Into Africa by Jeep by
REISVERSLAG 18
Libyan Arab Jamahiriya, deel 1)
Geschreven door: Mirjam, 16 - 26 juli 2004
Ze lijken op hun leider
We hadden het voor elkaar gekregen om zonder gids ons visum voor Libië
te bemachtigen maar dat hield niet in dat we de grens zonder problemen zouden
kunnen oversteken. Het zou wel eens kunnen tegen vallen maar omdat het zo
makkelijk ging aan de Egyptische kant waren we positief gestemd. In het stuk
niemandsland tussen Egypte en Libië zitten mensen langs de kant van de
weg te wachten, hoe lang zij daar al zitten weten we niet. Het hek voor de
Libische grenspost staat open en wij rijden het terrein van de douane op.
We worden gestopt door mannen in burger die naar onze paspoorten vragen. Ze
zien er glad uit met mooie gezichten en dikke haarbossen, ze lijken op hun
leider.
Het is altijd onduidelijk wat voor functie de mensen hebben die om je paspoort
vragen maar we zijn daar nu wel aan gewend, Libië is het dertiende Afrikaanse
land waar we doorheen reizen.
In een klein kantoortje worden de gegevens uit onze paspoorten overgenomen
op een gekreukeld blaadje dat rafelig uit een kladbok is gescheurd. De tafel
is stoffig. Coen, Antonio, Anne Marie en ik staan om de tafel heen en wachten.
Ze hebben veel tijd nodig om alle gegevens op het vodje papier over te schrijven.
Ik erger me aan de manier waarop ze naar ons kijken en hoe nonchalant ze met
onze paspoorten omgaan maar eigenlijk ben ik zenuwachtig omdat je op zo'n
moment zo weinig controle hebt over de situatie en hoe die zich gaat ontwikkelen.
We houden het vaag
Op het visum in ons paspoort staat een zin in het Arabisch. Wij hebben die
laten vertalen. De strekking van die zin is dat de Nederlandse ambassade toestemt
dat wij door Libië reizen en voor ons garant staat tijdens ons verblijf
aldaar. Ook staat op ons visum vermeld dat wij geen 'toeristen' of 'transit'
visum hebben maar een 'visit', wat waarschijnlijk inhoudt dat we een zakenvisum
hebben gekregen. We moesten een plaats in Libië opgeven waar we zouden
verblijven, we hadden Tobruk genoemd, de eerste plaats over de grens. De mannen
achter het bureau vragen ons er naar. Zijn we toeristen of visitors?
Wij weten niet wat we moeten antwoorden. Is het juist beter om te zeggen dat
we toeristen zijn of wordt het makkelijker als we zeggen dat we een zakelijke
afspraak hebben in Tobruk.
Anne Marie en Antonio hebben hun visum gekregen op uitnodiging van een relatie
in Libië en hebben uiteindelijk een transitvisum gekregen. Zij hebben
tegen de mannen gezegd dat ze toeristen zijn en we weten niet of het vreemd
zal overkomen dat we met hun samen reizen terwijl wij een zakelijke afspraak
zeggen te hebben. We doen alsof we het niet begrijpen en blijven het plaatsje
Tobruk noemen. Ze begrijpen niet waarom we het niet snappen en bladeren in
onze paspoorten. Daar zien ze alle stempels en visa van de andere twaalf landen
waar we al doorheen hebben gereisd.
Het wordt nu wel erg moeilijk om het vaag te houden en we zeggen dat we inderdaad
door zullen reizen naar Tunesië om vanaf Tunis naar Europa over te steken.
Ze vragen ons de auto's te verplaatsen en we moeten in onze auto's blijven
wachten, waarop weten we niet.
Waar zijn we in hemelsnaam in verzeild geraakt?
Op het terrein staan veel mensen te wachten, zij dragen grote vierkante pakketten.
Op een terrein links van ons staat een rij vrachtwagens stil. Er staan twee
containers in het midden waar mensen voor een luik staan. Na vijftien minuten
vinden Coen en ik dat we in actie moeten komen. We lopen over het terrein
en komen de man tegen waar we al eerder mee te maken hebben gehad. We vragen
hem waar we op wachten. Hij zegt dat we onze paspoorten moeten inleveren en
dat ze dan naar Tripoli zullen bellen. Zodra ze Tripoli bereikt hebben kunnen
er stempels worden gezet. We geven onze paspoorten nooit af en we lopen de
man die met alle vier onze paspoorten wegloopt dan ook achter na. Hij gaat
een van de containers in en stelt ons gerust en zegt dat we beter bij de auto's
kunnen wachten. Hij doet de deur dicht en wij lopen terug naar de auto.
Anne Marie en Antonio zitten in tijdschriften te bladeren om de tijd door
te komen, wij gaan dat ook maar doen. We schrikken ons rot als er opeens veel
gegil te horen is en een menigte vrouwen en mannen in alle richtingen uit
elkaar stuift. Een douanebeambte in burger houdt twee vrouwen bij de haren
vast. Zij proberen los te komen en jammeren klagerig. De rest van de mensen
rennen struikelend met hun grote pakken zo ver mogelijk van de beambte vandaan
en kijken vanaf een veilige afstand toe. De beambte trekt aan de vierkante
pakketten maar de vrouwen laten niet zomaar los. Opeens is het weer rustig.
We snappen er niets van. Even later gebeurt het weer en zien we dat een kleine
jongen probeert de grote vierkante pakken van zijn vader te beschermen als
de beambten ze proberen af te pakken. Hij is te klein en twee vrouwen snellen
toe om de pakketten veilig te stellen. Anne Marie vertelt dat een van de politiemensen
een vrouw schopte die niet snel genoeg weg kon komen. Waar zijn we in hemelsnaam
in verzeild geraakt?
De hoogste baas
We komen erachter dat in de pakketten levensmiddelen en luxe artikelen zitten.
We nemen aan dat deze mensen tussen de twee grenzen op en neer lopen om deze
artikelen van het ene land naar het andere te brengen. De stemming is grimmig
en wij worden er niet echt vrolijk van.
Coen en ik vinden dat we er weer op af moeten om de douane te laten weten
dat we niet met ons laten sollen. Anne Marie en Antonio zijn het niet eens
met onze aanpak, zij nemen een afwachtende houding aan. Zij vinden het te
gevaarlijk om in Arabische landen stampei te maken. Het is moeilijk te zeggen
wat effectiever is en of het één gevaarlijker is dan het andere
maar voor ons voelt het beter om ze te laten weten dat we er zijn en dat we
lastig kunnen zijn. Het kantoortje in de container is gesloten. We lopen verschillende
andere kantoortjes in en spreken een aantal belangrijk uitziende mannen aan
totdat een van hen ons meeneemt naar degene die onze paspoorten mee heeft
genomen. Hij zegt dat het nu lunchpauze is en dat er het aankomende uur niets
zal gebeuren. Wij laten weten dat we daar niet op willen wachten en dat ze
maar iemand moeten halen die ons kan helpen. Er wordt iemand bijgehaald die
Engels spreekt en die verzekert ons dat over een uur iedereen weer op zijn
post is en dat onze paspoorten dan meteen behandeld zullen worden. De containers
gaan inderdaad na een uur weer open, maar nu is het argument dat Tripoli nog
steeds niet heeft teruggebeld en dat ze dus geen stempels kunnen zetten. Wij
zeggen dat we de hoogste baas willen spreken en blijven aandringen. Ze zeggen
ons dat ze direct naar de hoogste baas zullen gaan.
Met gevaar voor eigen leven
Coen is nog steeds bevangen door onze foto-obsessie (Egypte) en maakt een
foto van de grenspost. Ik heb tevergeefs geprobeerd hem tegen te houden. Anne
Marie komt naar ons toe om te zeggen dat iemand het aan het verklikken is
en dat we nu echt moeten oppassen. Snel haal ik de kaart uit het toestel en
verberg het toestel onder mijn stoel. Uit het middenvakje haal ik een oud
fototoestel wat daar ligt in het geval we overvallen worden. Angstig wachten
we af, terwijl ik Coen dwing te beloven dat hij zoiets nooit meer doet. Na
twintig minuten is nog niemand op ons af gekomen, dus het zal wel loslopen.
We hebben geluk gehad.
Ik zie de koppen al voor me: vier Europeanen verdwenen
Na een half uur vinden Coen en ik het tijd worden om weer van ons te laten
horen. Antonio loopt met ons mee. We staan in een van de twee containers en
vragen of de baas de paspoorten al gezien heeft. Een lange glad uitziende
man lacht poeslief en verzekert ons dat de paspoorten op dit moment bij de
big modier liggen. Hij verlaat de container. Opeens komen onze paspoorten
uit een achterzak van een van de andere mannen. De lange man had dus gelogen.
Wij foeteren de man uit en zeggen hem dat er nu actie moet worden ondernomen.
Hij zegt dat hij het zal doen en steekt de paspoorten opnieuw in zijn achterzak
en draait zich om waarop Coen en ik meteen protesteren. Coen en ik weten van
geen ophouden meer, wij willen hier weg en hebben de indruk dat als wij niet
alles op alles zetten we hier nog wel dagen kunnen staan. De man krijgt genoeg
van ons en geeft toe. Hij loopt met de paspoorten over het terrein.
Wij lopen hem achterna omdat we onze paspoorten nooit afgeven en ze in ieder
geval nooit uit het oog verliezen. De man maakt bezwaar dat we meelopen en
probeert ons af te schudden. We volgen hem nog maar als hij blijft staan en
dreigt niets meer te doen laten we hem maar gaan. We gaan naar de auto en
wachten een half uur voordat we er weer op af gaan. Na veel vragen en zoeken
komen we erachter dat de paspoorten het terrein af zijn naar de big modier,
die in het eerstvolgende dorp woont. De moed is me in de schoenen gezakt.
We zijn weer in de auto gaan zitten en ik moet mezelf moed inpraten. Nu zitten
we hier op een terrein waar deze gladde leugenachtige mannen het voor het
zeggen hebben. In een dictatoriaal land, een politiestaat waar de burgers
zo goed al geen rechten hebben. We hebben niet eens onze paspoorten meer.
Ik zie de koppen al voor me: vier Europeanen verdwenen in Libië.
Precies na een uur waren ze terug
De zon was al aan het zakken en ik vatte weer moed. Ik wilde op deze plek
niet de nacht doorbrengen. Coen en ik spraken verschillende mannen aan en
ons werd verzekerd dat we binnen een uur echt konden vertrekken. Ik wees op
de zon en probeerde hen duidelijk te maken dat het voor mij als vrouw toch
niet gepast was om hier de nacht door te brengen in de hoop dat ze er vaart
achter zouden zetten. We konden niets anders dan wachten en het werd donker.
Opeens waren onze paspoorten terug en we moesten meekomen. Antonio bleef bij
de auto en wij gingen met zijn drieën mee. In de container stond een
man in pak die duidelijk een gids was. Hij sprak Engels en wilde weten waar
we gingen overnachten. Wij waren bang dat we alleen Libië
in mochten als we deze gids zouden huren en daar hadden we echt geen zin in.
Hij bleef aan ons hoofd zeuren maar we hielden hem op afstand door te zeggen
dat we eerst onze paspoorten terug wilden hebben voordat we bereid waren het
over iets anders te hebben.
De gids bleef beteuterd achter toen we de beambte achterna liepen. We liepen
het terrein af, wat we erg vreemd vonden. Het scheen dat we iets moesten regelen
in het volgende dorp. Anne Marie en Coen stapte in een auto zonder kentekenplaten
en ik liep terug naar Antonio. Het was ondertussen aarde donker geworden.
Ik liep door de ruimte waar de auto's worden gecontroleerd. Er werd gegild
en mensen stoven weg uit de overkapte ruimte. Alleen ik en een ander vrouw
bleven achter in de ruimte. De jonge vrouw had ik al eerder gezien, zij reisde
alleen. De politie bleef tegen haar schreeuwen en zij kromp ineen. Ik wilde
haar helpen maar ik wilde mezelf niet in de problemen brengen. Het enige wat
ik kon bedenken was te blijven staan en naar de politie en de vrouw te blijven
kijken. Het geschreeuw stopte toen de vrouw naar de politie toeliep. Het enige
wat er aan de hand was, was dat ze haar paspoort wilde inzien. Respect voor
vrouwen (mensen?) hebben ze hier niet. Ik liep snel door naar Antonio en ging
naast hem in het busje zitten wachten totdat Anne Marie en Coen terug zouden
komen. Ik hoopte maar dat ze terug zouden komen en deed een schietgebedje.
Ik sprak met mezelf af dat als ze na een uur nog niet terug zouden zijn ik
ongerust mocht worden. Precies na een uur waren ze terug.
Precies genoeg Dinars
Anne Marie en Coen zaten in de auto maar ze vertrokken niet direct. De motor
van de gloednieuwe auto werd gestart maar moest volgens de goede man eerst
tien minuten warm draaien voordat hij kon optrekken. Toen de motor 'de goede
temperatuur' had vertrokken ze, met luide muziek, richting het dorpje.
Bij een hotel bevond zich een kantoortje waar autoverzekeringen werden verkocht.
Met de Dinars die Coen had gewisseld aan de Egyptische grens konden ze voor
beide auto's een verzekering aanschaffen. Toen dat was gebeurd reden ze terug
naar de grens en bezochten het kantoor waar de kentekens werden verstrekt.
Coen had precies genoeg Dinars om dit voor beide auto's te regelen, anders
hadden we tot de volgende dag kunnen wachten tot er een bank open was. Hierna
kwamen Anne Marie en Coen met blijde gezichten op Antonio en mij afgelopen.
Ik was enorm opgelucht om ze te zien.
Hij bleef trekken aan de achterdeur
Coen had onze paspoorten en vertelde dat we konden gaan. Er werd haast gemaakt,
met drukke handgebaren gaven ze aan dat we moesten vertrekken. Geen probleem
want wij willen graag weg. Het was ondertussen al tien uur 's avonds. We werden
weer aangehouden in de overdekte ruimte. Ze wilden onze auto's inspecteren.
Coen en ik knepen hem want het was bekend dat je geen elektronica bij je mocht
hebben en er waren genoeg gevallen bekend van mensen die hun laptop of GPS
hadden moeten afstaan. Ook onze satelliettelefoon was verboden.
De man die onze auto controleerde trok aan een voordeur (die wij zodra wij
de auto verlaten altijd op slot doen) en gebaarde dat hij de achter deur geopend
wilde hebben. Dat hadden we in het hele jaar nog nooit meegemaakt, altijd
wilden ze alleen dat we de achterklep opende. Maar net nu wilde ze de achterdeuren
open hebben, dat kwam niet goed uit want zodra je die opendoet zie je de laptop
staan. We moesten snel iets verzinnen. Ik zei hem dat de achterdeuren niet
open konden maar dat als hij wilde zien wat daar in zat we via de achterklep
alles eruit konden halen zodat hij kon zien wat er allemaal in de auto zat.
Hij bleef nog wat trekken aan de achterdeur maar toen ik de achterklep opende
en hem van alles ging aanwijzen was hij afgeleid en kwam naar me toe. Hij
haalde een legen waterjerrycan eruit en schudde er aan. Met een vage glimlach
vroeg hij ons of dit voor alcohol was en waar we onze alcohol verborgen. Het
is in Libië strafbaar om alcohol bij je te hebben. Coen was blij dat
we hem hadden afgeleid van de elektronica en hield hem aan de praat over alcohol
en water en vertelde hem dat wij alleen het laatste bij ons hadden. Toen hij
weg liep haalden we opgelucht adem.
De man die het busje van Anne Marie en Antonio had onderzocht kwam op me aflopen
en ook hij begon aan de achterdeur te trekken. Ik kreeg het even benauwd maar
wees snel naar de man die onze auto had gecontroleerd en bleef herhalen dat
we al door de douane heen waren. Hij droop af en we mochten door rijden, de
grenspost af.
We hadden negen uur over de grensovergang gedaan
Maar ook al waren we nu officieel in Libië, we werden weer aangehouden.
We moesten toch nog het Carnet laten afstempelen. Coen en Antonio liepen mee
naar een kantoortje. De man die het moest invullen wist er niet veel van en
zette de stempel aan de verkeerde kant, waardoor het leek of we de auto al
weer hadden uitgevoerd (Ja, de Arabieren beginnen aan de rechterkant te schrijven
en wij links, dat kan verwarrend zijn.) Coen liep het kantoortje in en hielp
de man bij het invullen van de Carnets. Daarna vertrokken we, opgelucht en
moe.
Tot nu toe hadden we alles nog als een uitdaging gezien maar nu was er toch
een grens overschreden. Dit was niet leuk meer, maar gevaarlijk. We waren
blij dat we niet alleen waren maar samen met Anne Marie en Antonio. We passeerden
nog een politie roadblock waar al onze paspoorten werden gecontroleerd.
Daarna reden we naar een dorpje waar we op het parkeerterrein van een café
mochten overnachten. Uitgeput vielen we in slaap. We hadden negen uur over
de grensovergang van Egypte naar Libië gedaan. Dit was onze goedkoopste
grensovergang geworden terwijl het de duurste zou zijn geworden als we het
via de touroperators hadden moeten regelen, wat iedere andere toerist of reiziger
moet doen.
Gesubsidieerd brood
We rijden langs de kust naar Tobruk. We zoeken naar een bank of een handelaar
op de zwarte markt om geld te wisselen en informeren meteen naar de sorella's,
oude kennissen van Anne Marie en Antonio. Anne Marie en Antonio hebben zes
jaar geleden een paar maanden door Libië gereisd en hebben destijds allerlei
mensen ontmoet waaronder de sorella's. De sorella's zijn Italiaanse
nonnen van de gemeenschap van zusters van de heilige familie van Spoleto,
die al vanaf hun achttiende in Libië wonen, zij zijn nu rond de tachtig.
De eigenaar van een autogarage schijnt geld te kunnen wisselen. Hij wordt
gehaald. Terwijl we op hem wachten gaan Anne Marie en ik kijken hoeveel het
brood kost. We krijgen gratis brood. Anne Marie had al verteld dat dit zes
jaar geleden ook al zo was. Het brood is gesubsidieerd en de mensen halen
heel veel broden tegelijkertijd. Als je om een of twee broden vraagt kijken
ze je vreemd aan en krijg je ze cadeau.
De eigenaar van de garage komt maar we vinden de wisselkoers niet interessant
genoeg en vertrekken weer.
Opgepikt door de geheime politie
Even later komt er een man in een auto achter ons aangereden, hij haalt ons
in en vertelt dat hij had gehoord dat we op zoek waren naar de sorella's
maar dat die niet langer in Tobruk wonen. Zij wonen nu bij de andere nonnen
in Derna. Anne Marie vertelt de man dat ze ook op zoek is naar een familie
waar ze sinds hun vorige reis contact mee hebben gehouden. Hij kent de familie
en zegt dat hij ons erheen kan brengen. Hij moet nog wel een paar dingen regelen.
We rijden achter hem aan en stoppen ergens waar hij een gebouw in gaat. Even
later komt hij terug en rijden we weer verder. Hij stopt weer en vraagt ons
opnieuw te wachten.
Opeens verschijnt er een man in een oude geroeste auto naast ons en vraagt
Coen en mij iets. De man die ons de weg wijst is net teruggekomen en we zeggen
dat we hem achterna moeten rijden en geen tijd hebben om zijn vraag te beantwoorden.
We stoppen weer ergens en opeens rijdt de man met zijn oude geroeste auto
voorop. De andere man is verdwenen.
We rijden verder en slaan een zijweg in. We passeren allerlei slagbomen en
draaien een erf op. We stoppen bij het huis waar een vrouw en haar dochters
uitkomen. Ze omhelzen Anne Marie en Antonio met tranen in hun ogen. Coen en
ik worden aan hun voorgesteld. De vrouw spreekt kort met de man die ons naar
hen toe heeft gebracht. We vragen haar wie de man is. Hij is van de geheime
politie en heeft ons onderweg opgepikt zodat hij ons in de gaten kan houden.
Hij wilde van haar weten waarom we er zijn, wat we gaan doen en wanneer we
weer zullen vertrekken. Ze heeft hem geantwoord dat het onduidelijk is wanneer
we zullen vertrekken. We zijn nu haar gasten en we mogen blijven zo lang we
willen.
Fout bij aanleg afluisterapparatuur
Binnen worden we gastvrij onthaald. De vrouw vertelt aan Anne Marie en ons
over haar leven en hoe het in de afgelopen zes jaar veranderd is. Ook vertelt
ze dat er veel in het land veranderd is sinds zij bij hun op bezoek waren.
Tegenwoordig kan iedereen vrij reizen. De roadblocks aan het begin
en eind van iedere stad zijn opgeheven en zij kunnen nu gewoon de auto pakken
en naar een andere stad rijden of de woestijn in gaan.
Ze vertelt dat haar gezin een afschuwelijke periode achter de rug heeft die
nog steeds zijn nasleep heeft. Haar man heeft in de gevangenis gezeten en
zij en haar kinderen zijn door de geheime politie bedreigd, de gebouwen op
hun erf en de prachtig aangelegde tuin zijn vernield, hun antieke en andere
bezittingen zijn afgenomen (gestolen dus!) en hun telefoon werd afgeluisterd
en hun leven tot een hel gemaakt.
Ze vertelde dat de geheime politie niet altijd even slim te werk ging. Bij
het aanleggen van de afluisterapparatuur was er iets fout gegaan. Als ze in
de telefoon een klik hoorde kon ze de hoorn van de haak nemen en hoorde ze
de politie met het hoofdkantoor bellen. Er werd besproken wat de volgende
stappen zouden zijn tegen de familie. Het was nu allemaal achter de rug en
van hogerhand was erkend dat er fouten waren gemaakt en dat de familie schadeloos
gesteld moest worden. Dat liet alleen erg lang op zich wachten en ondertussen
waren hun bezittingen nog steeds zoek.
Vogelvrij
We ontmoeten ook een zoon. Hij vertelde ons dat zodra het vonnis er door zou
zijn en zij hun goederen en geld terug hadden hij ook recht wilde laten spreken
door de tribes over de mannen die hun eigendommen vernield en gestolen
hebben. De mannen van de geheime politie kwamen uit verschillende tribes
en hij wil zijn eigen tribe en die van de mannen samen laten komen
zodat er recht kan worden gesproken.
Zowel de persoon die terecht staat als de personen die gedupeerd zijn mogen
hun verhaal doen. De ouderen van de tribes zullen naar aanleiding hiervan
een uitspraak doen. Als de uitspraak wordt genegeerd door de veroordeelde
wordt hij berispt, als hij zich er dan nog niet aan houdt wordt hij uit zijn
tribe gezet. Hij is dan vogelvrij en als de gedupeerde besluit het
recht in eigen hand te nemen en hem te doden kan niemand er iets van zeggen.
Modieus en sexy
De dochters en zoon leiden ons rond en we maken plezier met hen. Antonio laat
zijn kunsten zien op de motor van de zoon. 's Avonds is er een verlovingsfeest
van twee vrienden van de dochters, wij worden ook uitgenodigd. Coen en ik
lopen naar de auto om een mooie blouse aan te doen en keren terug naar het
huis. Daar heeft zich een metamorfose afgespeeld, de meisjes zien er opeens
modieus en sexy uit. Lange jassen worden aangetrokken om de kleding te verhullen.
In Libië is het zelfs voor mannen verboden om hun blote benen te laten
zien.
Met de auto rijden we naar een groot hotel waar de aula is afgehuurd. Het
feest is niet toegankelijk voor mannen en Coen en Antonio gaan in de bar van
het hotel wat drinken. De dochters vinden het belachelijk maar kunnen er niets
aan doen. Moeder en dochters, en Anne Marie en ik gaan de zaal binnen. Op
het podium zitten de twee stellen die zich verloven in mooi opgemaakte fauteuils,
ten toon gesteld aan het publiek.
Ook in Sudan hadden we al dergelijke verlovingen gezien en kon je op verschillende
plaatsen soortgelijke stoelen huren. De jongens komen uit Jordanië, de
tradities uit allebei de landen worden door elkaar heen gebruikt. De ouderen
vrouwen in de zaal houden hun hoofddoeken om maar de jonge meisjes zijn schaars
gekleed, zeker in tegenstelling tot hoe je ze op straat ziet lopen. Als ze
dansen wordt er flink met de heupen gedraaid. Ik kijk mijn ogen uit. Al vanaf
Sudan zijn de vrouwen decent gekleed maar hier zie ik voor het eerst hoe ze
er uit zien als de jassen uit gaan.
Als ze vertrekken worden de hoofddoeken zorgvuldig omgeknoopt en gaan de lange
verhullende jassen aan en alsof dit alles nooit heeft plaatsgevonden stappen
ze weer kuis en nederig de straat op. We hebben taart en ander lekkers voor
Coen en Antonio meegenomen zodat zij ook iets kunnen meepikken van het feest.
Maar naar hun zeggen hadden ze het best naar hun zin gehad in de bar.
Gastvrijheid
De familie is zeer gastvrij en we voelen ons erg gewenst. Ze zijn allemaal
blij met ons bezoek. Het leven in Libië is dan ook erg geïsoleerd.
's Ochtends ontbijten we met zelfgebakken cake en 's middags worden we door
de zoon rondgereden in het stadje en bezoeken we het Duitse oorlogsmonument.
Op de grond zijn nog munitie en handgranaten te vinden uit de Tweede Wereldoorlog.
Er is hier zwaar gevochten in WO II en vele Europeanen zijn hier gestorven.
Als we terugkomen eten we Libische spaghetti met als toetje heerlijke watermeloen.
We praten de hele dag over van alles en nog wat.
's Avonds gaan we als uitje naar het nieuwe internetcafé, het eerste
internetcafé in Tobruk. De moeder belt vanuit een van de telefoonwinkels.
Het is goed mogelijk dat haar gesprek ook daar wordt afgeluisterd. Alle telefoons
worden afgeluisterd en mensen houden elkaar in de gaten en verraden elkaar.
Men kan alleen met elkaar bellen en vanuit het buitenland gebeld worden maar
niemand kan zelf naar het buitenland bellen. Met de opkomst van mobiele telefonie
en internet wordt het natuurlijk steeds moeilijker om dit tegen te houden.
We halen falafel en rijden terug naar het huis waar we met zijn allen aan
de grote tafel eten en praten. Na het eten laat de jongste dochter ons een
Libische dans zien. Het is bijzonder om met deze familie kennis te maken.
Lady Be Good
's Morgens gingen we met zijn allen naar het museum. Het museum houdt huis
in een oude Italiaanse kerk en alles ligt er door elkaar. Foto's van de stad,
oude krantenartikels, munitie en geweren uit de WO I en WO II, een oude BSA
motor, schelpen, een Grieks beeld en nog veel meer.
Daarna bezoeken we de bunker van Rommel en The Lady Be Good. De bunker is
opgeknapt en heeft daardoor zijn historische waarde verloren. We mogen er
in terwijl ze nog druk bezig zijn de muren te witten. Ze hebben lampjes opgehangen
die uit de Ikea afkomstig lijken te zijn. Er is niets terug te vinden uit
de tijd dat Rommel zelf aanwezig was. De toegang hebben ze versierd met een
gietijzeren hek. Ze hebben het niet begrepen, maar kun je het mensen kwalijk
nemen die zo lang afgesloten zijn geweest van de buitenwereld en geen besef
hebben hoe ze hun cultureel erfgoed moeten bewaren.
Ook van de fameuze Lady Be Good is weinig over. In 1943 is de Amerikaanse
bommenwerper die als missie had de Italiaanse stad Napels te bombarderen,
boven de Libische woestijn neergestort. De inzittenden hebben allen het vliegtuig
voortijdig verlaten in de hoop het te overleven. Geen van allen heeft het
overleefd. Het verhaal gaat dat het vliegtuig zonder iemand aan boord een
perfecte landing heeft gemaakt, er was zelfs geen koffiekopje omgevallen tijdens
de landing.
De mensen van het toeristenbureau hebben het vliegtuig opgehaald van een plek
waar hij al tijden lag. Omdat ze geen middelen hadden het vliegtuig in één
stuk te verplaatsen hebben ze het in stukken gezaagd. Met als resultaat dat
het enige wat over gebleven is van de legende, een wrak van een vliegtuig
is. Terwijl wij toch graag die koffiekopjes op tafel hadden willen zien staan.
Ook hier zijn we weer van harte welkom
We rijden terug naar het huis en nemen innig afscheid van iedereen. We hebben
in korte tijd de familie goed leren kennen. Er worden tranen weggepinkt en
uitbundig zwaaien we naar elkaar totdat we uit het zicht verdwijnen. We vinden
het moeilijk om ze achter te laten en hopen maar dat alles voor hen weer op
zijn pootjes terecht komt.
Coen en ik rijden achter Antonio en Anne Marie aan. We zoeken een lunchplekje
aan het strand, helaas wordt hier het strand niet gezien als recreatie mogelijkheid
maar als vuilnisbelt. Daarna rijden we door naar Derna waar we op zoek gaan
naar de sorella's. Die zijn zo gevonden en als we het terrein oprijden
begint de mis. We worden uitgenodigd om de mis bij te wonen.
Het ene moment zitten we nog bij een Libische familie aan tafel en even daarna
zitten we in een kerk bij Italiaanse nonnetjes en een Poolse pastoor. We slaan
devoot een kruisje en mompelen wat met neergeslagen ogen als er gebeden wordt.
In de kerk zitten Aziatische families, Polen en vluchtelingen uit Sudan en
andere Afrikaanse landen die onderweg zijn naar Europa.
De zusters herkennen Anne Marie en Antonio en ze worden hartelijk begroet.
Coen en ik worden aan hen voorgesteld en in het Italiaans babbelen ze tegen
ons zonder dat wij het begrijpen. Het maakt niet uit ook hier zijn we weer
van harte welkom. 's Avonds eten we samen met de zusters. Ze hebben heerlijk
Italiaans gekookt. De groente komt uit eigen tuin en de spaghetti maken ze
zelf. Als echte zorgzame nonnetjes sporen ze ons aan om meermalen op te scheppen.
We kunnen warm douchen en veilig kamperen op hun erf. Voor ons vieren voelt
het als een rust punt.
Ze zijn niet op hun achterhoofd gevallen
De volgende dag is een zondag. Het is een speciale zondag. Er zijn drie Polen
die ter heilige communie gaan en de bisschop uit Malta zal speciaal voor deze
gelegenheid langskomen en de mis leiden.
's Morgens worden we door een van de nonnen uit bed gehaald. Ze vindt dat
we lang genoeg geslapen hebben en als we nu niet gaan ontbijten hebben we
geen honger als de lunch wordt geserveerd. We leren de zeven nonnen al beter
kennen en het is als in een film, iedere non met haar eigen speciale, bijna
uitvergrote karakter. De non die ons uit bed haalt komt stug over met haar
norse gezicht, maar is een lieverdje. Als we ontbeten hebben bieden we aan
om af te wassen, maar dat willen ze niet. Ze werken keihard. Zes dagen per
week werken ze buitenshuis in het ziekenhuis.
Aan huis hebben ze een kliniek voor moeder en kind, en dag en nacht komen
er mensen aan de deur die hulp nodig hebben. Daarnaast doen ze het huishouden
en verzorgen alles rondom het kerkgebeuren. Ze zijn goed op de hoogte van
wat er zich in de wereld afspeelt en zoals Anne Marie altijd zegt zijn ze
niet op hun achterhoofd gevallen. Ze weten maar al te goed dat ze hun eigen
veiligheid serieus moeten nemen. Twee van de zusters zijn ooit verkracht door
mannen die het er niet mee eens waren dat de nonnen opkomen voor moeders en
kinderen, en alleen díe behandelen in de kliniek. Op hun erf wordt
's avonds een hond vrijgelaten die de boel bewaakt. De hond is geen lieverdje
en slechts één van de zusters kan hem aan. Ook gaan de hoge
ijzeren hekken op slot. Toch doen ze in geval van nood zelfs 's nachts de
poort open om mensen te helpen.
Bijzondere vrouwen
Als de bisschop en zijn chauffeur aankomen staat de lunch klaar. Ook wij mogen
plaatsnemen aan tafel. Er is weer heerlijk gekookt en speciaal omdat de bisschop
er is krijgt iedereen een blikje 7UP.
Na de lunch lopen Anne Marie, Antoinio, Coen en ik door het stadje. Er is
geen vrouw op straat, alleen mannen en kinderen. Aan het eind van de middag
begint de mis. Naast ons zijn er alleen Polen aanwezig in de kerk en de mis
wordt dan ook in het Pools gehouden. Wij zitten er maar wat bij en kijken
toe hoe de jonge mensen hun belofte aan Jezus doen en naar de fraaie uitdossing
van de bisschop met zijn mijter.
Na de mis worden we uitgenodigd voor de receptie waar de jonge Polen gefeliciteerd
worden en waar lekkere hapjes geserveerd worden.
De bisschop en zijn Palestijnse chauffeur vertrekken weer. Wij gaan samen
met de nonnetjes aan tafel voor het avondeten. Weer eten we heerlijk, we genieten
van het eten en van het gezelschap van deze bijzondere vrouwen. Na het eten
kijken we gezamenlijk naar de tv en worden getrakteerd op een ijsje.
Apolonia
Op maandag 24 mei vertrekken we richting Apolonia. De overblijfselen van deze
2.600 jaar oude Griekse havenplaats ligt bij het dorp Susah. We rijden door
het dorp maar kunnen Apolonia niet vinden. We rijden wat rond langs de oude
Italiaanse huizen die zijn overgebleven uit de periode dat de Italianen huishielden
in Libië, tussen 1911 en WO II. Een oude Land Cruiser rijdt achter ons
aan, hij volgt ons. We stoppen bij een Italiaanse begraafplaats en kijken
er rond tussen de half vernielde graven. De man in de Land Cruiser staat verderop
in de straat geparkeerd en als wij vertrekken rijdt hij weer achter ons aan.
Ergens langs de kust gaan we lunchen en daarna gaan we weer op zoek naar Apolonia.
We rijden langs een politiepost en zij vragen waar we heen gaan. Nu rijdt
de man in de Land Cruiser voorop, hij brengt ons naar de oude havenplaats.
Hebben we toch nog een gids, en deze is gratis!
Apolonia is prachtig gelegen aan de azuurblauwe Middellandse zee. Er is niemand
op de site aanwezig en wij lopen rond en kijken onze ogen uit. Maar dit schijnt
nog niets te zijn vergeleken bij Cyrene en Leptis Magna.
Een revolver ter legitimatie
We rijden omhoog door de Groene Bergen richting Cyrene dat gelegen is naast
de moderne stad Shahat en een replica schijnt te zijn van Delphi. Als we in
de buurt komen zien we overal fundamenten van oude Griekse gebouwen. Langs
de weg die omhoog slingert zien we een deel van de oude stad onder ons liggen.
We rijden verder omhoog waar we een ander deel van de stad zien liggen. Niet
veel verderop ligt de tempel van Zeus. Als we stoppen om te gaan kijken worden
we ondervraagt door een man in burger. Hij wil weten waar we vandaan komen,
waar we naar toe gaan en waar onze gids is. Ons antwoord is dat wij geen gids
nodig hebben.
Als we verder rijden volgt hij ons. Wij zoeken een plek om te kamperen maar
de man bemoeit zich er mee en zegt dat er maar één plek is waar
we mogen staan. We rijden achter hem aan naar een soort jeugdherberg. Wij
willen er niet staan en vragen of we niet aan de overkant in het bos mogen
staan. Dat mag als we maar dicht in de buurt van het politiebureau blijven
dat gelegen is naast de Jeugdherberg. Hij zegt van de politie te zijn. Ik
vraag of hij zich kan legitimeren. Hij heeft geen identiteitsbewijs maar is
toch echt van de politie. Hij ziet er sjofel uit met zijn overhemd over zijn
broek en zijn maffe petje op. Hoe kan ik weten dat u van de politie bent vraag
ik hem terwijl ik terug naar de auto loop. Als ik in de auto zit komt hij
op me af lopen. Hij heeft een manier gevonden hoe hij kan bewijzen dat hij
van de politie is. Hij tilt zijn blouse op en laat zijn revolver zien die
hij achter in zijn riem heeft gestoken. 'Now your happy?' vraagt hij mij.
Niet echt nee!
We negeren hem
We rijden naar het bos dat gebruikt wordt als picknick plaats. Het ziet er
niet geschikt uit en als we een dood schaap zien liggen dat voor de helft
is geconsumeerd weten we niet hoe snel we er weg moeten komen. We besluiten
voordat we verder gaan zoeken naar een geschikte kampeerplek bij de tempel
van Zeus te gaan picknicken. Een kleine bus met Italiaanse toeristen is tegelijk
met ons in het stadje. Het zijn de enige, er zijn in Libië heel weinig
toeristen. De man van de geheime politie komt nonchalant aangelopen en praat
met de gids van het gezelschap. Die krijgt de opdracht ons uit te horen omdat
hij goed Engels spreekt. De politieman vertrekt en de gids komt op ons af
en vraagt wat we hier doen, hoe lang we blijven en waar onze gids is. We omzeilen
zijn vragen. We vertrekken en vinden een plekje om te kamperen naast het museumdepot.
Het duurt niet lang of de geheime politie heeft ons gevonden. Hij blijft in
zijn auto zitten en houdt ons in de gaten, we negeren hem. Tegen de avond
wordt het fris en na het eten gaan we snel naar bed.
Prachtige antieke beelden
Als we zitten te ontbijten komen er vier mannen aangelopen. Eén ervan
is de geheime politieagent met het maffe petje op. Hij heeft versterking meegebracht
en een vertaler. Een Griekse man is van zijn werk opgehaald om te tolken.
Hij vertelt ons dat de agenten willen weten wat we hier doen wanneer we weer
weggaan en waar onze gids is. Ze willen onze paspoorten zien en gaan alle
gegevens overschrijven van de Arabische vertaling die achter in staat. Coen
laat de politie het zinnetje in ons paspoort zien waar iets staat over de
Nederlandse ambassade. Hij zegt dat we daarom geen gids nodig hebben. De politie
wijst ons er op dat we binnen zeven dagen moeten registreren, een van hun
kan ons naar het hoofdkantoor brengen waar we de stempels kunnen halen. Wij
zijn geïrriteerd en willen met rust gelaten worden.
De Griekse man verontschuldigt zich. Hij moet doen wat hem wordt gevraagd.
Ik ben onaardig tegen de politieagenten geweest maar bied de Griek mijn stoel
aan. Coen grijpt de gelegenheid aan om te informeren naar oude motoren. In
het internetcafé in Tobruk heeft hij een plaatje van een Indian motor
gedownload. Hij laat hem de afbeelding zien. De Griek weet iemand die dergelijke
motoren uit de oorlog heeft staan. Coen begint te stralen en Antonio kijkt
ook gelukkig. Hij belooft hun dat hij ze er naar toe zal brengen. Eerst moeten
we van de politie af zien te komen en dan zal hij ons ook het museum laten
zien.
We beloven de politie dat we later op de dag samen naar het hoofdbureau zullen
gaan. Zij vertrekken en de Griek wil ons eerst het museum laten zien waar
hij voorheen directeur van was. Hij neemt ons mee naar het museum waar nog
geen toerist is geweest omdat het al lange tijd gesloten is. De beroemde beelden
van Cyrene mogen eigenlijk niet gefotografeerd worden maar hij zegt ons dat
we mogen fotograferen zolang we het materiaal maar niet publiceren.
Onze mond valt open als we de zaal met beelden binnenlopen. Het is prachtig
en we voelen ons vereerd dat we dit mogen zien. Zonder Anne Marie en Antonio
zouden we hier niet gestaan hebben. Ons doel is om dwars door Afrika te reizen
maar hun doel is om al het moois uit de oudheid op te sporen en het te bewonderen
en vast te leggen. Bij thuiskomst geven ze lezingen met dia's over hun reizen.
Motoren
Na het museumbezoek neemt hij Coen en Antonio mee naar de man die oude motoren
heeft staan. Het zijn vier prachtexemplaren uit de jaren veertig en Coen en
Antonio bedenken hoe ze de motoren kunnen kopen en uitvoeren. We weten al
dat het zo goed als onmogelijk is om dingen uit te voeren vanuit Libië,
maar dat maakt niet uit. Anne Marie ziet het ook wel zitten en denkt mee over
de verschillende oplossingen. Ik wordt er chagrijnig van. Ik zie het al voor
me dat we hier een paar weken moeten zitten terwijl we telkens gevolgd worden
door van die halvegare kerels met een revolver in hun broekriem.
We hebben ontdekt dat je ze kunt herkennen. Als ze hun overhemd over hun broek
dragen kun je er vanuit gaan dat het geheime politie is. Je kunt als je goed
kijkt de revolver zien zitten als ze bukken.
Maar goed het is een van Coen's dromen om nog eens een gouden vondst te doen
en daarmee naar huis te komen. Ze hebben al gevraagd of de motoren te koop
zijn maar de zoon gaat hierover en die is net naar de stad vertrokken en komt
pas over een paar dagen weer thuis. Coen en Antonio hopen dat ze voor een
redelijke prijs de motoren kunnen kopen en dan zien ze wel hoe ze de motoren
het land uit kunnen krijgen. Desnoods moet de daktent eraf en leggen we er
daar een neer, de douane heeft nog nooit gevraagd of we willen laten zien
wat we op het dak vervoeren. Hoe dan ook we moesten eerst op de terugkomst
van de zoon wachten.
Ondertussen gingen we ons laten registreren. Geheime agent voorop en wij erachter
aan. Over de snelweg naar de nabij gelegen grote stad Al Bayda. Als we er
aan komen is het drie uur en om drie uur stopt iedereen hier met werken. Of
we morgen terug willen komen. We gaan met zijn vieren ergens een hapje eten.
Coen en ik krijgen ruzie. Het gaat eigenlijk altijd goed tussen ons en we
hebben het altijd naar ons zin in elkaars gezelschap maar we raken moe en
als er stress bij komt gaat het verkeerd. Antonio komt polshoogte nemen en
we maken het weer goed. Het restaurant wordt door Egyptenaren gerund wat duidelijk
wordt als we de rekening krijgen.
Cyrene
We rijden terug naar Cyrene en bezoeken de bovenstad. Het is ongelofelijk
hoe goed alles bewaard is gebleven. Je kunt de verschillende gebouwen herkennen
en er liggen nog overal mozaïekvloeren. Je kunt er gewoon over heen lopen.
Dit zou nergens anders kunnen maar Unesco is hier in de jaren zestig al verdreven
en sindsdien is er niet veel meer aan gedaan, wat een zegen is.
Er is geen enkele andere toerist te bekennen alleen een paar kinderen spelen
op en rond de beelden en fundamenten van gebouwen. We slenteren rond en luisteren
naar wat Anne Marie er allemaal over weet te vertellen. Naderhand rijden we
achter Anne Marie en Antonio aan. Op deze manier gaan ze altijd op zoek naar
dingen waar de gewone toerist aan voorbijloopt. We vinden van alles en onder
andere een Grieks graf met amfitheater, waar we graven op zoek naar een intact
olielampje of vaasje. We vinden wel delen van olielampjes en veel scherven
maar niets compleets.
Aan de overkant zien we een auto langzaam rijden en we zijn al net als de
Libiër achterdochtig aan het worden en denken dat het de geheime politie
is die ons in de gaten houdt.
Bij het tankstation kunnen we douchen en daarna maken we gezamenlijk een maal
en gaan we vroeg slapen. Het is koud en er staat een harde wind.
No factura, no money
We worden wakker van het roepen van Antonio. De nachtwakers van het museumdepot
staan meteen naast hun wagen. Er was een dief in de nacht die probeerde de
jerrycan's van de achterkant van hun busje te stelen. De nachtwakers laten
de honden los en zoeken nog een tijdje tevergeefs naar de dief.
's Morgens gaan we naar het politiehoofdbureau om ons te laten registreren.
Als we er aankomen is onze politieagent ook al aanwezig. Hij ziet de grap
er wel van in dat hij altijd aanwezig is waar wij zijn, wij zijn er niet echt
blij mee. Hij brengt ons naar boven waar we onze paspoorten moeten inleveren
en er een zegel wordt ingeplakt ter registratie, van tien Dinar per persoon.
Antonio bluft altijd tegen mensen die het hem onderweg proberen moeilijk te
maken dat hij met de big modina heeft gesproken. Italiaans voor wat
in het Arabisch modier heet, de grote baas. Bluffen is altijd handig
in dit soort landen we lopen dan ook naar het kantoor van de big modier
en nemen daar plaats om op onze paspoorten te wachten. Er wordt helemaal niet
van opgekeken. Dat moet je in Nederland echt niet doen. Anne Marie wijst naar
de kasten waar één enkele ordner staat die niet eens vol is.
Op de tafel van de modier ligt één boek en dat is dan
ook alles. Ook staat er een fax en telefoon. Het werk van de modier
bestaat vooral uit praten. Iedereen komt binnen om met hem te spreken, ook
onze geheime agent komt een praatje maken. Ook Antonio knoopt een gesprek
met hem aan. De modier spreekt prachtig Italiaans. Het duurt een tijdje
maar dan wordt ons gezegd dat de paspoorten klaar zijn. We hebben de 40 Dinar
betaald, 10 Dinar per zegel die in het paspoort is geplakt. Maar de man wil
onze paspoorten nog niet teruggeven. Hij wacht tot onze geheime agent er is
en vraagt dan aan ons om nog eens tien Dinar te betalen anders krijgen we
de paspoorten niet mee. Antonio betaalt zijn deel maar wij vinden het toch
vreemd. Oké we willen wel betalen maar dan willen we een factuur. Nee,
een factuur hebben ze niet. "No factura, no money", zegt Coen. Ze
kijken beteuterd en geven dan toch maar al het geld terug. De big modier
zit in het kamertje ernaast, daar zijn we zo als het moet.
De koning te rijk
We wilden naar een boekwinkel en naar een oude Baileybrug buiten de stad.
Onze geheime agent brengt ons erheen in de hoop nu van ons af te zijn. Hij
zal nog op zijn neus kijken want aan het eind van de dag zullen we weer naar
Cyrene terugkeren.
Als we in Cyrene terug zijn bezoeken we de benedenstad. Jongens klimmen op
een beeld van een leeuw en een groepje kinderen slentert rond door de ruines.
Het bijzondere van Cyrene is de hoeveelheid en de staat waarin de antiquiteiten
zich bevinden.
Aan het eind van de dag gaan Coen en Antonio kijken of de zoon al thuis is
om over de motoren te praten. De zoon was thuis maar was zich wel degelijk
bewust van de waarde van de motoren en vroeg maar liefst 7.500 Dollar per
motor. Dat was toch iets te veel van het goede vooral omdat we ze waarschijnlijk
nooit in Nederland kunnen krijgen. Het hoofdstuk motoren was (voor dit moment)
hiermee afgesloten. Coen maakt nog wel een waypoint en schrijft het
adres op voor het geval hij zich bedenkt en toch nog gaat proberen de motoren
naar Nederland te krijgen.
De bewaker van het museum bood ons aan dat we op de binnenplaats van het museum
mochten kamperen omdat het daar veilig zou zijn. We reden de binnenplaats
op en begonnen aan ons diner tussen de Griekse, Romeinse en Byzantijnse beelden.
De meeste zonder hoofd, de hoofden zijn vaak door Europeanen eraf gehakt en
meegenomen. Wij voelden ons de koning te rijk.
Niets uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd
zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Mirjam van Tiel & Coen Barthels © 2004
Klik op het Gastenboek en en mail jouw reactie naar rieky-ad@art3400ad.nl
en zij zetten
het in het gastenboek