|
 
Piagio Ape doen dienst als taxi 
Coen bij de Nederlandse ambassade 
Coen moet zich nodig eens scheren 
Hoera!! Ons Carnet voor
Egypte is gearriveerd 
Het zand neemt bezit van de weg 
Een tussentijdse controle 
Skeletten van kamelen 
Tanken in Dongola,
het laatste benzinestation 
Falaffel eten in Dongola 
We passen er niet meer bij 
Koffiehuis 
We crossen achter Albrecht aan 
Vervoer per ezel 
Achter Albrecht aan door de woestijn 
Door de dorpjes met hun minaretten 
Nog meer woestijn, maar het blijft mooi 
Een graf van een Sjeik 
We graven Albrecht uit 
In de verte zien we Wadi Halfa liggen 
Albrecht in zijn galabeya,
Marianne en de hond Sheeta 
Ons kamp in de woestijn 
Wachten op water 
Een groot pak geld 
Mr. Kamal wil meer 
Alle wagens staan op het cargoschip 
De Jeep wordt vastgemaakt 
René en Sonja maken de Mercedes-bus vast 
De machinist 
De bemanning 
Coen geniet van de rust 
Iz op weg naar Egypte
|
REISVERSLAG 15 (Sudan, deel 2)
Geschreven door: Mirjam, 27 april - 9 mei 2004
Hulptroepen ingeschakeld
In het internetcafé in Khartoum lezen we het bericht van
Sarah (Sarah en Marino zijn Belgische overlanders die voor
ons uit reizen en hetzelfde probleem als wij hadden. Een Carnet
voor heel Afrika met uitzondering van Egypte). Zij zijn al in Egypte
en ze schrijft ons dat het onmogelijk is om Egypte binnen te komen
zonder Carnet de Passage voor Egypte. Er stond al twee weken een
Nederlandse auto bij de douane die niet doorgelaten werd.
We waren dus niet voor niets teruggekeerd naar Khartoum. Je kunt
namelijk geen kant meer op als je met de boot in Aswan bent aangekomen.
Als je terug gaat kost dat je nogmaals 500 dollar om weer Lake Nasser
over te steken maar je hebt geen visum meer voor Sudan, dus kun
je het land niet meer in. De enige optie is dan om met de trein
of het vliegtuig naar Cairo te gaan om daar je Carnet te regelen.
We belde meteen met de satelliettelefoon naar mijn ouders die direct
in actie kwamen. Petra Rolvink van de ANWB werd ingeschakeld en
het Carnet voor Egypte werd opgemaakt en verstuurd per DHL. Zodra
het Carnet zou aankomen wilden we via de route langs de Nijl naar
Wadi Halfa vertrekken. Elke woensdag vertrekt er een boot naar Aswan.
Het probleem was dat als we de eerst volgende boot van 24 maart
niet zouden nemen, we in problemen zouden komen als die boot vol
was. Onze visa voor Sudan liepen af en we zouden dan officieel niet
meer op de volgende boot (die pas een week later ging) kunnen wachten.
Als we de boot van 24 maart wilde halen moesten we op tijd het Carnet
ontvangen en dan zouden we ons alsnog moeten haasten. Het is een
tocht van 1000 kilometer, waarvan het eerste paar honderd kilometer
asfalt is en de rest diep zand. We vinden het wel erg jammer dat
we ons zo moeten haasten want er is nog zoveel moois te zien op
de route naar Lake Nasser.
Genoeg te doen
We probeerde via het Wadi Halfa ticketoffice onze plaatsen op de
boot veilig te stellen maar dat liep op niets uit. We waren er twee
dagen mee zoet en hebben veel van de stad gezien maar zonder enig
resultaat.
Terwijl we wachten op het pakket van DHL zijn er genoeg dingen te
doen. Coen maakt op de camping van een Arabisch boterblik hulzen
ter bescherming van de airsprings en hij wisselt de achterbanden
om. De achterbanden zijn erg versleten vooral na Ethiopië en
omdat we nog twee gloednieuwe reserve wielen hebben besluit hij
deze erop te zetten. Het is toch wonderbaarlijk dat we geen enkele
lekke band hebben gehad tijdens onze reis dwars door Afrika. Ik
maak een reisverslag af zodat het op de website kan worden geplaatst.
Van Petra van de ANWB horen we dat we het Carnet bij het DHL kantoor
kunnen ophalen. Wij hadden eerder geregeld dat we het bij de Nederlandse
ambassade konden ophalen, maar in een islamitisch land is op vrijdag
alles dicht.
Op vrijdag 19 maart,de verjaardag van Coen's vader, halen we het
pakket op. Het was vier dagen geleden dat ik mijn ouders aan de
telefoon ons probleem uitlegde. Dankzij hun inzet en die van de
ANWB, Petra Rolvink in het bijzonder, konden we met een gerust hart
afreizen naar Wadi Halfa. We wisselen nog voor de laatste keer in
Khartoum geld bij het Hilton, lezen onze e-mails, vullen de watertanks
en alle vijf de benzinejerrycan's.
Zaterdag 20 maart - tocht van 7 uur
René en Sonja zijn al vertrokken richting Wadi Halfa, zij
zouden ook de boot van 24 maart nemen. Herman, Maria en Tanja zijn
afgereisd naar Saoedi-Arabië en wij vertrekken op zaterdag
20 maart ook. Bij Omdurman verlaten we de hoofdstad. We rijden door
de woestijn over asfalt naar Abu Dom. Het is warm en er is alleen
woestijn te zien zelfs de asfaltweg is op sommige plaatsen bijna
helemaal door het zand in bezit genomen. Af en toe zien we een waterput
waar mannen water komen halen. Water halen is in heel Afrika een
dagelijkse bezigheid voor de bevolking. Soms dragen ze het water
op hun hoofd, soms op de fiets en hier vervoeren ze water in oude
olievaten op ezelkarren.
Bij Abu Dom stopt het asfalt. We drinken een kopje thee langs de
weg onder een tentzeil dat is opgehangen tegen de alles overheersende
zonnestralen. We hadden begrepen dat er tot Dongola een duidelijke
weg zou zijn maar we reden meteen het diepe zand in waar alleen
een honderdtal sporen een richting aangaven. We reden op de GPS
en kwamen uit bij een piste die door de dorpen langs de Nijl lag.
De piste was zo ontzettend slecht dat we al snel weer terug gingen
naar de weg in de woestijn. De weg van de autosporen in het zand.
We reden tot vlak voor zonsondergang en vonden bij een eenzame boom
een plek om te kamperen. In de verte zagen we de verlichting van
de Nijldorpjes en rondom ons was woestijn en een paar kraaien die
in de boom woonden. Er was weer een prachtige sterrenhemel. De nacht
was inktzwart ondanks de vele sterren. In de verte hoorden we auto's
die zich in hun lage gearing door de woestijn ploegde.
Zondag 21 maart - tocht van 11 uur
Samen met de zon zijn we opgestaan. We ontbijten en vertrekken.
Terwijl we gezellig zitten te babbelen komen we vast te zitten.
Coen lette even niet op. Lekker begin van de dag! We konden Iz gaan
uitgraven. Wat lichaamsbeweging kunnen we wel gebruiken, we zitten
meestal op ons gat in de auto. In de woestijn moet je altijd alert
zijn, de ondergrond kan elk moment veranderen. Coen was rechtstreeks
een spoor ingereden met een hele hoge middenbult van zacht zand.
Als hij het eerder had gezien had hij er zo omheen kunnen rijden.
Gelukkig weten we ondertussen precies wat we wel en niet moeten
doen zodat we niet meer heel diep komen vast te zitten.
Het is prachtig om door de woestijn te rijden, alleen te zijn in
zo'n uitgestrektheid. In het zand liggen skeletten van kamelen,
zij hebben de extreme omstandigheden niet overleefd.
Na uren rijden zien we een vrachtwagen, achter hem zien we het zand
op stuiven. Opeens zien we geen opstuivend zand meer. Het enige
wat dit kan betekenen is dat hij op een verharde ondergrond rijdt.
Ik rij er heen en ja hoor er is een asfaltweg, die ons tot in Dongola
brengt. In deze regio hebben ze olie gevonden wat een verklaring
is voor de moderne asfaltweg die naar het dorp leidt en een luchthaven
die hier in dit afgelegen gebied ligt. Voor de rest is Dongola een
gewoon oasedorpje. We tanken er, het laatste fatsoenlijke tankstation,
en eten falaffel voordat we naar het panton gaan.
Het is druk bij de pont. Grote woestijnvrachtwagens en boeren met
hun kamelen willen de oversteek maken. We passen er niet meer bij
doordat onrustige kamelen een helft van de pont in beslag nemen.
We wachten op het volgende panton. Twee manen knielen neer bij de
Nijl om te bidden. Als ze klaar zijn lopen ze voorbij met in het
midden van hun voorhoofd een plek waar nog zand op zit. Ik ben geneigd
om te zeggen dat ze hun voorhoofd moeten afvegen maar dit is een
teken van devotie voor hun. Zo laten zij aan hun dorpsgenoten zien
dat zij Allah eren.
Coen rijdt de auto op de pont. We gaan voor de auto staan en de
vrouwen die aan de zijkant van de pont zitten kijken naar mij en
praten over me. Ze giechelen en als ik hun aankijk lachen ze vriendelijk
naar me. Als Coen de auto aan de andere kant er weer afrijdt willen
alle vrouwen mij een hand geven. Het lijkt wel een audiëntie.
Ze vinden het prachtig. Ze stellen zich allemaal voor en giechelen
als ze me gepasseerd zijn. Als we ze even later voorbij rijden zwaaien
ze ons uitgebreid na.
(21 maart) gezamenlijk verder
Ergens aan deze kant moet de tempel van Kawa liggen. We vragen het
aan verschillende mensen. In het dorpje spreken we een familie aan
die daar op straat leeft. Ze lijken het niet te begrijpen en wijzen
op hun mond en op hun kinderen. We hebben geen eten voor in de auto
en ik geef de kinderen in plaats daarvan een ballon. Dat had ik
beter niet kunnen doen. Ze steken hun handen door mijn raampje naar
binnen en graaien wild om zich heen. Een wat oudere jongen pakt
me bij mijn arm en knijpt daar heel hard in. Gas geven schreeuw
ik tegen Coen. Coen spurt weg uit het mulle zand en ik haal opgelucht
adem. We zoeken nog een tijdje naar de tempel maar kunnen hem niet
vinden.
Als we weer terugkeren zien we een bekende auto. Het is de 4x4 IVECO-bus
van Marianne en Albrecht die we op de camping in Khartoum hebben
ontmoet. Zij zouden via Port Sudan oversteken naar Saoedi-Arabië
maar ze hadden problemen om hun hond het land in te krijgen, dus
ook zij waren nu op weg om de boot naar Aswan te halen. Sheeta,
de hond, had zijn eigen paspoort maar had voor Saoedi-Arabië
ook een visum nodig. Ze moesten hiervoor een aanvraag formulier
invullen en na twee weken zouden ze uitsluitsel krijgen of de hond
mee mocht. Het toppunt van bureaucratie. Dit zou hun te veel tijd
gaan kosten, ze wilde zo spoedig mogelijk terugkeren naar Duitsland.
We gingen samen nog even tevergeefs op zoek naar de tempel en besloten
daarna gezamenlijk verder te reizen. Er was hun veel aangelegen
om de boot van 24 maart te halen dus Albrecht hield de vaart erin.
We reden achter hem aan door de dorpjes waar vrouwen met hoofddoeken
op in de velden langs de Nijl werkten. Bij zonsondergang zetten
we de auto's stil langs de Nijl op een erf van een boer. De boer
vond het prima dat we er overnachten.
Maandag 22 maart - tocht van 13 uur
Toen we de tent uit kwamen stonden de kinderen van de boer vanaf
een afstandje naar ons te kijken. Ik ging naar ze toe en gaf ze
een paar stiften en een ballon als dank voor onze overnachting.
Ze waren er heel blij mee en lieten het vol trots aan hun vader
zien. Die gaf ik een mooie balpen waar hij helemaal gelukkig mee
was. Opeens waren er nog drie ooms die ook wel een pen wilde hebben.
Ik gaf ook hen een pen. Toen we hadden ontbeten en ingepakt kwam
er nog een jonge man. Ik hoorde de mannen met elkaar smoezen en
ze duwde de jonge man in mijn richting. Die wilde dus ook een pen.
Ik deed net of ik het niet begreep en de jongen droop weer af, hij
durfde het niet te vragen. Hij werd weer aangemoedigd door de andere
mannen en hij liep weer op me af. Zonder dat hij het vroeg haalde
ik de zak met pennen tevoorschijn en gaf hem er een. Hij keek er
trots naar. We werden vriendelijk uitgezwaaid.
Albrecht reed niet bepaald langzaam, zonder hun zouden we er zeker
langer over hebben gedaan. Wij hadden ze dus nodig om het tempo
op te voeren zodat we op tijd bij de boot zouden zijn, en zij dachten
ons nodig te hebben om het panton vol te krijgen. In het verleden
moest je voor het hele panton betalen en de kosten kon je delen
met het aantal auto's dat erop vervoerd werd. Maar wij hadden gehoord
dat er tegenwoordig een vaste prijs per auto was.
(22 maart) omgereden
Albrecht was zeer zelfverzekerd over de route die we namen. We reden
ondertussen in de woestijn en niet langer langs de Nijl. Ik zit
een beetje te suffen en opeens zie ik op de GPS dat we een rondje
hebben gereden. We hebben 20 kilometer omgereden en zijn weer terug
bij een punt waar we al eerder zijn geweest. We alarmeren Albrecht
en hij wil meteen al weer verder rijden op zijn kompas. Wij vertrouwen
het niet en sluiten de lap-top aan om via Touratech de weg terug
naar de piste te kunnen vinden. Albrecht heeft er geen geduld voor
en rijdt verder. Wij willen niet onnodig rondjes rijden en blijven
achter. Even later zien we Albrecht en Marianne toch terug komen.
Samen rijden we op Touratech terug naar de piste en we vervolgen
onze route. We rijden door prachtige woestijn. De piste komt weer
bij de Nijl uit en we rijden door verschillende dorpjes. Kinderen
roepen naar ons en... gooien met stenen. Het gebeurt als Albrecht
stil is gaan staan om iets over de weg te vragen. Omdat wij als
laatste optrekken hebben de kinderen de tijd gehad om naar ons toe
te komen en stenen op te rapen. Coen heeft het nog steeds niet geleerd,
hij stopt de auto en rent het eerste het beste kind achterna. Hij
wil ze een lesje leren zodat ze het niet meer in hun hoofd halen
om stenen naar voorbijgaande auto's te gooien. Ik roep hem nog na
dat het zinloos is maar hij is al weg. Ik zie hem het dorp in rennen
en een scherpe bocht maken. Het zand stuift op. Als hij na vijf
minuten terug komt blijkt hij op zijn knie gevallen te zijn. Het
ligt helemaal open. Dit is de laatste keer geweest dat hij achter
ze aan rent, zegt hij. Ik hoop het maar.
(22 maart) onbeleefd
Ondertussen zijn Albrecht en Marianne al weer uit het zicht verdwenen
en moeten we ons haasten om ze in te halen. We scheuren door het
dorp en zien ze staan. We stoppen en verzorgen Coen's knie.
Een auto met een hoge militair erin wuift met zijn hand ten teken
dat we de weg vrij moeten maken omdat hij er langs wil. 'Weg' is
een groot woord, de weg bestaat uit een zandpad en ernaast bevindt
zich alleen zand. Dus hij kan net zo goed om ons heen rijden. De
militair stapt uit en zegt dat we weg moeten gaan, hij vraagt wie
we zijn en waar we heen gaan. Hij raakt Coen's knie aan en vraagt
wat hij heeft. Zijn arrogante houding staat ons niet aan en ik schreeuw
tegen hem dat hij weg moet gaan en niet aan de knie van mijn man
moet zitten. Hij sputtert tegen en wij schreeuwen tegen hem dat
hij beter de Sudanese kinderen manieren kan gaan leren omdat zij
ons met stenen bekogelen. Hij verstaat de helft niet en druipt af.
We zijn het soms behoorlijk zat dat mensen zo onbeleefd kunnen zijn.
Als ze je aandacht willen roepen ze "hé", en wenken
je op een onbeleefde manier. Ik ben geen hond!
(22 maart) vliegen
We rijden door dorpjes met prachtig beschilderde huizen. In sommige
dorpjes ligt overal afval maar de meeste dorpjes zijn keurig netjes.
Pas laat in de middag arriveren we in Abri, een plaatsje waarvan
we hadden gedacht er al een dag eerder aan te zullen komen. We hadden
gehoopt hier fallafel te vinden maar er was alleen een koud gerecht
wat ik niet vertrouwde. Het zat vol met vliegen.
In het dorp waren alleen mannen op straat en ik voelde me niet echt
op mijn gemak. We besloten door te rijden en later zelf iets te
eten te maken. We wilden vandaag zo ver mogelijk komen zodat we
morgen bij eventuele vertraging toch nog op tijd in Wadi Halfa zouden
arriveren.
We reden weer van de Nijl af de woestijn in. Het werd donker en
de woestijn bestond hier uit rotsen. We reden met grootlicht en
hadden soms moeite om onze weg te bepalen vanwege de stofwolk die
Albrecht veroorzaakte. Om negen uur 's avonds stopten we. We maakte
wat te eten en gingen slapen. 's Nachts ging het alarm weer af.
Waarschijnlijk doordat de harde wind de auto deed schudden.
Dinsdag 23 maart - tocht van 7 uur
In de auto hadden Coen en ik een liedje op Wadi Halfa gemaakt en
dat zongen we menigmaal uit volle borst. Het is een lange tocht
door de woestijn en het zingen houdt de moed erin. We hebben het
samen erg naar onze zin. Het uitzicht vanuit de auto is adembenemend.
Wie heeft hier ooit gereden? Voor de grap antwoorden we altijd met
het opnoemen van alle namen van de overlanders die we tegen
zijn gekomen die deze zelfde route hebben afgelegd.
Maar serieus, we prijzen onszelf zeer gelukkig dat we de gelegenheid
hebben dit alles mee te kunnen maken. Het is dan ook een erg mooie
tocht. We vonden het jammer dat we zo snel overal langs reden, maar
we wilde toch graag de eerst volgende boot halen.
We rijden langs bergen en door valleien. Valleien van diep zand
waar de 4x4 IVECO-bus van Albrecht in vast komt te zitten. Coen
kan onze auto op tijd een andere kant uitsturen naar een hardere
ondergrond. We graven de wielen van de bus vrij en op vier zandplaten
rijdt Albrecht weer het diepe zand uit. We crossen verder.
Soms rijden we op de oude piste maar deze is over het algemeen zo
slecht dat we al snel weer een zijspoor nemen het diepe zand tegemoet.
Als je de ondergrond maar goed inschat en genoeg gas geeft in het
diepe zand heb je geen problemen maar als je een inschattingsfout
maakt of net iets te langzaam rijdt in het mulle zand, zit je vast.
Albrecht komt nog een paar keer vast te zitten en kiest dan toch
maar voor de slechte piste. Langzaam bewegen we ons voort over de
ongelijke piste, een wasbord. En dan zien we de Nijl weer en achter
de Nijl zien we Wadi Halfa liggen.
De Nijl is hier prachtig blauw en voldoet aan alle verwachtingen.
Het is adembenemend om vanuit de woestijn het blauwe water in de
verte te zien liggen. We moeten nog een lange omweg door het zand
maken om bij het dorp te komen. In drie en een halve dag hebben
we de tocht van 1000 kilometer van Khartoum naar Wadi Halfa
afgelegd, we hebben in totaal 38 uur gereden. Als we er binnen
rijden wil een politieman ons aanhouden. Albrecht is het dorp al
in gereden. Wij stoppen niet zo maar voor politieagenten alleen
als we denken in de problemen te komen als we het niet doen. Als
je stopt zijn er vele vragen en blijken er opeens problemen te zijn.
Als je doorrijdt kijken ze je beteuterd na en zijn er géén
problemen (Ja, sommige mensen kennen ons misschien niet meer terug!).
Mr. Kamal
Albrecht en Marianne zijn twee jaar geleden vanaf Egypte naar benden
gereden en rijden nu in versneld tempo de auto terug naar huis.
Zij hebben de oversteek met het panton over Lake Nasser toen ook
al gemaakt en hebben alles destijds laten regelen door Mr. Kamal.
Omdat we zo laat aankomen, de boot zal de volgende dag woensdag
24 maart vertrekken, lijkt het ons een goed idee om van zijn diensten
gebruik te maken. We reden kris kras door het uitgestorven oasedorp
op zoek naar Mr. Kamal. Bij het havenkantoor zien we de Mercedus-bus
van René en Sonja staan samen met een 4x4 Mitsubishi-busje.
We begroeten René en Sonja en worden voorgesteld aan Anne
Marie en Antonio. Pas na een paar minuten zien we dat het busje
een Nederlands kenteken heeft.
We worden ingelicht. De boot zal de volgende ochtend vertrekken
en zij zijn al de hele dag bezig om al het papierwerk in orde te
maken. Mr. Kamal is binnen in het kantoor. We moeten zo snel mogelijk
ook alles in orde gaan maken om mee te kunnen op de boot. Zodra
Mr. Kamal naar buiten komt klampen we hem aan. De tocht was vermoeiend
maar daar kunnen we nu niet aan toe geven. We rijden met zijn allen
naar zijn kantoor. Mr. Kamal rijdt mee in het busje van Anne Marie
en Antonio. Wij volgen. We rijden van het ene kantoor naar het andere
en terug, telkens in colonne. Er gebeurd niets. Dan zegt Kamal klaar
te zijn voor de dag. We moeten de volgende dag 's morgens vroeg
terugkomen om een ticket te kopen en het Carnet en onze paspoorten
te stempelen. Hij vraagt ons om het hele bedrag van 120.000 Sudanese
Dinar (465 US dollar) bij hem achter te laten. Wij doen dat niet.
Hij zegt dat we het Carnet bij hem kunnen achterlaten. Wij doen
dat niet. Marianne heeft hem wel al het hele pak geld gegeven (te
veel) en ook haar Carnet achtergelaten.
Huichelachtig gedrag
Wij gaan boodschappen inslaan op het marktje voordat we met zijn
allen een slaapplaats gaan zoeken in de woestijn. Mr. Kamal leent
de verrekijker van Anne Marie en Antonio en staat in zijn galabeya
(lange jurk) en tulband uitgebreid naar mij te kijken. Hij komt
naar me toe en fluistert me toe dat hij me een mooie vrouw vindt.
Ik zeg hem dat Allah het niet goedkeurt dat hij naar mij kijkt en
dit soort gedachten heeft. Ik moet niets meer van hem hebben en
doe onaardig tegen hem. Misschien moet ik er de lol van in zien
maar ik vind zijn gedrag als moslim huichelachtig.
Als iedereen eten en water heeft ingeslagen wordt eerst Mr. Kamal
bij zijn huis afgezet. Hij ziet ons als taxi service en heeft er
ook al weer voor gezorgd dat we hem 's morgens vroeg zullen oppikken.
In de woestijn, uit het zicht van het dorp, slaan we met vier wagens
ons kampement op. Wij douchen met onze gardena tuinsproeier die
we aansluiten op de waterpomp. Zittend in het zand genieten we van
de zonsondergang. René komt in zijn rolstoel de zandduin
opgereden. Het lijkt alsof het niets is maar alleen door zijn gespierde
armen en ervaring komt hij zo gemakkelijk de zandduin op. Hij is
door een auto-ongeluk in een rolstoel terecht gekomen.
Samen met Albrecht en Marianne drinken we een glas wijn die ze voor
een speciale gelegenheid hadden bewaart (en verstopt omdat je in
Sudan geen alcohol mag drinken).
We hebben een prachtig uitzicht over de zandduinen in de woestijn.
We gaan slapen, morgen is het weer vroeg dag.
Afval
We staan op, eten, ruimen op en vertrekken in colonne richting het
dorp. Het is een leuk gezicht de vier wagens achter elkaar aan te
zien rijden door de woestijn. Anne Marie en Antonio stoppen bij
een afval hoop. Uit het raam komt een hand met een plastiekzak met
afval, de hand gaat open en de zak valt tussen het andere afval.
Zij rijden door en de wagen van Albrecht en Marianne stopt op dezelfde
plaats en ook uit hun raam komt een zakje met afval dat op de hoop
wordt gedeponeerd. Het zelfde ritueel herhaalt zich bij René
en Sonja en wij sluiten de rij en gooien ook ons afval op de hoop.
In de woestijn laat je geen afval achter, daar is hij te mooi voor.
Een groot pak geld
Om tien uur zou de boot vertrekken. Om acht uur staan we klaar om
Mr. Kamal op te halen. Hij stapt in en we rijden weg. Even later
stoppen we alweer. Het duurt even en dan rijden we weer verder.
We stoppen weer, Mr. Kamal stapt uit en na tien minuten rijden we
weer verder. Dit herhaalt zich nog een paar keer. Als we vragen
wat er aan de hand is blijkt hij een aantal vrienden te willen begroeten
én hij doet wat inkopen. Hij denkt dat wij een taxi service
zijn en hij een hele Piet. Maar het is ook kenmerkend voor de cultuur.
Iedereen wordt uitgebreid begroet, hier wordt veel waarde aan gehecht.
We hebben ook water nodig voor de tocht die misschien drie dagen
gaat duren. Maar uit de waterleiding komt geen water. Coen loopt
op en neer met de water jerrycan's terwijl ik met onze paspoorten
en het Carnet in het kantoor van Mr. Kamal sta. Er gebeurt nog steeds
weinig. Dan moeten we weer allemaal mee in colonne naar het ticketoffice.
Coen loopt nog steeds op en neer met de jerrycan's. Hij propt ze
in de auto en we rijden achter de rest aan. Ik ga mee het kantoor
in om de tickets te regelen. Coen gaat achter water aan. Ik geef
Mr. Kamal nu al het geld dat we voor de grensovergang nodig hebben.
Het grote pak geld ligt op tafel. Samen met de beambte van het ticketoffice
verwerkt hij onze gegevens en we krijgen onze kaartjes voor de boot.
Dat is één.
Coen heeft ondertussen ergens water gevonden en de jerrycan's gevuld.
We rijden terug naar het kantoor van Mr. Kamal en regelen daar de
voorbereidingen voor immigratie. Dan rijden we achter elkaar aan
naar de haven. We rijden het terrein op en gaan naar een kantoor
waar het Carnet wordt gestempeld. Als dat klaar is rijden we door
de douane de pier op. Onze paspoorten worden pas gestempeld als
de auto's op de boot staan.
Het is nooit genoeg
Mr. Kamal wil boven op het bedrag dat iedereen hem al gegeven heeft
een extra bedrag voor zijn diensten ontvangen. Hij beweert dat de
120.000 SD voor de onkosten waren. Wij weten beter. Wij weten namelijk
wat Nanda en Dirk betaald hebben, dat hebben ze ons gemaild. We
laten hem weten wat zij nog geen twee weken geleden voor de tickets,
de boot en andere onkosten bij de grensovergang hebben betaald (zij
hebben alles zonder Mr. Kamal geregeld). Het houdt in dat hij nu
al van ieder koppel 10.000 SD extra heeft gekregen. Dit is een ruime
vergoeding dus wij laten hem weten dat hij moeten ophouden met om
extra geld te vragen. Marianne heeft zelfs nog 20 dollar meer gegeven.
Hij zegt tegen haar dat we dat onderling maar moeten oplossen. Marianne
wil er genoegen mee nemen omdat ze niet weet hoe ze het moet oplossen.
Laat dat maar aan Coen over. Hij spreekt op boze toon Mr. Kamal
aan en zegt hem dat hij het geld aan Marianne terug moet geven terwijl
hij op zijn rekenmachine laat zien wat alles gekost heeft. Mr. Kamal
probeert er nog onder uit te komen maar gaat dan weg om even later
met de dollars voor Marianne terug te komen.
500 dollar voor dit wrak?
Onze wagens stonden aan het begin van de pier geparkeerd. Te voet
gingen we naar het einde van de pier om het panton te bekijken waarmee
we de oversteek zouden gaan maken. Anne Marie had het schip als
eerste gezien en kwam verontwaardigd op ons afgelopen. "Wat
is dit voor een wrak? Hier kunnen we het water niet mee op",
zei ze wanhopig.
We gingen met zijn allen kijken en zagen in plaats van een panton
een oud cargoschip dat als een gek lag te deinen op de golven. Het
dek stond lichtelijk bol en er waren geen relingen om heen. De boot
bestond vooral uit open laadruimen. Hoe moesten in godsnaam onze
auto's hierop staan? Hier betaal je dan 500 dollar (per auto) voor.
Het was weer tijd om stampei te maken.
We spraken Kamal aan en zeiden dat hij er iets aan moest doen. Dat
het een aanfluiting was en dat we voor het geld dat we betaald hadden
wel iets beters verwacht hadden. Hij zei dat hij het op ging lossen
maar er gebeurde niets. We gingen naar het douane kantoor op het
begin van de pier en vroegen naar de baas. Niemand kon ons zeggen
wie er verantwoordelijk was en we werden van het kastje naar de
muur gestuurd. Volgens Albrecht en René konden ze je hier
dagen laten zitten. Wat er met ons gebeurt interesseert hun helmaal
niets. We zijn geen moslims en tellen daarom sowieso niet mee.
Afhankelijk van de mensen in de haven
We kwamen de havenmeester tegen die ons geruststelde en zei dat
het cargoschip goed genoeg was, maar daar waren we het nu juist
niet mee eens. Hij had wel een ander schip voor ons maar het zou
nog anderhalve week in beslag nemen om deze uit te laden. En trouwens
ons cargoschip was voorlopig ook nog niet gelost, dat zou minimaal
de hele dag in beslag nemen. Maar we zouden toch om tien uur vertrekken?
Het was nu al veel later, maar we zouden toch zeker wel vandaag
vertrekken? Nee dus! Mr. Kamal had ons verzekerd bij ons te blijven
totdat er een stempel in ons paspoort zou staan, maar hij was nergens
meer te bekennen. Niemand leek iets te weten of wilde ons gewoonweg
te woord staan. Ze leken niet in ons geïnteresseerd.
Nu voelde we ons alweer gevangen. We bevonden ons 1000 kilometer,
38 uur rijden, vanaf Khartoum en voor ons lag Lake Nasser, om dit
over te steken waren we afhankelijk van de mensen in deze haven.
En in Wadi Halfa was helemaal niets. Naar mate de dag verstreek
werd het ons duidelijk dat er vandaag niets meer zou gebeuren. We
konden niet terug naar het dorp of onze overnachtingsplek in de
woestijn omdat onze wagens al door de douane waren. We hadden besloten
toch dit schip te nemen omdat we niet een week in de haven wilde
verblijven. Albrecht en René hadden verstand van boten en
zeiden dat we het er wel op konden wagen. Alleen Anne Marie was
nog steeds niet overtuigd en bleef bezwaren maken.
Aan het eind van de dag zagen we de havenmeester weer. Ik zei hem
dat hij bij ons moest blijven totdat het duidelijk werd wanneer
het cargoschip zou vertrekken. Ik liet hem niet meer gaan. Hij sprak
met de kapitein en die zei dat we de volgende dag zeker zouden vertrekken.
We wisten niet of we het moesten geloven maar er zat niets anders
op dan het maar af te wachten. We overnachten op de pier.
Weg uit dit oord
Met tegenzin, zonder veel hoop, stonden we op. René was gaan
kijken bij het cargoschip en vertelde dat we de auto's aan boord
konden rijden. Opeens kwam alles in een stroomversnelling. Snel
klapten we de tent in en wij reden als eerste naar het einde van
de pier. Ze hadden het schip aan de andere kant afgemeerd, aan lager
wal. Hier lag het iets stabieler alhoewel het nog steeds op en neer
deinde. De twee grootse bussen zouden aan het eind van het schip
komen te staan, het busje van Anne Marie en Antonio in het midden
en onze auto, omdat hij het lichtst was, aan de voorkant.
Er waren nergens oprijplaten. Iedereen was al weer aan het mopperen.
We betalen al dat geld en ze kunnen niet eens voor oprijplaten zorgen.
We moesten improviseren. Coen liep op en neer over de pier om iets
bruikbaars te zoeken. Maar dat was er niet. We haalden onze zandplaten
van het dak en legde die tussen de wal en het schip. Ze waren eigenlijk
te kort maar we moesten toch wat. Wij moesten als eerste aan boord.
Coen reed en ik zou aanwijzingen geven. Maar iedereen op de kade
ging zich er mee bemoeien. Een vrouw kan natuurlijk nooit goede
aanwijzingen geven. Ik schreeuwde keihard in half Nederlands, half
Engels dat ze allemaal hun bek moesten houden en dat ik de enige
was die hier de baas was en Coen alleen maar naar mij zou luisteren.
Het schip deinde op en neer en Coen moest precies op het juiste
moment over de zandplaten het dek op rijden. Timing en snelheid
was belangrijk, want stilstaan op de zandplaten was gevaarlijk en
te laat remmen op het dek zou betekenen dat hij aan de andere kant
het water in zou rijden. We namen er onze tijd voor ook al schreeuwde
iedereen ons toe dat we moesten opschieten.
Toen de Jeep op het schip stond begonnen we hem meteen vast te maken.
Het dek stond bol en was vrij kort en de handrem van de auto deed
het niet meer. Dus dit had nu de hoogste prioriteit. Voor we het
wisten stonden de andere wagens ook al aan boord. Alle wagens werden
vastgezet door onszelf en soms met behulp van iemand van het schip.
Wij gebruikten onze vijf ton's sleepkabel aan de voorkant en klimtouw
aan de achterkant, terwijl we de auto in zijn achteruit laag parkeerde.
De anderen gebruikten lierkabels, sleepkabels en kettingen om de
wagens vast te zetten.
Coen en ik vonden het nog steeds wel spannend maar stonden wel achter
de beslissing om aan boord te gaan. Anne Marie liep aan wal te ijsberen
en bleef herhalen dat ze het waanzin vond en veel te gevaarlijk.
Ze maakte me aan het twijfelen. Was het eigenlijk wel een goede
beslissing? Wat nu als het schip zou kapseizen? Zou ik het mezelf
kunnen vergeven, als ik het al zou overleven? Maar toch voelde het
wel oké, ik heb tenslotte mijn zwemdiploma's. En bovenal
wilde ik gewoon weg uit dit oord, weer naar de bewoonde wereld.
Iedereen is in paniek
Toen alle wagens vast stonden kwam iemand onze paspoorten afstempelen.
De trossen werden gelost en aan de voorkant dreven we al in de richting
van het meer. Achter werden we nog vastgehouden. Opeens stapt Anne
Marie van boord. "Jullie denken toch niet dat ik mee ga op
dit instabiele schip", roept ze luid. Iedereen is in paniek.
Wat gebeurd er nu? De kapitein loopt te schreeuwen en Antonio komt
aangesneld. Er moet nu echt een beslissing worden genomen. Maar
Anne Marie is vast besloten, ze neemt de ferry wel. Deze zal later
op de dag vertrekken en zal de hele nacht doorvaren waardoor die
eerder aan zal komen dan het cargoschip. Ze moet haar paspoort hebben.
Er wordt druk geroepen en Antonio komt haar het paspoort en wat
geld voor onderweg brengen.
Ondertussen wordt het schip door de wind weer in de richting van
de pier geblazen en dreigt tegen de pier te slaan. De kapitein staat
te schreeuwen en maakt ruzie met de machinist. De motor loeit en
het schip komt weer onder controle en wordt in de richting van het
meer gestuurd. Antonio gooit nog snel een kampeerstoel naar Anne
Marie op de pier en het laatste touw wordt gevierd en we varen weg.
Zonder Anne Marie.
Veel werken, wachten en ergernis
Zodra de neus van het schip in de wind ligt houdt het deinen op.
We gaan met zijn allen tussen de bussen van René en Sonja
en Marianne en Albrecht zitten. Om te zorgen dat de rolstoel niet
van het dek af kan rollen zijn er touwen gespannen tussen de twee
bussen. We kletsen wat en genieten van de rust. Dat valt mee, het
lijkt wel een cruise langs de Nijl. We hebben prachtig uitzicht,
aan beide kanten woestijn en onder ons het blauwe water van Lake
Nasser.
Na een paar uur varen leggen we aan. Hier blijkt zich de grens te
bevinden. We moeten wachten tot de politie onze paspoorten komt
controleren. In een rubberbootje komen een paar jongens in trainingsbroek
en afgedragen shirt aan boord. Ze nemen onze paspoorten mee. Wij
wachten. Dat zijn we ondertussen wel gewend.
René en Sonja zijn dit helemaal gewend. Zij zijn bezig met
een reis rondom Afrika, via de westkust zijn ze naar Zuid-Afrika
gereisd en via de oostkust terug. In landen als Nigeria, Gabon,
Kongo en het net uit de oorlog gekomen Angola hebben ze dagen lang
moeten wachten bij douane en allerlei ellende moeten doorstaan.
Ze hebben al eerder een lange reis gemaakt. Dat was door Noord-,
Midden-, en Zuid-Amerika. Ze zeggen dat ze die reis als een vakantie
hebben ervaren. Afrika ervaren ze heel anders. Naast de mooie dingen
die er te zien zijn is het toch vooral werken, wachten en veel ergernis.
Zij schrijven over elke reis een boek en de verkorte tekst staat
op hun website: www.rsverlag.ch.
De jongens van de douane komen terug en vragen waarom er in de paspoorten
van Marianne en Albrecht wel een visum voor Egypte staat maar geen
stempel van Wadi Halfa. Zij hebben twee paspoorten. Dat is handig
bij het aanvragen van verschillende visa, je kunt dan tegelijkertijd
bij twee ambassades je paspoorten inleveren. Dat gaat een stuk sneller.
Behalve op dit soort momenten. Ze snappen er niets van en ze moeten
beide mee naar voren komen. Alleen criminelen hebben toch twee paspoorten?
Albrecht maakt ook niet een erg betrouwbare indruk met zijn galabeya
en zijn lange slordige haar. Er wordt gebeld naar Aswan met de baas,
die moet maar zeggen of ze het land in mogen. De baas bevestigt
dat mensen soms een tweede paspoort hebben en zegt dat ze het land
in mogen. De jongens vertrekken in hun rubberboot en wij varen het
meer weer op in de richting van de wereldberoemde Egyptische rotstempel
van Abu Simbel die we tegen de avond zullen passeren.
Niets uit bovenstaande tekst mag worden
gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Mirjam van Tiel & Coen Barthels ©
2004
|