleggen met hen over de kosten en de aantal dagen. We kunnen het niet eens worden. We vinden het veel te duur en voelen ons afgezet. Alsof de mannen in het kantoor, inclusief de hoge baas, samenspannen om ons zo veel mogelijk geld afhandig te maken. We vertrouwen het niet en lopen weg. Een van hen komt ons nog achterna gelopen en vraagt naar onze paspoorten en waarom we geen gids hebben. Coen laat hem een paspoort zien en laat hem het Arabische zinnetje lezen waar iets staat over toestemming van de Nederlandse ambassade. Wij werken op de ambassade zegt Coen. De man loopt weg om het aan de big modier door te brieven.

Eindelijk geregeld
Maar hiermee lijkt onze kans verkeken want de big modier is de enige die een permit kan verstrekken. In het stadje hebben we een paar campers zien staan. Het zijn Italianen en zij zijn de woestijn al in geweest. Ze hadden ons gezegd dat hun gids ons misschien kon helpen dus we gaan weer naar hen toe. Coen gaat samen met de gids op zoek naar een gids voor ons. Hij komt terug met iemand die zegt het voor minder geld te kunnen regelen. Als de gids van de Italianen weg loopt beweert hij opeens dat er nog van alles bij komt. Ik haal de gids van de Italianen er weer bij en we komen tot een definitieve afspraak.
Nu moet het permit geregeld worden. We gaan samen met onze gids Ali naar iemand die dit kan regelen. Toen we bij deze zwarte oudere man kwamen bleek dat we toch nog ietsje meer moesten betalen, maar hij zou het allemaal gaan regelen. Eerst moeten we ergens onze paspoorten kopiëren en geld wisselen. Geld wisselen lukte niet maar we hadden kopieën kunnen maken. We keerden terug naar het bureautje waar we afspraken de volgende dag om negen uur te vertrekken. Het was toch al veel te laat geworden om deze dag te vertrekken. Zij zouden er voor zorgen dat vanavond het permit geregeld zou worden zodat we de volgende dag vroeg op pad konden gaan. Ali bracht ons naar een camping waar buiten het personeel niemand aanwezig was. We maakten een maaltje en gingen vroeg de daktent in.

Wachten
We stonden vroeg op om brood en ander eten in te slaan. Onderweg kwamen we Ali tegen die om meer geld vroeg. We reden gezamenlijk naar het bureautje van de zwarte man en daar bleek dat de toeristenpolitie om meer geld had gevraagd. Ali en de baas van het bureautje gingen samen naar de big modier om het te regelen. Het duurde erg lang en de Egyptische buurman bood ons druiven aan en een kopje thee. Voor de rest van de tijd wachten we in het bureautje waar de ordners leeg waren en de telefoon afgesloten. Na een lange tijd kwamen ze terug. Ze legde uit dat de toeristenpolitie het maar vreemd vond dat we zonder gids reisden en dat ze hadden besproken dat er voor ons een speciaal tarief bedacht kon worden. De zwarte oudere man en Ali waren hier kwaad over maar bereikten niets. Er werd nu een of ander spelletje met hen gespeeld want men had gevraagd naar een ander dorp te rijden omdat de modier daar zou zijn, wat niet zo bleek te zijn.
Er was dus nog niets geregeld en nadat ze hun verontschuldigingen hadden aangeboden vertrokken ze weer op zoek naar de modier. Wij konden weer wachten en hoe langer het duurde hoe meer ik me ging opwinden over dit alles. Het kost ons handen vol geld. We zouden gisteren al gaan maar door al het geregel lukte dat niet en nu was het alweer bijna twaalf uur, terwijl zij beloofd hadden het de vorige dag nog allemaal te zullen regelen.
Achteraf gezien begrepen we dat ze helemaal niet gewend zijn om zo direct te handelen. Toeristen boeken hun vakantie naar de Acacus maanden van te voren en hebben een vaste gids die hun er vanuit Tripoli heen brengt en verder alles regelt met de plaatselijke gids en de politie. De toeristen vinden het niet vreemd dat ze heel veel geld moeten betalen, ze weten niet beter. Ze weten niet hoe hoog een plaatselijk inkomen is en weten niet wat producten op de markt kosten.
We krijgen genoeg van het wachten en vertrekken naar het politiebureau waar we hen treffen. We kunnen vertrekken alleen willen we wel een deel van het geld terug omdat er al weer een halve dag voorbij is. Ali is chagrijnig maar de zwarte man zegt hem ons een deel terug te geven.

Een chagrijnige gids
We gaan op pad met een chagrijnige gids. Ali rijdt voorop in zijn Land Cruiser. We rijden in zuidelijke richting over de asfaltweg. Dan verlaten we het asfalt en rijden de woestijn in. Het is meteen diep zand en wij hebben nog knuppel harde banden. Ali heeft er goed de schurft over in en houdt geen rekening met ons. Hij rijdt hard door en wij volgen. We komen bij een roadblock waar Ali allerlei papieren moet laten zien. We zitten niet ver van de grens met Algerije en alles wordt scherp in de gaten gehouden.
We rijden weer verder. Ali stopt om ons te vertelen dat we zo meteen bij een grenspost komen. Coen heeft tijd om de auto in zijn 4x4 te zetten en wat lucht uit de banden te laten. De grenspost bevindt zich midden in de woestijn. Er staat een hokje en er zijn vier mannen, de groene Libische vlag wappert in de wind. Op de GPS kunnen we zien dat we ons echt op de grenslijn van Libi‘ en Algerije bevinden. Al snel wordt het landschap erg mooi. De zandduinen zijn enorm groot en het zand is meedogenloos diep. Het is wonderschoon en indrukwekkend. Eén zandduin strekt zich uit over kilometers. De auto gaat steeds langzamer rijden en Coen maakt zich zorgen. Komen we hier ooit nog uit. De Jeep komt tot stilstand en Ali is al verdwenen over het hoogste punt van de zandduin heen. Het ziet er naar uit dat we hier nooit meer weg komen. Er is nergens een hard stuk ondergrond te zien waarvandaan je vaart kan maken.
We laten zoveel mogelijk lucht uit de banden. Dat schijnt toch het wondermiddel te zijn wat we meestal niet gebruiken omdat je dan ook weer alle banden moet oppompen. Maar nu hebben we geen keus. De banden staan nu op 1 bar en Coen probeert het nog eens. Hij beweegt het stuur op en neer zodat de banden meer grip kunnen krijgen en de Jeep komt vooruit en gaat steeds harder. Lucht uit de banden en al je problemen verdwijnen als sneeuw voor de zon!

De schoonheid is overweldigend
Coen rijdt naar het hoogste punt van de enorme duin en ik loop er heen. De zon brand en het zand is oogverblindend. Maar ik geniet met volle teugen van dit beeldschone landschap waar je je als mens nietig bij voelt. Je voelt hier niet langer dat je de omgeving zou kunnen controleren, kunt vormen. De omgeving is alles bepalend, alles opeisend en niets ontziend. De schoonheid is overweldigend en de grootsheid ervan is meeslepend. Coen en Ali staan met de auto's voor een steile afgrond, elke zandduin heeft zo'n kant waar het steil afloopt. Dit lijkt ons geen goed idee. Als we hier alleen waren geweest zouden we omkeren maar Ali is al weer ingestapt en naar benden gereden. Coen gaat hem achterna. Als je maar recht naar benden rijdt kan het, zodra je gaat schuiven ben je er geweest, dan gaat de auto rollen. De Land Cruiser van Ali is leeg maar de Jeep is volledig bepakt. Ik klamp me vast aan de handgreep en stoot een langgerekte kreet uit totdat we benden zijn aangekomen. Ik had verwacht dat de auto al koprollend naar beneden zou gaan omdat ik dacht dat de auto topzwaar was.
Ali is al weer bijna uit het zicht verdwenen. We geven gas om hem in te kunnen halen. Ali lijkt ons te willen pesten. Hij verdwijnt steeds bijna uit het zicht totdat we hem op een gegeven moment echt kwijt zijn. Wat we op zich helemaal niet erg zouden vinden want verdwalen doen we niet met de GPS. Maar nu kunnen we niet zoals anders op ons eigen spoor terugkeren omdat we geen enkele mogelijkheid hebben gezien om de steile wand van de zandduin te omzeilen. En die zandduin zullen we nooit ofte nimmer op kunnen rijden. Er is dus langs deze kant geen weg terug. En als deze hele woestijn bestaat uit van die moeilijke doorgangen dan is het zelfs met GPS zeer moeilijk of onmogelijk om eruit te komen.
We zien twee sporen het ene loopt naar rechts en het andere naar links. We rijden eerst een stukje naar links maar daar zien we Ali niet en dan een stukje naar rechts maar ook daar zien we hem niet. We wachten op de kruising. Als Ali aangereden komt zeg ik hem dat hij dit niet kan maken. Hij is onze gids en hij moet er voor zorgen dat we hem niet uit het oog verliezen. We zitten in een prachtige omgeving met een gids die ons het leven zuur maakt.

Rotstekeningen en een stenen boog
We rijden door een oude wadi (rivierbedding) met aan beide zijden een gebergte. Aan het eind zien we een boog van steen. We rijden er langs en even verderop parkeert Ali zijn Land Cruiser in de schaduw van een boom. Hier gaan we lunchen. Coen en ik gaan het samen maar gezellig maken als Ali niet mee werkt. We klappen onze tafel en stoelen uit en maken broodjes. We bieden Ali er een aan maar hij wil niet. Hij is bezig met een salade te maken van gekookte aardappels, bietjes en ander lekkers. Als hij klaar is zet hij de kom op onze tafel. Hij heeft dit blijkbaar voor ons gemaakt. Ik zit eigenlijk al vol. We komen er achter dat de lunch en de avondmaaltijd door hem worden verzorgd. Dat had hij wel even kunnen zeggen!
We nodigen Ali uit om bij ons te komen zitten en eten met zijn drieën van de lekkere salade. We willen wel twee fijne dagen hebben en geven Ali het geld wat we eerder teruggevraagd hebben. Hij is er blij mee. Hij moet ons wel beloven niet meer chagrijnig te zijn. Hij zegt niet boos op ons te zijn maar op de toeristenpolitie, maar zo voelde het toch echt niet. Ali is een Tuareg en spreekt Frans met ons. Na de lunch gaat Ali eerst een kort slaapje doen en daarna bidden. Wij gaan alvast naar de stenenboog om foto's te maken. Ali komt later ook naar de stenenboog gereden en slaakt een vreugdekreet als hij de top van de zandduin bereikt met zijn Land Cruiser.
Daarna rijden we verder door prachtige woestijn, tussen de bergen door. Tot twee maal toe bezoeken we een plaats waar prehistorische rotstekeningen te zien zijn. Als we in een open zandwoestijn komen rijdt Ali een zandduin over. We rijden de duinpan in waar we de nacht zullen door brengen. We zijn omringt door zandduinen en als het 's nachts gaat stormen komt het zand door het muskietengaas heen de daktent in.

Het landschap wordt saaier
De volgende dag schijnt Ali opeens niet meer zo'n haast te hebben. We rijden door een woestijnlandschap met grillig gevormde steenmassa's dat zich uitstrekt tot aan de horizon. We bezoeken nog twee grotten waar prehistorische rotstekeningen te vinden zijn. We lunchen onder een overhangende rots waar Coen en ik Tuareg schrift op de rotswanden vinden en een begraafplaats midden in het zand. Ali gaat slapen en bidden. Hij heeft helemaal geen haast meer.
Na de lunch wordt het landschap minder dramatisch. Ali gaat steeds langzamer rijden. Op de GPS kunnen we zien waarom. We zijn niet ver verwijderd van het punt waar we de asfaltweg weer op zullen gaan en de tocht door de Acacus eindigt. Hij heeft dus voor niets ophef gemaakt over het feit dat het onmogelijk was de tocht in twee dagen te doen. We hadden het zelfs in één dag kunnen doen. Het is pas het begin van de middag en Ali probeert tijd te rekken om niet te vroeg aan te komen. Hij rijdt zo langzaam dat wij hem gaan inhalen om hem aan te geven dat dit echt belachelijk is. Hij versnelt het tempo iets. Wij proberen ons niet boos te maken. Het landschap wordt steeds saaier. We zien op de GPS dat we nu nog minder dan een kilometer van het asfalt zijn verwijderd en het is pas het begin van de middag.
We laten het er maar bij zitten ook al hebben we hem het geld teruggegeven en blijkt nu dat er twee halve dagen van de tijd zijn afgesnoept. Wij hebben een prachtig stuk woestijn gezien en daarmee een ervaring gehad die niemand ons meer kan afnemen. Als we op het asfalt aankomen nemen we afscheid van Ali, pompen onze banden op en rijden naar een verderop gelegen kampeerplek, waar we als enige staan.

Tripoli
We bedingen een prijs op de camping en gaan douchen en branden de foto's. Net als met Namibië laat het beeldschone landschap zich niet vastleggen. Je krijgt beelden die niet tippen aan hetgeen je ervaren en gezien hebt. De eigenaar van de camping komt nog even aan ons hoofd zeuren over paspoorten, politie, waar onze gids is en van dat soort gezeur. Het is bloedheet en benauwd. Het is eigenlijk al te laat in het jaar om de Sahara te doorkruisen. We slapen slecht. In twee dagen rijden we terug naar het noorden, naar Tripoli. Onderweg is het bloedheet. In de auto is het tussen de 50 en 55 graden Celsius. Het water dat we drinken is op badwatertemperatuur. Ik maak me zorgen om de roadblocks maar alles gaat voorspoedig. We eten weer een omelet en brood bij de zwarte man die dit keer een andere programma op de televisie heeft opstaan.
We slapen in de steenwoestijn, in een oude wadi, vlakbij de plek waar we op de heenweg ook gekampeerd hebben. 's Morgens ben ik misselijk. Waarschijnlijk ben ik de dag ervoor oververhit geraakt, en het warme badwater drinken heeft me ook geen goed gedaan. Nog voor we op het asfalt komen moet ik overgeven. Coen rijdt de hele dag en tegen de tijd dat we Tripoli naderen voel ik me al weer kiplekker. We gaan eerst internetten in het vijftoren-complex en gaan daarna op zoek naar een Europees bedrijf waarvan we het adres hebben gekregen. We zijn via een andere kant Tripoli binnen gekomen, wat het erg moeilijk maakt de aanwijzingen te volgen. We vragen een taxichauffeur om voor ons uit te rijden. Hij weet ook niet precies waar het is maar met behulp van een aantal mensen vindt hij het. We worden gastvrij ontvangen en krijgen een cabin met airco en minibar aangeboden om te overnachten.
Coen wilde speciaal hierheen omdat één van de medewerkers oude motoren verzamelt. Als hij met hem spreekt blijkt het ook voor hem nog steeds onduidelijk hoe hij de motoren die hij in de loop der tijd verzameld heeft het land uit kan krijgen. We kunnen 's avonds mee-eten en ook 's morgens is er voor ons gedekt.
We besluiten een dagje langer te blijven en zwemmen in het zwembad en luieren en eten. Het is een heerlijkheid om je op zo'n plek te bevinden als je in een land als Libië reist. Ronald, die op de compound woont en in Tripoli werkt, neemt ons 's avonds mee de stad in. We lopen over het groene plein waar Gadaffi zijn toespraken houdt en we lopen door de oude medina. We drinken koffie in het koffiehuis en Ronald rijdt ons weer terug in zijn BMW cabriolet. Het was gezellig. De volgende ochtend vertrekken we uitgerust richting Sabratha waar we ruïnes van een tweede Romeinse stad gaan bezichtigen, om een dag later door te rijden naar de grens met Tunesië. We bedanken iedereen hartelijk voor de gastvrije ontvangst.

Je hebt twee soorten Libiërs

De grensovergang ging erg makkelijk. Aan Libische kant duurde het iets langer omdat de persoon die ons Carnet moest stempelen zoek was. Toen hij gevonden was vertelde hij me iets dat ik al vaker gehoord had, maar hij bracht er nuance in aan. Egyptenaren vinden Libiër slechte mensen en Libiërs vinden Egyptenaren domme mensen. Maar deze man legde mij uit dat je twee soorten Libiërs hebt, Berbers die goed zijn en waar hij toebehoort en de overige die slecht zijn. In Egypte is er volgens hem ook sprake van zo'n verdeling. Het woestijnvolk is goed en slim, en de bevolking van de Nijl is dom. Voor we het weten staan we bij de Tunesische beambten. We hadden het niet helemaal door omdat zij zich nog geen tien meter van de Libische beambten bevinden, wat toch in alle andere gevallen van grensovergangen in Afrika wel anders was. Ze spreken Frans en zijn vrolijk. Coen levert de kentekenplaat in en wisselt de borg die hij terugkrijgt om voor Euro's. Na tien minuten rijden we Tunesië in.

Muammar Al Qathafi
Op 1 september 1969 kwam Muammar Al Qathafi in Libië aan de macht door een staatsgreep. Hij riep het land uit tot de Great Socialist People's Libyan Arab Jamahiriya. Een Jamahiriya (volksrepubliek) die feitelijk een militair dictatorschap is. Alhoewel hij zelf democratie‘n waar een kandidaat met 51 procent van de stemmen aan de macht is gekomen een dictatoriaal regeringslichaam noemt dat vermomd is als een valse democratie. In 1970 schreef Gadaffi het Groene Boek waarvan hij zegt dat het een radicaal alternatief is voor kapitalisme en communisme. Gadaffi veroordeelde het Westerse imperialisme en steunde bevrijdingsbewegingen in de wereld. Het westen was kwaad over de vermeende steun van Gadaffi aan internationale terroristische organisaties. Een reactie van de Amerikanen was het bombardement van april 1986. Hierbij kwamen vele mensen om waaronder de geadopteerde dochter van Gadaffi. Libië kreeg het zwaar toen in Schotland, op het dorpje Lockerbie, een Amerikaans Pan Am vliegtuig neerstortte, door een bom waarvan men aannam dat die geplaatst was door twee Libiërs. Libië was niet bereid deze twee mannen uit te leveren en onder zware druk van Amerika riep de Verenigde Naties een embargo uit. Vliegtuigen mochten niet meer van en naar het land vliegen en er mochten niet langer militaire onderdelen worden verkocht aan Libië. In 1999 werden de twee Libiërs toch uitgeleverd toen Den Haag voorstelde om de rechtszaak "onder Engels recht" in Nederland te houden. De sancties werden opgeheven en er kon weer van en naar Libië worden gevlogen. Terwijl wij in Egypte waren was Gadaffi in Brussel waar hij de EU toesprak. Tijden veranderen.


TUNESIË


Alles doet liefelijk aan
Het bergachtige Tunesische landschap ziet er lieflijk uit. We rijden door gezellige landelijke dorpjes en de mensen zien er vriendelijk en ontspannen uit. We rijden naar Matmata waar de Berbers hun huizen onder de grond hebben gebouwd tegen de felle zon. We eten bij een hotel waar we op het parkeerterrein mogen overnachten. 's Morgens bezoeken we eerst het huis waar de makers van Star Wars gebruik van hebben gemaakt voor hun film als het huis van Luke Skywalker. Daarna lopen we verder langs de gaten in de grond waar zich de huizen van de mensen bevinden. In het centrum staan nu ook gewonen huizen.
We kopen er een baguette en eten het op het pleintje op. De sfeer is hier heel anders dan in Libië. Oude mannetjes slenteren arm in arm over straat. Er lopen politieagenten op straat maar ze vallen ons niet lastig. Ze letten niet eens op ons, we zijn stom verbaasd. Niemand vraagt ons waar we vandaan komen en waar we onderweg naar toe zijn.
We rijden door naar Douz waar zich de poort van de Sahara schijnt te bevinden. Coen is al eens eerder in Tunesië geweest en was toen onder de indruk van dit stukje woestijn. Maar wij hebben al zo veel woestijn gezien dat deze opgeklopte toeristische attractie ons niets zegt. Toeristen worden rondgereden op kamelen en in paardenkarren. Wij vertrekken weer.

De politie is je beste vriend
We rijden naar Sfax waar we de grote ommuurde medina bezoeken. We rijden daarna door naar El-Jem waar zich een goed bewaard Romeins amfitheater bevindt. Het is prachtig gelegen in het stadje. We komen er aan het begin van de avond aan en een bakker zegt dat we bij hem op de stoep mogen kamperen. De mensen zijn hier erg vriendelijk.
Eerst gaan we wat eten en drinken op een terrasje en lopen we langs het amfitheater dat er prachtig bij ligt. Het is een komen en gaan van mensen op brommertjes in het straatje van de bakker, dus we gaan op zoek naar een andere plek.
We rijden naar de ingang van het amfitheater en ontmoeten daar een jonge vrouw en haar moeder. Zij wonen daar. Naima heeft een kapsalon annex schoonheidssalon en haar moeder een winkel. Ze nodigen ons uit om binnen te komen en ze geven ons toestemming om bij hun voor de deur te kamperen. Ik krijg van Naima allemaal cadeautjes: bloemen en een kaart van Tunesië. We hebben uitzicht op het amfitheater. Als ik al in de daktent lig komen er mannen in burger in een auto aangereden. Ze vragen Coen waar hij vandaan komt en of we van plan zijn de nacht hier door te brengen. Als ze zeggen van de politie te zijn antwoord Coen: Cette toujour la memme. Maar deze mannen van de politie waren helemaal niet lastig. Ze zeggen dat het prima is als we daar slapen en ze kwamen ons alleen vertellen dat we welkom zijn om bij hun te douchen. De politie is in dit land echt onze beste vriend.

Arabische make-up
Naima wil graag nog iets voor me doen en biedt me aan om me op te maken. Ik ben er niet zo gek op maar laat me overhalen. Ze maakt me op zoals bruiden in Arabische landen worden opgemaakt. Ze vindt dat Europeanen zich te bescheiden opmaken. Dat belooft niet veel goeds. Pas als ze klaar is mag Coen weer binnen komen. Ik kijk in de spiegel en schrik me helemaal rot, zo kan ik echt niet over straat. Coen maakt een paar foto's van het resultaat en Naima laat me poseren als een bruidje. Ik voel me zeer ongemakkelijk als we even later het amfitheater gaan bezoeken. Niet dat ik de enige ben die voor gek loopt. Hier komen alle 'Benidorm' toeristen. Ze zijn hier in een bus heengebracht om ook wat cultuur mee te pikken tijdens hun strandvakantie. Mannen in zwembroek met bierbuik lopen er vlijtig foto's te schieten. Overal is bruinverbrande huid te zien. We nemen afscheid van Naima en haar moeder en zodra we in de auto zitten weet ik niet hoe snel ik de make-up weer van mijn gezicht moet afhalen. We rijden door naar Tunis en zoeken de haven om te informeren naar de boot die naar Sicilië gaat.

Het einde van onze reis komt in zicht
We hebben de boot naar Sicilië net gemist. Hij is de dag ervoor vertrokken en de volgende gaat pas weer over een week. We overwegen wat we zullen doen. We kunnen hier nog een week blijven en dan via Sicilië omhoog rijden of we kunnen de boot naar Genua nemen die de volgende dag vertrekt. We besluiten de boot naar Genua te nemen. Ons eigenlijke plan om in Europa nog vakantie te houden komt er waarschijnlijk toch niet meer van. Ik moet nog reisverslagen schrijven die ik wil afmaken voordat we in Nederland aankomen en we hebben besloten eind juni in Nederland te zijn wat inhoudt dat er niet heel veel tijd meer over is om op ons gemak naar het noorden te reizen.
Het is vreemd, het eind van onze tocht door Afrika is in zicht maar we zijn er helemaal niet mee bezig geweest. We hebben het hele jaar bij de dag geleefd zoals de mensen in Afrika ook doen. We hebben genoten van de prachtige landschappen, de vriendelijke zwaaiende mensen in zwart Afrika, de wilde dieren, de vele vogels en de cultuur in landen als Ethiopië, Egypte en Libië. We hebben genoten van al onze avonturen, die vaak vermoeiend en inspannend waren, maar absoluut de moeite waard. We zijn onder de indruk van wat we allemaal hebben gezien en mochten ervaren. We zullen met veel liefde blijven terugdenken aan die Afrikaanse mensen met wie we fijne tijden hebben meegemaakt en die we een beetje hebben leren kennen. Ook denken we met veel plezier terug aan de kleine ontmoetingen op straat, in dorpen, op benzinestations en campings en natuurlijk aan onze mede-overlanders die we telkens weer tegenkwamen.
Al met al is dit een jaar geweest waar Coen en ik elkaar door en door hebben leren kennen en hebben gemerkt dat we een ijzersterk team zijn. Wat we al wisten is niet veranderd, we zijn nog steeds erg gek op elkaar.

We verlaten Afrika
We boeken de boot naar Genua en rijden nog naar een deel van de stad waarvan Coen had gehoord dat daar oude motoren te vinden waren. Hij vindt het moeilijk om het al los te laten. De man waarvan de motoren zijn is er niet dus we rijden weer terug naar de haven en willen het de volgende ochtend nog eens proberen. We eten wat in een restaurant dat vlakbij het strand gelegen is. Het voelt als vakantie. We mogen bij de verkeerstoren in de haven kamperen.
Als we in bed liggen wordt Coen ziek. Hij heeft een voedselvergiftiging. Het moet het vlees geweest zijn want ik heb nergens last van. Het is midden in de nacht en op het haventerrein zijn de wc's gesloten en we hebben geen stromend water. Maar hoe dan ook, we komen de nacht door. Coen voelt zich 's morgens nog steeds beroerd en ik pak in mijn eentje de tent in en maak de auto klaar om op de boot te gaan. Terug gaan om te informeren naar de motoren zit er echt niet meer in.
Als het tijd is om te vertrekken voelt Coen zich gelukkig weer iets beter. We moeten nog een laatste keer in Afrika door de douane. Er is een rij voor Tunesiërs en een voor buitenlanders. Onze rij is korter en de auto's worden minder grondig doorzocht, waar we blij mee zijn. Dan komt de tijd dat we de boot op mogen rijden.
Na 36.000 kilometer dwars door Afrika te hebben gereden, gaan we het continent verlaten en keren we terug naar Europa. Karen Blixen zei in 'Out of Africa': "I once had a farm in Africa".
Wij kunnen vanaf nu zeggen: "We once drove throughout Africa".



The End - Le Fin


Niets uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.

Mirjam van Tiel & Coen Barthels © 2004

Mirjam en Coen willen graag weten hoe jullie hun reis hebben meebeleefd.
Klik op het Gastenboek en en mail jouw reactie naar
rieky-ad@art3400ad.nl
en zij zetten het in het gastenboek