Into Africa by Jeep by
REISVERSLAG 14 (Sudan, deel 1)
Geschreven door: Mirjam, 27 april - 9 mei 2004
Voor zonsopgang vertrekken we uit Gondor in Ethiopië, op weg naar Sudan.
We rijden door de bergen in de richting van de grens. Een eenzame fietser
heeft een doek om zijn gezicht geslagen tegen het opwaaiende zand en trapt
uit alle macht om zich voort te bewegen tegen de harde wind in. Het is een
van de sporadisch voorkomende Europeanen die op de fiets over land reizen
door Afrika. Ik roep hem vanuit de auto toe dat we hem in Khartoum zullen
treffen, wat ook zal gebeuren.
Gelukkig waren we er door andere reizigers op gewezen dat de douanepost niet
aan de grens maar vijfendertig kilometer voor de grens zijn kantoor heeft.
Hier moesten we het Carnet laten zien en de papieren van tijdelijke invoer
retourneren. Als we er niet op gewezen waren zouden we er hoogstwaarschijnlijk
aan voorbij gereden zijn.
Het gebouw ziet er vervallen uit. We lopen binnen in een ruimte die vol staat
met rommel. Ergens achteraf zitten vrouwen achter een bureau én op
de grond. Het lijkt meer op een huishouden dan op een kantoor. We lopen langs
een kamer waarvan de deur half open staat. Op de grond ligt stro en er staat
een ijzeren ledikant. Een man met een bierbuik staat in zijn ondergoed in
de kamer. Hij is bezig zijn broek dicht te knopen. Als hij klaar is opent
hij de deur en geeft ons een hand. We lopen met hem mee naar zijn kantoor
waar achter het bureau ook een ledikant staat. Hij neemt plaats achter het
bureau en vraagt naar onze papieren. Als we klaar zijn loopt hij met ons mee
naar buiten en schudt ons nogmaals hartelijk de hand. In zijn hemd zwaait
hij ons na. Het is voor het eerst dat we aan de grens worden geholpen door
iemand in ondergoed.
Coen maakt stampei
Aan de daadwerkelijke grens moet ik meelopen naar een achteraf gelegen huttencomplex.
Het is erg warm en de beambte die Mulu heet (iedereen lijkt Mulu te heten
in Ethiopië) ligt languit op een ledikant dat op een binnenplaats staat.
Hij staat op, stelt zich voor en loopt samen met mij een hut in waar een bureau
staat. De paspoorten worden gestempeld en we kunnen gaan.
Iets verderop staat het kantoor van de immigratie van Sudan. We komen Sudan
binnen bij Gallabat, halverwege Sudan in het Arabische noorden. Een vrouw
komt op ons af met een groot pak geld in haar hand. Ze maakt ons duidelijk
dat we bij haar geld kunnen wisselen omdat we Sudanese Dinar nodig zouden
hebben om ons te registreren.
We geven de beambte onze paspoorten die hij voor ons in het Arabisch vertaalt.
Hij zegt dat we 10.000 SD (40 dollar) moeten betalen. Dat moet je niet tegen
Coen zeggen, daar kan hij niet tegen! Hij wordt al weer boos. Waarom moeten
we dit betalen, we hebben al 124 dollar voor onze visa betaald? We hadden
van Nanda en Dirk wel gehoord dat we een bedrag aan de grens moesten betalen,
maar we hadden begrepen dat het voor ons beide 5.000 SD zou zijn, maar nu
kwamen we erachter dat het per persoon is.
Coen maakt stampei en we worden doorverwezen naar de grote baas. Die zegt
dat als we het niet geloven dat we dit bedrag ook in Khartoum mogen betalen.
We moeten ons hoe dan ook binnen drie dagen in Khartoum registreren en dan
kunnen we daar dit bedrag alsnog betalen. Omdat de vrouw ons een slechte wisselkoers
geeft besluiten we pas in de hoofdstad te betalen.
Geldklopperij
In de auto wordt er verder gemopperd over deze geldklopperij die in heel Afrika
voorkomt. Afgezien van de visa die je voor elk land voor absurde bedragen
moet kopen verzint men altijd nog iets extra's om je geld afhandig te maken.
Een paar voorbeelden: koolstofbelasting voor de auto in Zimbabwe, eilandbelasting
in Mozambique, wegenbelasting terwijl de wegen bar slecht zijn, autoverzekeringen
terwijl ze bij een ongeluk toch niets uitkeren en nu weer registratiekosten.
Je kunt bijna nooit verifiëren of je het juiste bedrag betaald hebt omdat
het nergens op papier is terug te vinden. Als je er om vraagt laten ze je
meestal een handgeschreven briefje zien waar de bedragen op vermeld staan.
Het bedrag wat wij moeten betalen om een land in te komen is vaak het equivalent
van een jaarsalaris of half jaarsalaris van de locale bevolking. Het ergste
is nog dat het meestal verdwijnt in de zakken van corrupte ambtenaren terwijl
er niets wordt gedaan om het land op te bouwen.
Trots op verworven rechten
In het volgende kantoor lieten we het Carnet stempelen. Toen we de grens over
wilde rijden werden we terug gefloten. Een man met een fluitje stond heftig
naar ons te gebaren. Wij hadden het alweer gehad en wilde liever doodrijden
maar dat leek ons toch geen goed idee. Misschien gaan ze wel schieten? Met
tegenzin reden we naar de man toe. Ik liep naar een met riet overkapte plek
waar hij achter een bureau had plaatsgenomen. Hij wilde pasfoto's en onze
vingerafdrukken hebben en onze paspoorten inzien. Het had iets te maken met
veiligheid. We hadden wel pasfoto's maar die waren ver weg gestopt. We zeiden
dat we er geen hadden. Hij vroeg of we dan een kopie van ons paspoort hadden.
Dat hadden we niet. Ik vroeg hem of hij geen kopie kon maken. Ik wist wel
dat er geen kopieermachine te vinden was hier op deze afgelegen plek maar
zo gaf ik hem het idee dat het zijn probleem was en niet het onze. Ze hebben
hier helemaal niets, alles gaat nog met de hand. Coen vond nog een oude pasfoto
uit een verlopen internationaal rijbewijs. Uiteindelijk hoefde ik geen pasfoto
in te leveren, maar ik moest wel mijn vingerafdruk zetten. Ik was maar een
vrouw en die telt in dit Arabische land niet echt mee.
In het noorden van Sudan is de bevolking Arabisch-islamitische in tegenstelling
tot het zuiden waar de zwarte bevolking christelijk of animistisch is. Het
Arabische noorden wilde dat het zuiden ook islamitisch zou worden, wat een
reden was van de jaren lange oorlog die in het zuiden heeft gewoed. Ook wilden
ze de vrijheid van de vrouwen in het zuiden inperken, terwijl vrouwen in zwart
Afrika juist een belangrijk aandeel in de broodwinning hebben en hun vrijheid
dus erg belangrijk is.
Verder kwamen we erachter dat ik als vrouw niet alleen mag reizen in Sudan.
Dit druist in tegen alles wat ik heb geleerd van mijn moeder en de leraressen
op de middelbare school. Ik ben trots op de vrijheden en rechten die bevochten
zijn door de vrouwen van de generatie's van mijn moeder en mijn oma. Hier
in Sudan moet deze strijd nog plaatsvinden. Als dit tenminste ooit zal gebeuren.
Alle ogen zijn op ons gericht
Het is nog een heel eind naar de eerst volgende plaats en de piste wordt erg
slecht. We rijden door savanne en voor de verandering is het weer eens bloedheet.
De temperatuur in de auto loopt op tot boven de 45 graden.
Onderweg zien we zowel gitzwarte mensen als mensen met Arabische trekken.
De mannen gaan gekleed in lange witte gewaden en dragen een doek om hun hoofd.
Ze wikkelen deze voor hun mond als er een zandstorm op komt zetten. Op kamelen
(feitelijk dromedarissen) hoeden ze hun geitenkuddes.
Na zonsondergang komen we aan in Gedaref. Het is een druk en rommelig stadje.
We gaan op zoek naar een slaapplaats, we zijn doodmoe. Er zijn een paar hotelletjes
maar daar kan de auto niet veilig staan. Er is een goed hotel maar ze vragen
50 dollar per nacht, wat we veel te duur vinden. We vragen of we op het parkeerterrein
onze daktent open mogen klappen. We willen ervoor betalen. Alle reizigers
die van het noorden naar het zuiden door Afrika reizen hebben ons verteld
hoe aardig de bevolking van Sudan is, de aardigste van heel Afrika. Maar wij
worden absoluut niet aardig behandeld. Ze willen niets voor ons regelen en
als we geen kamer willen nemen moeten we maar ophoepelen. We hebben honger
dus gaan we eerst maar op zoek naar eten. We rijden rond totdat we een redelijk
restaurantje hebben gevonden.
Een groep kinderen roept naar ons om geld. We hoopten dat het hier beter zou
zijn, maar helaas. Het verschil met Ethiopië is dat hier de kinderen
direct door de volwassenen worden weggejaagd.
Alle ogen zijn op ons gericht maar bovenal zijn het de mannen die naar mij
kijken. Op straat bevinden zich bijna geen vrouwen. Ik was moe en had het
helemaal gehad. Laat ze naar iemand anders kijken. Je kunt je in Afrika nooit
eens anoniem in de menigte begeven. Altijd val je op door je huidskleur en
hier val ik op omdat ik een westerse vrouw ben. Toen er ook nog een zwerver
naar onze tafel kwam om uit de kom met water te drinken die net voor ons was
neergezet werd ik boos. Konden ze ons dan geen moment met rust laten! Later
zag ik dat deze man bij iedereen de restjes kwam ophalen. Dit was blijkbaar
gewoon. Net zoals dat iedereen uit dezelfde beker drinkt.
Overal in Sudan staan kruiken met water langs de straat waar iedereen uit
mag drinken. Aan een koordje hangt een beker en als je dorst hebt schep je
met de beker het water uit de kruik. Het water wordt op een natuurlijke manier
gekoeld doordat het door de terracottawand van de kruik verdampt.
Kofi Annan
We kunnen onze ogen bijna niet meer open houden maar we rijden door, voorbij
een politiecontrole de asfaltweg op richting Khartoum. We rijden ergens de
weg af een maïsveld in, dat zich uitstrekt tot aan de horizon. We zetten
de auto neer, luisteren of we in de buurt mensen horen, zorgen dat we geen
licht maken zodat de auto's ons vanaf de weg niet kunnen zien en gaan slapen.
Echt rustig slapen doen we niet, midden in de nacht komt er een vrachtwagen
langs en een keer gaat het autoalarm af.
De volgende dag heb ik hoofdpijn en Coen rijdt ons naar Khartoum. Op de weg
wordt het steeds drukker. Vrachtauto's en tankwagens rijden via deze weg van
en naar Port Sudan, een van de weinige mogelijkheidheden voor in en uitvoer
van goederen.
Het landschap is veranderd in een saaie woestijn. Als we eindelijk in Khartoum
aankomen worden we niet toegelaten op de camping. Er is een groot festival
aan de gang van Afro-Arabische jongeren. Ze zijn bij elkaar gekomen vanuit
heel Afrika om de relatie tussen het Arabisch georiënteerd Afrika en
zwart Afrika te verbeteren. Wij worden verzocht om op te hoepelen. De eerste
aardige Sudanees moeten wij nog tegenkomen! Dan toch maar naar de Blue Nile
Sailing Club, ook al hebben we gehoord dat het duur is en de wc's er smerig
zijn. Als we daar aankomen blijkt ook daar alles in het teken te staan van
het festival. Zelfs de president wordt verwacht (maar dat blijkt een grap),
en Kofi Annan, maar die is verhinderd.
De moed zakt ons in de schoenen en we willen alweer vertrekken als we opeens
Herman, Maria en Tanja zien. We hebben ze vluchtig ontmoet in Nairobi op Upper
Hill Camp. Zij zeggen dat het best te doen is en we besluiten te blijven.
Herman, Maria en Tanja wonen in Namibië maar zijn nu in hun vierwiel
aangedreven Volkswagenbus onderweg naar hun huis in Duitsland.
Blue Nile Sailing Club
De Blue Nile Sailing Club ligt aan de Blue Nile, stroomafwaarts komt deze
samen met de White Nile. Het is een zeilclub en een camping en fungeert daarnaast
als ontmoetingsplaats voor hoger opgeleide mensen, zoals docenten van universiteiten
en zakenmensen, zowel lokale als ex-pats.
We ontmoeten er mensen die hun ongenoegen uiten over de president. Als ik
vraag of het niet gevaarlijk is om dit zo openlijk met ons te delen is het
antwoord dat wij het toch niet zullen doorvertellen. Tegen een landgenoot
zouden ze het niet zeggen, behalve als ze hem of haar heel goed kennen.
Sudan is na de Nubische beschaving door het islamitische leger van de Mamelukes
onderworpen (na de 14de eeuw) en tot de islam bekeerd. Het Britse koloniale
beleid was er op gericht de Nijl te beheersen. Mohammed Ahmed ontdeed Khartoum
in 1881 van generaal Gordon, de Britse gouverneur. In 1898 werd deze weer
verslagen door Lord Kitchener en zijn Engels-Egyptische leger. De boot waarmee
Lord Kitchener deze slag heeft gewonnen ligt nog steeds bij de Blue Nile Sailing
Club. In de hutten wonen medewerkers van de club en als rugzaktoerist kun
je er een hut huren.
De wc's en douches zijn smerig. Ik vraag me hardop af of het misschien komt
omdat er geen vrouwen zijn die op dit soort openbare plekken werken. Maar
het kan ook zijn dat het inzicht ontbreekt. Als ik vraag of de wc's en douches
schoon zijn laten ze me vol trots de vieze wc's zien. Ze snappen er niets
van als ik erover klaag.
Khartoum
We rijden in Khartoum rond om verschillende dingen te regelen. De Blue Nile
Sailing Club ligt valkbij het paleis van de president: luitenant generaal
Omar Hassan Ahmad al-Bashir (aan de macht gekomen door een coup in 1989).
Het is verboden om langs het paleis te lopen, vanwege het risico van aanslagen.
Het zal niet de eerste keer zijn dat in Sudan op deze manier iemand aan de
macht komt. Het paleis wordt bewaakt door soldaten. Gek genoeg mag je er wel
met de auto langs rijden. We schrikken ons menigmaal rot als er met loeiende
sirenes een groep geblindeerde Mercedessen voorbij komt scheuren, begeleid
door zwaar bewapende politie op motoren. Dit is blijkbaar de manier waarop
de president en zijn gezelschap zich door Khartoum voortbeweegt. Ook zien
we een gezelschap Saoedi's die op deze manier door de stad worden vervoerd.
Ze komen vanaf het Hilton waar ze rondlopen met hun rood-wit geblokte doeken
op hun hoofd.
Als ik om me heen kijk zie ik vrijwel alleen mannen op straat. Er zijn wel
vrouwen maar dit is toch bovenal een mannenmaatschappij. De vrouwen die je
ziet hebben hoofddoeken omgeslagen maar dragen wel kleren waarin je hun vrouwelijke
vormen kunt onderscheiden. Er zijn vrouwen die van top tot teen bedekt rondlopen,
zij dragen zelfs zwarte kousen en lange zwarte handschoenen.
We ontmoeten aardige, behulpzame mensen. Helaas probeert men ons ook geregeld
af te zetten. Zodra we weten wat een autochtoon ergens voor betaald is dat
het bedrag wat we aan de verkoper of taxichauffeur geven, zonder eerst te
vragen wat het kost. Bij shoarmatentjes kijken we wat iemand besteld heeft,
waarmee hij betaalt en wat hij terug krijgt. Een andere mogelijkheid is om
in een grote stad een grote supermarkt op te zoeken en te kijken wat het daar
kost. Als je dit niet doet betaal je voortdurend te veel.
Afpersing
We gaan ons laten registreren. Dit moet binnen drie dagen nadat je in Sudan
bent aangekomen. Achter het loket zitten twee mannen. We hopen nog dat ze
niet opmerken dat we nog niet betaald hebben, maar dat zit er niet in. We
moeten betalen. Ze maken een kopie van onze paspoorten, waar we ook voor moeten
betalen. De man achter het loket zegt dat we een stempel moeten halen van
het hotel waar we verblijven. Hij wijst naar een plek op het formulier waar
iets in het Arabisch staat. Wij kunnen het niet lezen. We laten hem weten
geen trek te hebben om weer door de drukke stad terug te gaan naar de camping.
We vragen hem wat de registratie ons gaat kosten. Hij antwoord dat het 6.000
SD per persoon kost. Dat is vreemd aan de grens was het 5.000 SD per persoon.
We spreken hem hierop aan en hij zegt dat we 5.000 SD per persoon kunnen betalen
maar dan heeft hij de stempel van de Blue Nile Sailing Club nodig. We hebben
geen zin om weer terug te gaan (en dat weet hij) en zeggen dan maar 12.000
SD te betalen, maar dat we wel een kwitantie willen. Dat kan niet. Als we
een kwitantie willen moeten we morgen terug komen met de stempel. Vandaag
kan het niet meer.
Dit is voor het eerst dat een ambtenaar ons zo openlijk afperst. We betalen
hem en hij steekt de 2.000 SD in eigen zak.
Niet naar West-Afrika
Het is ons al sinds Ethiopië duidelijk dat we niet in West-Afrika kunnen
komen. We vinden het erg jammer maar het lijkt ons niet verstandig om een
poging te wagen. Door het conflict dat zich op de grens van Sudan en Tsjaad
afspeelt is het daar niet veilig meer. Er worden bommen gegooid en er wordt
gevochten.
Ook hebben we gehoord dat reizigers op het stuk niemandsland tussen Sudan
en Tsjaad terecht zijn gekomen en door geen van beide landen meer werden toegelaten.
Pas na bemoeienis van hun ambassade zijn ze doorgelaten.
Een andere optie was om te reizen door een oude rivierbedding van de Nijl
die in het noorden van Sudan naar Tsjaad loopt. We vonden het onverantwoord
om deze reis, dwars door de Sahara, met één auto te maken. Helaas
waren we tot op heden niemand tegengekomen die door wilde steken naar West-Afrika.
Dus vanaf Khartoum zouden we afwijken van de route die we hadden uitgezet.
We gaan af van de lijn op ons logo (snik!).
Het is onzeker hoe we Europa zullen bereiken. De meest voor de hand liggende
route is die via Egypte, Jordanië, Syrië en Turkije. Er deden zich
echter allerlei verhalen de ronde over hoe vreselijk het was om in Egypte
te reizen (vanwege de roadblocks) en dat het misschien onmogelijk was om het
land in te komen zonder een geldig Carnet de Passage. Ons Carnet is geldig
voor heel Afrika met uitzondering van Egypte. Omdat we toch niet van plan
waren om naar Egypte te gaan konden we op deze manier de extra hoge borg uit
sparen. Daarnaast was het onzeker hoe duur de overtocht van Wadi Halfa naar
Aswan zou zijn. Het was niet mogelijk om over land naar Egypte te reizen,
de grenzen zitten potdicht. De enige mogelijkheid is Lake Naser over steken
met een panton.
We voelen ons gevangen
Het heeft ons zo veel moeite gekost om Sudan in te komen, het kost moeite
om er te mogen verblijven - registratie en reispermissies - en het kost veel
moeite om het land te verlaten. En nu weer al die moeite om Egypte in te komen.
We krijgen er genoeg van en Coen overweegt om net als Herman, Maria en Tanja
via Port Sudan naar Saoedi-Arabië over te steken. Je kunt dan binnen
een paar dagen in Jordanië zijn. Maar het blijkt onmogelijk omdat we
niet getrouwd zijn en ik daar dan niet mag reizen. We voelen ons gevangen.
We kunnen niet naar Tsjaad omdat er daar oorlog is, het is onduidelijk of
we Egypte in kunnen komen, we kunnen niet naar Saoedi-Arabië omdat we
niet getrouwd zijn en terug is ook geen optie omdat we dan de shifta-route
weer moeten nemen. Het gevoel vast te zitten wordt versterkt doordat ons visum
voor Sudan maar een maand geldig is en we binnen die tijd een oplossing moeten
vinden.
Eén oplossing is dat Coen achter Herman, Maria en Tanja aanrijdt en
ik naar Jordanië vlieg en daar op hun wacht. Maar ik zie dit niet zitten,
en we vinden het beide geen leuke afsluiting van onze reis door Afrika.
We gaan dus weer verder met het uitzoeken of we Egypte in kunnen komen. Het
blijft onduidelijk. We ontmoeten Dr. Fathi, een gastvrije Nubiër die
een reisbureau heeft. Volgens hem hebben we ook nog een travel permit
nodig om buiten Khartoum te kunnen reizen. Hij wil ons gratis helpen om het
een en ander uit te zoeken. Ook heeft hij vele contacten en hij maakt voor
ons een afspraak met de consul van Egypte. Een medewerker van hem rijdt ons
naar het consulaat. We worden ontvangen door de jonge consul die ons belooft
dat we geen problemen zullen krijgen aan de Egyptische grens. Hij wil ons
geen brief meegeven want dat is volgens hem absoluut niet nodig. Wel vragen
we zijn visitekaartje zodat we hem in het geval er toch problemen ontstaan
kunnen opbellen. Wij twijfelen nog wel of het zo makkelijk is als de consul
beweert maar hij heeft ons zijn woord gegeven. Ook schijnen we geen travel
permit nodig te hebben voor het gebied in Sudan waar wij willen reizen.
In principe kunnen wij dus vertrekken. Herman, Maria en Tanja hebben wel een
travel permit nodig om naar Port Sudan te reizen. Het kost ze dagen
om dit te regelen.
Oude vliegtuigen
Het is gezellig met Herman, Maria en Tanja. Coen en Herman hebben allebei
autotechniek gestudeerd en hebben beide een voorliefde voor oude auto's, motoren
en vliegtuigen. Op weg van Gedaref naar Khartoum stonden tussen Wad Medani
en Khartoum op twee plaatsen diversen Antonnow's. In Khartoum stonden ook
oude vliegtuigen. Coen was er door geobsedeerd geraakt, zelfs zo erg dat hij
bedacht had dat hij een vliegtuig wilde kopen, of beter nog voor zijn verjaardag
wilde krijgen.
Herman heeft de laatste tien jaar van het Duitse leger Hanomag's gekocht en
geëxporteerd naar Namibië. Ook kocht hij op zijn reizen oude motoren
en auto's op, een vliegtuig was volgens hem een stuk moeilijker omdat het
niet in zijn geheel in een container paste.
Urenlang konden ze het hier over hebben. Ze bedachten hoe het vliegtuig dan
wel in een container zou passen. Je scheen de vleugels te kunnen demonteren
en de staart wilde ze eraf zagen om die later weer te monteren. Coen is nog
gaan vragen hoeveel ze voor een oude bommenwerper wilde hebben die vlak bij
de Sailing Club stond. Ik was blij dat het niet door is gegaan. Ik zag ons
nog eens een paar weken langer in Khartoum verblijven met veel geregel, en
daar had ik echt geen zin in.
Vertrek uit Khartoum
We hadden Marino en Sarah, de overlanders uit België, een e-mail
gestuurd om te vragen of zij al meer duidelijkheid hadden over de douaneformaliteiten
van Egypte. Zij reisden voor ons uit en hadden net als wij geen geldig Carnet
voor Egypte, maar ze hadden nog niets van zich laten horen. Met het woord
van de consul besloten we het er toch maar op te wagen.
We vertrekken op 9 maart uit Khartoum richting de piramides van Meroe. De
meeste overlanders reizen over de asfaltweg van Khartoum naar Abu Dom en nemen
vervolgens de zandpistes naar Dongola. Daar steken ze met het panton de Nijl
over en rijden verder langs de Nijl en door de woestijn naar Wadi Halfa. Een
andere groep reizigers kiest voor de railway-route. Het eerste deel vanaf
Khartoum gaat over asfalt en daarna vervolgen ze hun weg dwars door de woestijn,
langs de spoorlijn, om op die manier in Wadi Halfa aan te komen.
Wij wilde het anders doen. We willen tussen deze twee routes in de woestijn
doorkruisen en dan langs de Nijl onze weg vervolgen naar Wadi Halfa. De voorzitter
van de Blue Nile Sailing Club had ons gezegd dat we het rustig konden doen.
Volgens hem was er een duidelijk zichtbare piste. Maar eerst gingen we de
piramides van Meroe bezoeken. Er is een asfaltweg die ons door de woestijn
naar Meroe brengt. Vanaf het midden naar het noorden is Sudan één
grote zandbak.
We rijden door een saai uitziende woestijn. Mannen met witte jurken wachten
op de bushtaxi of ze rijden op ezels. Jongetjes op ezels zijn onderweg
naar school. Langs de weg zijn tentjes waar vrachtwagenchauffeurs en andere
reizigers iets kunnen eten en drinken. Ook staan er regelmatig kruiken met
water onder een afdakje, typisch voor Sudan. In elk dorpje steken de minaretten
van de moskeeën boven de huizen uit. Maar het meeste wat we onderweg
zagen was zand.
De piramides van Meroe
Vanaf de weg zien we de piramides liggen. Het zijn kleine piramides die uit
een veel latere periode zijn dan de piramides van Gizeh in Egypte. Toch zeggen
de Nubiërs dat hun cultuur aan het begin staat van de faraonische tijd.
Voordat we naar de piramides gaan, rijden we eerst over een zandpiste naar
een dorpje dat langs de spoorlijn ligt (waar overlanders langs naar
Wadi Halfa rijden). Bij een klein winkeltje kopen we warme cola, want er is
geen elektriciteit. We rijden door de woestijn terug naar de piramides. Er
staat een hek voor waar een stuk of zes verkopers zitten die ons meteen aanklampen.
We krijgen het er benauwd van en zeggen later terug te zullen komen. We rijden
door de woestijn naar de achterkant van de piramides. We zoeken een geschikt
plaatsje om te overnachten. Mannen op kamelen komen naar ons toe om een praatje
te maken.
De enige Arabische woorden die wij kennen zijn Salaam aleikum (begroeting),
shukran (dank u), afwan (geen dank). Zij spreken geen Engels en wij geen Arabisch
dus we zijn vlug klaar. Een man die met een ezelkar voorbij komt spreekt wel
Engels. Hij heeft nog gewerkt voor de Duitse wetenschapper Dr. Wolff die hier
onderzoek gedaan heeft naar de piramides. We maken ons kamp en hebben een
prachtig uitzicht vanuit de woestijn over deze oude site. Er waait een keiharde
wind die het zand in ons eten en in onze ogen doet waaien.
The place to be
Als we wakker worden hebben we een prachtig uitzicht vanuit de daktent. Ik
moet naar de wc en klim de tent uit. Maar ook al bevinden we ons hier midden
in de woestijn, naast de auto zit een jongetje klaar met zijn koopwaar. Hebben
we dan nooit eens privacy? Ik moet toch echt naar de wc en verdwijn achter
een zandduin. Als ik terugkom gebaart hij me weer naderbij te komen. Ik koop
wat eenvoudige messen in leren schedes bij hem. Hij kent de prijzen maar na
een lange onderhandeling zijn we allebei tevreden.
Coen en ik lopen over de site en daarna vertrekken we. Eerst bellen we met
de satelliettelefoon Edo, de jarig broer van Coen. We bedenken dat het toch
wel prettig is om op Touratech de route uit te klikken die we willen nemen
en deze over te zetten op de GPS zodat we niet zullen verdwalen in de woestijn.
We hebben al een tijd niet meer met Touratech gewerkt dus het kost tijd om
de route uit te klikken. Als we klaar zijn rijden we over asfalt naar Shandy,
een dorpje aan de Nijl. Er rijden hier in licensie gebouwde Opel Comadores
uit Australië als taxi rond. Voor zover Coen weet is dit de enige plaats
in Afrika waar deze auto's uit de vijftiger jaren gebruikt worden als taxi.
Paul Thereau is het daar niet mee eens, hij heeft het in zijn boek Dark Star
Safari over Russische Wolga's. Wie het weet mag het zeggen! Maar hoe dan ook
Shandi is the place to be voor verzamelaars.
Oude zwaar gedecoreerde Land Cruisers doen dienst als bushtaxi's. Aan
de zijkanten van de auto is het metaal opengewerkt met allerlei bloemmotieven
en het ijzerwerk is met vrolijke kleuren beschilderd. Verder zijn de auto's
versiert met plastic bloemen en gekleurde lampjes. We vinden het gezellig
in Shandy, we eten falaffel en doen inkopen. We rijden verder op zoek naar
het pontje dat ons over de Nijl moet brengen. De lokale bevolking vindt het
leuk om naar ons te kijken. Twee toeristen met hun Jeep die ook mee willen
op het panton.
Als we staan te wachten tot het ponton er is komen de vrouwen in hun lange
kleurige gewaden en met hun bedekte hoofden me de hand schudden. Ze vinden
het prachtig dat ik Mirjam heet, het lijkt op het Arabische Mariam. Van Coen's
naam snappen ze helemaal niks. Samen met nog een andere auto, ezels, geiten,
mannen en vrouwen steken we op het ponton de Nijl over. Het Nijl water is
donker, het lijkt op de Waal, er is niets exotisch aan. We maken praatjes
met de mensen door middel van gebaren en met een aantal Engelse woorden. De
mensen zijn erg vriendelijk en geïnteresseerd.
Zandsporen
We rijden langs de Nijl door de dorpjes naar het noord-oosten. In de dorpjes
waaieren de zandpistes uit in vele tracks, na een aantal dorpjes beginnen
we te snappen hoe het in elkaar zit. Er gaat altijd een track om het dorp
heen en een aantal tracks gaan naar verschillende punten in het dorp. Het
makkelijkste is het om het track om het dorp heen te nemen, maar soms bevind
je je toch opeens midden tussen de huizen. De bruinen zandkleurige huizen
zijn van klei gemaakt en om de huizen heen is een muur van klei om het opwaaiende
zand tegen te houden. Alleen de deuren zijn vrolijk gekleurd.
Daar waar de piste naar het noorden moet afbuigen zien we niets. We rijden
op en neer maar zien nergens een piste naar het noorden gaan. We klikken het
eerst volgende waypoint aan en rijden er dwars door de woestijn naar toe en
hopen dat we de piste zullen kruisen. We komen inderdaad uit op een weg die
bestaat uit honderden sporen van autobanden in het zand. Het klopt met ons
waypoint en we volgen het spoor. De sporen waaieren uit en komen op sommige
plekken weer samen.
Het is voor het eerst dat we op zo'n soort piste rijden. Vooralsnog waren
het toch altijd duidelijke pistes, een weg. Maar al snel zijn we er aan gewend
en vertouwen we erop dat we telkens de hoofdpiste terugvinden. We zijn alleen,
met heel veel zand om ons heen. Althans zo goed als alleen, in de verte zien
we een nomade met een paar geiten lopen. We genieten ervan om door de woestijn
te rijden en onze weg te moeten vinden. Maar zonder GPS lijkt het ons toch
geen lolletje. Je raakt hier zo gemakkelijk elk gevoel van richting kwijt.
Aan het eind van de dag vinden we achter een zandduin een mooi plaatsje om
te kamperen. We maken soep en kijken van boven op de zandduin naar de zonsondergang.
Toch een vreemd gevoel zo alleen midden in de woestijn. Het werd donker en
de hemel kwam vol sterren te staan. Heel veel sterren! Het was muisstil totdat
de wind weer opstak en het tentzeil deed klapperen.
Jongensdroom
We staan vroeg op. Het starten van de motor is altijd een spannend moment
als je maar met één auto in de woestijn bent. Wat nu als de
accu leeg is? Maar gelukkig laat de Jeep ons op dit soort momenten niet in
de steek.
We vervolgen onze weg over de zandsporen. Het wordt lastig als we tussen allemaal
zandduinen door moeten rijden. De meeste sporen zijn weggevaagd door het zand
en niet op alle plekken kun je de zandduinen passeren. Maar we vinden onze
weg er door heen.
Telkens verandert de ondergrond in de woestijn. Stukken van diep zand, stukken
die bezaait liggen met stenen en rotsen, ongelijke stukken en vlakke stukken.
We steken vlaktes over waar we de snelheid kunnen opvoeren tot 80 km per uur
en rijden stapvoets over harde hoge zandribbels en andere obstakels.
Steeds vaker verdwijnen alle sporen. We vinden steeds weer de sporen terug
maar vragen ons toch af of we nog op de juiste piste zitten. Ook vind ik het
een beetje eng om zonder enig spoor de woestijn te doorkruizen. Coen geniet
met volle teugen, dit komt toch wel erg veel overeen met zijn jongensdroom.
Geen doorgang te bekennen
We besluiten Touratech te gaan gebruiken. We rijden op de gedigitaliseerde
Russische stafkaarten van voor de koude oorlog. Coen rijdt en ik zit met de
lap-top op mijn schoot en laat Coen precies op de door Touratech aangegeven
piste rijden. Voor ons doemen lagen bergen op. Langzaam kruipen we over de
rotsen, het gaat steeds moeizamer. Ik moet meerdere malen de auto uit om een
weg vrij te maken zodat de auto er door kan. Toch geven de stafkaarten aan
dat we precies op track zitten.
Ik ga de boel verkennen. Ik klim omhoog de berg op en probeer een doorgang
te zoeken. Pas als ik uit de auto stap valt me op over wat voor een ondergrond
we rijden. Het is vulkanisch gesteente dat bestaat uit dicht tegen elkaar
aanliggende losse rotsblokken die het formaat hebben van een voetbal. Het
gebergte is laag maar er is nergens een pad te zien waar auto's kunnen rijden.
Er is wel een soort doorgang maar als ik Coen vertel dat ik wil proberen er
doorheen te komen verklaart hij me voor gek. Hij vindt het zo langzamerhand
onverantwoord worden.
Voor Coen was het duidelijk dat we niet verder zouden gaan. Misschien lag
de doorgang enkele kilometers naar het oosten of het westen maar de grote
rotsblokken maakte het moeizaam en tijdrovend om op en neer te rijden langs
het gebergte om een doorgang te zoeken, en het was te warm om te voet op zoek
te gaan naar de doorgang.
Op de kaart zagen we dat het gebergte nog veel verder doorliep. Dus ook al
zouden we door dit eerste stuk heen komen dan konden er nog heel wat obstakels
voor ons liggen. We keerden terug en probeerde vanuit de vallei sporen te
zoeken die het gebergte in liepen maar vonden niets. We reden verder over
de laagtelijnen op de kaart langs het gebergte in de richting van een andere
piste die op de kaart stond aangegeven. We zagen opeens weer sporen, dit moest
de andere piste zijn. Na een tijdje leidde het spoor ons een heuvel op. We
stapte uit om te kijken hoe de sporen verder gingen maar aan de andere kant
liep de heuvel recht naar beneden. Hoe was dit mogelijk? Hoogst waarschijnlijk
reden we op pistes waar al jarenlang geen gebruik meer van werd gemaakt.
We besloten terug te gaan, wat inhield dat we terug zouden gaan naar Khartoum.
We zouden nog wel van alles kunnen proberen maar we hadden de indruk dat niemand
meer via deze route de doorsteek in de woestijn maakte en waren bang dat we
telkens op deze manier vast kwamen te zitten in het gebergte. Op het eerste
stuk zagen we veel sporen en ook wel verse sporen maar hier leken de sporen
jaren oud.
Alhoewel Touratech over het algemeen erg betrouwbaar is bleek het voor dit
stuk woestijn niet te kloppen. In de woestijn verandert er veel door de verplaatsing
van het zand, misschien was dat de reden?
Terug in Khartoum
Terwijl we deze beslissing namen kwam er uit het niets een man aangelopen.
Hij was blij om ons te zien en was druk aan het praten in een taal die wij
niet begrepen. Hij woonde hier midden in de woestijn met zijn familie in een
nomaden tent. We proberen te communiceren maar begrijpen elkaar niet. We keren
terug over ons eigen spoor. Om 19:00 uur kwamen we aan bij de zandduin waar
we de nacht daarvoor ook hadden geslapen. Na elf uur rijden waren we moe maar
we genoten van de stilte van de woestijn en de prachtige sterrenhemel voordat
we gingen slapen.
De volgende dag reden we het stuk terug naar de Nijl en staken op een andere
plaats de Nijl over. We reden een heel stuk over slechte piste voordat we
de asfaltweg weer terugvonden en daarover terugkeerde naar Khartoum.
Onderweg werden we net als op de heen weg bij alle tolpoorten aangehouden.
"Ticket?, ticket?" vroegen ze ons en wij zeiden hun dat wij
geen ticket nodig hadden en wezen op onze nummerplaat. Op de heen weg keek
een van de agenten verward naar onze nummerplaten en gebaarde ons door te
rijden. Dit hebben we aangegrepen om zonder problemen door alle poorten te
komen. Ook helpt het dat we meestal niet stoppen maar langzaam blijven doorrijden.
Later horen we van andere overlanders die bij zo'n poort zijn aangehouden
en Khartoum niet mochten verlaten omdat ze zich niet geregistreerd hadden.
We reden rechtstreeks naar de camping in de hoop dat het festival nu afgelopen
zou zijn. Daar troffen we Herman, Maria en Tanja aan die nog steeds bezig
waren hun travel permit te regelen. Ook ontmoetten we de Zwitsers René
en Sonja die in hun 4x4 Mercedesbus rondom heel Afrika aan het reizen waren.
Er zijn nog een aantal deelnemers van het festival op de camping aanwezig.
Ze komen overal vandaan, de meeste spreken Frans. Ons Frans is niet meer zo
best maar we proberen een gesprek aan te gaan. De vrouwen met hoofddoekjes
kijken belangstellend naar mij als westerse vrouw terwijl we ons kamp opslaan
op een sompig grasveld waar het wemelt van de muggen.
Niets uit bovenstaande tekst mag worden
gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Mirjam van Tiel & Coen Barthels © 2004
Rieky en Ad van Tiel en zij zetten ze in het gastenboek
van Into Africa by Jeep voor Mirjam van Tiel en Coen Barthels?
Graag
onde vermelding van: Gastenboek