|
 
Masai herdertje
langs de weg richting Kenia

Grensovergang Kenia,
Masai vrouw verkoopt sieraden 
Nairobi
 
Gasfles laten bijvullen, een van de vele taken
 
Bij Rangi's
 
De hele auto opnieuw inpakken, shifta-proof 
Monique en Wim,
al twee jaar op reis door Afrika 
Even checken,
zitten we wel op de goede weg?
 
De evenaar,
een mijlpaal in de reis
 
Uitleg over de stroomrichting
van het water rond de evenaar
 
Kinderen komen even kijken
naar de overlanders
 
Vertrek vanaf de camping in Isiolo
 
De politie-escorte ophalen
 
Tim, Imelda en Tom rijden voor ons
 
Sarah, Marino en Jacob rijden achter ons
 
Vrouwen onderweg met hun beladen ezels
 
Vertrek vanaf het Jay-Jay centre
 
Rotswoestijn
 
En... weer een lekke band
 
Ethiopia, 1 km 
Keep Right


Moyale, luchtveren
en schokbreker installeren
|
REISVERSLAG 11 (Kenia)
Geschreven door: Mirjam, 1 - 14 maart 2004
De grens met Kenia
We vertrekken laat uit Arusha, Tanzania. Door een prachtig uitgestrekt
landschap met groene mosachtig bedekte heuvels rijden we naar het
grensplaatsje Namanga in Kenia. Masai herders lopen met hun kuddes
langs de kant van de weg en over de glooiende groene heuvels. Een
giraf kijkt op als we passeren en gaat dan weer ongestoord door
met zijn maaltijd. Als over de breedte van de asfaltweg een hek
staat zijn we bij de grens. Aan de Tanzaniaanse kant hebben we problemen
omdat we in Tanzania elke week een verlenging hadden moeten aanvragen
voor de wegenbelasting. Een aantal mensen bemoeien zich ermee en
als we de 40 dollar betalen die daar voor staat kunnen we door.
Aan de Keniaanse kant is het druk. Masai vrouwen proberen hun sieraden
aan ons te verkopen en een lokale bus komt net aan. Iedereen gaat
het douane kantoor in om zijn paspoort te laten afstempelen. Wij
gaan eerst naar het gebouw aan de linkerkant waar ons Carnet wordt
afgestempeld en waar we voor de wegenbelasting betalen. Als we een
visa hebben gekocht in het gebouw aan de rechterkant denken we klaar
te zijn. Maar een groep mannen komt rondom ons staan en zegt dat
we bij hun een verzekering moeten aanschaffen. We lopen mee met
vier mannen naar een vervallen gebouwtje dat ergens achteraf op
het terrein staat. We vinden de verzekering veel te duur en vragen
of we een prijslijst kunnen zien. Die hebben ze niet maar ze kunnen
ons wel de kwitanties laten zien van andere mensen die een verzekering
hebben aangeschaft. Dat overtuigt ons niet en we lopen weg. Meteen
staat er een nieuwe groep mannen om ons heen die zeggen ons een
goedkope verzekering te kunnen aanbieden. Als we meekomen kunnen
ze zeggen hoeveel het zal gaan kosten. We zijn niet bereid om mee
te gaan en eisen dat zij ons hier en nu vertellen hoeveel Keniaanse
Shilling het kost. Ze zijn er niet blij mee maar doen het toch,
de verzekering is ongeveer net zo duur als die van hun collega's.
Het wordt al donker en het schijnt dat je de slagboom niet doorkomt
als je geen verzekering hebt dus we schaffen toch maar een verzekering
aan. We vullen bij de politie al onze gegevens in het boek in en
we rijden in het donker Kenia binnen. Gelukkig is er een mogelijkheid
om net over de grens bij een klein hotel te kamperen. Een Masai
strijder bewaakt het terrein. Als we in de daktent liggen worden
we wakker gehouden door het gejammer uit de moskee, 's morgens om
vijf uur begint het opnieuw.
De situatie misbruiken
Op dinsdag 20 januari rijden we door een heuvelachtig landschap
met lage bebossing en acacia's en op de achtergrond bergen. We passeren
verschillende Masai dorpjes. We stoppen om mijn vader te bellen
met de satelliettelefoon. Hij wordt 70 jaar en ondanks dat we niet
op zijn verjaardag aanwezig kunnen zijn kunnen we hem gelukkig wel
op deze manier feliciteren. Langs de weg lopen wilde ezels en struisvogels.
In het landschap staan huisjes en geen hutten. De bebouwing is duidelijk
anders dan in Tanzania, Kenia is meer ontwikkeld. Overal zien we
telefoonpalen, de daken van de huizen zijn bedekt met dakpannen.
Vlak voor Nairobi stoppen we om te lunchen, over het veld komen
twee militairen aangelopen. Een jongen waarschuwt ons voor hun.
Je mag hier niet stoppen en de militairen zullen waarschijnlijk
de situatie misbruiken om geld van ons los te krijgen. Ze gebaren
naar ons dat we op hun moeten wachten. Wij stappen snel in de auto
en rijden weg.
Upper Hill
We waren gewaarschuwd voor Nairobi, er zouden car jackings
plaatsvinden en de stad zou onveilig zijn. Maar het leek ons niet
anders dan de andere grote Afrikaanse steden. We kwamen vroeg aan
en reden door naar de Sudanese ambassade, maar die wilde ons niet
te woord staan. De volgende dag om negen uur konden we weer langskomen.
We reden naar Upper Hill campsite waar we al veel over hadden gehoord.
Het was anders dan we ons hadden voorgesteld. Op een klein verwaarloosd
terrein stonden verschillende 4x4's en een aantal roze bussen van
Zweedse reizigers. Meteen zagen we Nanda en Dirk en een vriend van
hun die een maand met hun meereist. Ze vertelde dat Marino en Sarah
ook in Nairobi waren maar op dit moment met hun Land Rover bij de
garage stonden. Op de camping stonden alleen maar overlanders.
Engelsen op de motor, Zuid-Afrikanen op de motor, Joris en Suzan
uit Amsterdam met een Mercedes bus, een ander stel uit Amsterdam
in een Toyota Land Cruiser en een Duitser die onderweg was naar
huis nadat hij een project beëindigd had in Durban. Later kwam
ook het Turkse stel aan en nog later Imelda en Tim.
Gesprek van de dag
Het gesprek van de dag op Upper Hill is de zogenaamde shifta-route.
In het noorden van Kenia, op de weg van Isiolo - Marsabit - Moyale
vinden regelmatig gewapende overvallen plaats. Er doen verschillende
verhalen de ronde maar een feit is dat er af en toe mensen worden
overvallen. We hebben van verschillende mensen gehoord, die deze
route van noord naar zuid hadden afgelegd, dat er onderweg niets
was gebeurd. Maar er was net een ouder Engels echtpaar teruggekomen
naar Upper Hill die wel degelijk overvallen was. Zij reizen per
motor van Kaapstad naar Engeland. De vrouw had nog niet zo lang
haar motorrijbewijs en durfde het niet aan om op deze slechte weg
te rijden. Daarom hadden ze hun motoren in een vrachtwagen geladen
en reisden ze dit stuk met de vrachtwagen die ook het transport
middel is voor de lokale bevolking. Niet ver voorbij Isiolo hebben
drie bandieten met AK-'47's de vrachtwagen gedwongen te stoppen
door te schieten op de mensen die bovenop de truck zaten. De chauffeur
is meteen weggerend en heeft zich verscholen gehouden. De overige
mensen moesten al hun geld afgeven. Het Engelse echtpaar was 3500
dollar kwijt en hun bankpassen en Visa-kaart. Een van de lokale
vrouwen werd mishandeld omdat de overvallers vonden dat haar man
hun niet genoeg geld gaf. Na aangifte bij de politie is een zoektocht
opgezet om de overvallers op te pakken. Het echtpaar was er behoorlijk
van overstuur geraakt. Ze hadden geen geld meer en met de enige
bankpas die ze overhadden konden ze geen geld opnemen omdat alle
passen geblokkeerd waren. Ze hadden besloten, zodra ze weer de beschikking
over geld hadden, om met het vliegtuig naar Ethiopië te gaan
omdat ze zo iets dergelijks niet nog eens wilde meemaken.
Tureluurs werden we ervan
Op de camping werd gespeculeerd of deze recente overval nu wel of
niet positief was voor degene die deze weg nog moesten afleggen.
Van een kant zouden de shifta's nu hoogstwaarschijnlijk ergens
ondergedoken zitten. Ze zouden voorlopig ook genoeg geld hebben.
Van de andere kant zou het andere shifta's kunnen inspireren
om de overlanders, die altijd met veel geld reizen, te overvallen.
Het zou onmogelijk zijn om in de volgende landen geld op te nemen,
dus ook wij waren van plan om voor de volgende maanden geld op te
nemen in Nairobi. Telkens als er nieuwe overlanders aan kwamen begonnen
de gesprekken weer van vooraf aan.
Tureluurs werden we ervan. Maar het hield ook ons bezig. Er bestond
ook nog de mogelijkheid om via het Turkanameer naar boven te rijden,
maar dan zou je illegaal de grens naar Ethiopië moeten oversteken.
Wij dachten er wel over om via deze weg te reizen maar alle andere
aanwezigen kozen voor de weg via Isiolo. Nanda en Dirk hadden gelezen
op de Nederlandse website van het ministerie van buitenlandse zaken
dat op de meer oostelijk weg, Isiolo - Wajir - Moyale de shifta's
meteen gericht schieten terwijl dat niet zo zou zijn op de route
van Isiolo - Marsabit - Moyale.
Regelen
Een grote stad betekent dat we van alles moeten regelen. We gaan
naar de Sudanese ambassade, maar zij zeggen onze visa niet te hebben
en ze zijn niet bereid om Mustafa in Dar es Salaam te bellen. We
proberen zelf vanaf de camping naar de ambassade in Dar te bellen
maar dat blijkt onmogelijk. We gaan naar de Ethiopische ambassade
en kunnen onze visa de andere dag ophalen. Coen gaat naar de kapper.
We gaan op zoek naar bougies voor Jeep die nergens te krijgen zijn.
Zelfs niet bij de spiksplinternieuwe Mercedes-Jeep dealer. Coen
had zich trouwens vergist en we bleken helemaal geen extra bougies
nodig te hebben. We zijn op zoek gegaan naar zandplaten omdat we
misschien helemaal in het noorden van Sudan de grens willen oversteken
naar Tsjaad, en daar is niets dan zand. We hadden gehoord dat Holland
Africa Tour (www.hollandafricatour.nl)
dit recent had gedaan en dat het dus mogelijk was.
We wilden ons laten testen op Bilharzia en kwamen bij een gespecialiseerde
kliniek voor tropische ziektes terecht. We hebben ons meteen op
de meest voorkomende tropische ziektes laten testen. Bij de uitslag
bleek ik een parasiet te hebben opgelopen, waarschijnlijk door de
verminderen weerstand door de antibioticakuren die ik had gehad.
Voor de rest waren we gezond. We kregen een boekwerk van vijftien
pagina's mee met de testresultaten. Elke dag gingen we langs bij
een tentje waar we stokbrood en croissants konden krijgen met cappuccino.
Na vijf weken zijn onze visa er dan eindelijk
Coen en ik besloten om niet naar Uganda te gaan maar meteen door
te reizen naar Ethiopië. We hadden zuidelijk en Oost-Afrika
wel gezien en hadden zin in cultuur (dat in Ethiopië aanwezig
is). Dit hield in dat we mee zouden reizen met Nanda en Dirk, Sarah
en Marino, Tim en Imelda, en een Duitser.
Tim en Imelda waren nog niet aangekomen in Nairobi en het ging er
op lijken dat ze de streefdatum van zondag 25 januari niet zouden
halen. Nanda en Dirk en de Duitser hadden geen zin meer om te wachten
en besloten om zaterdag al weg te gaan. Dit was te vroeg voor ons
dus wij besloten te wachten op Tim en Imelda en dan samen met hun
en Sarah en Marino op dinsdag te vertrekken. Nanda en Dirk en de
Duitser waren van plan om in Isiolo een gewapende politie-escorte
te regelen. Als het mogelijk was zouden ze ons hierover op de hoogte
houden via sms-berichten.
Wij verkasten naar Rangi's place, Upper Hill was 's nachts te rumoerig.
We beloofde Joris en Susan, die al vertrokken waren maar van wie
de motor van de Mercedesbus na enkele kilometers vanaf Upper Hill
was vastgelopen, dat we nog langs zouden komen om afscheid te nemen.
Bij Rangi was het heerlijk rustig, het was een huis van een Australiër
en zijn Nederlandse vrouw Annemiek, waar overlanders konden
kamperen en aan hun auto's konden sleutelen. Sarah en Marino kwamen
later ook hierheen zodra Tim en Imelda in Nairobi waren aangekomen.
Zij zouden dan op maandag hun Ethiopische visum moeten gaan regelen
zodat we de dag erna zouden kunnen vertrekken.
Ik probeerde nog een keer naar de ambassade in Dar te bellen. Dit
keer had ik geluk, ik kreeg Mustafa aan de telefoon die me vertelde
dat er goedkeuring uit Khartoum was gekomen. Ik liet hem beloven
onze visa door te faxen naar Addis Abeba. Na vijf weken zijn onze
visa er dan eindelijk, nu maar hopen dat ze ook echt klaar liggen
in Addis Abeba als wij daar aankomen.
Shifta-proof
Bij Rangi's stonden nog twee Engelse stellen die vanaf Egypte kwamen.
Hun Land Rovers, en die van Sarah en Marino stonden in de garage
met uiteenlopende gebreken. Ik ben maar blij met Coen die onze auto
zo goed onderhoudt en met de Jeep, die sowieso veel minder gebreken
heeft dan de Land Rovers. Ook ontmoetten we Monique en Wim, een
Nederlands stel dat al twee jaar in een truck door Afrika aan het
rondreizen is. Rangi kan ons aan zandplaten helpen en we laten in
het naaiatelier op het terrein onze kampeerstoelen opnieuw bekleden
en een zak voor de zandplaten naaien. In de huiskamer kijken we
naar de video van In de ban van de ring, deel I. Op zondag pakken
we de hele auto opnieuw in, shifta-proof. Het grootste deel
van de 4000 dollar die we hebben opgenomen verstoppen we op onze
geheime plaats aan de buitenkant van de auto. De bankpasjes stoppen
we in de kluis onder de houten vloer die we in de auto hebben gemaakt.
Voor het geval we overvallen worden hebben we een speciaal shifta-mapje
gemaakt. Hierin zitten allerlei neppasjes, het tweede paspoort van
Coen en 600 dollar. Het bedrag moet niet te klein zijn anders geloven
ze nooit dat het alles is dat we bij ons hebben. In onze portemonnees
zitten ook wat dollars en ze zijn verder gevuld met neppasjes en
oude telefoonkaarten. Mijn videocamera ruimen we op in een van de
onderste kisten. Voor in de auto ligt een oude fotocamera en een
mobiele telefoon. Wij zijn er klaar voor.
Op weg
De avond voor dat we vertrekken laat Tim nog alle schokbrekers vervangen.
Hij komt pas laat terug omdat de schokbrekers niet pasten en er
andere moesten worden gezocht. Ook Marino is nog de hele avond druk
bezig omdat hij een band kapot heeft gereden die vervangen moet
worden. Dit blijkt onmogelijk te zijn, dus er wordt een stuk rubber
in de buitenband genaaid. Het zal ons benieuwen hoe lang het mee
gaat. Ook Coen is nog tot 's avonds laat bezig omdat de tas die
hij heeft laten maken voor de zandplaten niet blijkt te passen en
nog vermaakt moest worden. Ondanks de eendags visa service van de
Ethiopische ambassade kunnen Tim en Imelda pas op dinsdagochtend
hun visa ophalen. Eerst rijden we langs de ambassade om de visa
op te halen en dan, na veel erover te hebben gepraat, gaan we eindelijk
op weg naar Isiolo. Wij rijden voorop en de Belgen volgen in hun
Zuid-Afrikaanse Land Rovers.
Weer op het noordelijk halfrond
Het landschap wordt steeds mooier, we rijden langs Mount Kenia en
komen op de evenaar. We stappen uit om deze mijlpaal in de reis
tot ons door te laten dringen. We maken foto's en een jongen laat
ons met een bak water en een houtje zien hoe het water op het noordelijk
halfrond in de richting van de klok ronddraait, op het zuidelijk
halfrond het tegen de klok in ronddraait en op de evenaar stilstaat.
We rijden verder en bevinden ons weer op het noordelijk halfrond.
Vlak voor Isiolo zien we dat we de Land Rovers kwijt zijn, we keren
en rijden terug. De Land Rover van Sarah en Marino staat langs de
kant van de weg. De band die geplakt was heeft het alweer begeven.
Als de band geplakt is rijden we verder naar het politiebureau in
Isiolo. Nanda en Dirk hebben een sms gestuurd waarin ze ons een
camping aanbevelen en vertellen hoeveel ze voor de politie-escorte
hebben betaald. De politiechef heeft veel praatjes en wil eerst
al onze namen weten en het liefst ook onze leeftijden. Wij willen
zaken doen. Coen vraagt wanneer de laatste overval heeft plaatsgevonden.
Ergens in 1996 weet hij ons te vertellen. Wij weten dus waar we
aan toe zijn en dat we het alleen van onze eigen ingewonnen informatie
moeten hebben. We vertellen hem dat er nog geen twee weken geleden
een truck met een Engels echtpaar is overvallen maar hij blijft
beweren dat hij daar niets van weet. Als we het hebben over de prijs
van de twee politieagenten die ons moeten escorteren noemt hij een
belachelijk hoog bedrag. We vertellen hem dat dit wel erg vreemd
is omdat twee dagen eerder een ander bedrag betaald is door twee
Nederlanders en een Duitser (handig die moderne communicatie). Na
veel gepraat worden we het uiteindelijk eens en hij belooft ons
dat er twee politieagenten om half zeven 's ochtends zullen klaarstaan.
Marino gaat zijn band weer laten plakken, wij gaan tanken en dan
klapt iedereen zijn tent open op de camping. In het dorp rijdt een
UN-wagen en twee trucks met Engelse militairen. Op een autoradio
hoor ik dat er bommen zijn gevallen op de grens van Sudan en Tsjaad.
Het gaat er steeds meer op lijken dat het onmogelijk is om West-Afrika
te bereiken.

Lekke band |
Isiolo - Marsabit
Om vijf uur stonden we op en pakten onze spullen in. Op het politiebureau
stonden de twee politieagenten, die er meer uitzagen als militairen
met hun camouflage pakken en machinegeweren, al op ons te wachten.
Tom ging bij Tim en Imelda in de auto, Jacob bij Sarah en Marino,
wij hebben geen ruimte om een derde persoon te vervoeren. De Land
Rover met Tim en Imelda en Tom ging voorop, wij in het midden en
Sarah, Marino en Jacob sloten de gelederen af. We reden door prachtig
savannelandschap met acacia's en door woestijn met dorre bomen en
rotspartijen met op de achtergrond bergen. Het landschap ziet er
vredig uit en we kunnen ons maar moeilijk voorstellen dat we hier
overvallen kunnen worden. Opeens horen we een luide knal en geschrokken
kijken we rond. Het duurt even voordat het tot ons doordringt dat
de Land Rover van Marino weer een klapband heeft.
Het is maar goed dat we Tom en Jacob bij ons hebben, terwijl de
band wordt verwisseld houden zij de omgeving in de gaten.
Onderweg zien we een volk waarvan de mannen met hoofdtooien en
speren lopen en de vrouwen met halssieraden. De mannen lijken veel
op die van de Indianen stammen uit Amerika.
Het laatste deel van de weg is een wasbord. Normaal zouden we hier
veel langzamer over rijden maar omdat iedereen toch zo snel mogelijk
deze route afgelegd wil hebben rijden we hard. We rijden zo snel
dat we net niet wegglijden over de toppen van het wasbord. Coen
rijdt omdat we het niet willen riskeren dat de korst te vroeg van
mijn pink af gaat. Na zeven uur en 277 km komen we in Marsabit aan.
We rijden naar het Jay-Jay centre en constateren dat het geluid
dat we onderweg hoorde afkomstig was van een kapotte schokbreker,
een Old Man Emu nota bene, en van de andere schokbrekers heeft de
verbindingsconstructie het niet gehouden.
Coen is uitgeput maar is de hele avond bezig om de schokbrekers
weer in orde te maken. Marino gaat met zijn band het dorp in om
hem weer te laten plakken (lees: naaien), ook kijkt hij de auto
verder na. Om half tien gingen Coen en ik nog wat eten in het hotel
en daarna snel naar bed, de volgende ochtend zullen we weer bij
zonsopgang vertrekken.

Coen maakt de schokbrekers in orde,
Marino kijkt de motor na |
Marsabit - Moyale
Om half zes staan we op. Wij gaan tanken en vertrekken. Tom en Jacob
zijn keurig op tijd. Vandaag rijdt de Land Rover van Marino en Sarah
voorop. We genieten van het landschap met zijn prachtige vergezichten
tot de horizon. Savanne met rotsformaties, woestijn die overgaat
in rotswoestijn. Het landschap wordt lelijk als er niets dan rotsen
overblijven die over de uitgestrekte vlakte verspreidt liggen. De
weg is zwaar voor de auto. Na vijftig kilometer horen we weer het
geluid dat aangeeft dat de schokbrekers het begeven hebben. Ook
maakt de auto rechtsachter harde klappen. Coen ziet er niet blij
uit. Als ik vraag of we niet beter kunnen stoppen antwoord hij dat
het hem allemaal niet meer kan schelen. Niet veel later horen we
een luide klap. Maar het geluid komt niet bij ons vandaan. De band
van Marino heeft het weer begeven.
Terwijl Marino de band verwisselt kan Coen kijken wat er bij ons
aan de hand is. De linker gas-schokbreker van Old Man Emu lekt olie.
De andere schokbrekers blijken toch nog vast te zitten, de nieuwe
constructie houdt het goed. De klappen aan de achterkant komen doordat
de luchtveren half leeg zijn. We pompen ze op en als iedereen klaar
is zet het konvooi zich weer in beweging.
Twintig kilometer voor Moyale moeten we weer stoppen. De uitlaat
is onder de auto van Marino en Sarah uit gevallen. Dan maar zonder
uitlaat verder. Wij pompen nog snel de luchtvering op, die stonden
alweer half leeg. Het laatste stuk rijden we in hoog tempo en dan
komt het einde van de shifta-route in zicht.
We rijden Moyale in, halverwege het dorp ligt de grens. We zijn
opgelucht ook al leek de route niet gevaarlijker dan enige ander
route die we in Afrika gereden hebben. We nemen afscheid van Tom
en Jacob. Zij vertellen ons nog even op de valreep dat juist op
de laatste twintig kilometer voor de grens de Keniaanse politie
zijn meeste mankrachten heeft verloren in gewapende gevechten met
de shifta's.
Rechts rijden
De formaliteiten om Kenia uit te komen gaan makkelijk en snel. Een
bord geeft aan dat we rechts moeten rijden. Na bijna zeven maanden
links rijden mogen we weer terug naar de vertrouwde kant van de
weg. Ethiopië in komen kost meer tijd. Het is laat in de middag
en de beambten hebben er niet veel zin meer in. Als een van hen
meeloopt om de auto's te controleren laat ik duidelijk blijken dat
ik het niet op prijs stel dat hij aan onze spullen zit. Het werkt
en al snel geeft hij het op en loopt naar de volgende auto. Het
Carnet gebruiken ze hier om de gegevens van de auto over te nemen,
maar ze stempelen het niet af. Ze vullen een formulier van tijdelijke
invoer in met acht doorslagen waar we uiteindelijk één
dollar voor moeten betalen. Een rastajongen biedt zijn diensten
aan maar drinkt zich verder niet op. Dat ik uit Amsterdam kom vindt
hij geweldig. Hij is stoned van de Qat. In zijn hand houdt hij een
groen bosje vast waar hij steeds stukjes van in zijn mond stopt
en op kauwt.
Hard werken
Op de binnenplaats van het Tourist Hotel in Moyale klappen we onze
daktenten open. We wilden het eigenlijk vieren als we in Ethiopië
aangekomen waren maar de situatie is er niet naar, we zijn doodmoe
en vinden het niet gezellig. De volgende dag vetrekken Marino en
Sarah, en Tim en Imelda, zij zullen samen terug naar Europa reizen.
Het is snikheet, de vorige dag heeft het kort geregend waardoor
er veel muggen zijn en de wc's zijn vreselijk smerig. We willen
niets liever dan hier zo snel mogelijk weg gaan maar eerst moeten
de schokbreker en de luchtveren vervangen worden. We hebben vanuit
Zuid-Afrika reserve luchtveren meegenomen. Ook hebben we nog een
oude, functionerende schokbreker. We zijn er blij mee want we zitten
hier ver weg van alles. Er moet een stuk van de bevestigingsteun
van de luchtveer worden afgehaald. Gelukkig vinden we iemand die
's avonds dit klusje kan klaren. Pas na tien uur 's avonds is er
weer elektriciteit in het dorp en kan hij gaan lassen. Ook de volgende
dag werkt Coen hard.
Op de binnenplaats komen vrouwen met ezels de voorraad voor het
hotel aanvullen. De afval van de hotelgasten wordt naast onze auto
verbrand. Met de hand worden de lakens van de kamers gewassen, ze
worden gedroogd op de binnenplaats in de rook van de afvalberg.
Op 1 februari rondt Coen alle klussen af. Er zitten nieuwe luchtveren
onder en de oude schokbreker zit weer op zijn plaats. We kunnen
vertrekken, het veelbelovende Ethiopië in.
Niets uit bovenstaande tekst mag worden
gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Mirjam van Tiel & Coen Barthels ©
2004
|