|
 
Vertrek uit Moyale over uitstekend asfalt
 
De hutten lijken op hooibergen 
Konso meisje 
Gebukt onder een zware last 
Sprookjesachtig mooi 
Kinderen verkopen lemen poppetjes 
Zwangere Hamar vrouw
met kind en baby 
Konso vrouw met aardewerken pot
 
Rotonde in Jinka 
Straatbeeld van Jinka 
Aids voorlichtingscampagne in het Amhaars 
Op weg naar de Mursi, drie uur over 55 km 
Onze gids Mamoose op het dak 
Rivier doorwading 
Mursi vrouw met kind 
Kuifje in Afrika 
Meisje met kogelhulzen in het haar
en schele jongen met kalasjnikov 
Onze eerste echte cultuurshock 
Voor het eerst
tanken uit onze jerrycans 
Jongentje met takkenbos
en kalebas steelt onze harten 
Coen bouwt brug voor de auto,
Ethiopiërs kijken toe
 
Arba Minch, uitzicht op de meren 
Moeder en dochter
bedelen in Addis Abeba
|
REISVERSLAG 12 (Ethiopië, deel 1)
Geschreven door: Mirjam, 19 maart - 4 april 2004
Kan het ook eens meezitten?
Om half vier gaan we tanken en eten we een omelet waarna we vertrekken
uit Moyale, de grensplaats die voor de ene helft in Kenia en voor
de andere helft in Ethiopië ligt. Dromedarissen steken de weg
over en de hutten lijken op hooibergen. De mensen zien er meteen
heel anders uit dan in Oost- en Zuidelijk-Afrika. Hun gezichten
vertonen soms fijne gelaatstrekken en het zwarte haar van de meisjes
en vrouwen is lang en hangt in steile vlechtjes naar beneden.
Na een paar uur rijden wordt het donker en ontsteken we de lichten,
althans dat dachten we. Het licht doet het niet behalve als Coen
de schakelaar blijft vasthouden. Kan het ook eens meezitten? Hebben
we net al het geklus in Moyale afgerond doen de lichten het niet.
Coen probeert het euvel te verhelpen maar kan het zo snel niet vinden
dus rijden we verder. Het is lastig, omdat de dimlichten het niet
meer doen rijden we met grootlicht en als er een tegenligger aan
komt moeten we dit uit doen en zien we niets meer. Niet dat er veel
tegenliggers zijn, de weg is zo goed als leeg.
Op de kruising richting Yabello staat een hotel en van de manager
mogen we op het parkeerterrein gratis kamperen. Hij licht de bewaker
in zodat die een oogje in het zeil kan houden. Een grote, niet echt
snugger uitziende man met een gerafelde jas en een kalasjnikov loopt
rond de auto en gaat op twee meter afstand naar ons zitten kijken.
Ik voel me niet bepaald veilig met deze bewaker naast de auto.
's Morgens wekt hij ons door aan het trapje van de daktent te sjorren.
Hij wil geld zien. Wij doen alsof we hem niet begrijpen en beginnen
geïrriteerd aan de dag.
Een sprookje
Ethiopië verschilt van de meeste andere Afrikaanse landen waar
we doorheen hebben gereisd doordat er een geschreven geschiedenis
bestaat en er historisch erfgoed is overgebleven. Deze geschiedenis
gaat vooral over de christelijke overheersingen zoals het koninkrijk
van Aksoem en de moslimrijken. De animistische volkeren in het zuiden
van Ethiopië en in de lager gelegen landen in Afrika hebben
geen of weinig erfgoed of geschreven geschiedenis achtergelaten.
Na natuur en wild zijn we toe aan cultuur en we kijken uit naar
onze avonturen in Ethiopië.
We ontbijten op het terras van het hotel en het valt ons op hoe
de manager zijn personeel in de gaten houdt en hoe geordend alles
verloopt (heel on-Afrikaans!). Nadat we hebben getankt rijden we
de piste op richting Yabello. Bussen met luidsprekers op het dak
waar muziek uit schalt rijden voorbij. We rijden door een klein
dorp waar ik mijn ogen uitkijk en er niet toe kom om een foto te
maken. Het is als in een sprookje, de hutten zijn laag en rechthoekig,
de daken zijn bedekt met rode aarde en groen gras. De vrouwen gaan
gekleed in geplooide rokken en ontbloot bovenlijf of met een doek
om hun borsten. De mannen lopen met ploegen gemaakt van hout naar
het veld en de ossen met enorme hoorns worden voortgedreven.
We komen een Duitser tegen die ons vertelt hoe mooi het in het gebied
rond de Omo is. Wij hadden gelezen dat het er nog niet veilig was
om te reizen (het grenst aan het zuiden van Sudan en het noorden
van Kenia) maar volgens hem was dat nu geen probleem meer. We besluiten
om die richting op te gaan en overnachten in Konso.
Klein onrecht
In Konso drinken we cola en eten een omelet met heerlijk vers brood.
We zijn een bezienswaardigheid voor de mensen uit het dorp. Zij
kijken naar ons en wij naar hun.
De vrouwen hier dragen hun last op hun rug, in tegenstelling tot
de vrouwen in andere Afrikaanse landen die het op hun hoofd vervoeren.
Grote bossen takken en gras zijn bij elkaar gebonden en de vrouwen
lopen met gebogen rug onder het gewicht van de grote last. We zien
een aantal keren groepen mensen in het openbaar ruzie met elkaar
maken. Dit is voor het eerst op onze reis door Afrika.
We zijn de enige gasten bij het Green Hotel. De lokale mensen die
er rondhangen komen praatjes met ons maken en leren ons een paar
woordjes Amhaars. We hebben een kamer genomen maar slapen in de
daktent. We gebruiken alleen de wc en douche van de kamer. Er ontstaat
een klein drama als de aansteker van Coen opeens niet meer op onze
tafel ligt. Hij verdenkt een jongetje ervan hem te hebben gestolen.
Iedereen bemoeit zich ermee. Een man legt ons uit dat er twee dingen
gebeurt kunnen zijn, of Coen is hem kwijt geraakt of iemand heeft
hem even geleend. Het is maar hoe je het woord lenen interpreteert.
Ik vraag aan de jongen of hij weet wat er met de aansteker gebeurt
is, hij zegt van niets te weten. De man blijft zijn voorbeeld maar
aanhalen van kwijtraken en lenen. De jongen loopt weg. Na vijftien
minuten argumenteren, Coen is nog steeds boos om dit kleine onrecht,
komt de manager samen met de jongen naar ons toe gelopen. Hij verontschuldigt
zich en geeft ons de aansteker terug. Hij legt uit dat de jongen,
zijn kleinzoon, hem heeft weggenomen maar dat het hem erg spijt.
's nacht lopen er twee mannen over het terrein op en neer, ze slepen
met het een of ander. Het zijn vast de bewakers maar het is ons
niet helemaal duidelijk en echt goed slapen komt er niet van.
AK-47 voor een kip
Van Konso rijden we naar Woito. Ik rijd ook weer. Het gevoel in
mijn pink is weer zo goed als normaal. Onder de dikke korst vandaan
is de zich herstelde nagelriem en het begin van een nieuwe nagel
te zien. De korst begint langzaam los te laten en om er voor te
zorgen dat ik hem er niet voortijdig afstoot doe ik er een verband
om als we reizen.
Het landschap is bergachtig en op de hellingen zijn terrassen gemaakt
die bebouwd worden. Overal onderweg wordt het land bewerkt. In de
andere Afrikaanse landen zagen we dat kleine oppervlaktes voor eigen
gebruik werden bewerkt maar hier worden enorme stukken land omgeploegd
en ingezaaid. Er wordt hard gewerkt. Het lijkt ons ondoenlijk zonder
machines maar ook in Europa gebeurde dit vroeger op dezelfde manier.
De kleuren van het betoverende bergachtige landschap, met een weids
uitzicht, bestaan uit aarde tinten, rood en oranje en veel groen.
Als filmmaker zou ik het wel weten, Ethiopië biedt een perfecte
entourage.
Langs de weg lopen mannen met kleine leren tooien op hun hoofd waar
een veer uit steekt. De vrouwen hebben rokken van leer en in leren
zakken dragen zij baby's op hun rug. Andere vrouwen lopen met grote
aardewerken potten op hun rug. Kinderen rennen naar de auto als
we door een rivier rijden en vanzelf vaart moeten minderen. Zij
bieden ons zelfgemaakte lemen poppetjes te koop aan.
De heuvels gaan over in bergen. Langs de kant van de piste lopen
schaars geklede mannen en jonge herders met jachtgeweren en AK-47's.
Door de vele oorlogen zijn deze machinegeweren in grote aantallen
in particulier bezit. Voor het equivalent van een kip kan een Ethiopi‘r
een kalasjnikov kopen, in Kenia is het duurder en betalen ze met
een geit. We zwaaien druk naar de mensen die voorbij lopen en speciaal
naar de mannen en jongens met geweren. We willen ze graag te vriend
houden. Het is voor het eerst dat we met een bewapende bevolking
worden geconfronteerd en ik vind het best eng.
Smeergeld
Nog voor Woite ligt er een slagboom over de weg, in de vorm van
een lange tak. We stoppen en een kleine man begint opgewonden in
het Amhaars tegen ons te praten. Wij zitten met uitgestreken gezichten
en de Michelin-kaart op schoot. Jinka, we like to go to Jinka,
blijven we maar herhalen. De man spreekt geen Engels en maakt zich
steeds drukker. Hij wil de slagboom niet openen. We bevinden ons
in een afgelegen gebied en ik begin me ongemakkelijk te voelen.
Coen wordt boos en vergeet onze strategie die bestaat uit een zelfverzekerde,
niet arrogante houding waarbij we doen alsof we zeeën van tijd
hebben. Hij stapt uit de auto en loopt naar de slagboom toe. Ik
roep hem na dat hij moet terugkomen maar op dit soort momenten heb
ik geen vat op hem. De kleine man raakt nu helemaal over zijn toeren.
Ik begin me echt zorgen te maken. Ik blijf Coen toeroepen en uiteindelijk
luistert hij. Hij sluit de slagboom weer en komt naast me in de
auto zitten. De man roept zijn collega. Uit een hut komt een lange
slungelige man te voorschijn met om zijn schouder een kalasjnikov.
Hij moet van de kleine man naast de slagboom plaats nemen. Hij ziet
er niet erg slim uit en ik vermoed dat als de kleine man hem een
bevel geeft hij het klakkeloos zal uitvoeren. Ik wordt nu echt bang.
We zitten hier totaal afgezonderd en hebben geen flauw idee hoeveel
mensen hier per dag langskomen. Wij hebben tot nu toe nog geen andere
auto's gezien. Coen zit hem ook te knijpen maar we kijken ongeïnteresseerd
voor ons uit en blijven op de kaart wijzen en het woord Jinka herhalen.
Ik stel aan Coen voor om terug te rijden, maar hij is het hier niet
mee eens. De man raakt steeds gefrustreerder. Hij maakt met zijn
duim en wijsvinger het internationale gebaar van geld. Wij kijken
nog steeds even onschuldig voor ons uit en doen alsof we hem niet
begrijpen. Ik fluister naar Coen of we hem toch niet beter kunnen
betalen. Coen zegt dat als we maar lang genoeg wachten hij ons er
uiteindelijk wel door zal laten. En zo gebeurt het ook. Na twintig
minuten geeft hij het op en opent de slagboom.
We rijden richting de brug die iets verderop ligt en slaan links
af. Pas als we uit het zicht en schotveld van de mannen zijn, halen
we opgelucht adem.
Bijkomen van alle indrukken
In de bergen valt het ons steeds meer op hoe erg de motor pingelt
van de slechte Ethiopische benzine. Van de 200 pk die we behoren
te hebben is nog maar de helft over en we hopen dat de motor geen
blijvende schade zal oplopen.
In Key Afer drinken we wat. Ook hier lopen mannen met machinegeweren.
Als we in een cafeetje cola drinken komt er iemand binnen met zijn
AK-47. Ik voel me niet op me gemak ook al zijn de mensen aardig
tegen ons.
Aan het eind van de dag komen we in Jinka aan. Er is een camping
maar er is niemand. Een jongen verwijst ons naar het Jinka Resort
dat nog niet zo lang open is. Wat een heerlijkheid, een goed georganiseerd
hotel waar je als toerist lekker rustig kunt eten zodat je kunt
bijkomen van alle overweldigende indrukken van de dag. De manager
laat me de folder van het hotel annex camping zien en we mogen een
plekje voor de auto uitzoeken.
Het is vreemd om na zo'n tocht door onherbergzaam gebied toeristen
tegen te komen. Het is een groep oudere Amerikanen en Canadezen
die georganiseerd rondreizen door Ethiopië. De weinige toeristen
die hier komen, komen speciaal voor de Mursi Een van de twee laatste
volkeren waarvan de vrouwen schoteltjes van klei in de onderlip
dragen. Deze etnische groep woont in de bosrijke heuvels aan de
westgrens van het nationale park van Mago, langs de rivier de Omo.
De jongen die ons het Jinka Resort heeft aangeprezen komt langs
en biedt zichzelf als gids aan om de Mursi te bezoeken. Volgens
hem is het zo goed als onmogelijk om de Mursi zonder gids te bezoeken.
Wij zeggen hem dat we eerst een dagje gaan uitrusten en dan nog
wel zullen zien of we naar de Mursi gaan.
Ergernis
Uitrusten is moeilijk in Afrika. Alweer worden we gewekt door een
Ethiopiër die aan ons trapje staat te rammelen. Hij wil de
papaja's uit de bomen gaan halen en gebaart dat we de auto een stukje
naar achter moeten zetten. Ik gebaar naar hem dat hij op moet hoepelen.
Je wordt hier een stuk makkelijker in tijdens het reizen door Afrika.
Als je keurig gaat doen wat iedereen je vraagt heb je hier geen
leven meer.
's Middags komt de manager moeilijk doen. De groep is weer vertrokken
wat inhoud dat de kamers leeg staan. Wij kunnen nu onze intrek in
een kamer nemen en als we dat niet doen kunnen we ook geen gebruik
maken van de elektriciteit. Als ik hem zeg dat we dan geen gebruik
gaan maken van de elektriciteit zegt hij dat we ondanks dat toch
een kamer moeten nemen omdat het geen camping is. Ik word hier behoorlijk
pissig van en loop terug naar de auto om het foldertje te halen
dat hij me de dag ervoor heeft gegeven. Ik duw het onder zijn neus
en dwing hem om naar de tekst op het foldertje te kijken: Jinka
Resort, hotel and camp site. Met tegenzin geeft hij me gelijk
en zegt dat we toch mogen kamperen. Coen is kwaad en ergert zich
rot aan dit soort inhalig gedrag.
's Avonds komt Mamoose weer langs en we besluiten met hem de Mursi
te gaan bezoeken. Hij zal scheermesjes en zeep inkopen als cadeau
voor de chiefs zodat we ook in het dorp foto's kunnen maken.
Ook zal hij 1 birr-biljetten voor ons verzamelen om hun te kunnen
betalen voor de foto's. Per foto moeten we twee birr betalen en
om het dorp in te komen nog eens veertig birr aan de chief.
Naar de Mursi
Nog voor zonsopgang staan we klaar om te vertrekken. Mamoose moet
op het dak zitten omdat we in de auto geen plaats hebben voor een
derde persoon. Hij zit op de zandplaten die op de jerrycans liggen.
Het regende en de paden waren modderig. We moesten een paar rivieren
oversteken en een ervan was redelijk diep. De oever aan de overkant
was vrij steil en omdat Coen er niet zeker van was of we het zouden
halen maakte hij vaart. We maakten een behoorlijke klap toen we
uit het water de helling op reden. Later vertelde Mamoose dat hij
zijn schenen keihard tegen de rand van de daktent had gestoten toen
we de klap maakten.
We rijden door heuvelachtig gebied op een smal pad dat omringd is
door bomen. Het is een slecht pad, de takken van de bomen ketsen
af tegen de stagen die Coen vanaf de bullbar naar het roofrack
heeft gespannen. Coen heeft al zijn stuurmankunsten nodig om de
auto over de hobbelige ongelijke weg te manoeuvreren. We rijden
met gesloten ramen want buiten vliegen hordes tseetseevliegen. Dat
zal geen pretje zijn voor Mamoose daar boven op het dak.
Na drie uur rijden zie ik opeens twee lange naakte mannen half verscholen
achter bosjes staan. Ik voel me als een ontdekkingsreiziger die
hoopt iets nieuws te zien maar ook niet weet wat het onbekende zal
gaan brengen.
Bij de Mursi
Ik wil Mamoose roepen en vragen wat we moeten doen maar de mannen
slaan een doek om en halen de tak weg die het pad naar hun dorp
verspert. Ze gebaren ons verder te rijden. We rijden voorbij de
slagboom en parkeren de auto. Het hele dorp komt rond de auto staan.
Pas als Mamoose van het dak af is geklommen stappen wij uit.
Onze eerste echte cultuurshock. We bevinden ons in een dorp van
wilden, zoals ze dat vroeger noemden. Dit zijn de beelden uit de
oude zwart-wit films die je als kind op tv zag. Van stammen in afgelegen
oerwouden waar blanke avonturiers maar te nauwer nood aan het kannibalisme
en dus de kookpot ontsnapte. Ik prent me in dat hier wel vaker toeristen
komen en dat het dus wel veilig zal zijn, verstand op nul en blik
op oneindig. Deze mensen leven zoals hun voorvaderen al eeuwen lang
leefden. Hun naakte wit beschilderde lichamen zijn half bedekt met
doeken, de mannen dragen een kalasjnikov op hun blote lijf. We worden
omringd door kleine blote kinderen die hun handen uitsteken om ons
aan te kunnen raken. De kleien schotels in de onderlippen van de
vrouwen steken trots naar voren. Bij de vrouwen die geen schoteltje
dragen bungelt de onderlip als een losse ring aan het gezicht. Dus
daar gebruiken ze die scheermesjes voor! De vrouwen versieren hun
haar met kogelhulzen.
Mamoose spreekt met de chiefs, hij zal alle onderhandelingen
doen. Hij heeft ons op het hart gedrukt dat we zelf niet met hun
moeten onderhandelen, dat kan namelijk helemaal uit de hand lopen.
Een kleine jongen steekt vliegensvlug zijn arm uit en laat me trots
de tseetseevlieg zien die hij van Mamoose zijn jas heeft geplukt
en die hij nu tussen duim en wijsvinger houdt. Mamoose houdt onze
stapel birr's bij zich zodat wij foto's kunnen maken en betaald
de chiefs.
Na tien minuten is het genoeg
De vrouwen gaan in een halve kring staan en Mamoose zegt dat we
moeten kiezen van wie we een foto willen maken. Coen drukt me het
fototoestel in mijn handen en zegt dat ik moet kiezen. Ik kies een
vrouw uit die een pot op haar hoofd draagt.
Voor de volgende foto dringen drie mannen zich op en pakken Coen
bij zijn arm. Ze gaan in een rij klaar staan voor de foto. We betalen
niet per foto maar per persoon die op de foto komt en dat weten
ze maar al te goed. Nog meer mannen sluiten aan in de rij maar ik
vraag Mamoose ze weg te laten gaan. Coen staat niet geheel op zijn
gemak tussen de mannen in. De loop van een van de machinegeweren
is op zijn hoofd gericht. Ik kies een vrouw uit met een donkere
ebbenhouten huidskleur en maak een foto van haar en haar baby. Nu
gaat het er niet meer zo ordelijk aan toe. De vrouwen drukken zich
met hun klamme blote borsten tegen Coen aan. Ze klampen zich aan
hem vast en gebaren hem mij over te halen hun te kiezen. De vrouwen
pakken mijn armen vast en roepen naar me. Ik maak nog een paar foto's
en met elke minuut die verstrijkt worden ze opdringeriger. Ze trekken
nu aan mijn kleren en aan mijn haren. Ze staan in een kluitje om
me heen en ik roep naar Mamoose dat hij me moet helpen.
Mamoose zegt dat we in de auto moeten gaan zitten. We duwen de mensen
weg en wringen ons in de auto. Mamoose propt zich naast ons in de
auto. We overleggen wat we verder gaan doen terwijl de mannen en
vrouwen ons toeroepen en hun handen en lichamen tegen de auto drukken
waarbij er afdrukken achterblijven van de witte kalk die op hun
lichaam zit. We hebben speciaal scheermesjes en zeep aangeschaft
om ook in en voor de hutten foto's te kunnen maken. Maar we vinden
het genoeg en stemmen in met het voorstel van Mamoose om de zeep
en scheermesjes als cadeau te geven aan de chiefs zodat zij
het onder de leden van de stam kunnen verdelen. We willen zo snel
mogelijk weg. We zijn hoogstens tien minuten bij de Mursi geweest
en hebben slechts negen foto's gemaakt. Maar het is genoeg.
Nadat Mamoose de cadeaus aan de chiefs heeft gegeven propt
hij zich weer naast mij in de auto en rijden we weg. De slagboom
gaat omhoog en we zijn verbijsterd en opgelucht als we het pad oprijden
dat ons terug naar Jinka zal brengen.
Weer bij de politiepost
Later horen we van reizigers die zonder gids naar hetzelfde dorp
zijn geweest dat ze een speer op hun hoofd gericht kregen toen ze
het dorp wilden verlaten. Eerst moesten ze de chiefs betalen
en toen pas werd de tak weggehaald die het pad versperde.
Weer andere overlanders die in een ander dorp van de Mursi
waren geweest waren bedreigd met een kalasjnikov. We waren erg blij
dat we een gids hadden genomen en dat we deze verhalen pas achteraf
hoorden.
Op vrijdagmorgen 6 februari vertrokken we uit Jinka. De bevolking
raadde het ons af om via Guelta naar Arba Minch te rijden omdat
de weg volgens hun onbegaanbaar was voor auto's. Coen vindt het
vreselijk om via dezelfde weg terug te moeten rijden, dat geeft
hem het gevoel dat we een dagtochtje maken in plaats van op reis
te zijn. Maar we luisterden toch maar naar het advies. Dit hield
in dat we weer langs dezelfde politiepost zouden komen. We zagen
er tegen op maar er was geen andere uitweg.
In Woito, vlak voor de politiepost, dronken we wat. Er stond een
andere auto die dezelfde kant op ging. We zorgden ervoor dat we
samen met hem wegreden zodat we gezamenlijk bij de politiepost zouden
aankomen. We vonden het allebei spannend en waren blij dat we er
niet alleen zouden zijn. De kleine man stond naast de slagboom met
hetzelfde norse gezicht als op de heenweg. Hij keek ons indringend
aan en wij keken weer onschuldig en ontspannen voor ons uit. Hij
herkende ons en hij schudde zijn hoofd en er kwam een lach op zijn
gezicht. Zijn collega, die we nog niet eerder hadden gezien, was
bezig met het controleren van een lokale minibus. De kleine man
keek naar zijn collega, kwam op ons af lopen, keek ons nog eens
onderzoekend aan, gaf ons een hand en gebaarde dat we door konden
rijden. Hij had begrepen dat er bij ons niets te halen viel.
Stenen gooien
In Konso aten we wat en reden toen door naar Arba Minch. De afstanden
vallen wel mee maar we verkijken ons regelmatig op de reistijd.
Het werd weer een lange dag. Bij een rivier was er een wegomlegging,
we moesten door een rivier en werden door het hart van een dorpje
geleid. Kinderen pakten stenen op en gooiden die naar de auto. Coen
stapte uit en rende ze achterna.
Op de piste lagen hopen grind en stenen omdat ze bezig waren met
het verbeteren van de weg. Kinderen stonden op de bergen en pakte
stenen om ze naar ons en alle andere voorbijgaande auto's te gooien.
Coen was woedend. We hadden het al van alle andere overlanders
gehoord en niets scheen te helpen. We probeerden van alles, naast
hun stoppen en hun bestraffend toespreken, erachter aan rennen en
gas geven en zo vlug mogelijk wegwezen, maar niets hielp. Ze gooien
ook stenen naar elkaar en de herdertjes gooien stenen naar het vee
om de ossen en koeien de goede richting uit te sturen. De volwassenen
staan er bij te kijken maar doen er niets aan. Doodmoe kwamen we
aan bij het Bekele Molla hotel waar we op het grasveld konden kamperen
met uitzicht op de twee zuidelijkst gelegen meren van het Ethiopische
Riftdal. Het Chamomeer is blauw van kleur en het Abayameer koperachtig
doordat het water ijzerhoudende deeltjes bevat.
Een groep studenten uit Addis Abeba hield ons de halve nacht uit
onze slaap. We hadden gehoopt dat het hier rustig zou zijn, maar
uitrusten zal er waarschijnlijk pas weer van komen in Europa, niet
in Afrika.
Bedelen
We reden het stadje in om inkopen te doen. Een volwassen vrouw klopte
op het autoraampje en bedelde om een birr. De vrouw ging goed gekleed.
Ik had in landen als Mozambique, Malawi en Tanzania heel wat armere
mensen gezien die soms in kapotte T-shirt gekleed gingen en broeken
vol met gaten. Wat bezielde deze volwasse vrouw om zich op deze
manier te verlagen. In de andere Afrikaanse landen vroegen kinderen
om snoep en geld maar volwassenen hadden dat nog nooit gedaan, in
ieder geval niet op deze manier.
Onbeschaamd, opdringerig en overtuigd van het recht dat ze geld
van ons behoort te krijgen. Dit gedrag zouden we nog door heel Ethiopië
tegen komen. Op de markt liepen mensen ons achterna en toen we de
auto parkeerden stond er meteen een groep mannen omheen. Terwijl
we een broodje aten ging het autoalarm af, een man maakte zich snel
uit de voeten. Alleen in de pastry hadden we even rust. Op straat
spraken volwassenen en kinderen ons aan en vroegen om een birr,
ook boden ze hun diensten aan om daarna om geld te kunnen vragen.
Diensten in de zin van ons de weg wijzen. Overal willen ze geld
voor hebben. We wisten niet hoe vlug we weer naar het hotel moesten
komen.
Coen was verkouden geworden. Mamoose was op de terugweg van de Mursi
in de auto meegereden in plaats van op het dak. Hij had zitten niezen
en we reden met alle ramen dicht vanwege de tseetseevliegen. We
voelden ons allebei niet zo lekker en Coen had verhoging en bleef
een paar dagen in bed.
Mijn linker pink
Op zaterdag 7 februari toen we net in bed lagen merkte ik dat de
korst die rond mijn pink zat nu helemaal losgelaten was. Door de
dikke korst konden we de vorm van mijn pink niet goed zien en we
durfde eigenlijk niet goed te kijken omdat we bang waren dat de
vorm van mijn pink veranderd zou zijn.
Het ongeluk was op 13 december gebeurd en het verloop van het herstel
van mijn pink had ons doorlopend bezig gehouden. We waren moe en
hadden weinig licht en besloten te wachten tot de volgende dag.
Ik deed een verband en een pleister om de al losgelaten korst van
mijn pink en we gingen slapen.
's Morgens was het grote moment aangebroken en ik haalde het verband
en de korst eraf. We schrokken ons rot. André had gezegd
dat de vorm van mijn pink weer terug zou komen maar dat was niet
helemaal waar. Het gaat hier maar om een klein onderdeel van een
mensenlichaam, en zelfs maar om een klein onderdeel van mijn pink,
maar op de een of andere manier is alles uitvergroot. Ik denk ook
dat dit alles zo'n enorme indruk op ons heeft gemaakt door deze
reis. Het diepe besef wat het is om op een continent te zijn waar
je welzijn en gezondheid niet vanzelfsprekend is. Het besef dat
je in sommige omstandigheden zonder hulp en gezond verstand en een
dosis geluk je je leven niet zeker bent. Een continent waar met
andere ogen gekeken wordt naar ziekte en dood.
De wetenschap dat als je zelf geen verantwoordelijkheid neemt er
niets zal gebeuren. Alles moet je zelf regelen en je kunt niet zoals
in Nederland terugvallen op de hulp of kennis van mensen die altijd
te bereiken zijn.
Niets uit bovenstaande tekst mag worden
gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Mirjam van Tiel & Coen Barthels ©
2004
|