Into Africa by Jeep by Mirjam van Tiel en  Coen Barthels no. 10


REISVERSLAG 10 (Tanzania, deel 2)
Geschreven door: Mirjam, 23 februari - 25 februari 2004

Visa
Bryant en Tal (Canadees advocatenstel) vertrokken van Kipepeo, wat we erg jammer vonden. Het zijn erg leuke, interessante mensen, waar we het goed mee konden vinden. Hun plan was om de Kongo te gaan bezoeken en ze hadden nu eindelijk hun visa gekregen. Coen en ik gingen naar de Sudanese ambassade om onze visa aan te vragen. Dit hadden we al eerder willen doen maar doordat we eerst druk met de auto bezig waren en daarna met de verwonding aan mijn pink was het er nog niet van gekomen. We wisten dat het lang zou kunnen duren, dus het moest nu echt gebeuren. In de wachtruimte van de ambassade namen we plaats in luie stoelen waar we onze aanvraagformulieren invulden. Op de televisie die in het midden van de ruimte stond, was een aflevering van The Bold and the Beautiful te zien. Mustafa verzekerde ons dat er over uiterlijk twee weken een bericht uit Khartoum zou zijn.

En wij maar denken dat we iets unieks doen
Op de camping komt de ene na de andere overlander aan. Marino en Sarah, de Belgen die we al eerder in Malawi tegen zijn gekomen. Tim en Imelda uit Antwerpen, Richard en Evina uit Londen, Dirk en Nanda uit Maastricht, een Turks stel, een stel uit Amsterdam, een Oostenrijks stel met een Fiat panda (4x4) en een Zwitsers stel waarvan de man in een rolstoel zit. En wij maar denken dat we iets unieks doen. De meeste bleven wat langer in Dar omdat er van alles gedaan moest worden zoals de auto repareren en visa aanvragen. Het eerste dat aan elkaar werd gevraagd is of je naar boven of naar beneden aan het reizen was. Er werd gesproken over de route en gevraagd aan de mensen die van noord naar zuid (naar beneden) reden wat de mogelijkheden waren. Het werd duidelijk dat de grens van Tjaad naar Sudan gesloten was. De meeste mensen die omlaag reisden waren via Egypte gekomen. De Zwitsers waren via Kameroen, Gabon, Kongo en Angola gekomen en wilde via de oostkant weer omhoog naar Europa rijden. Het ging er dus steeds meer op lijken dat we niet via Tjaad naar West-Afrika zouden kunnen reizen.

Wachten in Dar
Omdat we op onze visa wachten blijven we in Dar. Een belangrijke andere reden is dat André ook in Dar blijft en we het erg prettig vinden dat hij mijn pink in de gaten kan houden. We maken ons nog steeds zorgen en willen niets riskeren. Ook hadden we al in Malawi met Marino en Sarah afgesproken kerst in Dar te vieren. Iedereen op Kipepeo leek ergens op te wachten, visa, auto-onderdelen of een Masai tolk. André moest nog een keer terug naar de Masai om extra monsters te verzamelen voor zijn onderzoek. Hiervoor was hij afhankelijk van een Masai tolk die maar niet kwam opdagen en zijn afspraken niet nakwam. Richard en Evina krijgen als ze Dar verlaten een ongeluk met de auto, een wiel raakt in een diep gat en de auto rolt om waarbij een vrouw geraakt wordt die aan de kant van de weg liep. Zij heeft een gebroken been. Richard en Evina hebben niets, de opbouw van de Land Rover is totaal ontwricht. De poes, die ze hebben meegenomen uit Marokko, heeft het ook overleeft. Coen heeft het chassis nagemeten en dat is nog recht dus ze besluiten de Land Rover te laten repareren. Richard en Evina zijn dus ook genoodzaakt te wachten in Dar. Coen en ik voelde ons wel thuis in de drukke oude stad ondanks de stank van de uitlaatgassen. Het is een prettige stad met aardige mensen. De mensen op straat en op de pont vragen altijd wat er met mijn vinger aan de hand is. Als ik ze vertel wat er gebeurd is zeggen ze: pole sana (het spijt me erg). Op Kipepeo is er de onophoudelijke zoute wind vanaf de Indische Oceaan, het is erg heet en er is een hoge luchtvochtigheid. Dit zorgt er volgens ons voor dat het genezingsproces van mijn vinger langzamer verloopt. Ook roesten de tentstokken en alle gegalvaniseerde bouten en moeren aan de auto. Coen heeft het druk, hij moet nu alles alleen doen. Ik kan bijna niets, alles wat ik doe met mijn hand is pijnlijk. In het begin mag ik van André zelfs niets met mijn andere hand doen. Ik kan onze kisten niet uit de auto tillen, ik kan niet autorijden, niet op het dak van de auto klimmen, niet afwassen, geen fruit schillen en niet op de laptop werken aan het reisverslag.

Op zoek naar een pastoor
Met André gaan we op zoek naar een pastoor voor de bruiloft. We bezoeken er een paar maar ze spreken alleen Swahili. Van een van hun zoons vernemen we dat het ook niet zo makkelijk is. Als je in Tanzania wilt trouwen moet dit twintig dagen voorafgaand aan de bruiloft aangekondigd worden in een speciale krant. Op deze manier geef je mensen de gelegenheid om protest aan te tekenen. De Koreaanse pastoor van Efatha Church, de kerk bij het ziekenhuisje waar mijn vinger gehecht was, was überhaupt niet van plan André te trouwen. Hij vertrouwde het zaakje niet en verdacht André ervan mij als bijvrouw te hebben. Wij legde uit dat Coen en ik een stel waren maar hij bleef wantrouwende blikken in mijn richting werpen. De hulppastoor van Efatha Church, die ook bij het hechten van mijn vinger aanwezig was geweest, had medelijden met André en kwam s'avonds langs op de camping met een aanbod. Hij wilde wel een trouwceremonie organiseren. Het idee ontstond om een traditionele Masai trouwerij te organiseren. André had toch al een sterke affiniteit met de Masai omdat hij bezig is met een onderzoek naar de natuurlijke medicijnen van de deze stam. Riki stemde per sms toe, dus de voorbereidingen konden beginnen.

De voorbereiding
In Dar op de Masai-markt kocht André samen met pastor Festus de kleding, de sieraden een speer en een zwaard (geen Masai man zonder een speer en zwaard). Coen en ik regelden de plek waar de ceremonie plaats zou gaan vinden. André kampeerde nog steeds op Sunrise Beach en toen ik op twintig december langs kwam om mijn vinger te laten verzorgen zei hij dat de hechtingen eruit konden. De knopen die de arts in het Efatha ziekenhuisje heeft gelegd krijgt hij er niet makkelijk uit. De arts heeft volgens André niet de gangbare knopen gebruikt. Het is een bizar artsenbezoek. Achter mij zijn jongens van Sunrise Beach een buitenboordmotor aan het repareren terwijl André, in zijn blote bast, met een scalpel en pincet de hechtingen uit mijn vinger haalt. Als de poes van Richard en Evina zich niet zo lekker voelt wordt bij gebrek aan een dierenarts André er bij geroepen. André onderzoekt haar en geeft haar wat homeopathische medicijnen (het moet niet veel gekker worden). Op 23 december komt Riki per vliegtuig uit Johannesburg aan in Dar es Salaam. We gaan met zijn allen de stad in om de resterende spullen voor de ceremonie te kopen. André vindt dat de ceremonie zo authentiek mogelijk moet worden. Alleen is hij niet bereid een leeuw te doden. Voordat een Masai man waardig is te trouwen moet hij eerst een leeuw gedood hebben. Ook de vijftien koeien die Riki waard is worden niet uitbetaald maar blijven symbolisch. Vijf koeien voor haar schoonheid (ze is knap), vijf voor haar gezondheid (ze is gezond) en vijf voor haar leeftijd (ook al is ze voor een Masai vrouw wel erg oud. Masai meisjes trouwen op hun veertiende en Riki is al 29 jaar). De avond voor de ceremonie is het kerstavond. We hebben een uitgebreid diner met Mariono en Sarah, Tim en Imelda en André en Riki. Het is met deze warmte moeilijk voor te stellen dat het kerstmis is. Voor ons lijkt het nog steeds zomer, de herfst heeft nooit ingezet en de winter lijkt mijlenver weg.

Masai bruiloft
De ceremonie vindt plaats bij zonsopgang. Wij hebben de wekker gezet en wachten op André. Hij zou naar Kipepeo komen voor de voorbereidingen samen met Coen, die zijn best man is. Ik zou naar Sunrise Beach gaan om Riki te kleden. Om half zes is André er nog steeds niet dus gaan Coen en ik samen naar Sunrise Beach waar we hem in het bed van zijn caravan aantreffen. Riki had haar eigen wekker gezet en André was haar vergeten te zeggen dat er een uur tijdsverschil is. André gaat snel douchen en vertrekt dan met Coen naar Kipepeo. Ik blijf achter met Riki en doe haar de doeken om zoals pastor Festus mij heeft voorgedaan. Ze ziet er mooi uit maar lijkt toch meer op een Griekse schone dan op een Masai. We wachten totdat pastor Festus en de dansers ons komen halen. Samen lopen we over het strand naar Kipepeo Beach. We schrijden over het strand, een stap en de andere voet aansluiten, weer een stap en de andere voet aansluiten enzovoort. Pastor Festus voorop en achter ons de dansers die muziek maken en zingen. Als we de ceremonieplek naderen zien we André zitten met achter hem twee Masai strijders. Zodra Riki arriveert begint de ceremonie. Coen is behalve best man ook fotograaf en rent in alle richtingen om op tijd alles vast te leggen. Ik ben naast kleedster van Riki ook degene die de videotape maakt. Voordat ik de videocamera gepakt heb is de ceremonie al begonnen. Voor de gelegenheid heeft Festus gezorgd dat André een Masai vader heeft en Riki een Masai moeder. De vader leidt de ceremonie in en pastor Festus vertaalt het. De moeder spreekt Riki streng toe. Zij zegt haar altijd goed te moeten luisteren naar haar man en hem niet tegen te spreken. Ook moet ze zorgen dat ze de familie van haar man altijd gastvrij ontvangt. In het begin van de ceremonie heeft André Riki haar hoofdsieraad opgezet, wat overeenkomt met het uitwisselen van de ringen bij een westers huwelijk. Coen biedt als best man André een kopje geitenmelk aan, als hij ervan gedronken heeft drinkt Coen de beker verder leeg. Later in de ceremonie worden de woorden van verbintenis uitgesproken en pastor Festus neemt de handen van het bruidspaar en bidt voor hen én voor heel Afrika.

Een slang kussen
De ceremonie wordt beëindigt met het aanbieden van de cadeau's, die bestaan uit kook- en schoonmaakspullen voor Riki. Potten en pannen, rijst en maïsmeel en twee bezems. Zij zal volgens Masai gebruik na de inzegening moeten beginnen met het bouwen van hun hut en daarna is ze verantwoordelijk voor het koken van het eten en het schoonhouden van de hut, terwijl de man op jacht gaat. Als de ceremonie afgelopen is worden Coen en ik uitgenodigd om het woord tot het bruidspaar te richten. We hebben ons hier helemaal niet op voorbereid en improviseren wat in het Nederlands, wat André en Riki gedeeltelijk verstaan. Als het bruidspaar gefeliciteerd is door iedereen lopen we met zijn allen vergezeld door de dansers naar het strand. Daar kunnen foto's worden gemaakt. Ook komt er een jongen met een slang. Hij haalt hem uit een mand en speelt met hem voordat hij hem aan André aanbiedt. André weet niet wat de bedoeling is want hier heeft pastor Festus het niet over gehad. Maar hij is niet voor één gat te vangen en pakt de slang aan, brengt hem naar zijn mond en kust hem op zijn kop. De jongen pakt de slang weer over en daagt hem uit, net zo lang totdat de baby python hem bijt. Hij was iets te laat met het terugtrekken van zijn hand. Na de fotosessie vertrekt iedereen en ontbijten Coen, André, Riki en ik bij Kipepeo. De rest van de dag luieren we in de schaduw en André en Riki zwemmen in de zee. s'Avonds, eerste kerstdag, eten we met André en Riki en spelen Jeu de Barricade.

Periode overbruggen
Na dik drie weken Dar en Kipepeo waren we het zat. We besluiten om nog een week te wachten op onze Sudanese visa en als ze er dan nog niet zijn toch maar te vertrekken. Volgens de managers van Kipepeo, een Nederlandse vrouw en een Australische man, is er een heerlijk plekje in de bergen waar het minder warm is en waar geen toeristen komen. Daar bij de missiepost van father Baruti kunnen we de periode overbruggen terwijl we wachten op onze visa. André en Riki zijn naar Kipepeo verhuisd. André zullen we weer zien al we weer terugkomen naar Dar, van Riki nemen we afscheid, zij zal op 2 januari weer naar Johannesburg vliegen. Op 29 december vertrekken we naar Amani, een dorpje in het tropische regenwoud van de Usambara Mountains, ten westen van de kustplaats Tanga. Eerst gaan we in Dar nog langs bij de Sudanese ambassade. Mustafa zegt er ook niets van te snappen dat er nog geen antwoord uit Khartoum is. Ook gaan we langs bij de Libische ambassade om te vragen of we van Sudan naar Libië kunnen reizen omdat het waarschijnlijk niet mogelijk is van Sudan naar Tsjaad te reizen. In een achteraf straatje vinden we de ambassade en in een bedompt vertrek zit een man die ons vertelt dat het niet nodig is om een visum aan te vragen. Volgens hem zijn we meer dan welkom en kunnen we aan de grens een visum krijgen. Onze Nederlandse collega's hebben hier deze ochtend volgens hem ook al naar geïnformeerd en daar heeft hij het zelfde verhaal aan verteld. (Deze collega's van ons zijn zonder twijfel de Nederlandse overladers Nanda en Dirk.) We vinden het maar vreemd maar laten het er voor nu maar bij zitten. We zien wel weer verder als we in Sudan zijn. We worden hier steeds makkelijker in. In Afrika is niets zeker en we leren al, net als de Afrikanen, bij de dag te leven. Coen heeft toch weer iets voor de auto nodig dus daar spenderen we ook nog tijd aan. We pinnen geld en gaan dan nog naar de Shoprite om boodschappen in te slaan. Tegen de tijd dat we alles gedaan hebben is het half vier maar we vertrekken toch maar. We hebben geen zin om nu al weer terug te moeten gaan naar Kipepeo.

Bij de nonnen
Het eerste stuk rijden we over asfalt. Het wordt donker maar we zien nergens een camping en rijden door. In het dorpje Muheza, waar we het asfalt moeten verlaten, proberen we een guesthouse te vinden. Niemand spreekt Engels en ze lijken ons niet te begrijpen. We rijden toch maar verder, omhoog de bergen in. Het is een hele tocht, ik ben moe en mijn pink doet pijn van alle bewegingen in de auto. We rijden in het donker door tropisch regenwoud en eindelijk zie ik op een halfvergaan bordje het woord katoliki staan. Dit klopt met de omschrijving die we hadden meegekregen. We rijden een smal pad op en zien de kerk liggen. We rijden naar de achterkant van de kerk en parkeren de auto. Het is half elf en iedereen slaapt al. We klappen de tent open en gaan slapen. s'Morgens zie ik van boven uit het huis twee nonnen aan komen. Toen ze bij de auto stonden riepen ze omhoog richting de daktent: hello, hello, who are you? Ze nodigde ons uit naar het huis te komen voor het ontbijt zodra we opgestaan zijn. In het huis van de zusters is alles zo als vroeger bij mijn oma en opa, de tante nonnetjes uit Breda en mijn oma uit Eindhoven. Alles is netjes schoongemaakt en opgeruimd. Het meubilair is eenvoudig en functioneel. Over de kast waar het servies staat ligt een laken tegen het stof en de vliegen. Over het broodmandje ligt een oude maar schone en keurig gestreken theedoek. De ontbijtbordjes en theekopjes zijn van verschillende serviezen en hebben gekleurde bloemen als motief. We krijgen chipati's, thee met melk en vers sap van kleine bloemen die daar groeien. Doordat ze maar blijven vragen wie we zijn en wat we in Amani doen begrijpen we dat we niet op Emau Hill zijn, maar dat we bij een andere missiepost zijn aangeland. Als we doorvragen beginnen we het te begrijpen. Dit is wel de katholieke kerk van father Baruti maar de missiepost Emau Hill, waar je ook kunt kamperen, is nog verder omhoog. Maar de nonnen zijn verguld met ons gezelschap en als we s'middags vertrekken willen ze niets horen van een vergoeding voor de nacht en het ontbijt. Ze laten ons beloven dat we weer terugkomen om hun te bezoeken.

Emau Hill
We rijden door prachtig tropisch regenwoud met woudreuzen en bananenbomen. Bij Emau Hill worden we ontvangen door Vincent en father Baruti. De plek valt ons een beetje tegen, we hebben hier helemaal geen privacy in tegenstelling tot bij de nonnen. Het handjevol medewerkers van de missiepost komt allemaal rond onze auto hangen. Het is lang geleden dat er bezoekers waren. Wij hebben behoefte aan rust en privacy en we vinden het moeilijk om onze plek te creëren. Vincent wil ons graag een rondleiding geven maar wij houden het voorlopig af. Coen had gedacht hier het waterzuiveringssysteem te reinigen en de watertanks opnieuw te vullen. In de bergen is toch altijd schoon water. Maar in heel Tanzania is water een probleem en hier in de bergen is dat niet anders. Op de missiepost zijn prachtige douches en keurige wc's, het enige probleem is dat er geen water is. Er wordt voor ons water gehaald uit de rivier. Een vrouw uit het dorp komt met een ton water op haar hoofd aangelopen en zet die bij ons neer. s'Avonds brengt Vincent ons een grote olielamp voor de rest is het aarde donker met rondom ons niets anders dan regenwoud.

Rondleiding
Op oudejaarsdag worden we door father Baruti, Vincent en een meisje uit het dorp rondgeleid over het landgoed van de missiepost. Father Baruti vertelt vol trots dat de woudreuzen gekapt zijn om de plek te creëren waar de kantine staat en de kerk wordt gebouwd. (In heel Afrika zie je de ontbossing van het land. De plaatselijke bevolking gebruikt het hout om te koken en te bouwen.) Hij leidt ons door de kerk die gedeeltelijk af is. Hij heeft grootse plannen. Hij wil naast de kerk een ziekenhuisje, een computerruimte waar les wordt gegeven, een retraite centrum en een camping opzetten. Het enige probleem is het geld. Steeds als er weer ergens geld is ingezameld kan een gedeelte van zijn plannen worden uitgevoerd maar nu ligt de bouw stil. Volgens ons is het gebrek aan leidingwater een probleem bij zulke grootse plannen, maar father Barutu heeft er alle vertrouwen in dat er een oplossing voor komt. De bedoeling is dat het water uit de lager gelegen rivier omhoog wordt gepompt en er wordt regenwater opgevangen vanaf de daken van de gebouwen. Het probleem is dat het al een hele tijd niet geregend heeft. Ons lijkt het essentieel dat als je mensen wilt ontvangen dat er uit de douches water komt en dat de wc's doortrekken. Maar goed, father Barutu weet van aanpakken en heeft in dit gebied toch al heel wat gerealiseerd. Hij leidt ons verder rond over het landgoed. We dalen af naar een riviertje waar de 'natuurlijke kerk' van father Baruti ligt. Hij is van plan in de nissen van de bergwand Mariabeelden te plaatsen. Een Finse televisieploeg heeft er tijdens een mis opnames gemaakt. We lopen weer omhoog langs een boerderij van de missiepost waar koeien gehouden worden en vrouwen bezig zijn met het malen van graan. In het riviertje wat we oversteken doet een vrouw de was, het water staat erg laag. Father Baruti gaat de mis voor oudejaarsavond voorbereiden. Wij zullen alleen op Emau Hill blijven en zullen op nieuwjaarsdag de mis bijwonen in de kerk bij de nonnen.

Oud en nieuw
Coen en ik maken het gezellig. We maken een kampvuur, steken de olielampen aan, maken het avondmaal klaar en zetten de champagne koud (de witte wijn in een emmer water). We zetten de cd-speler van de auto aan en genieten van mooie muziek. Father Baruthi samen met alle medewerkers van Emau Hill komen langs in de Land Rover. Ze vertrekken naar de kerk voor de oudejaarsmis. Het is rustig op Emau Hill, alleen de kok en de bewaker zijn achtergebleven. We eten heerlijk en om twaalf uur trekken we de fles wijn open. Beneden in het dorp horen we tromgeluiden en gezang. Het was een heerlijke avond en tevreden klimmen we de daktent in.

Naar de mis
Donderdag 1 januari 2004 staan we vroeg op en breken we ons kamp op. We rijden de acht kilometer terug naar de kerk van de nonnen. Na de mis zullen we bij hun blijven kamperen. Dat hebben we afgesproken met father Baruti. Bij de kerk is namelijk wel leidingwater. Het is regenwater dat via de daken verzameld is, maar zij hebben nog genoeg. En we hebben meer privacy op het veldje achter de kerk. De nonnen zijn al in gebed als wij aankomen maar ze werpen ons een blijde glimlach toe. We nemen plaats achter in de kerk. De vrouwen zitten links en de mannen rechts, maar een vrouw die goed Engels spreekt en ons hartelijk welkom heet, verzekert me dat ik bij Coen mag gaan zitten. Ik ben Rooms-katholiek gedoopt. Daar is het bij gebleven. Wel ging ik altijd met mijn oma en opa mee naar de kerk in Breda als we daar logeerden. Coen is ook Rooms-katholiek gedoopt en heeft zelfs de heilige communie gedaan in zijn safaripakje. Dat is nog het enige dat hij zich er van kan herinneren en misschien is zijn voorliefde voor Afrika hier begonnen. Hij is sindsdien altijd gek op safarioutfitjes geweest. De mis wordt in het Swahili gehouden. Father Baruti weet zijn toehoorders te boeien. Hij bouwt in zijn verhaal de spanning op tot een hoogtepunt en maakt daarna een luchtig grapje waar de hele gemeenschap hartelijk om moet lachen. Speciaal voor ons houdt hij bepaalde delen van de mis in het Engels. Ook worden we voorgesteld aan de gemeenschap in het Swahili. Hij vertelt over onze reis dwars door Afrika. Als hij klaar is vraagt hij of wij de gemeenschap wat te zeggen hebben. Ik bedank iedereen voor hun gastvrijheid en father Baruti voor de mooie mis.

Bidden voor ons
Als iedereen vertrokken is bouwen wij ons kamp op. Nu kunnen we het waterzuiveringsysteem schoonmaken. Op het veld waar we kamperen is een kraan waarmee we de tanks vullen. Als we de waterzuivering uitproberen is hij na een fles te hebben gevuld al weer verstopt. We halen de filters er weer uit en het keramische filter is helemaal roodbruin. Het regenwater wat verzameld is op de daken van de verblijven zit vol met stof en aarde. We blijven drie dagen bij de nonnen. We luieren en doen kleine klusjes. Op zaterdag ontbijten we aan ons kampeertafeltje terwijl naast ons de mis word gehouden en het 'onze vader' in het Swahili wordt gebeden. In het verblijf van de nonnen mogen we in bad, het water is net als het filter roodbruin van kleur. Op zaterdag komen de kinderen van de gemeenschap het huis van de nonnen en de kerk schoonmaken. Ze vinden het prachtig om naar ons te staren en de auto en de daktent te bewonderen. Wij worden er een beetje zenuwachtig van en willen lekker onze gang gaan maar vinden dat lastig met de ogen van al die kinderen op ons gericht. s'Middags krijgen ze les van zuster Praxed en kunnen wij weer onze gang gaan. Op zondag ochtend ontbijten we bij de nonnen die erg verdrietig zijn dat we vertrekken. Zuster Praxed had graag gewild dat we langer bleven in de hoop dat ik haar computerles zou kunnen geven op de laptop. De jongste van de nonnen was in retraite gegaan en zou speciaal voor ons gaan bidden tijdens deze retraite. Wij namen afscheid van alle drie de nonnen en van father Baruti. Terwijl wij wegreden begon father Baruti met de zondagsmis.

De Masai
We rijden dezelfde weg terug naar Dar. Langs de weg lopen de Masai in hun traditionele kleding. Ik had altijd gedacht dat de Masai in Kenia woonden en dat Serengeti en de Kilimanjaro zich ook in Kenia bevonden. Maar op de een of andere manier is Kenia om deze dingen bekend terwijl de meeste Masai in Tanzania wonen en alleen een klein deel van Serengeti, namelijk de Masai Mara, zich in Kenia bevindt. De Kilimanjaro bevindt zich in Tanzania en is alleen maar vanaf de Keniaanse kant van een afstand te bewonderen. Maar omdat alle documentaires vanuit Kenia worden opgenomen associëren mensen deze dingen met Kenia. Kleine Masai jongens lopen langs de weg en hoeden de kuddes. Soms zijn ze pas vier jaar oud en hebben ze al de verantwoordelijkheid over een kudde van twintig koeien en een aantal geiten. Als de Masai jongetjes oud genoeg zijn worden ze besneden en na een periode van afzondering komen ze in het tweede stadium, namelijk dat van krijger. Nu zijn ze verantwoordelijk voor het beschermen van de kuddes. De kuddes worden voornamelijk bedreigd door hyena's en leeuwen. Het derde stadium is dat je bij de ouderen hoort wat inhoudt dat iedereen je respecteert voor de wijsheid die je hebt opgedaan, én je mag alcohol drinken. Het laatste stadium is de periode voor de dood. De mannen drinken bloed en melk van de koeien en de geiten. De mannen eten ook vlees wat verboden is voor de vrouwen. De vrouwen mogen niet eens aanwezig zijn als de mannen vlees eten. Zij hebben zover ik begreep een minderwaardige positie.

André en de Masai
André heeft ons verteld dat onder de Masai wel HIV voorkomt maar dat het zich bijna nooit tot het stadium van Aids ontwikkelt. De vraag is of het met de voeding van de Masai te maken heeft of dat het een genetische kwestie is. Hier wordt onderzoek naar gedaan. Ook schijnen de Masai mannen helemaal geen haargroei op hun lichaam te hebben wat misschien met hun dieet te maken heeft. André was aanwezig bij een besnijdenis van een jongen. Het werd gedaan met het Masai zwaard (lang mes) dat voor deze handeling niet gedesinfecteerd wordt. De jongen gaf geen krimp en staarde zoals gebruikelijk is zijn vader aan, die achter de man stond die de besnijdenis uitvoerde. Ook was André aanwezig bij feesten waarbij de Masai mannen recht omhoog de lucht in springen, waar ze urenlang mee door kunnen gaan. De Masai associeerde André met het komen van de regen omdat de twee keer dat hij het dorp bezocht het ging regen na een lange tijd van droogte. Ze hadden hun dansen uitgevoerd en hun gebeden werden beloond met de regen die samen met André kwam. André kreeg een stuk land en een vrouw aangeboden toen hij de kleinkinderen van een oudere Masai genas. Hij heeft met veel beleefdheidsvormen en dankbetuigingen het aanbod afgewezen en de man uitgelegd dat zijn stam het niet toestaat om met twee vrouwen te trouwen.

Terug in Dar, en weer weg
Ik ben blij dat Coen rijdt op deze tweebaanswegen in Tanzania. De buschauffeurs rijden als gekken. De bussen komen uit China en de chauffeurs hebben er stickers op geplakt met teksten als: In God we trust en No Fear. Nadenken doen ze volgens ons niet en ze lijken zich totaal niet bewust van de consequenties die hun roekeloze rijstijl met zich mee kan brengen. Op Kipepeo is het warm en vochtig. De Belgen hebben hun ouders op bezoek, zij reizen een paar weken mee door Tanzania. We kletsen bij met André, Richard en Evina. Met volle maan maakt Richard een groot kampvuur op het strand waar we met zijn allen bij zitten en drankjes drinken. André kijkt naar mijn pink en is tevreden met de vooruitgang. Ik doe keurig drie maal daags mijn oefeningen die ik van André heb opgekregen. De zoute zeewind zorgt er helaas weer voor dat de korst van de wond te snel uitdroogt en net nu ik voor het eerst geen verband meer om mijn pink doe moet ik het toch weer afdekken. Bijna iedereen heeft Zanzibar bezocht maar wij besluiten er niet naar toe te gaan. In Kikamboni bezoeken we herhaaldelijk het internetcafé, lunchen bij het plaatselijke tentje en kopen mango's op de markt. Op de markt hangen stukken vlees in de stalletjes omsingeld door zwermen vliegen. Ik ben blij dat ik een vegetariër ben. Op acht januari vertrekt André naar Arusha, hij wil niet langer wachten en hoopt de tolk in Arusha aan te treffen. Coen en ik vertrekken de volgende dag. Onze visa zijn nog steeds niet aangekomen. We gaan nog een keer langs bij de ambassade. Mustafa geeft ons een briefje in het Arabisch mee waarop ons filenummer staat en andere gegevens over onze aanvraag. Hij belooft het antwoord uit Khartoum door te faxen naar Nairobi zodra het is aangekomen. Ondanks alle negatieve verhalen van mensen over het personeel van de ambassade hebben we vertrouwen in Mustafa. We gaan weer pinnen en naar de Shoprite en het is weer half vier voordat we vertrekken naar het noorden.

Teleurstellend
We overnachten op een camping die op de kruising van de wegen naar Tanga en Arusha ligt. Een Masai krijger is de bewaker en zoals bijna alle Masai spreekt hij geen woord Engels. Hij komt even bij de auto staan en vertrekt dan weer om op zijn stok plaats te nemen. Masai mannen hebben een stok bij zich waar ze op een wonderbaarlijke manier op gaan zitten om uit te rusten. Het landschap vanaf de kruising is erg mooi. Het is een open heuvelachtig landschap met op de achtergrond bergen. Er zijn veel palmboomplantages. In elk dorp zijn er speedhumps, die het reizen onaangenaam vertragen. We genieten van het landschap maar ik word erg afgeleidt door de pijn die weer in het nagelbed van mijn pink is ontstaan. Ik vertrouw het niet en word er erg onzeker van. We hadden nog niet echt beslist waar we naar toe zouden gaan, maar besluiten nu maar door te rijden naar Arusha zodat André naar mijn vinger kan kijken. We worden er moedeloos van. We zijn nu al zo lang met mijn pink bezig. In Nederland zou dit heel anders zijn. Het zou ook een gemene verwonding zijn maar alle onzekerheid en zorgen die we er hier over voelen zouden in Nederland helemaal niet aan de orde zijn. Het in Afrika zijn maakt het allemaal heel anders en veel intensiever. Als we Moshi naderen kijken we uit naar de wereldberoemde Kilimanjaro. Maar we zien niets, we zien wel een aantal bergen maar de toppen zijn bedekt door een dik wolkendek. Welke van de bergen de Kili is kunnen we niet zeggen. Het is teleurstellend. Al die heisa om dit? De Kili is met zijn 5892 meter de hoogste berg van Afrika en dus beduidend hoger dan de Mont Blanc, maar zo lijkt het niet. Om te beginnen ligt de boomgrens in Afrika veel hoger en ook de grens van de eeuwige sneeuw. Daarnaast ligt de hoogvlakte rond de Kilimanjaro al op ruim 3000 meter zodat de piek zelf niet zo indrukwekkend is.

Een dip
André constateert dat er opnieuw een ontsteking in mijn pink is ontstaan. Hij vraagt zich hardop af waarom het genezingsproces zo langzaam gaat en of mijn afweersysteem wel in orde is. Waardoor ik ontzettend ongerust word en in snikken uitbarst. Hij stelt me gerust en zegt dat het warme klimaat in Dar er hoogstwaarschijnlijk de oorzaak van is. Er is daar volgens hem ook erg veel vuil in de lucht omdat de mensen langs de kant van de weg poepen en piesen, en er overal afval ligt. Hij vindt het toch beter dat ik nogmaals een antibiotica kuur neem. Dit keer geeft hij me twee injecties zodat ik minder last heb van alle bijwerkingen. Coen en ik hebben ons de afgelopen tijd te veel zorgen gemaakt en zitten in een dip. We voelen ons uitgeput en zijn niet meer zo vrolijk als normaal. André vindt dat hij daar iets aan moet doen en geeft ons beide een vitamine B injectie (hij is blijkbaar gek met injectie's). Ik knap er meteen van op, bij Coen duurt het iets langer. André neemt ons mee naar de Kilimanjaro, maar ook dit keer is het kreng in wolken gehuld. Hij schijnt zich alleen s'morgens heel vroeg even te vertonen. Graag of niet hoor. Wij zetten bij de foto van de Mount Meru wel dat het de Kili is, geen mens die het verschil ziet (toch?).

Jarige Job (Jim)

We nemen afscheid van André, hij heeft de tolk gevonden en vertrekt naar het Masai dorp. Wij vertrekken naar Karatu door savannelandschap vol met Masai herders en hun kuddes. We rijden omhoog langs een bergwand en komen aan in een modderig dorpje waar we overnachten. Het is veertien januari, de volgende dag is mijn verjaardag. Als we wakker worden klappen we de daktent in en als ontbijt eten we een stuk taart, Coen zingt vol overgave 'lang zal ze leven' voor me. We zijn vroeg opgestaan want mijn verjaardagscadeau is dat we naar de Ngorongoro Crater gaan. Bij de entree betalen we honderd dollar. Ik wordt boos dat we niet eens een plattegrondje van de krater krijgen. Deze zijn op en daarom moeten we maar bij het winkeltje een plattegrond van vijftien dollar aanschaffen. Als we het park inrijden zijn deze ergernissen snel vergeten. Het is een beschermd gebied maar er zijn ook dorpjes en de Masai wonen er en hoeden zelfs hun kuddes in de krater. Nog voor we op de rand van de krater zijn zien we bavianen en ander wild. We melden ons bij de toeristenpost waar je een gids krijgt toegewezen. Wij zeggen dat hij hartelijk welkom is om ons te escorteren maar dat hij dan wel voor eigen vervoer moet zorgen, wij hebben geen plaats voor hem. Als de man onze vastberaden houding ziet laat hij ons alleen de krater in gaan. Eerst bellen we nog onze ouders en mijn zus zodat ze mij met mijn verjaardag kunnen feliciteren. Op de rand van de krater zetten we onze kampeertafel en stoelen neer en alle lekkernijen die we gekocht hebben voor mijn verjaardagsontbijt. Drie net besneden Masai jongetjes, te herkennen aan hun beschilderde gezichten om de kwade geesten af te weren en hun zwarte kleding, komen geld aan ons vragen. Een oude Masai man komt naar ons toe en geeft me een hand. Coen laat me geloven dat hij deze man speciaal heeft laten komen om me te feliciteren. Als ik hem mijn laatste Smarties geeft kijkt hij dolgelukkig. Coen heeft allerlei cadeau's voor mij verzameld in de Shoprite, bij gebrek aan tijd voor het aanschaffen van echte cadeau's. Maar de situering van dit verjaardagsontbijt is zo prachtig en Coen heeft zo zijn best gedaan dat ik nu al weet dat dit een verjaardag wordt die ik nooit zal vergeten.

Leeuwen!!!
Als we afdalen in de krater zien we in de verte een kudde. Ik zoom in met mijn videocamera en zie dat het koeien zijn, als we dichter bij komen zien we de Masai krijgers die de kudde bewaken. De moed zakt ons in de schoenen, dit wordt ons laatste wildpark en we zijn bang dat we ook hier geen leeuwen zullen zien. Ergens verderop zie ik nog een kudde en we rijden er naar toe. Voor ons zien we een stuk of zes auto's van gidsen staan, daar is blijkbaar iets te zien. Het is laagseizoen maar in de parken in Tanzania en Kenia zijn altijd toeristen te vinden. We sluiten in de rij aan maar kunnen niets zien. Tegen de regels van het park in stap ik uit de auto en kijk om het hoekje langs de auto's. Leeuwen, ik zie leeuwen, roep ik tegen Coen. Eindelijk na een half jaar reizen door Afrika zien we leeuwen. Wel jammer dat al die andere toeristen, net ingevlogen uit Europa, in de weg staan. Het ziet er ook niet zo romantisch uit op deze manier. Als er een auto vertrekt kunnen wij aansluiten en zo komen we steeds dichter bij de leeuw en leeuwin. We wachten net zo lang totdat alle auto's weg zijn en wij de leeuwen voor ons alleen hebben. Ze liggen vlak bij de auto. Ze zijn aan het paren. Het mannetje staat op, nadert het vrouwtje van achter, bijt haar in het rechter oor, bijt haar in het linkeroor, bijt haar in haar nek en dan volgt een korte copulatie. Het mannetje laat zich op de grond ploffen en het vrouwtje gaat op haar rug liggen met haar poten omhoog. Ze blijven een tijdje liggen en dan begint alles van voren af aan. Dit herhaalt zich keer op keer. Verderop komt nog een mannetjes leeuw aangelopen. Hij gaat niet ver van dit tafereeltje vandaan in het gras liggen. Wat een mooi verjaardagscadeau, twee leeuwen en een leeuwin.

Nog meer leeuwen

Als we na anderhalf uur vertrekken zien we een stukje verderop weer een leeuw. Hij ligt langs de kant van de weg. Het is een oudere leeuw met een prachtige grote kop, alsof hij zo uit een Walt Disney film gestapt is. Op de achtergrond staan de kuddes Gnoe's waar Serengeti, Ngorongoro en de Masai Mara zo bekend om zijn. Om een lang verhaal kort te maken, we zien op deze dag, vijftien januari 2004, in totaal elf leeuwen. Drie leeuwen en acht leeuwinnen!

Laatste afscheid
Terug in Arusha zien we André weer, hij is net teruggekomen van zijn bezoek aan het Masai dorp. Hij zou al eerder terug komen maar door de regen is hij vast komen te zitten in het dorp. Op de terugweg heeft hij zijn Land Rover met caravan tot zes keer toe los moeten lieren uit de modder. Ook ontmoeten we een gepensioneerd Engels echtpaar dat over land van Engeland naar Zuid-Afrika reist en een Belgisch overlandstel, Wendy en Jacky. Op maandag 19 januari nemen we voor de laatste keer afscheid van André. Hij zal naar het zuiden reizen, terug naar huis, en wij vertrekken verder naar het noorden, naar Kenia.

Niets uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.

Mirjam van Tiel & Coen Barthels © 2004