Into Africa by Jeep by
REISVERSLAG 11 (Kenia)
Geschreven door: Mirjam, 1 - 14 maart 2004
De grens met Kenia
We vertrekken laat uit Arusha, Tanzania. Door een prachtig uitgestrekt
landschap met groene mosachtig bedekte heuvels rijden we naar het grensplaatsje
Namanga in Kenia. Masai herders lopen met hun kuddes langs de kant van de
weg en over de glooiende groene heuvels. Een giraf kijkt op als we passeren
en gaat dan weer ongestoord door met zijn maaltijd. Als over de breedte van
de asfaltweg een hek staat zijn we bij de grens. Aan de Tanzaniaanse kant
hebben we problemen omdat we in Tanzania elke week een verlenging hadden moeten
aanvragen voor de wegenbelasting. Een aantal mensen bemoeien zich ermee en
als we de 40 dollar betalen die daar voor staat kunnen we door. Aan de Keniaanse
kant is het druk. Masai vrouwen proberen hun sieraden aan ons te verkopen
en een lokale bus komt net aan. Iedereen gaat het douane kantoor in om zijn
paspoort te laten afstempelen. Wij gaan eerst naar het gebouw aan de linkerkant
waar ons Carnet wordt afgestempeld en waar we voor de wegenbelasting betalen.
Als we een visa hebben gekocht in het gebouw aan de rechterkant denken we
klaar te zijn. Maar een groep mannen komt rondom ons staan en zegt dat we
bij hun een verzekering moeten aanschaffen. We lopen mee met vier mannen naar
een vervallen gebouwtje dat ergens achteraf op het terrein staat. We vinden
de verzekering veel te duur en vragen of we een prijslijst kunnen zien. Die
hebben ze niet maar ze kunnen ons wel de kwitanties laten zien van andere
mensen die een verzekering hebben aangeschaft. Dat overtuigt ons niet en we
lopen weg. Meteen staat er een nieuwe groep mannen om ons heen die zeggen
ons een goedkope verzekering te kunnen aanbieden. Als we meekomen kunnen ze
zeggen hoeveel het zal gaan kosten. We zijn niet bereid om mee te gaan en
eisen dat zij ons hier en nu vertellen hoeveel Keniaanse Shilling het kost.
Ze zijn er niet blij mee maar doen het toch, de verzekering is ongeveer net
zo duur als die van hun collega's. Het wordt al donker en het schijnt dat
je de slagboom niet doorkomt als je geen verzekering hebt dus we schaffen
toch maar een verzekering aan. We vullen bij de politie al onze gegevens in
het boek in en we rijden in het donker Kenia binnen. Gelukkig is er een mogelijkheid
om net over de grens bij een klein hotel te kamperen. Een Masai strijder bewaakt
het terrein. Als we in de daktent liggen worden we wakker gehouden door het
gejammer uit de moskee, 's morgens om vijf uur begint het opnieuw.
De situatie misbruiken
Op dinsdag 20 januari rijden we door een heuvelachtig landschap met lage bebossing
en acacia's en op de achtergrond bergen. We passeren verschillende Masai dorpjes.
We stoppen om mijn vader te bellen met de satelliettelefoon. Hij wordt 70
jaar en ondanks dat we niet op zijn verjaardag aanwezig kunnen zijn kunnen
we hem gelukkig wel op deze manier feliciteren. Langs de weg lopen wilde ezels
en struisvogels. In het landschap staan huisjes en geen hutten. De bebouwing
is duidelijk anders dan in Tanzania, Kenia is meer ontwikkeld. Overal zien
we telefoonpalen, de daken van de huizen zijn bedekt met dakpannen. Vlak voor
Nairobi stoppen we om te lunchen, over het veld komen twee militairen aangelopen.
Een jongen waarschuwt ons voor hun. Je mag hier niet stoppen en de militairen
zullen waarschijnlijk de situatie misbruiken om geld van ons los te krijgen.
Ze gebaren naar ons dat we op hun moeten wachten. Wij stappen snel in de auto
en rijden weg.
Upper Hill
We waren gewaarschuwd voor Nairobi, er zouden car jackings plaatsvinden
en de stad zou onveilig zijn. Maar het leek ons niet anders dan de andere
grote Afrikaanse steden. We kwamen vroeg aan en reden door naar de Sudanese
ambassade, maar die wilde ons niet te woord staan. De volgende dag om negen
uur konden we weer langskomen. We reden naar Upper Hill campsite waar we al
veel over hadden gehoord. Het was anders dan we ons hadden voorgesteld. Op
een klein verwaarloosd terrein stonden verschillende 4x4's en een aantal roze
bussen van Zweedse reizigers. Meteen zagen we Nanda en Dirk en een vriend
van hun die een maand met hun meereist. Ze vertelde dat Marino en Sarah ook
in Nairobi waren maar op dit moment met hun Land Rover bij de garage stonden.
Op de camping stonden alleen maar overlanders. Engelsen op de motor,
Zuid-Afrikanen op de motor, Joris en Suzan uit Amsterdam met een Mercedes
bus, een ander stel uit Amsterdam in een Toyota Land Cruiser en een Duitser
die onderweg was naar huis nadat hij een project beëindigd had in Durban.
Later kwam ook het Turkse stel aan en nog later Imelda en Tim.
Gesprek van de dag
Het gesprek van de dag op Upper Hill is de zogenaamde shifta-route. In het
noorden van Kenia, op de weg van Isiolo - Marsabit - Moyale vinden regelmatig
gewapende overvallen plaats. Er doen verschillende verhalen de ronde maar
een feit is dat er af en toe mensen worden overvallen. We hebben van verschillende
mensen gehoord, die deze route van noord naar zuid hadden afgelegd, dat er
onderweg niets was gebeurd. Maar er was net een ouder Engels echtpaar teruggekomen
naar Upper Hill die wel degelijk overvallen was. Zij reizen per motor van
Kaapstad naar Engeland. De vrouw had nog niet zo lang haar motorrijbewijs
en durfde het niet aan om op deze slechte weg te rijden. Daarom hadden ze
hun motoren in een vrachtwagen geladen en reisden ze dit stuk met de vrachtwagen
die ook het transport middel is voor de lokale bevolking. Niet ver voorbij
Isiolo hebben drie bandieten met AK-'47's de vrachtwagen gedwongen te stoppen
door te schieten op de mensen die bovenop de truck zaten. De chauffeur is
meteen weggerend en heeft zich verscholen gehouden. De overige mensen moesten
al hun geld afgeven. Het Engelse echtpaar was 3500 dollar kwijt en hun bankpassen
en Visa-kaart. Een van de lokale vrouwen werd mishandeld omdat de overvallers
vonden dat haar man hun niet genoeg geld gaf. Na aangifte bij de politie is
een zoektocht opgezet om de overvallers op te pakken. Het echtpaar was er
behoorlijk van overstuur geraakt. Ze hadden geen geld meer en met de enige
bankpas die ze overhadden konden ze geen geld opnemen omdat alle passen geblokkeerd
waren. Ze hadden besloten, zodra ze weer de beschikking over geld hadden,
om met het vliegtuig naar Ethiopië te gaan omdat ze zo iets dergelijks
niet nog eens wilde meemaken.
Tureluurs werden we ervan
Op de camping werd gespeculeerd of deze recente overval nu wel of niet positief
was voor degene die deze weg nog moesten afleggen. Van een kant zouden de
shifta's nu hoogstwaarschijnlijk ergens ondergedoken zitten. Ze zouden
voorlopig ook genoeg geld hebben. Van de andere kant zou het andere shifta's
kunnen inspireren om de overlanders, die altijd met veel geld reizen, te overvallen.
Het zou onmogelijk zijn om in de volgende landen geld op te nemen, dus ook
wij waren van plan om voor de volgende maanden geld op te nemen in Nairobi.
Telkens als er nieuwe overlanders aan kwamen begonnen de gesprekken weer van
vooraf aan.
Tureluurs werden we ervan. Maar het hield ook ons bezig. Er bestond ook nog
de mogelijkheid om via het Turkanameer naar boven te rijden, maar dan zou
je illegaal de grens naar Ethiopië moeten oversteken. Wij dachten er
wel over om via deze weg te reizen maar alle andere aanwezigen kozen voor
de weg via Isiolo. Nanda en Dirk hadden gelezen op de Nederlandse website
van het ministerie van buitenlandse zaken dat op de meer oostelijk weg, Isiolo
- Wajir - Moyale de shifta's meteen gericht schieten terwijl dat niet
zo zou zijn op de route van Isiolo - Marsabit - Moyale.
Regelen
Een grote stad betekent dat we van alles moeten regelen. We gaan naar de Sudanese
ambassade, maar zij zeggen onze visa niet te hebben en ze zijn niet bereid
om Mustafa in Dar es Salaam te bellen. We proberen zelf vanaf de camping naar
de ambassade in Dar te bellen maar dat blijkt onmogelijk. We gaan naar de
Ethiopische ambassade en kunnen onze visa de andere dag ophalen. Coen gaat
naar de kapper. We gaan op zoek naar bougies voor Jeep die nergens te krijgen
zijn. Zelfs niet bij de spiksplinternieuwe Mercedes-Jeep dealer. Coen had
zich trouwens vergist en we bleken helemaal geen extra bougies nodig te hebben.
We zijn op zoek gegaan naar zandplaten omdat we misschien helemaal in het
noorden van Sudan de grens willen oversteken naar Tsjaad, en daar is niets
dan zand. We hadden gehoord dat Holland Africa Tour (www.hollandafricatour.nl)
dit recent had gedaan en dat het dus mogelijk was.
We wilden ons laten testen op Bilharzia en kwamen bij een gespecialiseerde
kliniek voor tropische ziektes terecht. We hebben ons meteen op de meest voorkomende
tropische ziektes laten testen. Bij de uitslag bleek ik een parasiet te hebben
opgelopen, waarschijnlijk door de verminderen weerstand door de antibioticakuren
die ik had gehad. Voor de rest waren we gezond. We kregen een boekwerk van
vijftien pagina's mee met de testresultaten. Elke dag gingen we langs bij
een tentje waar we stokbrood en croissants konden krijgen met cappuccino.
Na vijf weken zijn onze visa er dan eindelijk
Coen en ik besloten om niet naar Uganda te gaan maar meteen door te reizen
naar Ethiopië. We hadden zuidelijk en Oost-Afrika wel gezien en hadden
zin in cultuur (dat in Ethiopië aanwezig is). Dit hield in dat we mee
zouden reizen met Nanda en Dirk, Sarah en Marino, Tim en Imelda, en een Duitser.
Tim en Imelda waren nog niet aangekomen in Nairobi en het ging er op lijken
dat ze de streefdatum van zondag 25 januari niet zouden halen. Nanda en Dirk
en de Duitser hadden geen zin meer om te wachten en besloten om zaterdag al
weg te gaan. Dit was te vroeg voor ons dus wij besloten te wachten op Tim
en Imelda en dan samen met hun en Sarah en Marino op dinsdag te vertrekken.
Nanda en Dirk en de Duitser waren van plan om in Isiolo een gewapende politie-escorte
te regelen. Als het mogelijk was zouden ze ons hierover op de hoogte houden
via sms-berichten.
Wij verkasten naar Rangi's place, Upper Hill was 's nachts te rumoerig. We
beloofde Joris en Susan, die al vertrokken waren maar van wie de motor van
de Mercedesbus na enkele kilometers vanaf Upper Hill was vastgelopen, dat
we nog langs zouden komen om afscheid te nemen. Bij Rangi was het heerlijk
rustig, het was een huis van een Australiër en zijn Nederlandse vrouw
Annemiek, waar overlanders konden kamperen en aan hun auto's konden
sleutelen. Sarah en Marino kwamen later ook hierheen zodra Tim en Imelda in
Nairobi waren aangekomen. Zij zouden dan op maandag hun Ethiopische visum
moeten gaan regelen zodat we de dag erna zouden kunnen vertrekken.
Ik probeerde nog een keer naar de ambassade in Dar te bellen. Dit keer had
ik geluk, ik kreeg Mustafa aan de telefoon die me vertelde dat er goedkeuring
uit Khartoum was gekomen. Ik liet hem beloven onze visa door te faxen naar
Addis Abeba. Na vijf weken zijn onze visa er dan eindelijk, nu maar hopen
dat ze ook echt klaar liggen in Addis Abeba als wij daar aankomen.
Shifta-proof
Bij Rangi's stonden nog twee Engelse stellen die vanaf Egypte kwamen. Hun
Land Rovers, en die van Sarah en Marino stonden in de garage met uiteenlopende
gebreken. Ik ben maar blij met Coen die onze auto zo goed onderhoudt en met
de Jeep, die sowieso veel minder gebreken heeft dan de Land Rovers. Ook ontmoetten
we Monique en Wim, een Nederlands stel dat al twee jaar in een truck door
Afrika aan het rondreizen is. Rangi kan ons aan zandplaten helpen en we laten
in het naaiatelier op het terrein onze kampeerstoelen opnieuw bekleden en
een zak voor de zandplaten naaien. In de huiskamer kijken we naar de video
van In de ban van de ring, deel I. Op zondag pakken we de hele auto opnieuw
in, shifta-proof. Het grootste deel van de 4000 dollar die we hebben
opgenomen verstoppen we op onze geheime plaats aan de buitenkant van de auto.
De bankpasjes stoppen we in de kluis onder de houten vloer die we in de auto
hebben gemaakt. Voor het geval we overvallen worden hebben we een speciaal
shifta-mapje gemaakt. Hierin zitten allerlei neppasjes, het tweede
paspoort van Coen en 600 dollar. Het bedrag moet niet te klein zijn anders
geloven ze nooit dat het alles is dat we bij ons hebben. In onze portemonnees
zitten ook wat dollars en ze zijn verder gevuld met neppasjes en oude telefoonkaarten.
Mijn videocamera ruimen we op in een van de onderste kisten. Voor in de auto
ligt een oude fotocamera en een mobiele telefoon. Wij zijn er klaar voor.
Op weg
De avond voor dat we vertrekken laat Tim nog alle schokbrekers vervangen.
Hij komt pas laat terug omdat de schokbrekers niet pasten en er andere moesten
worden gezocht. Ook Marino is nog de hele avond druk bezig omdat hij een band
kapot heeft gereden die vervangen moet worden. Dit blijkt onmogelijk te zijn,
dus er wordt een stuk rubber in de buitenband genaaid. Het zal ons benieuwen
hoe lang het mee gaat. Ook Coen is nog tot 's avonds laat bezig omdat de tas
die hij heeft laten maken voor de zandplaten niet blijkt te passen en nog
vermaakt moest worden. Ondanks de eendags visa service van de Ethiopische
ambassade kunnen Tim en Imelda pas op dinsdagochtend hun visa ophalen. Eerst
rijden we langs de ambassade om de visa op te halen en dan, na veel erover
te hebben gepraat, gaan we eindelijk op weg naar Isiolo. Wij rijden voorop
en de Belgen volgen in hun Zuid-Afrikaanse Land Rovers.
Weer op het noordelijk halfrond
Het landschap wordt steeds mooier, we rijden langs Mount Kenia en komen op
de evenaar. We stappen uit om deze mijlpaal in de reis tot ons door te laten
dringen. We maken foto's en een jongen laat ons met een bak water en een houtje
zien hoe het water op het noordelijk halfrond in de richting van de klok ronddraait,
op het zuidelijk halfrond het tegen de klok in ronddraait en op de evenaar
stilstaat. We rijden verder en bevinden ons weer op het noordelijk halfrond.
Vlak voor Isiolo zien we dat we de Land Rovers kwijt zijn, we keren en rijden
terug. De Land Rover van Sarah en Marino staat langs de kant van de weg. De
band die geplakt was heeft het alweer begeven. Als de band geplakt is rijden
we verder naar het politiebureau in Isiolo. Nanda en Dirk hebben een sms gestuurd
waarin ze ons een camping aanbevelen en vertellen hoeveel ze voor de politie-escorte
hebben betaald. De politiechef heeft veel praatjes en wil eerst al onze namen
weten en het liefst ook onze leeftijden. Wij willen zaken doen. Coen vraagt
wanneer de laatste overval heeft plaatsgevonden. Ergens in 1996 weet hij ons
te vertellen. Wij weten dus waar we aan toe zijn en dat we het alleen van
onze eigen ingewonnen informatie moeten hebben. We vertellen hem dat er nog
geen twee weken geleden een truck met een Engels echtpaar is overvallen maar
hij blijft beweren dat hij daar niets van weet. Als we het hebben over de
prijs van de twee politieagenten die ons moeten escorteren noemt hij een belachelijk
hoog bedrag. We vertellen hem dat dit wel erg vreemd is omdat twee dagen eerder
een ander bedrag betaald is door twee Nederlanders en een Duitser (handig
die moderne communicatie). Na veel gepraat worden we het uiteindelijk eens
en hij belooft ons dat er twee politieagenten om half zeven 's ochtends zullen
klaarstaan. Marino gaat zijn band weer laten plakken, wij gaan tanken en dan
klapt iedereen zijn tent open op de camping. In het dorp rijdt een UN-wagen
en twee trucks met Engelse militairen. Op een autoradio hoor ik dat er bommen
zijn gevallen op de grens van Sudan en Tsjaad. Het gaat er steeds meer op
lijken dat het onmogelijk is om West-Afrika te bereiken.
Isiolo - Marsabit
Om vijf uur stonden we op en pakten onze spullen in. Op het politiebureau
stonden de twee politieagenten, die er meer uitzagen als militairen met hun
camouflage pakken en machinegeweren, al op ons te wachten. Tom ging bij Tim
en Imelda in de auto, Jacob bij Sarah en Marino, wij hebben geen ruimte om
een derde persoon te vervoeren. De Land Rover met Tim en Imelda en Tom ging
voorop, wij in het midden en Sarah, Marino en Jacob sloten de gelederen af.
We reden door prachtig savannelandschap met acacia's en door woestijn met
dorre bomen en rotspartijen met op de achtergrond bergen. Het landschap ziet
er vredig uit en we kunnen ons maar moeilijk voorstellen dat we hier overvallen
kunnen worden. Opeens horen we een luide knal en geschrokken kijken we rond.
Het duurt even voordat het tot ons doordringt dat de Land Rover van Marino
weer een klapband heeft. Het is maar goed dat we Tom en Jacob bij ons hebben,
terwijl de band wordt verwisseld houden zij de omgeving in de gaten.
Onderweg zien we een volk waarvan de mannen met hoofdtooien en speren lopen
en de vrouwen met halssieraden. De mannen lijken veel op die van de Indianen
stammen uit Amerika.
Het laatste deel van de weg is een wasbord. Normaal zouden we hier veel langzamer
over rijden maar omdat iedereen toch zo snel mogelijk deze route afgelegd
wil hebben rijden we hard. We rijden zo snel dat we net niet wegglijden over
de toppen van het wasbord. Coen rijdt omdat we het niet willen riskeren dat
de korst te vroeg van mijn pink af gaat. Na zeven uur en 277 km komen we in
Marsabit aan. We rijden naar het Jay-Jay centre en constateren dat het geluid
dat we onderweg hoorde afkomstig was van een kapotte schokbreker, een Old
Man Emu nota bene, en van de andere schokbrekers heeft de verbindingsconstructie
het niet gehouden.
Coen is uitgeput maar is de hele avond bezig om de schokbrekers weer in orde
te maken. Marino gaat met zijn band het dorp in om hem weer te laten plakken
(lees: naaien), ook kijkt hij de auto verder na. Om half tien gingen Coen
en ik nog wat eten in het hotel en daarna snel naar bed, de volgende ochtend
zullen we weer bij zonsopgang vertrekken.
Marsabit - Moyale
Om half zes staan we op. Wij gaan tanken en vertrekken. Tom en Jacob zijn
keurig op tijd. Vandaag rijdt de Land Rover van Marino en Sarah voorop. We
genieten van het landschap met zijn prachtige vergezichten tot de horizon.
Savanne met rotsformaties, woestijn die overgaat in rotswoestijn. Het landschap
wordt lelijk als er niets dan rotsen overblijven die over de uitgestrekte
vlakte verspreidt liggen. De weg is zwaar voor de auto. Na vijftig kilometer
horen we weer het geluid dat aangeeft dat de schokbrekers het begeven hebben.
Ook maakt de auto rechtsachter harde klappen. Coen ziet er niet blij uit.
Als ik vraag of we niet beter kunnen stoppen antwoord hij dat het hem allemaal
niet meer kan schelen. Niet veel later horen we een luide klap. Maar het geluid
komt niet bij ons vandaan. De band van Marino heeft het weer begeven.
Terwijl Marino de band verwisselt kan Coen kijken wat er bij ons aan de hand
is. De linker gas-schokbreker van Old Man Emu lekt olie. De andere schokbrekers
blijken toch nog vast te zitten, de nieuwe constructie houdt het goed. De
klappen aan de achterkant komen doordat de luchtveren half leeg zijn. We pompen
ze op en als iedereen klaar is zet het konvooi zich weer in beweging.
Twintig kilometer voor Moyale moeten we weer stoppen. De uitlaat is onder
de auto van Marino en Sarah uit gevallen. Dan maar zonder uitlaat verder.
Wij pompen nog snel de luchtvering op, die stonden alweer half leeg. Het laatste
stuk rijden we in hoog tempo en dan komt het einde van de shifta-route
in zicht.
We rijden Moyale in, halverwege het dorp ligt de grens. We zijn opgelucht
ook al leek de route niet gevaarlijker dan enige ander route die we in Afrika
gereden hebben. We nemen afscheid van Tom en Jacob. Zij vertellen ons nog
even op de valreep dat juist op de laatste twintig kilometer voor de grens
de Keniaanse politie zijn meeste mankrachten heeft verloren in gewapende gevechten
met de shifta's.
Rechts rijden
De formaliteiten om Kenia uit te komen gaan makkelijk en snel. Een bord geeft
aan dat we rechts moeten rijden. Na bijna zeven maanden links rijden mogen
we weer terug naar de vertrouwde kant van de weg. Ethiopië in komen kost
meer tijd. Het is laat in de middag en de beambten hebben er niet veel zin
meer in. Als een van hen meeloopt om de auto's te controleren laat ik duidelijk
blijken dat ik het niet op prijs stel dat hij aan onze spullen zit. Het werkt
en al snel geeft hij het op en loopt naar de volgende auto. Het Carnet gebruiken
ze hier om de gegevens van de auto over te nemen, maar ze stempelen het niet
af. Ze vullen een formulier van tijdelijke invoer in met acht doorslagen waar
we uiteindelijk één dollar voor moeten betalen. Een rastajongen
biedt zijn diensten aan maar drinkt zich verder niet op. Dat ik uit Amsterdam
kom vindt hij geweldig. Hij is stoned van de Qat. In zijn hand houdt hij een
groen bosje vast waar hij steeds stukjes van in zijn mond stopt en op kauwt.
Hard werken
Op de binnenplaats van het Tourist Hotel in Moyale klappen we onze daktenten
open. We wilden het eigenlijk vieren als we in Ethiopië aangekomen waren
maar de situatie is er niet naar, we zijn doodmoe en vinden het niet gezellig.
De volgende dag vetrekken Marino en Sarah, en Tim en Imelda, zij zullen samen
terug naar Europa reizen. Het is snikheet, de vorige dag heeft het kort geregend
waardoor er veel muggen zijn en de wc's zijn vreselijk smerig. We willen niets
liever dan hier zo snel mogelijk weg gaan maar eerst moeten de schokbreker
en de luchtveren vervangen worden. We hebben vanuit Zuid-Afrika reserve luchtveren
meegenomen. Ook hebben we nog een oude, functionerende schokbreker. We zijn
er blij mee want we zitten hier ver weg van alles. Er moet een stuk van de
bevestigingsteun van de luchtveer worden afgehaald. Gelukkig vinden we iemand
die 's avonds dit klusje kan klaren. Pas na tien uur 's avonds is er weer
elektriciteit in het dorp en kan hij gaan lassen. Ook de volgende dag werkt
Coen hard.
Op de binnenplaats komen vrouwen met ezels de voorraad voor het hotel aanvullen.
De afval van de hotelgasten wordt naast onze auto verbrand. Met de hand worden
de lakens van de kamers gewassen, ze worden gedroogd op de binnenplaats in
de rook van de afvalberg. Op 1 februari rondt Coen alle klussen af. Er zitten
nieuwe luchtveren onder en de oude schokbreker zit weer op zijn plaats. We
kunnen vertrekken, het veelbelovende Ethiopië in.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Mirjam van Tiel & Coen Barthels © 2004