|

Gaddafi is prominent aanwezig in Libië

De grenspost

Overnachten bij een café

De kust van Libië

Eten en praten aan de keukentafel

Antonio laat zijn kunsten zien

Dansen tijdens
het verlovingsfeest

Het paar toont
zich aan de gasten

Handgranaat uit WO II

Gedenkkrans in
het Duitse oorlogsmonument

Een haremdans

De slag om Tobruk

Lady Be Good

Bunker van Veldmaarschalk Rommel

Ze hebben heerlijk gekookt

Met de Italiaanse nonnetjes aan tafel

De Poolse pastoor
en de bisschop uit Malta

Mirjam en Anne Marie komen tot rust

Italiaanse architectuur in Susah

Apolonia

Cyrene

De tempel Zeus

De beelden van Cyrene

De drie gratiën van Cyrene

Dé vondst: BMW, BSA,
2x Moto Guzzi (circa 1940)

Het topstuk: Moto Guzzi in rijdbare staat

Prachtige mozaïek vloeren

Cyrene

Pantserwagen gebruikt
in oorlogsfilm met Anthony Quinn

Een baileybrug uit 1943

Cyrene, Apollo-tempel

Dineren tussen antieke beelden
|
REISVERSLAG 18
(Libië, the Great Socialist People's
Libyan Arab Jamahiriya, deel 1)
Geschreven door: Mirjam, 16 - 26 juli 2004
Ze lijken op hun leider
We hadden het voor elkaar gekregen om zonder gids ons visum voor
Libië te bemachtigen maar dat hield niet in dat we de grens
zonder problemen zouden kunnen oversteken. Het zou wel eens kunnen
tegen vallen maar omdat het zo makkelijk ging aan de Egyptische
kant waren we positief gestemd. In het stuk niemandsland tussen
Egypte en Libië zitten mensen langs de kant van de weg te wachten,
hoe lang zij daar al zitten weten we niet. Het hek voor de Libische
grenspost staat open en wij rijden het terrein van de douane op.
We worden gestopt door mannen in burger die naar onze paspoorten
vragen. Ze zien er glad uit met mooie gezichten en dikke haarbossen,
ze lijken op hun leider.
Het is altijd onduidelijk wat voor functie de mensen hebben die
om je paspoort vragen maar we zijn daar nu wel aan gewend, Libië
is het dertiende Afrikaanse land waar we doorheen reizen.
In een klein kantoortje worden de gegevens uit onze paspoorten overgenomen
op een gekreukeld blaadje dat rafelig uit een kladbok is gescheurd.
De tafel is stoffig. Coen, Antonio, Anne Marie en ik staan om de
tafel heen en wachten. Ze hebben veel tijd nodig om alle gegevens
op het vodje papier over te schrijven. Ik erger me aan de manier
waarop ze naar ons kijken en hoe nonchalant ze met onze paspoorten
omgaan maar eigenlijk ben ik zenuwachtig omdat je op zo'n moment
zo weinig controle hebt over de situatie en hoe die zich gaat ontwikkelen.
We houden het vaag
Op het visum in ons paspoort staat een zin in het Arabisch. Wij
hebben die laten vertalen. De strekking van die zin is dat de Nederlandse
ambassade toestemt dat wij door Libië reizen en voor ons garant
staat tijdens ons verblijf aldaar. Ook staat op ons visum vermeld
dat wij geen 'toeristen' of 'transit' visum hebben maar een 'visit',
wat waarschijnlijk inhoudt dat we een zakenvisum hebben gekregen.
We moesten een plaats in Libië opgeven waar we zouden verblijven,
we hadden Tobruk genoemd, de eerste plaats over de grens. De mannen
achter het bureau vragen ons er naar. Zijn we toeristen of visitors?
Wij weten niet wat we moeten antwoorden. Is het juist beter om te
zeggen dat we toeristen zijn of wordt het makkelijker als we zeggen
dat we een zakelijke afspraak hebben in Tobruk.
Anne Marie en Antonio hebben hun visum gekregen op uitnodiging van
een relatie in Libië en hebben uiteindelijk een transitvisum
gekregen. Zij hebben tegen de mannen gezegd dat ze toeristen zijn
en we weten niet of het vreemd zal overkomen dat we met hun samen
reizen terwijl wij een zakelijke afspraak zeggen te hebben. We doen
alsof we het niet begrijpen en blijven het plaatsje Tobruk noemen.
Ze begrijpen niet waarom we het niet snappen en bladeren in onze
paspoorten. Daar zien ze alle stempels en visa van de andere twaalf
landen waar we al doorheen hebben gereisd.
Het wordt nu wel erg moeilijk om het vaag te houden en we zeggen
dat we inderdaad door zullen reizen naar Tunesië om vanaf Tunis
naar Europa over te steken. Ze vragen ons de auto's te verplaatsen
en we moeten in onze auto's blijven wachten, waarop weten we niet.
Waar zijn we in hemelsnaam in verzeild geraakt?
Op het terrein staan veel mensen te wachten, zij dragen grote vierkante
pakketten. Op een terrein links van ons staat een rij vrachtwagens
stil. Er staan twee containers in het midden waar mensen voor een
luik staan. Na vijftien minuten vinden Coen en ik dat we in actie
moeten komen. We lopen over het terrein en komen de man tegen waar
we al eerder mee te maken hebben gehad. We vragen hem waar we op
wachten. Hij zegt dat we onze paspoorten moeten inleveren en dat
ze dan naar Tripoli zullen bellen. Zodra ze Tripoli bereikt hebben
kunnen er stempels worden gezet. We geven onze paspoorten nooit
af en we lopen de man die met alle vier onze paspoorten wegloopt
dan ook achter na. Hij gaat een van de containers in en stelt ons
gerust en zegt dat we beter bij de auto's kunnen wachten. Hij doet
de deur dicht en wij lopen terug naar de auto.
Anne Marie en Antonio zitten in tijdschriften te bladeren om de
tijd door te komen, wij gaan dat ook maar doen. We schrikken ons
rot als er opeens veel gegil te horen is en een menigte vrouwen
en mannen in alle richtingen uit elkaar stuift. Een douanebeambte
in burger houdt twee vrouwen bij de haren vast. Zij proberen los
te komen en jammeren klagerig. De rest van de mensen rennen struikelend
met hun grote pakken zo ver mogelijk van de beambte vandaan en kijken
vanaf een veilige afstand toe. De beambte trekt aan de vierkante
pakketten maar de vrouwen laten niet zomaar los. Opeens is het weer
rustig. We snappen er niets van. Even later gebeurt het weer en
zien we dat een kleine jongen probeert de grote vierkante pakken
van zijn vader te beschermen als de beambten ze proberen af te pakken.
Hij is te klein en twee vrouwen snellen toe om de pakketten veilig
te stellen. Anne Marie vertelt dat een van de politiemensen een
vrouw schopte die niet snel genoeg weg kon komen. Waar zijn we in
hemelsnaam in verzeild geraakt?
De hoogste baas
We komen erachter dat in de pakketten levensmiddelen en luxe artikelen
zitten. We nemen aan dat deze mensen tussen de twee grenzen op en
neer lopen om deze artikelen van het ene land naar het andere te
brengen. De stemming is grimmig en wij worden er niet echt vrolijk
van.
Coen en ik vinden dat we er weer op af moeten om de douane te laten
weten dat we niet met ons laten sollen. Anne Marie en Antonio zijn
het niet eens met onze aanpak, zij nemen een afwachtende houding
aan. Zij vinden het te gevaarlijk om in Arabische landen stampei
te maken. Het is moeilijk te zeggen wat effectiever is en of het
één gevaarlijker is dan het andere maar voor ons voelt
het beter om ze te laten weten dat we er zijn en dat we lastig kunnen
zijn. Het kantoortje in de container is gesloten. We lopen verschillende
andere kantoortjes in en spreken een aantal belangrijk uitziende
mannen aan totdat een van hen ons meeneemt naar degene die onze
paspoorten mee heeft genomen. Hij zegt dat het nu lunchpauze is
en dat er het aankomende uur niets zal gebeuren. Wij laten weten
dat we daar niet op willen wachten en dat ze maar iemand moeten
halen die ons kan helpen. Er wordt iemand bijgehaald die Engels
spreekt en die verzekert ons dat over een uur iedereen weer op zijn
post is en dat onze paspoorten dan meteen behandeld zullen worden.
De containers gaan inderdaad na een uur weer open, maar nu is het
argument dat Tripoli nog steeds niet heeft teruggebeld en dat ze
dus geen stempels kunnen zetten. Wij zeggen dat we de hoogste baas
willen spreken en blijven aandringen. Ze zeggen ons dat ze direct
naar de hoogste baas zullen gaan.
Met gevaar voor eigen leven
Coen is nog steeds bevangen door onze foto-obsessie (Egypte) en
maakt een foto van de grenspost. Ik heb tevergeefs geprobeerd hem
tegen te houden. Anne Marie komt naar ons toe om te zeggen dat iemand
het aan het verklikken is en dat we nu echt moeten oppassen. Snel
haal ik de kaart uit het toestel en verberg het toestel onder mijn
stoel. Uit het middenvakje haal ik een oud fototoestel wat daar
ligt in het geval we overvallen worden. Angstig wachten we af, terwijl
ik Coen dwing te beloven dat hij zoiets nooit meer doet. Na twintig
minuten is nog niemand op ons af gekomen, dus het zal wel loslopen.
We hebben geluk gehad.
Ik zie de koppen al voor me: vier Europeanen verdwenen
Na een half uur vinden Coen en ik het tijd worden om weer van ons
te laten horen. Antonio loopt met ons mee. We staan in een van de
twee containers en vragen of de baas de paspoorten al gezien heeft.
Een lange glad uitziende man lacht poeslief en verzekert ons dat
de paspoorten op dit moment bij de big modier liggen. Hij
verlaat de container. Opeens komen onze paspoorten uit een achterzak
van een van de andere mannen. De lange man had dus gelogen. Wij
foeteren de man uit en zeggen hem dat er nu actie moet worden ondernomen.
Hij zegt dat hij het zal doen en steekt de paspoorten opnieuw in
zijn achterzak en draait zich om waarop Coen en ik meteen protesteren.
Coen en ik weten van geen ophouden meer, wij willen hier weg en
hebben de indruk dat als wij niet alles op alles zetten we hier
nog wel dagen kunnen staan. De man krijgt genoeg van ons en geeft
toe. Hij loopt met de paspoorten over het terrein.
Wij lopen hem achterna omdat we onze paspoorten nooit afgeven en
ze in ieder geval nooit uit het oog verliezen. De man maakt bezwaar
dat we meelopen en probeert ons af te schudden. We volgen hem nog
maar als hij blijft staan en dreigt niets meer te doen laten we
hem maar gaan. We gaan naar de auto en wachten een half uur voordat
we er weer op af gaan. Na veel vragen en zoeken komen we erachter
dat de paspoorten het terrein af zijn naar de big modier,
die in het eerstvolgende dorp woont. De moed is me in de schoenen
gezakt. We zijn weer in de auto gaan zitten en ik moet mezelf moed
inpraten. Nu zitten we hier op een terrein waar deze gladde leugenachtige
mannen het voor het zeggen hebben. In een dictatoriaal land, een
politiestaat waar de burgers zo goed al geen rechten hebben. We
hebben niet eens onze paspoorten meer. Ik zie de koppen al voor
me: vier Europeanen verdwenen in Libië.
Precies na een uur waren ze terug
De zon was al aan het zakken en ik vatte weer moed. Ik wilde op
deze plek niet de nacht doorbrengen. Coen en ik spraken verschillende
mannen aan en ons werd verzekerd dat we binnen een uur echt konden
vertrekken. Ik wees op de zon en probeerde hen duidelijk te maken
dat het voor mij als vrouw toch niet gepast was om hier de nacht
door te brengen in de hoop dat ze er vaart achter zouden zetten.
We konden niets anders dan wachten en het werd donker. Opeens waren
onze paspoorten terug en we moesten meekomen. Antonio bleef bij
de auto en wij gingen met zijn drieën mee. In de container
stond een man in pak die duidelijk een gids was. Hij sprak Engels
en wilde weten waar we gingen overnachten. Wij waren bang dat we
alleen Libië in mochten als we
deze gids zouden huren en daar hadden we echt geen zin in. Hij bleef
aan ons hoofd zeuren maar we hielden hem op afstand door te zeggen
dat we eerst onze paspoorten terug wilden hebben voordat we bereid
waren het over iets anders te hebben.
De gids bleef beteuterd achter toen we de beambte achterna liepen.
We liepen het terrein af, wat we erg vreemd vonden. Het scheen dat
we iets moesten regelen in het volgende dorp. Anne Marie en Coen
stapte in een auto zonder kentekenplaten en ik liep terug naar Antonio.
Het was ondertussen aarde donker geworden. Ik liep door de ruimte
waar de auto's worden gecontroleerd. Er werd gegild en mensen stoven
weg uit de overkapte ruimte. Alleen ik en een ander vrouw bleven
achter in de ruimte. De jonge vrouw had ik al eerder gezien, zij
reisde alleen. De politie bleef tegen haar schreeuwen en zij kromp
ineen. Ik wilde haar helpen maar ik wilde mezelf niet in de problemen
brengen. Het enige wat ik kon bedenken was te blijven staan en naar
de politie en de vrouw te blijven kijken. Het geschreeuw stopte
toen de vrouw naar de politie toeliep. Het enige wat er aan de hand
was, was dat ze haar paspoort wilde inzien. Respect voor vrouwen
(mensen?) hebben ze hier niet. Ik liep snel door naar Antonio en
ging naast hem in het busje zitten wachten totdat Anne Marie en
Coen terug zouden komen. Ik hoopte maar dat ze terug zouden komen
en deed een schietgebedje. Ik sprak met mezelf af dat als ze na
een uur nog niet terug zouden zijn ik ongerust mocht worden. Precies
na een uur waren ze terug.
Precies genoeg Dinars
Anne Marie en Coen zaten in de auto maar ze vertrokken niet direct.
De motor van de gloednieuwe auto werd gestart maar moest volgens
de goede man eerst tien minuten warm draaien voordat hij kon optrekken.
Toen de motor 'de goede temperatuur' had vertrokken ze, met luide
muziek, richting het dorpje.
Bij een hotel bevond zich een kantoortje waar autoverzekeringen
werden verkocht. Met de Dinars die Coen had gewisseld aan de Egyptische
grens konden ze voor beide auto's een verzekering aanschaffen. Toen
dat was gebeurd reden ze terug naar de grens en bezochten het kantoor
waar de kentekens werden verstrekt. Coen had precies genoeg Dinars
om dit voor beide auto's te regelen, anders hadden we tot de volgende
dag kunnen wachten tot er een bank open was. Hierna kwamen Anne
Marie en Coen met blijde gezichten op Antonio en mij afgelopen.
Ik was enorm opgelucht om ze te zien.
Hij bleef trekken aan de achterdeur
Coen had onze paspoorten en vertelde dat we konden gaan. Er werd
haast gemaakt, met drukke handgebaren gaven ze aan dat we moesten
vertrekken. Geen probleem want wij willen graag weg. Het was ondertussen
al tien uur 's avonds. We werden weer aangehouden in de overdekte
ruimte. Ze wilden onze auto's inspecteren. Coen en ik knepen hem
want het was bekend dat je geen elektronica bij je mocht hebben
en er waren genoeg gevallen bekend van mensen die hun laptop of
GPS hadden moeten afstaan. Ook onze satelliettelefoon was verboden.
De man die onze auto controleerde trok aan een voordeur (die wij
zodra wij de auto verlaten altijd op slot doen) en gebaarde dat
hij de achter deur geopend wilde hebben. Dat hadden we in het hele
jaar nog nooit meegemaakt, altijd wilden ze alleen dat we de achterklep
opende. Maar net nu wilde ze de achterdeuren open hebben, dat kwam
niet goed uit want zodra je die opendoet zie je de laptop staan.
We moesten snel iets verzinnen. Ik zei hem dat de achterdeuren niet
open konden maar dat als hij wilde zien wat daar in zat we via de
achterklep alles eruit konden halen zodat hij kon zien wat er allemaal
in de auto zat. Hij bleef nog wat trekken aan de achterdeur maar
toen ik de achterklep opende en hem van alles ging aanwijzen was
hij afgeleid en kwam naar me toe. Hij haalde een legen waterjerrycan
eruit en schudde er aan. Met een vage glimlach vroeg hij ons of
dit voor alcohol was en waar we onze alcohol verborgen. Het is in
Libië strafbaar om alcohol bij je te hebben. Coen was blij
dat we hem hadden afgeleid van de elektronica en hield hem aan de
praat over alcohol en water en vertelde hem dat wij alleen het laatste
bij ons hadden. Toen hij weg liep haalden we opgelucht adem.
De man die het busje van Anne Marie en Antonio had onderzocht kwam
op me aflopen en ook hij begon aan de achterdeur te trekken. Ik
kreeg het even benauwd maar wees snel naar de man die onze auto
had gecontroleerd en bleef herhalen dat we al door de douane heen
waren. Hij droop af en we mochten door rijden, de grenspost af.
We hadden negen uur over de grensovergang gedaan
Maar ook al waren we nu officieel in Libië, we werden weer
aangehouden. We moesten toch nog het Carnet laten afstempelen. Coen
en Antonio liepen mee naar een kantoortje. De man die het moest
invullen wist er niet veel van en zette de stempel aan de verkeerde
kant, waardoor het leek of we de auto al weer hadden uitgevoerd
(Ja, de Arabieren beginnen aan de rechterkant te schrijven en wij
links, dat kan verwarrend zijn.) Coen liep het kantoortje in en
hielp de man bij het invullen van de Carnets. Daarna vertrokken
we, opgelucht en moe.
Tot nu toe hadden we alles nog als een uitdaging gezien maar nu
was er toch een grens overschreden. Dit was niet leuk meer, maar
gevaarlijk. We waren blij dat we niet alleen waren maar samen met
Anne Marie en Antonio. We passeerden nog een politie roadblock
waar al onze paspoorten werden gecontroleerd. Daarna reden we naar
een dorpje waar we op het parkeerterrein van een café mochten
overnachten. Uitgeput vielen we in slaap. We hadden negen uur over
de grensovergang van Egypte naar Libië gedaan. Dit was onze
goedkoopste grensovergang geworden terwijl het de duurste zou zijn
geworden als we het via de touroperators hadden moeten regelen,
wat iedere andere toerist of reiziger moet doen.
Gesubsidieerd brood
We rijden langs de kust naar Tobruk. We zoeken naar een bank of
een handelaar op de zwarte markt om geld te wisselen en informeren
meteen naar de sorella's, oude kennissen van Anne Marie en
Antonio. Anne Marie en Antonio hebben zes jaar geleden een paar
maanden door Libië gereisd en hebben destijds allerlei mensen
ontmoet waaronder de sorella's. De sorella's zijn
Italiaanse nonnen van de gemeenschap van zusters van de heilige
familie van Spoleto, die al vanaf hun achttiende in Libië wonen,
zij zijn nu rond de tachtig.
De eigenaar van een autogarage schijnt geld te kunnen wisselen.
Hij wordt gehaald. Terwijl we op hem wachten gaan Anne Marie en
ik kijken hoeveel het brood kost. We krijgen gratis brood. Anne
Marie had al verteld dat dit zes jaar geleden ook al zo was. Het
brood is gesubsidieerd en de mensen halen heel veel broden tegelijkertijd.
Als je om een of twee broden vraagt kijken ze je vreemd aan en krijg
je ze cadeau.
De eigenaar van de garage komt maar we vinden de wisselkoers niet
interessant genoeg en vertrekken weer.
Opgepikt door de geheime politie
Even later komt er een man in een auto achter ons aangereden, hij
haalt ons in en vertelt dat hij had gehoord dat we op zoek waren
naar de sorella's maar dat die niet langer in Tobruk wonen.
Zij wonen nu bij de andere nonnen in Derna. Anne Marie vertelt de
man dat ze ook op zoek is naar een familie waar ze sinds hun vorige
reis contact mee hebben gehouden. Hij kent de familie en zegt dat
hij ons erheen kan brengen. Hij moet nog wel een paar dingen regelen.
We rijden achter hem aan en stoppen ergens waar hij een gebouw in
gaat. Even later komt hij terug en rijden we weer verder. Hij stopt
weer en vraagt ons opnieuw te wachten.
Opeens verschijnt er een man in een oude geroeste auto naast ons
en vraagt Coen en mij iets. De man die ons de weg wijst is net teruggekomen
en we zeggen dat we hem achterna moeten rijden en geen tijd hebben
om zijn vraag te beantwoorden. We stoppen weer ergens en opeens
rijdt de man met zijn oude geroeste auto voorop. De andere man is
verdwenen.
We rijden verder en slaan een zijweg in. We passeren allerlei slagbomen
en draaien een erf op. We stoppen bij het huis waar een vrouw en
haar dochters uitkomen. Ze omhelzen Anne Marie en Antonio met tranen
in hun ogen. Coen en ik worden aan hun voorgesteld. De vrouw spreekt
kort met de man die ons naar hen toe heeft gebracht. We vragen haar
wie de man is. Hij is van de geheime politie en heeft ons onderweg
opgepikt zodat hij ons in de gaten kan houden. Hij wilde van haar
weten waarom we er zijn, wat we gaan doen en wanneer we weer zullen
vertrekken. Ze heeft hem geantwoord dat het onduidelijk is wanneer
we zullen vertrekken. We zijn nu haar gasten en we mogen blijven
zo lang we willen.
Fout bij aanleg afluisterapparatuur
Binnen worden we gastvrij onthaald. De vrouw vertelt aan Anne Marie
en ons over haar leven en hoe het in de afgelopen zes jaar veranderd
is. Ook vertelt ze dat er veel in het land veranderd is sinds zij
bij hun op bezoek waren. Tegenwoordig kan iedereen vrij reizen.
De roadblocks aan het begin en eind van iedere stad zijn
opgeheven en zij kunnen nu gewoon de auto pakken en naar een andere
stad rijden of de woestijn in gaan.
Ze vertelt dat haar gezin een afschuwelijke periode achter de rug
heeft die nog steeds zijn nasleep heeft. Haar man heeft in de gevangenis
gezeten en zij en haar kinderen zijn door de geheime politie bedreigd,
de gebouwen op hun erf en de prachtig aangelegde tuin zijn vernield,
hun antieke en andere bezittingen zijn afgenomen (gestolen dus!)
en hun telefoon werd afgeluisterd en hun leven tot een hel gemaakt.
Ze vertelde dat de geheime politie niet altijd even slim te werk
ging. Bij het aanleggen van de afluisterapparatuur was er iets fout
gegaan. Als ze in de telefoon een klik hoorde kon ze de hoorn van
de haak nemen en hoorde ze de politie met het hoofdkantoor bellen.
Er werd besproken wat de volgende stappen zouden zijn tegen de familie.
Het was nu allemaal achter de rug en van hogerhand was erkend dat
er fouten waren gemaakt en dat de familie schadeloos gesteld moest
worden. Dat liet alleen erg lang op zich wachten en ondertussen
waren hun bezittingen nog steeds zoek.
Vogelvrij
We ontmoeten ook een zoon. Hij vertelde ons dat zodra het vonnis
er door zou zijn en zij hun goederen en geld terug hadden hij ook
recht wilde laten spreken door de tribes over de mannen die
hun eigendommen vernield en gestolen hebben. De mannen van de geheime
politie kwamen uit verschillende tribes en hij wil zijn eigen
tribe en die van de mannen samen laten komen zodat er recht
kan worden gesproken.
Zowel de persoon die terecht staat als de personen die gedupeerd
zijn mogen hun verhaal doen. De ouderen van de tribes zullen
naar aanleiding hiervan een uitspraak doen. Als de uitspraak wordt
genegeerd door de veroordeelde wordt hij berispt, als hij zich er
dan nog niet aan houdt wordt hij uit zijn tribe gezet. Hij
is dan vogelvrij en als de gedupeerde besluit het recht in eigen
hand te nemen en hem te doden kan niemand er iets van zeggen.
Modieus en sexy
De dochters en zoon leiden ons rond en we maken plezier met hen.
Antonio laat zijn kunsten zien op de motor van de zoon. 's Avonds
is er een verlovingsfeest van twee vrienden van de dochters, wij
worden ook uitgenodigd. Coen en ik lopen naar de auto om een mooie
blouse aan te doen en keren terug naar het huis. Daar heeft zich
een metamorfose afgespeeld, de meisjes zien er opeens modieus en
sexy uit. Lange jassen worden aangetrokken om de kleding te verhullen.
In Libië is het zelfs voor mannen verboden om hun blote benen
te laten zien.
Met de auto rijden we naar een groot hotel waar de aula is afgehuurd.
Het feest is niet toegankelijk voor mannen en Coen en Antonio gaan
in de bar van het hotel wat drinken. De dochters vinden het belachelijk
maar kunnen er niets aan doen. Moeder en dochters, en Anne Marie
en ik gaan de zaal binnen. Op het podium zitten de twee stellen
die zich verloven in mooi opgemaakte fauteuils, ten toon gesteld
aan het publiek.
Ook in Sudan hadden we al dergelijke verlovingen gezien en kon je
op verschillende plaatsen soortgelijke stoelen huren. De jongens
komen uit Jordanië, de tradities uit allebei de landen worden
door elkaar heen gebruikt. De ouderen vrouwen in de zaal houden
hun hoofddoeken om maar de jonge meisjes zijn schaars gekleed, zeker
in tegenstelling tot hoe je ze op straat ziet lopen. Als ze dansen
wordt er flink met de heupen gedraaid. Ik kijk mijn ogen uit. Al
vanaf Sudan zijn de vrouwen decent gekleed maar hier zie ik voor
het eerst hoe ze er uit zien als de jassen uit gaan.
Als ze vertrekken worden de hoofddoeken zorgvuldig omgeknoopt en
gaan de lange verhullende jassen aan en alsof dit alles nooit heeft
plaatsgevonden stappen ze weer kuis en nederig de straat op. We
hebben taart en ander lekkers voor Coen en Antonio meegenomen zodat
zij ook iets kunnen meepikken van het feest. Maar naar hun zeggen
hadden ze het best naar hun zin gehad in de bar.
Gastvrijheid
De familie is zeer gastvrij en we voelen ons erg gewenst. Ze zijn
allemaal blij met ons bezoek. Het leven in Libië is dan ook
erg geïsoleerd. 's Ochtends ontbijten we met zelfgebakken cake
en 's middags worden we door de zoon rondgereden in het stadje en
bezoeken we het Duitse oorlogsmonument. Op de grond zijn nog munitie
en handgranaten te vinden uit de Tweede Wereldoorlog. Er is hier
zwaar gevochten in WO II en vele Europeanen zijn hier gestorven.
Als we terugkomen eten we Libische spaghetti met als toetje heerlijke
watermeloen. We praten de hele dag over van alles en nog wat.
's Avonds gaan we als uitje naar het nieuwe internetcafé,
het eerste internetcafé in Tobruk. De moeder belt vanuit
een van de telefoonwinkels. Het is goed mogelijk dat haar gesprek
ook daar wordt afgeluisterd. Alle telefoons worden afgeluisterd
en mensen houden elkaar in de gaten en verraden elkaar. Men kan
alleen met elkaar bellen en vanuit het buitenland gebeld worden
maar niemand kan zelf naar het buitenland bellen. Met de opkomst
van mobiele telefonie en internet wordt het natuurlijk steeds moeilijker
om dit tegen te houden. We halen falafel en rijden terug naar het
huis waar we met zijn allen aan de grote tafel eten en praten. Na
het eten laat de jongste dochter ons een Libische dans zien. Het
is bijzonder om met deze familie kennis te maken.
Lady Be Good
's Morgens gingen we met zijn allen naar het museum. Het museum
houdt huis in een oude Italiaanse kerk en alles ligt er door elkaar.
Foto's van de stad, oude krantenartikels, munitie en geweren uit
de WO I en WO II, een oude BSA motor, schelpen, een Grieks beeld
en nog veel meer.
Daarna bezoeken we de bunker van Rommel en The Lady Be Good. De
bunker is opgeknapt en heeft daardoor zijn historische waarde verloren.
We mogen er in terwijl ze nog druk bezig zijn de muren te witten.
Ze hebben lampjes opgehangen die uit de Ikea afkomstig lijken te
zijn. Er is niets terug te vinden uit de tijd dat Rommel zelf aanwezig
was. De toegang hebben ze versierd met een gietijzeren hek. Ze hebben
het niet begrepen, maar kun je het mensen kwalijk nemen die zo lang
afgesloten zijn geweest van de buitenwereld en geen besef hebben
hoe ze hun cultureel erfgoed moeten bewaren.
Ook van de fameuze Lady Be Good is weinig over. In 1943 is de Amerikaanse
bommenwerper die als missie had de Italiaanse stad Napels te bombarderen,
boven de Libische woestijn neergestort. De inzittenden hebben allen
het vliegtuig voortijdig verlaten in de hoop het te overleven. Geen
van allen heeft het overleefd. Het verhaal gaat dat het vliegtuig
zonder iemand aan boord een perfecte landing heeft gemaakt, er was
zelfs geen koffiekopje omgevallen tijdens de landing.
De mensen van het toeristenbureau hebben het vliegtuig opgehaald
van een plek waar hij al tijden lag. Omdat ze geen middelen hadden
het vliegtuig in één stuk te verplaatsen hebben ze
het in stukken gezaagd. Met als resultaat dat het enige wat over
gebleven is van de legende, een wrak van een vliegtuig is. Terwijl
wij toch graag die koffiekopjes op tafel hadden willen zien staan.
Ook hier zijn we weer van harte welkom
We rijden terug naar het huis en nemen innig afscheid van iedereen.
We hebben in korte tijd de familie goed leren kennen. Er worden
tranen weggepinkt en uitbundig zwaaien we naar elkaar totdat we
uit het zicht verdwijnen. We vinden het moeilijk om ze achter te
laten en hopen maar dat alles voor hen weer op zijn pootjes terecht
komt.
Coen en ik rijden achter Antonio en Anne Marie aan. We zoeken een
lunchplekje aan het strand, helaas wordt hier het strand niet gezien
als recreatie mogelijkheid maar als vuilnisbelt. Daarna rijden we
door naar Derna waar we op zoek gaan naar de sorella's. Die
zijn zo gevonden en als we het terrein oprijden begint de mis. We
worden uitgenodigd om de mis bij te wonen.
Het ene moment zitten we nog bij een Libische familie aan tafel
en even daarna zitten we in een kerk bij Italiaanse nonnetjes en
een Poolse pastoor. We slaan devoot een kruisje en mompelen wat
met neergeslagen ogen als er gebeden wordt. In de kerk zitten Aziatische
families, Polen en vluchtelingen uit Sudan en andere Afrikaanse
landen die onderweg zijn naar Europa.
De zusters herkennen Anne Marie en Antonio en ze worden hartelijk
begroet. Coen en ik worden aan hen voorgesteld en in het Italiaans
babbelen ze tegen ons zonder dat wij het begrijpen. Het maakt niet
uit ook hier zijn we weer van harte welkom. 's Avonds eten we samen
met de zusters. Ze hebben heerlijk Italiaans gekookt. De groente
komt uit eigen tuin en de spaghetti maken ze zelf. Als echte zorgzame
nonnetjes sporen ze ons aan om meermalen op te scheppen. We kunnen
warm douchen en veilig kamperen op hun erf. Voor ons vieren voelt
het als een rust punt.
Ze zijn niet op hun achterhoofd gevallen
De volgende dag is een zondag. Het is een speciale zondag. Er zijn
drie Polen die ter heilige communie gaan en de bisschop uit Malta
zal speciaal voor deze gelegenheid langskomen en de mis leiden.
's Morgens worden we door een van de nonnen uit bed gehaald. Ze
vindt dat we lang genoeg geslapen hebben en als we nu niet gaan
ontbijten hebben we geen honger als de lunch wordt geserveerd. We
leren de zeven nonnen al beter kennen en het is als in een film,
iedere non met haar eigen speciale, bijna uitvergrote karakter.
De non die ons uit bed haalt komt stug over met haar norse gezicht,
maar is een lieverdje. Als we ontbeten hebben bieden we aan om af
te wassen, maar dat willen ze niet. Ze werken keihard. Zes dagen
per week werken ze buitenshuis in het ziekenhuis.
Aan huis hebben ze een kliniek voor moeder en kind, en dag en nacht
komen er mensen aan de deur die hulp nodig hebben. Daarnaast doen
ze het huishouden en verzorgen alles rondom het kerkgebeuren. Ze
zijn goed op de hoogte van wat er zich in de wereld afspeelt en
zoals Anne Marie altijd zegt zijn ze niet op hun achterhoofd gevallen.
Ze weten maar al te goed dat ze hun eigen veiligheid serieus moeten
nemen. Twee van de zusters zijn ooit verkracht door mannen die het
er niet mee eens waren dat de nonnen opkomen voor moeders en kinderen,
en alleen díe behandelen in de kliniek. Op hun erf wordt
's avonds een hond vrijgelaten die de boel bewaakt. De hond is geen
lieverdje en slechts één van de zusters kan hem aan.
Ook gaan de hoge ijzeren hekken op slot. Toch doen ze in geval van
nood zelfs 's nachts de poort open om mensen te helpen.
Bijzondere vrouwen
Als de bisschop en zijn chauffeur aankomen staat de lunch klaar.
Ook wij mogen plaatsnemen aan tafel. Er is weer heerlijk gekookt
en speciaal omdat de bisschop er is krijgt iedereen een blikje 7UP.
Na de lunch lopen Anne Marie, Antoinio, Coen en ik door het stadje.
Er is geen vrouw op straat, alleen mannen en kinderen. Aan het eind
van de middag begint de mis. Naast ons zijn er alleen Polen aanwezig
in de kerk en de mis wordt dan ook in het Pools gehouden. Wij zitten
er maar wat bij en kijken toe hoe de jonge mensen hun belofte aan
Jezus doen en naar de fraaie uitdossing van de bisschop met zijn
mijter.
Na de mis worden we uitgenodigd voor de receptie waar de jonge Polen
gefeliciteerd worden en waar lekkere hapjes geserveerd worden.
De bisschop en zijn Palestijnse chauffeur vertrekken weer. Wij gaan
samen met de nonnetjes aan tafel voor het avondeten. Weer eten we
heerlijk, we genieten van het eten en van het gezelschap van deze
bijzondere vrouwen. Na het eten kijken we gezamenlijk naar de tv
en worden getrakteerd op een ijsje.
Apolonia
Op maandag 24 mei vertrekken we richting Apolonia. De overblijfselen
van deze 2.600 jaar oude Griekse havenplaats ligt bij het dorp Susah.
We rijden door het dorp maar kunnen Apolonia niet vinden. We rijden
wat rond langs de oude Italiaanse huizen die zijn overgebleven uit
de periode dat de Italianen huishielden in Libië, tussen 1911
en WO II. Een oude Land Cruiser rijdt achter ons aan, hij volgt
ons. We stoppen bij een Italiaanse begraafplaats en kijken er rond
tussen de half vernielde graven. De man in de Land Cruiser staat
verderop in de straat geparkeerd en als wij vertrekken rijdt hij
weer achter ons aan. Ergens langs de kust gaan we lunchen en daarna
gaan we weer op zoek naar Apolonia. We rijden langs een politiepost
en zij vragen waar we heen gaan. Nu rijdt de man in de Land Cruiser
voorop, hij brengt ons naar de oude havenplaats. Hebben we toch
nog een gids, en deze is gratis!
Apolonia is prachtig gelegen aan de azuurblauwe Middellandse zee.
Er is niemand op de site aanwezig en wij lopen rond en kijken onze
ogen uit. Maar dit schijnt nog niets te zijn vergeleken bij Cyrene
en Leptis Magna.
Een revolver ter legitimatie
We rijden omhoog door de Groene Bergen richting Cyrene dat gelegen
is naast de moderne stad Shahat en een replica schijnt te zijn van
Delphi. Als we in de buurt komen zien we overal fundamenten van
oude Griekse gebouwen. Langs de weg die omhoog slingert zien we
een deel van de oude stad onder ons liggen. We rijden verder omhoog
waar we een ander deel van de stad zien liggen. Niet veel verderop
ligt de tempel van Zeus. Als we stoppen om te gaan kijken worden
we ondervraagt door een man in burger. Hij wil weten waar we vandaan
komen, waar we naar toe gaan en waar onze gids is. Ons antwoord
is dat wij geen gids nodig hebben.
Als we verder rijden volgt hij ons. Wij zoeken een plek om te kamperen
maar de man bemoeit zich er mee en zegt dat er maar één
plek is waar we mogen staan. We rijden achter hem aan naar een soort
jeugdherberg. Wij willen er niet staan en vragen of we niet aan
de overkant in het bos mogen staan. Dat mag als we maar dicht in
de buurt van het politiebureau blijven dat gelegen is naast de Jeugdherberg.
Hij zegt van de politie te zijn. Ik vraag of hij zich kan legitimeren.
Hij heeft geen identiteitsbewijs maar is toch echt van de politie.
Hij ziet er sjofel uit met zijn overhemd over zijn broek en zijn
maffe petje op. Hoe kan ik weten dat u van de politie bent vraag
ik hem terwijl ik terug naar de auto loop. Als ik in de auto zit
komt hij op me af lopen. Hij heeft een manier gevonden hoe hij kan
bewijzen dat hij van de politie is. Hij tilt zijn blouse op en laat
zijn revolver zien die hij achter in zijn riem heeft gestoken. 'Now
your happy?' vraagt hij mij. Niet echt nee!
We negeren hem
We rijden naar het bos dat gebruikt wordt als picknick plaats. Het
ziet er niet geschikt uit en als we een dood schaap zien liggen
dat voor de helft is geconsumeerd weten we niet hoe snel we er weg
moeten komen. We besluiten voordat we verder gaan zoeken naar een
geschikte kampeerplek bij de tempel van Zeus te gaan picknicken.
Een kleine bus met Italiaanse toeristen is tegelijk met ons in het
stadje. Het zijn de enige, er zijn in Libië heel weinig toeristen.
De man van de geheime politie komt nonchalant aangelopen en praat
met de gids van het gezelschap. Die krijgt de opdracht ons uit te
horen omdat hij goed Engels spreekt. De politieman vertrekt en de
gids komt op ons af en vraagt wat we hier doen, hoe lang we blijven
en waar onze gids is. We omzeilen zijn vragen. We vertrekken en
vinden een plekje om te kamperen naast het museumdepot. Het duurt
niet lang of de geheime politie heeft ons gevonden. Hij blijft in
zijn auto zitten en houdt ons in de gaten, we negeren hem. Tegen
de avond wordt het fris en na het eten gaan we snel naar bed.
Prachtige antieke beelden
Als we zitten te ontbijten komen er vier mannen aangelopen. Eén
ervan is de geheime politieagent met het maffe petje op. Hij heeft
versterking meegebracht en een vertaler. Een Griekse man is van
zijn werk opgehaald om te tolken. Hij vertelt ons dat de agenten
willen weten wat we hier doen wanneer we weer weggaan en waar onze
gids is. Ze willen onze paspoorten zien en gaan alle gegevens overschrijven
van de Arabische vertaling die achter in staat. Coen laat de politie
het zinnetje in ons paspoort zien waar iets staat over de Nederlandse
ambassade. Hij zegt dat we daarom geen gids nodig hebben. De politie
wijst ons er op dat we binnen zeven dagen moeten registreren, een
van hun kan ons naar het hoofdkantoor brengen waar we de stempels
kunnen halen. Wij zijn geïrriteerd en willen met rust gelaten
worden.
De Griekse man verontschuldigt zich. Hij moet doen wat hem wordt
gevraagd. Ik ben onaardig tegen de politieagenten geweest maar bied
de Griek mijn stoel aan. Coen grijpt de gelegenheid aan om te informeren
naar oude motoren. In het internetcafé in Tobruk heeft hij
een plaatje van een Indian motor gedownload. Hij laat hem de afbeelding
zien. De Griek weet iemand die dergelijke motoren uit de oorlog
heeft staan. Coen begint te stralen en Antonio kijkt ook gelukkig.
Hij belooft hun dat hij ze er naar toe zal brengen. Eerst moeten
we van de politie af zien te komen en dan zal hij ons ook het museum
laten zien.
We beloven de politie dat we later op de dag samen naar het hoofdbureau
zullen gaan. Zij vertrekken en de Griek wil ons eerst het museum
laten zien waar hij voorheen directeur van was. Hij neemt ons mee
naar het museum waar nog geen toerist is geweest omdat het al lange
tijd gesloten is. De beroemde beelden van Cyrene mogen eigenlijk
niet gefotografeerd worden maar hij zegt ons dat we mogen fotograferen
zolang we het materiaal maar niet publiceren.
Onze mond valt open als we de zaal met beelden binnenlopen. Het
is prachtig en we voelen ons vereerd dat we dit mogen zien. Zonder
Anne Marie en Antonio zouden we hier niet gestaan hebben. Ons doel
is om dwars door Afrika te reizen maar hun doel is om al het moois
uit de oudheid op te sporen en het te bewonderen en vast te leggen.
Bij thuiskomst geven ze lezingen met dia's over hun reizen.
Motoren
Na het museumbezoek neemt hij Coen en Antonio mee naar de man die
oude motoren heeft staan. Het zijn vier prachtexemplaren uit de
jaren veertig en Coen en Antonio bedenken hoe ze de motoren kunnen
kopen en uitvoeren. We weten al dat het zo goed als onmogelijk is
om dingen uit te voeren vanuit Libië, maar dat maakt niet uit.
Anne Marie ziet het ook wel zitten en denkt mee over de verschillende
oplossingen. Ik wordt er chagrijnig van. Ik zie het al voor me dat
we hier een paar weken moeten zitten terwijl we telkens gevolgd
worden door van die halvegare kerels met een revolver in hun broekriem.
We hebben ontdekt dat je ze kunt herkennen. Als ze hun overhemd
over hun broek dragen kun je er vanuit gaan dat het geheime politie
is. Je kunt als je goed kijkt de revolver zien zitten als ze bukken.
Maar goed het is een van Coen's dromen om nog eens een gouden vondst
te doen en daarmee naar huis te komen. Ze hebben al gevraagd of
de motoren te koop zijn maar de zoon gaat hierover en die is net
naar de stad vertrokken en komt pas over een paar dagen weer thuis.
Coen en Antonio hopen dat ze voor een redelijke prijs de motoren
kunnen kopen en dan zien ze wel hoe ze de motoren het land uit kunnen
krijgen. Desnoods moet de daktent eraf en leggen we er daar een
neer, de douane heeft nog nooit gevraagd of we willen laten zien
wat we op het dak vervoeren. Hoe dan ook we moesten eerst op de
terugkomst van de zoon wachten.
Ondertussen gingen we ons laten registreren. Geheime agent voorop
en wij erachter aan. Over de snelweg naar de nabij gelegen grote
stad Al Bayda. Als we er aan komen is het drie uur en om drie uur
stopt iedereen hier met werken. Of we morgen terug willen komen.
We gaan met zijn vieren ergens een hapje eten. Coen en ik krijgen
ruzie. Het gaat eigenlijk altijd goed tussen ons en we hebben het
altijd naar ons zin in elkaars gezelschap maar we raken moe en als
er stress bij komt gaat het verkeerd. Antonio komt polshoogte nemen
en we maken het weer goed. Het restaurant wordt door Egyptenaren
gerund wat duidelijk wordt als we de rekening krijgen.
Cyrene
We rijden terug naar Cyrene en bezoeken de bovenstad. Het is ongelofelijk
hoe goed alles bewaard is gebleven. Je kunt de verschillende gebouwen
herkennen en er liggen nog overal mozaïekvloeren. Je kunt er
gewoon over heen lopen. Dit zou nergens anders kunnen maar Unesco
is hier in de jaren zestig al verdreven en sindsdien is er niet
veel meer aan gedaan, wat een zegen is.
Er is geen enkele andere toerist te bekennen alleen een paar kinderen
spelen op en rond de beelden en fundamenten van gebouwen. We slenteren
rond en luisteren naar wat Anne Marie er allemaal over weet te vertellen.
Naderhand rijden we achter Anne Marie en Antonio aan. Op deze manier
gaan ze altijd op zoek naar dingen waar de gewone toerist aan voorbijloopt.
We vinden van alles en onder andere een Grieks graf met amfitheater,
waar we graven op zoek naar een intact olielampje of vaasje. We
vinden wel delen van olielampjes en veel scherven maar niets compleets.
Aan de overkant zien we een auto langzaam rijden en we zijn al net
als de Libiër achterdochtig aan het worden en denken dat het
de geheime politie is die ons in de gaten houdt.
Bij het tankstation kunnen we douchen en daarna maken we gezamenlijk
een maal en gaan we vroeg slapen. Het is koud en er staat een harde
wind.
No factura, no money
We worden wakker van het roepen van Antonio. De nachtwakers van
het museumdepot staan meteen naast hun wagen. Er was een dief in
de nacht die probeerde de jerrycan's van de achterkant van hun busje
te stelen. De nachtwakers laten de honden los en zoeken nog een
tijdje tevergeefs naar de dief.
's Morgens gaan we naar het politiehoofdbureau om ons te laten registreren.
Als we er aankomen is onze politieagent ook al aanwezig. Hij ziet
de grap er wel van in dat hij altijd aanwezig is waar wij zijn,
wij zijn er niet echt blij mee. Hij brengt ons naar boven waar we
onze paspoorten moeten inleveren en er een zegel wordt ingeplakt
ter registratie, van tien Dinar per persoon. Antonio bluft altijd
tegen mensen die het hem onderweg proberen moeilijk te maken dat
hij met de big modina heeft gesproken. Italiaans voor wat
in het Arabisch modier heet, de grote baas. Bluffen is altijd
handig in dit soort landen we lopen dan ook naar het kantoor van
de big modier en nemen daar plaats om op onze paspoorten
te wachten. Er wordt helemaal niet van opgekeken. Dat moet je in
Nederland echt niet doen. Anne Marie wijst naar de kasten waar één
enkele ordner staat die niet eens vol is. Op de tafel van de modier
ligt één boek en dat is dan ook alles. Ook staat er
een fax en telefoon. Het werk van de modier bestaat vooral
uit praten. Iedereen komt binnen om met hem te spreken, ook onze
geheime agent komt een praatje maken. Ook Antonio knoopt een gesprek
met hem aan. De modier spreekt prachtig Italiaans. Het duurt
een tijdje maar dan wordt ons gezegd dat de paspoorten klaar zijn.
We hebben de 40 Dinar betaald, 10 Dinar per zegel die in het paspoort
is geplakt. Maar de man wil onze paspoorten nog niet teruggeven.
Hij wacht tot onze geheime agent er is en vraagt dan aan ons om
nog eens tien Dinar te betalen anders krijgen we de paspoorten niet
mee. Antonio betaalt zijn deel maar wij vinden het toch vreemd.
Oké we willen wel betalen maar dan willen we een factuur.
Nee, een factuur hebben ze niet. "No factura, no money",
zegt Coen. Ze kijken beteuterd en geven dan toch maar al het geld
terug. De big modier zit in het kamertje ernaast, daar zijn
we zo als het moet.
De koning te rijk
We wilden naar een boekwinkel en naar een oude Baileybrug buiten
de stad. Onze geheime agent brengt ons erheen in de hoop nu van
ons af te zijn. Hij zal nog op zijn neus kijken want aan het eind
van de dag zullen we weer naar Cyrene terugkeren.
Als we in Cyrene terug zijn bezoeken we de benedenstad. Jongens
klimmen op een beeld van een leeuw en een groepje kinderen slentert
rond door de ruines. Het bijzondere van Cyrene is de hoeveelheid
en de staat waarin de antiquiteiten zich bevinden.
Aan het eind van de dag gaan Coen en Antonio kijken of de zoon al
thuis is om over de motoren te praten. De zoon was thuis maar was
zich wel degelijk bewust van de waarde van de motoren en vroeg maar
liefst 7.500 Dollar per motor. Dat was toch iets te veel van het
goede vooral omdat we ze waarschijnlijk nooit in Nederland kunnen
krijgen. Het hoofdstuk motoren was (voor dit moment) hiermee afgesloten.
Coen maakt nog wel een waypoint en schrijft het adres op
voor het geval hij zich bedenkt en toch nog gaat proberen de motoren
naar Nederland te krijgen.
De bewaker van het museum bood ons aan dat we op de binnenplaats
van het museum mochten kamperen omdat het daar veilig zou zijn.
We reden de binnenplaats op en begonnen aan ons diner tussen de
Griekse, Romeinse en Byzantijnse beelden.
De meeste zonder hoofd, de hoofden zijn vaak door Europeanen eraf
gehakt en meegenomen. Wij voelden ons de koning te rijk.
Niets uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder voorafgaande
toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Mirjam van Tiel & Coen Barthels ©
2004
|