Terug nar de homepagina
print vriendelijke versie


Hut van de Dorze
Dorze meisje Maryam met baby
Embassy of the Republic of the Sudan
Twee maanden wachten
op ons visum voor Sudan
Op maat gemaakt...
...mantelpakje van schapenleer
Oude Lada's uit Nederland
Netjes opgeruimde erven en dorpen
Gekantelde vrachtwagens,
schering en inslag
Tanks herinneren aan vele jaren oorlog
Kinderen passen op de auto
Wij bezoeken Gennete Maryam
Schildering van een engel
LAL hotel, Lalibela
De monolithische kerk
Bieta Ghiorghis in Lalibela
Een priester gehuld in wierrook
Pelgrim
Onderweg naar de markt
Een andere wereld,
Ethiopië is sprookjesachtig

Watertanks vullen
Jerrycans vullen uit een ton

Terara hotel in Gondor
Het kasteel van Fasilades in Gondor
Onze favoriete pastry
Boodschappen doen in Gondor

REISVERSLAG 13 (Ethiopië, deel 2)
Geschreven door: Mirjam, 19 maart - 4 april 2004

Hij heeft zijn woord gehouden
Op het veld bij het hotel in Arba Minch kwamen 's middags bavianen voedsel verzamelen. Boven ons hoofd cirkelden verschillende grote roofvogels. In Afrika zie je overal prachtige roofvogels, dat zal een van de dingen zijn die ik zal gaan missen als we terug zijn in Nederland.
Als we verder reizen bezoeken we vlakbij Chencha een Dorze dorp waar we een authentieke hut bezoeken. Soms zijn deze hutten wel twaalf meter hoog. Rechts van de ingang staan de koeien en links leven de mensen. We maken foto's van verschillende tafereeltjes en praten met de dorpsbewoners. Daarna rijden we verder naar Shashemene waar we overnachten.
In Shashemene woont een gemeenschap rasta's, oorspronkelijk afkomstig uit Jamaica, die Haile Selassie eerden als een God en Ethiopië zien als het beloofde land.
In Addis Abeba reden we naar het Hilton Hotel. Een vreemde gewaarwording zo'n hotel vol met westerse mensen. Alles in het hotel is op een on-Afrikaanse manier georganiseerd. Het loopt op rolletjes en ziet er netjes en verzorgd uit. Een ontdekking voor ons waar we later in Khartoum ook nog gebruik van zullen maken. In het Hilton zijn de wc's schoon en er is wc-papier. Er is altijd een internet service met een goed werkende verbinding. Het kost wat maar dan heb je ook wat. Er is een bank waar je dollars kan omwisselen naar de locale valuta zonder alle belachelijke regeltjes van de banken in de landen zelf (voorbeeld: als er een klein stukje van een bankbiljet af is wordt het al niet meer geaccepteerd), en zonder commissie.
We zijn vroeg in Addis Abeba en gaan alvast langs bij de ambassade van Sudan. We worden van de ene entreepoort naar de andere gestuurd. Ze proberen ons weg te sturen maar wij laten ons niet afschepen. Als er een belangrijk persoon langskomt die een afspraak op de ambassade heeft gebruiken we dit moment om naar binnen te komen. We spreken de man aan en die zegt tegen een medewerker van de ambassade dat hij ons moet helpen. We komen in een armzalig kantoortje waar we er op aandringen dat ze nakijken of ons visum daadwerkelijk vanuit Dar es Salaam is doorgefaxt. Het duurt even maar dan wordt er een ordner met formulieren uit een kast gehaald. De beambte bladert zonder aandacht door de papieren en halverwege de stapel zie ik opeens onze namen op een formulier staan en wijs hem erop. De formulieren zijn in het Arabisch, het enige herkenbare voor ons zijn onze namen. Het ziet er naar uit dat Mustafa er van alles heeft bij geschreven. Hij heeft zijn woord gehouden. We moeten de volgende dag om half negen terug komen zodat de visa in onze paspoorten kunnen worden gezet. Wij willen onze paspoorten al achterlaten maar dat kan niet.

De boel sussen
Om acht uur staan we voor de deur van de ambassade. Pas om negen uur gaat de deur open. Er zijn meerdere mensen die een visum willen aanvragen. Iedereen wordt verzocht om op de bankjes voor het kantoor plaats te nemen. Naast mensen uit Addis zitten er twee Engelse heren die onderweg zijn naar Londen en een Duitser. Ze laten ons wachten maar er gebeurt niets.
De Duitser zegt bekend te zijn met deze Afrikaanse manier van doen. Als je hier geen geduld voor hebt moet je niet door Afrika reizen volgens hem. Na twee uur gooit hij woedend zijn aanvraagformulier op de grond en loopt weg. Zo kom je Sudan nooit in.
Ik heb het ook gehad en loop het kantoortje binnen. De man achter het bureau zegt dat ik moet wachten. Ik zeg hem dat hij ons gevraagd had om half negen hier te zijn en nu is het al twee uur later. Hij gebaart me verder te komen en opeens wordt ik wel geholpen. Wij waren niet als eerste aan de beurt maar ook hier geldt weer dat als je zelf niets doet er niets gebeurd. Coen komt ook naar binnen en we geven onze paspoorten af. We moeten 124 dollar betalen maar ze willen ons geen kwitantie geven en zeggen dat het misschien wel vijf dagen zal duren voordat het visum klaar is. Coen protesteert en zegt niet te willen betalen als wij geen bewijs van betaling krijgen. De twee mannen in het kantoor worden boos en schreeuwen dat dit een ambassade is en dat hij hun op hun woord moet geloven. Ik moet de boel weer eens sussen en krijg het voor elkaar dat ze beloven de volgende dag de visa klaar te hebben. Ik leg de nadruk op ons lange wachten op het visum. Op 18 december hadden we het visum aangevraagd in Dar es Salaam.

Visa en schapenleer
We hebben alweer, zoals in elke stad, een stamcafé, deze keer een pastry vlak bij de ambassade. De gebakjes en broodjes zijn lekker maar de wc's zijn smerig. Telkens als we in de buurt zijn stoppen we om wat te eten of te drinken. Ik moet meerdere malen de vieze wc bezoeken omdat mijn darmflora sinds de antibioticakuren niet meer de oude is.
Ook lunchen we regelmatig bij een druk bezocht restaurant in het centrum. De kantoormensen uit de omgeving zaten opeengepakt aan kleine tafels. We zijn een hele ochtend op stap geweest om een autoverzekering te regelen en worden weer eens geconfronteerd met een gebrek aan informatie, doortastendheid en bereidwilligheid. Op geen van de kantoren was een lijst te vinden met prijzen voor de verzekering en toen we wilden betalen bleek de kassier er niet te zijn en moesten we maar na twee uur terugkomen. We werden van het kastje naar de muur gestuurd en het kostte ons een halve dag en veel ergernis om een verzekering te regelen. Wat een organisatie voor een WA-autoverzekering waarvan de maximale dekking 5.000 dollar is. Een mensenleven is hier kennelijk niet veel waard.
We halen onze visa op. Hoera, bijna twee maanden nadat we het visum voor Sudan hebben aangevraagd hebben we het eindelijk in ons bezit. Coen had op de Ethiopische ambassade in Nairobi een poster gezien van leren kleding uit Addis. Hij had me toen al gezegd dat we in Addis voor mij iets zouden laten maken maar ik had er niet veel aandacht aan besteed. Maar wie Coen kent weet dat hij gek is op mooie kleren en meteen al toen we in Addis aan kwamen was hij op zoek gegaan naar de leerfabriekjes waar Addis om bekend staat. Met veel moeite heeft hij me zover gekregen om van alles aan te passen en het resultaat was een op maat gemaakt rokje en jasje van schapenleer.
Eerst werden al mijn maten opgenomen door de kleermaker, ontwerper. Daarna hebben we de kleuren uitgekozen en een paar dagen later kon ik het nog niet afgewerkte mantelpakje komen aanpassen. We hebben nog maar een extra rokje laten maken in een andere kleur. Een dag later was alles afgewerkt en van voering voorzien. Coen was helemaal gelukkig en ook ik vond het resultaat bijzonder geslaagd, en dit voor maar honderdveertig dollar (www.BDS-ethiopia.net/sungbin.htm, www.ethioexport.org/adn/ethsung.htm).
Ook hebben we in Addis reserve tweedehands schokbreker gekocht en hebben we alle jerrycans weer gevuld met benzine. We hadden namelijk in Jinka alle benzine uit de jerrycans in de tank gedaan omdat de enige benzine die in Jinka te krijgen was in tonnen zat. We hoopten in Addis superbenzine te kunnen tanken maar ook hier was alleen regular te krijgen met een heel laag octaangehalte waardoor de motor gaat pingelen.

Straatkinderen
Op straat in Addis spreken de straatkinderen ons aan. Het is voor het eerst dat we kinderen zien waarvan duidelijk is dat ze geen ouders of andere volwassenen hebben die voor hun zorgen. Ze verkopen papieren zakdoekjes om aan geld te komen. We sturen ze weg maar als ik ze in de ogen kijk breekt mijn hart. Hoe kan een maatschappij deze kinderen zo in de steek laten?

Gevoel voor symmetrie
In Ethiopië hebben mensen geen auto behalve in Addis en Gondor. Oude Lada's 1200 uit Nederland rijden als taxi in Addis, opeens zijn we niet meer de enige met een NL-sticker.
Bij zonsopgang klinkt het gejammer van de moskeeën door de stad en 's middags van de orthodoxe kerk (net als in Arba Minch). Het gaat eindeloos door, het is loeihard en pijnlijk vals. We kamperen op het parkeerterrein van het Bel Air Hotel. In het gastenboek zien we dat Nanda en Dirk en Marino en Sarah hier ook gelogeerd hebben.
's Avonds komen stelletjes de kamers voor een uurtje huren. Het zijn nette mensen. Volgens ons zijn het mannen met een geheim liefje of gewoon stelletjes die thuis geen privacy hebben omdat ze met een heel familie in een klein huis wonen.
Na negen dagen verlaten we Addis weer, ik voel me ziek en ben verkouden. We rijden over asfalt door gele uitgestrekte velden, langs lanen met eucalyptussen, over heuvels en door valleien. De hutten zien er mooi uit, bij elke hut staan meerdere hooibergen die ovaal van vorm zijn. Alles lijkt met zorg en gevoel voor symmetrie gemaakt te zijn en voor het eerst zien we netjes opgeruimde erven en dorpen.
In de dorpen worden paarden met zelfgemaakte wagentjes gebruikt als taxi. In Debra Dirham slapen we in een hotelletje. Het ziet er in onze ogen uit alsof de tijd hier eeuwen heeft stil gestaan.

Vreemd soort mentaliteit
Onderweg naar het beroemde Lalibela rijden we over een asfaltweg die is gefinancierd door de Europese Unie. Wij vragen ons af waar dit alles voor dient. De weg was prima, in ieder geval beter dan in Mozambique en zeker niet slechter dan in de rest van Afrika. Naast de weg ligt weer eens een vrachtwagen die gekanteld is, in dit opzicht maakt het dus geen verschil. Overal langs de weg hebben we uitgebrande vrachtwagens en gekantelde bussen gezien. Gewoon op rechte wegen en je vraagt je af hoe het heeft kunnen gebeuren. Maar vaak hebben we ze zo hard zien rijden dat ze geen controle meer over hun voertuig hadden, dus we kijken er ook niet echt van op.
Door alle hulp van donorlanden ontstaat er bij de plaatselijke bevolking een vreemd soort mentaliteit. Vooral in Ethiopië valt dit op. Men verwacht te ontvangen van een westerling die voorbij komt. Er is toch iets mis gegaan met de hulpverlening aan arme Afrikaanse landen. Aan de eigen verantwoordelijkheid en deelname van de bevolking lijkt vaak niet gedacht. Ook hebben we de indruk gekregen, zoals elke overlander die we hierover speken, dat de mensen die in hun kantoor de projecten voor Afrika bedenken nog nooit in Afrika zijn geweest. In ieder geval niet buiten hun luxe hotels. En op bezoek gaan bij een van de projecten geeft ook een totaal vertekend beeld. Natuurlijk lijkt het te werken maar wat gebeurd er werkelijk, gaan de mensen het zelf oppakken als de hulporganisaties zich terugtrekken, gaan ze zelf de verantwoordelijkheid nemen en vinden ze het net zo belangrijk als wij? Door het reizen wordt je bekender met de mentaliteit en leefgewoontes van Afrikanen en eigenlijk zou als regel moeten worden gesteld dat ambtenaren voordat ze een project gaan initiëren een jaar in Afrika moeten rondreizen.
In Ethiopië houden de kinderen één hand op om te ontvangen en in de andere hand houden ze een steen. Als je niet stopt om ze wat te geven gooien ze de steen naar je.

Oorlog
We hebben donker Afrika verlaten de mensen hebben geen negroïde trekken meer. Ik mis het een beetje, ik voel me hier toch minder in Afrika.
We rijden door de bergen. Bij elke brug staat een hut waar een bewapende wachter zit. Een overblijfsel uit oorlogstijd. Eritrea had zich in het begin van de jaren negentig van Ethiopië afgescheiden en zich voorspoedig ontwikkeld maar in 1998 ontstond er opnieuw oorlog tussen beide landen. Eritrea en Ethiopië bezaten een van de grootste en modernste legers van Afrika. Deze landen die tot de armste van Afrika behoorden gaven elk per dag een miljoen gulden uit. De internationale hulp aan beide landen werd gestaakt, terwijl ze tot de lievelingen van de donorgemeenschap hadden behoord. Aan het eind van het jaar 2000 kwam er een wapenstilstand tot stand. Nog steeds zie je overal in het noorden tanks en pantservoertuigen staan.
We rijden door de Termabertunnel die op 3230 meter hoogte ligt. Langs de kant van de weg lopen mannen van het Oromo volk met witte kleden om hun schouders geslagen. Op een baar wordt een dode gedragen, gevolgd door de familie.
Kinderen gooien stenen als we niet bereid zijn om ze iets te geven. Een koe wordt langs de kant van de weg gevild. In Weldiya op 1830 meter hoogte (Addis ligt op 2400 meter), vlak voor de Chinese route, slapen we op het parkeerterrein van het LAL hotel.
In het dorp wijzen de kinderen naar ons en roepen you, you, zoals overal in Ethiopië. En zowel kinderen als volwassenen vragen ons om geld: give me birr, give me birr; you, give me birr.

Paradijs van Maria
We vertrekken over de oude door de Chinese aangelegde weg. Priesters komen uit hun hutje als we langs rijden. Ze dragen felgekleurde gewaden en zegenen ons door een bel te luiden of de auto te besprenkelen met gezegend water.
Ethiopi‘ is sprookjesachtig! In het dorp Dilbe slaan we rechts af de weg naar Lalibela in. Kinderen wijzen ons de weg en gooien niet eens met stenen naar ons.
We zetten Iz in zijn vier maal vier en rijden langzaam over de oude rotsachtige weg met uitzicht over bergen en dalen. We rijden door sprookjesachtige dorpjes en door droge rivierbedingen.
Als we in een klein dorpje komen worden we door kinderen aangehouden, ze willen ons naar de monolithische kerk Gennete Maryam (wat paradijs van Maria betekent) brengen. We voelen ons allebei niet erg lekker en het is erg warm maar we willen er toch wel graag heen. We spreken met een wat oudere jongen af dat hij onze gids is om te voorkomen dat alle andere kinderen zich aan ons blijven opdringen. We rijden van de weg af naar de kerk, onze gids loopt voor ons uit. De andere kinderen uit het dorp rennen met de auto mee. Ze willen op de auto passen. Ik kies twee kinderen uit die voor ieder een birr op de auto moeten passen. We lopen naar een rots waarin de kerk is uitgehouwen.
Over het dak, waarop Latijnse kruizen zijn uitgehouwen, is een overkapping gemaakt om de kerk tegen de weersinvloeden te beschermen. Dit golfplaten gedrocht is gefinancierd door het Finse Fonds voor ontwikkelingshulp.
De priester wordt geroepen door de poortwachter. Hij houdt zijn handen om zijn mond en roept over het dal de naam van de priester. Even later is er antwoord, hij komt vandaag niet. De poortwachter heeft wel de sleutel van de kerk maar wil ons er niet inlaten. Na twintig minuten komt de poortwachter vertellen dat de priester toch zal komen. De priester opent de kerk, laat ons naar binnen en laat ons betalen. We vinden hem er schijnheilig uit zien. Hij kijkt onbetrouwbaar uit zijn ogen en de enige keer dat hij ons aanspreekt is om geld van ons te ontvangen.
De kerk is klein maar indrukwekkend. Op de muren en de zuilen staan apostelen, Ethiopische heiligen, engelen, het Laatste Avondmaal en olifanten (die toen nog voorkwamen in Ethiopië) afgebeeld. De kerk is gebouwd tussen 1270 en 1285, tijdens het bewind van koning Yekuno Amlak.

Uitzieken
We rijden verder en opeens kruisen we een asfaltweg. Onze mond valt open van verbazing. Ze gaan ons toch niet vertellen dat er tegenwoordig een asfaltweg naar Lalibela loopt. We zetten Iz weer in zijn two-wheel-drive en rijden de asfaltweg op.
Later komen we erachter dat deze asfaltweg alleen maar vanaf het vliegveld (lees: landingsstrip) naar Lalibela loopt. Maar ook komen we er achter dat we de oude weg naar Lalibela genomen hebben die niemand meer schijnt te nemen. Er is een nieuwe piste aangelegd die makkelijker begaanbaar is. Maar we hebben geen spijt van onze route, die erg mooi was.
Het is het eind van de middag en hordes mensen lopen op straat op weg naar hun hut. Ondanks dat ik nu lekker hard zou kunnen scheuren moet ik steeds vaart minderen om de mensen en hun ezels te ontwijken. In Lalibela worden we meteen geconfronteerd met de bedelaars en invaliden. In landen als Tanzania hadden alle gehandicapte mensen, vooral mannen zonder benen of met verlamde onderlichamen, een soort fietskarretje dat ze met hun handen kunnen aandrijven. Hier slepen de invaliden zich over de grond voort.
We installeerden ons in een kamer van het LAL hotel. Coen had 's avonds verhoging en we zijn een paar dagen in bed gebleven om nu eens echt uit te zieken van ons Mursi- of Mamoose griepje. We waren al net zo aan het rochelen als de Ethiopiërs. We genoten van de rust in onze hotelkamer, niemand kwam ons lastig vallen. De kamer was groot, schoon en gezellig.

You you's
Af en toe kwam er een groepje toeristen naar het LAL hotel, zij waren net vers ingevlogen, vooral uit Italië. Ethiopië is nooit echt gekoloniseerd geweest maar wel tot twee keer toe bezet door de Italianen (eind 19de eeuw en voor en tijdens de Tweede Wereld Oorlog). Deze toeristen krijgen een vertekend beeld van Ethiopië. Ze worden in Land Cruisers van de landingsbaan naar Lalibela gereden. Ze reizen met gidsen die ervoor zorgen dat ze zo min mogelijk last hebben van de bedelaars en niet met stenen bekogeld worden. Zij eten in het restaurant van het LAL hotel.
Wij aten in de pastry bij het LAL hotel waar ook de mensen uit het dorp kwamen ontbijten en lunchen. Kleine jongetjes kwamen voor een birr een kopje thee en een broodje halen. Het waren dezelfde jongetjes die in het dorp bedelde om geld, give me birr.
Op donderdag 26 februari waagden we de sprong. We voelde ons al weer een stuk beter en besloten de kerken in Lalibela te gaan bezoeken. We zagen op tegen alle you you's, zoals wij de bedelende mensen waren gaan noemen, maar we moesten er toch een keer aan geloven. We wilden het zonder gids proberen maar dat was lastig. De ingang van de eerste kerk konden we niet vinden en toen iemand hem ons wees was hij gesloten. De priester moest geroepen worden maar wij wisten niet waarvandaan. Een man bood zich aan als gids en ondanks dat Coen er van baalden hebben we hem als gids genomen. Uiteindelijk heeft een andere jongen, Ghiorghis, ons gegidst omdat de eerste gids beledigd was over een afspraak die we wilde maken over het geld. We wilden hem voor de hele dag huren maar als de rondleiding over het eerste kerkencomplex ons niet zou bevallen zouden we hem alleen voor de ochtend betalen. Hij liep boos weg toen we dit voorstelde.
Ghiorghis zei tegen ons dat de andere gids een slechte man was. Even later kwam er politie aan die Ghiorghis ging ondervragen. Ghiorghis legde aan ons uit dat de eerste gids de politie achter hem aan had gestuurd maar dat nu alles in orde was.

De rotskerken van Lalibela
Lalibela is genoemd naar de Zagwe koning die aan het eind van de 12de eeuw de macht in handen had. Men neemt aan dat Koning Lalibela voor de pelgrims een tweede Jeruzalem heeft willen bouwen. Er zijn drie kerkcomplexen. Op het eerste staan Bieta Debré Sina, Bieta Golgotha, Bieta Maryam, Bieta Denaghel en Bieta Medani Alem. Op het tweede Bieta Emmanuel, Bieta Mercurios, Bieta Abba Libanos en Bieta Gabriel en Raphael. Op het derde staat de meest bekende van de kerken de Bieta Ghiorghis. Er tussendoor loopt de Yordanos, de Jordaan, die in de rotsen is uitgehouwen. Alles symboliseert delen uit het Heilige Land. Er zijn rotskerken, monolithische kerken en semi-monolithische kerken. Rond de kerken lopen priesters en gelovigen. Leerlingen lezen in hun bijbel. De mensen schijnen bijzonder devoot te zijn alhoewel het niet overtuigend op ons overkomt. Zij gaan naar de diensten en laten de kwade geesten uitdrijven en hun ziektes genezen. Hun leven staat in het teken van het geloof. Een jongetje dat gehandicapt is en met zijn verdraaide beentjes over de grond kruipt geef ik wat geld. Het zal niet veel helpen maar ik kan niet geloven dat dit in de 21ste eeuw nog voorkomt. Sommige lijken hun handicap uit te buiten en te gebruiken om hun hand op te kunnen houden, maar deze jongen is nog maar een kind, hem kun je toch niets kwalijk nemen?


Devote leerling


Heremiet biddend in een nis

Pennen
Op 27 februari vertrekken we uit Lalibela. Ik heb toch medelijden met alle kinderen gekregen en deel de pennen uit die ik al maanden heb achtergehouden. Voordat we vertrokken had ik bedacht dat ik pennen en dergelijke kon gaan uitdelen aan de arme kindertjes in Afrika. Maar al snel kwam ik erachter dat het geen goed idee was en alleen maar het bedelen in de hand werkte. Pas als ze een taakje hadden gedaan konden ze iets krijgen. Maar nu kon het me opeens niet meer schelen. Ik had heel veel pennen en hier waren heel veel kinderen, waaronder wezen die blij zouden zijn met zo'n klein cadeau. En ze waren blij.
We reden over de nieuwe piste terug naar de Chinese weg. We waren laat vertrokken en overnachten ergens onderweg in het dorpje Nefas Mewcha in het Mulu hotel. De wc's waren volgens Coen zo vies dat hij me afraden er naar toe te gaan. We liepen door het dorp met een sliert kinderen achter ons aan en de volwassenen bleven stil staan als we passeerden. We kochten wat bij een winkeltje en om ons heen verzamelde zich een groep mensen die zich ermee gingen bemoeien. We aten voor de zoveelste keer een omelet met brood en voor we in de daktent kropen keken we met de dorpsmensen naar het Ethiopische journaal.
's Nachts werden we opgeschrikt door gebons op de poort en ruziemakende mensen. We riepen tevergeefs vanuit de daktent dat ze stil moeten zijn en probeerden nog wat te slapen.

Niet van deze tijd
De volgende dag vervolgden we onze reis over de Chinese route, die grotendeels op een hoogte van 3000 meter ligt en soms zelfs op 3600 meter. In Europa bevindt de boomgrens zich op 2000 meter hoogte en de grens van de eeuwige sneeuw op 3000 meter. Hier is alles nog groen op 3600 meter hoogte.
We waren heel vroeg vertrokken, de weg was vol met mensen die met beladen ezels allemaal dezelfde kant op liepen. Er was vast ergens een markt. Honderden mensen kwamen we tegen met hun ezels en paarden. Met zakken en manden aardappels op hun rug en op die van hun lastdieren. Mannen, op paarden die kleurig versierd waren met prachtige zadels en hoofdstellen, droegen gedroogde leren vellen aan stokken. De mensen zagen er uit alsof ze niet uit deze tijd kwamen. Het leek alsof wij in een tijdmachine waren gestapt en waren aangekomen in de tijd van Jozef en Maria die op zoek waren naar een stal om Jezus ter wereld te brengen.
Eén ding was duidelijk deze mensen leven in een ander wereld. En niet zoals in andere Afrikaanse landen waar je herinnerd lijkt te worden aan de middeleeuwen van Europa. Hier ga je duizenden jaren terug in de tijd. De indrukken waren overweldigend en vermoeiend. De mensen leken ons niet echt op te merken. In alle andere landen waar we door heen gereisd hebben zwaaiden de mensen naar ons maar hier keken ze ons vreemd aan als wij naar hen zwaaiden.

Benzine uit vaten
Op het eind van de middag kwamen we zonder benzine te staan en moesten we de jerrycans van het dakhalen om de tank te vullen. Ook vulden we de watertanks bij een pomp die was gefinancierd door een van de donorlanden.
Bij Werota, aan het eind van de Chinese route, gingen we tanken. Althans dat dachten we. Er was wel diesel te krijgen maar geen benzine. Bij het laatste tankstation stonden nog een paar vaten met benzine in een container. We moesten wel tanken en maakten er dus gebruik van. De pompbediende zoog met zijn mond de benzine aan door een tuinslang en hevelde het op deze manier over in een van onze jerrycans, die Coen dan weer in onze tank gooide. De man spoog zo nu en dan de benzine uit die hij per ongeluk in zijn mond kreeg. Nadat de tank gevuld was lieten we de drie jerrycans boven op de auto ook nog vullen.
We arriveerden in Gondor, vermoeid van weer een lange dag reizen. Een groep jongens wees ons de weg naar het Terara hotel. We wilden ze een birr geven maar die namen ze niet aan. Wel lieten ze ons weten de volgende dag weer terug te komen en als we iets wilde bezoeken of iets nodig hadden konden we bij hun terecht. Ze vertelde dat de benzine in Gondor op de bon was, maar dat zij op de zwarte markt aan benzine uit Djibouti konden komen. We wisten niet of we het moesten geloven maar Coen maakte zich toch ongerust. Het hele verhaal bleek verzonnen te zijn, er is voldoende benzine verkrijgbaar maar de kwaliteit is helaas net zo slecht als in de rest van Ethiopië.

De Koningsstad en haar wezen
Het Terara hotel is een oud Italiaans hotel wat mediterraan aandoet. Het is gelegen op een heuvel en we kijken uit over de straten onder aan de heuvel en op de muren van de koningsstad.
Tijdens het bewind van koning Fasilades (1632-1667) werd het onbelangrijke dorpje Gondor hoofdstad van het koninkrijk en werden er door de verschillende koningen die elkaar opvolgden kastelen gebouwd. In de Tweede Wereld Oorlog bevond zich het hoofdkwartier van de Italianen in de paleizen van Gondor.
In de straten lopen veel weeskinderen te bedelen. Overdag slapen ze achter een muurtje omdat het waarschijnlijk 's avonds te gevaarlijk is om op straat te slapen. Ik ben geshockeerd door deze taferelen. Nergens in Afrika hebben we dit gezien. Zou Ethiopië dan echt zo veel armer zijn dan al die andere landen? Ik kan het me haast niet voorstellen.
In Gondor zien we veel jonge stelletjes die bij de pastry's luxe broodjes eten en fruitsapjes drinken. Er zijn dus genoeg mensen die wat te besteden hebben. Hoe kan het dat niemand zich om deze kinderen bekommert? In andere landen zorgden de chiefs en de oudere van het dorp dat iedereen te eten kreeg en waarschijnlijk werden weeskinderen door familie opgenomen. Het antwoord krijg ik van een Spaanse vrouw die we tegen komen als we de paleizen bezoeken. Zij werkt in Addis bij Unicef. Zij werkt aan een project dat de vrouwen in Ethiopië bewust moet maken van hun verantwoordelijkheid om voor deze weeskinderen te zorgen. Ze vertelt ons dat het besef hiervan bij Ethiopiërs ontbreekt, terwijl dit besef bij de mensen uit andere Afrikaanse landen wel aanwezig is. Ook vertelt ze dat ze dagelijks geconfronteerd wordt met de mentaliteit van de hand op houden, wat volgens haar gecreëerd is door alle hulpverlening. De Spaanse vrouw vertelt me dit met gedempte stem omdat dit onderwerp gevoelig ligt bij haar Ethiopische collega's die ook de paleizen aan het bezichtigen zijn.
De kinderen in de straten zijn gericht op overleven en lijken hun onschuld te hebben verloren. Ik vraag me wel eens af of het goed is om kinderen uit andere culturen te adopteren maar hier weet ik het zeker. Het is een zegen voor een weeskind om uit Ethiopië weg te worden gehaald.

Dyslectisch
Drie maal daags drinken we bij onze favoriete pasty de populaire fruitmix. Je kunt kiezen welke samenstelling je wilt. Wij vragen om de mix van avocado, ananas en mango.
In de pastry hangen twee klokken, de ene klok geeft de Ethiopische tijd aan en de andere de internationale tijd. Als we een afspraak hadden moesten we steeds vragen of ze de lokale of internationale tijd bedoelden. Als je op een klok kijkt overvalt je het gevoel dyslectisch te zijn (als je het niet al was). Voorbeeld: Als onze klok op 2 uur staat, staat die van hun op 8 uur. De kleine wijzer wordt gespiegeld door het hart van de klok.
Ook keken we in het begin vreemd op van de kwitanties die we van hotels kregen. Deze waren gedateerd in 1996. Ethiopië hanteert de Juliaanse tijdrekening en niet de gregoriaanse. De Juliaanse kalender begint 7 jaar en 113 dagen na het begin van onze christelijke jaartelling.


Fruitmix voor 15 eurocent

De absolute top
Voordat we vanuit Gondor vertrekken naar Sudan doen we inkopen bij de supermarkt en laat Coen zijn schoenen poetsen bij een van de vele schoenpoetsers.
We gooien alle jerrycan's en de benzinetank vol en beantwoorden onze e-mails. We zijn bijna uit Ethiopië en na 25.000 km dwars door Afrika hebben we nog niet één lekke band gehad. Iedereen had ons gewaarschuwd voor de messcherpe vulkanische stenen op de Ethiopische wegen. Zo scherp als scheermesjes. Het profiel van de achterbanden was nu wel behoorlijk aangevreten maar de Goodyear Wrangler MTR (Maximum Traction Reinforced) zijn wat ons betreft de absolute top. Het kost wat, 180 euro per stuk, maar dan heb je ook echt wat.

Niets uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.

Mirjam van Tiel & Coen Barthels © 2004


  Terug nar de homepagina