Into Africa by Jeep by Mirjam van Tiel en Coen Barthels no. 9


REISVERSLAG 9 (Tanzania, deel 1)
Geschreven door: Mirjam, 30 januari - 15 februari 2004

Laatste nacht in Malawi
We hadden heerlijk lang geslapen bij de missiepost in Livingstonia (Malawi). Doordat het dorpje hoog ligt was het s'nachts heerlijk koel. Meestal worden we door de zon al eerder uit de daktent gejaagd maar deze morgen stonden we pas om kwart voor acht op. Coen was aangeslagen na het satelliettelefoongesprek waarin zijn moeder vertelde dat zijn vader een ernstige longontsteking had. De steile haarspeldbochtenweg vanaf Livingstonia naar het meer toe gaf hem gelukkig genoeg afleiding. Niet ver voor de grens, vlak na het plaatsje Karonga, brachten we onze laatste nacht in Malawi door. We stonden op een camping die ook dienst deed als bar voor de iets rijkere lokale bevolking. Als ik mijn hoofd van mijn kussen oplichtte zag ik door het horregaas van de tent de mannen en vrouwen vlak naast onze auto aan de tafeltjes zitten praten.

Tanzania in
Kantoortje in en kantoortje uit. Er worden vragen gesteld die wij beantwoorden. Er worden stempels in onze paspoorten gezet en op het Carnet. We betalen voor visa, een autoverzekering en wegenbelasting, en dan staan we twee uur later in Tanzania. De geldwisselaars waren niet blij dat we geen gebruik van hun diensten maakten. Luid riepen ze ons na toen we door de bak met ontsmettingswater reden, ons achtste Afrikaanse land in. We rijden door een berglandschap, de theeplantages op de hellingen zijn licht groen van kleur. We genieten van het landschap. Het begint te regenen. Het eerste dorpje in Tanzania confronteert ons met de speed humps die we nog in heel Tanzania zullen tegenkomen. Drie hoge smalle bulten dwars over de weg gevolgd door een brede hoge bult zorgen dat je enkel stapvoets kunt rijden. We stoppen langs de kant om te lunchen. Ik bied de meisjes die aan zijn komen rennen en op een afstand naar ons staan te kijken een boterham met banaan aan. Ze komen schuchter naderbij, nemen de boterhammen aan en maken een revérence. Als we in Mbeya aankomen verwijst de jongen van de toeristeninformatie ons naar het Karibuni center.

Karibu
De mensen in Tanzania zijn erg gastvrij, het eerste wat ze tegen je zeggen is Karibu, wat welkom betekent in het Swahili (Karibuni is het meervoud). Het Karibuni center is een missiepost, op het parkeerterrein kunnen we onze auto parkeren en de daktent openklappen. De wc's bestaan uit een gat in de grond, een kraantje op kniehoogte dient als vervanging voor wc-papier. Water is er niet. Al snel komen we er achter dat er een probleem is met het leidingwater. De eigenares klaagt dat ze de waterrekening betaald heeft maar dat er toch geen water is. Ze denkt dat het komt doordat ze de hogere baas wel smeergeld heeft gegeven maar de man die verantwoordelijk is om de toevoerkranen in de straat te openen geen smeergeld heeft gegeven. Deze schijnt wel vaker de toevoerkranen naar het Karibuni center maar half te openen. Omdat het niet lukt om voor het weekend de toevoerkranen open te krijgen laat ze een wagen komen die rivierwater brengt. Wij zorgen dat we snel douchen en onze kleren wassen voordat het water weer op is.

Watervoorziening Mbeya
We ontmoeten Aiso een Nederlander die in Mbeya werkt aan een project gericht op het verbeteren van de watervoorziening. Coen gaat een dagje met hem op stap langs de chairmans (hoofden van een dorp of van een deel van een stad). Al eerder is er een vragenlijst afgegeven en vandaag worden ze weer opgehaald. De begroetingen in Tanzania zijn uitgereid, karibu (welkom), habari (hoe gaat het ermee?), mezuri sana (heel goed). En dan wordt er nog gevraagd naar de gezondheid van de persoon in kwestie en eventueel van zijn familie. Maar de vragenlijsten waren niet altijd ingevuld en dan werden er nieuwe afspraken gemaakt en de volgende chairman bezocht. Ook brachten ze een bezoek aan een water-distributiestation en een voorraadbassin. Coen vond de situatie van de watervoorziening erbarmelijk. De watervoorziening is alleen gericht op distributie en niet op de kwaliteit van het water. Op de gok wordt er wat chloor aan het water toegevoegd, op de drie andere water-distributiestations van Mbeya gebeurt dit niet. Het water komt uit omliggende rivieren. De directeur van het waterbedrijf is corrupt en niemand doet daar wat aan. Watermeters zijn er bijna niet en de bevolking die gebruik maakt van het waterleidingnetwerk is afhankelijk van zijn kuren. Aiso was er dan ook niet zo zeker van of het project waar hij aan werkt een blijvend effect zal hebben.

Zieltjes redden en liefdadigheid
Tegelijkertijd met ons logeren er een aantal Engelsen in het Karibuni center. Ze waren afkomstig van twee verschillende kerkgemeenschappen in Engeland met als gezamenlijk doel het openen van de door de gemeenschappen gefinancierde waterpompen in dorpen rond Mbeya. In de kantine van het centrum bidden ze voor aanvang van de maaltijd voor het heil van de dorpsbewoners. Ook bidden ze voor een vrouw die dacht bezeten te zijn door een kwade geest. De Engelse pastoor sprak s'middags met een van de kerkleden uit Mbeya. Er bleek een potje te bestaan opgebracht door de kerkleden in Engeland, waar het kerklid graag gebruik van wilde maken. Maar de pastoor bleef aandringen dat de man toch eerst God om hulp moest vragen. Hij moest maar veel bidden en als de gemeenschap zijn plannen zou goedkeuren zou er wellicht geld kunnen worden vrijgemaakt. De enthousiaste van Gods goedheid overtuigde blanke pastoor pakte de handen van de zwarte man en vroeg hem om samen tot God te bidden. Hardop bidden ze om inzicht en antwoorden terwijl ik aan het tafeltje ernaast mijn thee opdronk.

Afrika ervaren
Vanaf het Karibuni center liepen we door de in de aarde uitgesleten paadjes naar het centrum van Mbeya. In vrachtwagenvelgen wordt overal patat gebakken. In elk dorpje en in elke stad in Tanzania kom je het tegen en we eten dan ook regelmatig patat. We bezoeken het internetcafé (goedkoopste en snelste verbinding tot nu toe), doen boodschappen op de markt, wisselen geld en laten mijn bergschoenen repareren. Na vier nachten Karibuni center beginnen we op 29 november aan onze tocht door het zuiden van Tanzania. Het is een afgelegen gebied en we zijn gewaarschuwd voor de slechte wegen maar willen deze tocht toch graag maken. De meeste overlanders rijden over de asfaltweg naar Dar es Salaam, maar wij willen Afrika ervaren. We vertrekken pas laat en overnachten in Makumbako. Een plaatsje waar vandaan oude Land Rovers vertrekken naar de plaatsjes in het zuiden. We informeren bij verschillende guesthouses of we er kunnen kamperen. Dit is lastig want wij spreken geen Swahili en bijna niemand van hen spreekt Engels. Ze snappen er niets van dat we er de voorkeur aan geven om op het dak van de auto te slapen in plaats van in een van de kamers. Na lang bakkeleien besluiten we dan ook maar om een kamer te nemen. We logeren in Mamaland guesthouse en Izzy staat geparkeerd op de binnenplaats.
Er logeren hier alleen Afrikanen. In het gastenboek moeten we invullen bij welke stam we horen. De mensen hier zeggen niet Tanzaniaan te zijn maar noemen hun stam als je vraagt waar ze vandaan komen. We praten met enkele andere gasten en slapen voor het eerst niet op Iz.

Songea
We staan vroeg op en vertrekken naar Songea. Op het benzinestation spreekt een jongen mij aan en vertelt mij dat hij graag naar Nederland wil komen en voor ons wil werken. Ik leg hem uit dat alles erg duur is in Nederland en dat we het ons niet kunnen veroorloven om iemand in dienst te nemen. Desondanks wil hij graag mijn adres hebben. Hij loopt met mij mee om chapati's te kopen, een soort pannenkoek die als ontbijt wordt gegeten. De weg naar Songea is tot onze verbazing geasfalteerd. We rijden langs theeplantages en komen al vroeg in de middag in Songea aan. Bij The White House mogen we op het parkeerterrein onze daktent openklappen. Het hotel heeft een gezellig restaurant en omdat we zo vroeg zijn zie ik kans om een reisverslag af te maken. De auto staat ingeklemd tussen de auto's van andere gasten maar we slapen weer boven op Iz.

Tunduru
Over de piste rijden we steeds dieper het afgelegen gebied in. We rijden evenwijdig aan de grens van Mozambique. Door bush, over berg- en zandpaden, door dorpen waar iedereen opkijkt als we langsrijden. We zwaaien en de meeste mensen zwaaien vrolijk terug. Een groot deel van de bevolking is Moslim. Het leven is hier primitief. Oude Land Rovers vervoeren de mensen van het ene naar het andere dorp. We worden aangezien voor deze plaatselijke taxi's en mensen proberen ons herhaaldelijk te stoppen om een lift te krijgen. Ook worden we aangehouden door een man die twee brieven in zijn hand houdt. Hij drukt ons op het hart dat we ze in Tunduru afgeven. Tenminste dat maken we op uit zijn wijzen op de brieven en het herhalen van de plaatsnaam Tunduru. Na negen uur en 280 km komen we in Tunduru aan. Het is een stoffig dorp waar geen of weinig mzungu's (blanken) komen. We vinden een guesthouse met een stukje erf waar een hek omheen staat en waar de auto veiling kan staan. Een man belooft ons de brieven te bezorgen. De twee plusjes die ik op de brieven had zien staan blijken kruisjes te zijn, het zijn overlijdensberichten. De kamers in Quality Lodge (een lodge is hier heel wat anders dan de lodges in zuidelijk Afrika) zijn vernoemd naar bekende voetballers. Het guesthouse is oud en vies, de kamers zijn bedompt en heet. Uit de waterleiding komt geen water. Er staan bakken regenwater op de binnenplaats waar je je mee kunt wassen. We lopen door de donkere straten op zoek naar een avondmaaltijd. Ondanks de duisternis (er is zo goed als geen verlichting) trekt onze blanken huid de aandacht en iedereen kijkt ons na. We eten patat en gebakken eieren en liggen s'nacht ieder in een eigen bed met klamboe. Door het tralieraam zie ik Iz staan.

Mzungu, mzungu
Al voor de zon op komt regent het pijpenstelen. Het begin van de regentijd in het zuiden van Tanzania. Het blijft drie uur regenen. We doen onze regenjassen aan en pakken de auto in. Als we gaan betalen probeert de manager nog extra geld van ons los te krijgen, maar dat zit er niet in. Op het benzinestation informeert Coen bij de Indische eigenaar naar schokbrekers. Onderweg naar Tunduru kwam hij erachter dat één schokbreker de weg naar South Luangwa toch niet heeft overleefd. Nu moesten we deze hele route van tweeduizend kilometer over slechte pistes afleggen met één kapotte schokbreker. Volgens informatie die we hadden gekregen was deze route onbegaanbaar in de regentijd. Ik maakte me lichtelijk zorgen om de regen die met bakken uit de hemel viel maar Coen was blij, eindelijk modder! Vanaf Tunduru rijden er naast Land Rovers ook bussen. Bergopwaarts zit een bus vast in de modder. Coen geeft gas, slipt en spurt voorbij de bus. Hij is in zijn nopjes als de modder in alle richtingen van de banden afvliegt. Het houdt op met regenen en het pad is weer droog. Op de weg ligt een dode hyena. Coen wil dat ik er een foto van neem. De stank is onverdraaglijk en met tegenzin neem ik de foto. Deze streek schijnt ook berucht te zijn om zijn mensetende leeuwen, gelukkig zitten we veilig in de auto. Iedereen staart ons aan als we langs rijden. Er wordt naar ons gewezen en geroepen mzungu, mzungu. Vooral kinderen roepen en wijzen ons na, wewe mzungu. Ook wordt er een raar klikkend, sissend geluid gemaakt om onze aandacht te trekken zodat we zouden stoppen om iets bij hun te kopen. Het zijn vooral mango's die worden verkocht. Als we langs de weg gaan lunchen stoppen de vrouwen die met water op weg zijn naar het dorp en blijven ons ongegeneerd aanstaren. Totdat wij weer vertrekken houden ze ons gezelschap.

Masasi
Na acht uur en 195 kilometer moddersporen, zand- en rotspaden rijden we Masasi binnen. Opeens is er weer asfalt. Maar ondanks het asfalt, wat een afspiegeling lijkt te zijn van de moderne tijd en vooruitgang, is het dorp blijven stilstaan in de tijd. We gaan op zoek naar een geschikt guesthouse. We zien weer een blanke, het is een jongen die in een auto van VSO rondrijdt. We zwaaien vrolijk naar elkaar. We overnachten in een guesthouse waar we de auto voor de kamer mogen parkeren. Als het donker wordt arriveert de wacht en er zijn volgens de eigenaar drie honden die ons ook bewaken. De wacht ziet er armoedig, oud en hongerig uit en de honden liggen vol overgaven te genieten van de aandacht die ze van passanten krijgen. Goede bewaking dus! We zijn de enige gasten en de wacht gaat op het stoepje voor onze kamer zitten. We eten iets simpels en geven hem ook een bakje met eten. Hij vraag Coen of hij de auto mag wassen, maar Coen zegt dat dit niet nodig is. We slapen heerlijk in het grote bed van het "Holiday Inn" Hotel totdat het autoalarm afgaat. Het is pikdonker, ik schiet omhoog en raak verstrengeld in de klamboe. Als ik mezelf eruit bevrijd heb baan ik me een weg naar het raam en trek het gordijn open. Ik schreeuw naar de zwarte man die bij onze auto staat. Het is de wacht. Het is midden in de nacht en hij staat de auto te wassen. Een emmer water staat naast hem op de grond en met drukke bewegingen wrijft hij met een lap over de auto terwijl hij blijft herhalen: washie, washie, washie, washie. Hij is doodsbang dat we denken dat hij aan het inbreken is en probeert ons te overtuigen van zijn goede bedoelingen. s'Morgens staat de auto te blinken en geven wij de man toch maar een fooi.

Lindi
In Masasi rijden jongens met plastic jerrycans achter op hun fiets. Ze zijn op weg om water te halen. Bij de put staan mensen geduldig in de rij op hun beurt te wachten. Ik neem foto's op het marktplein waar ook alle bussen vertrekken. Een passagier die bovenop een bus zit is woedend en wijst naar me en roept me iets toe wat ik gelukkig niet kan verstaan. Hij wil niet dat ik foto's neem. Het is voor het eerst dat iemand op deze manier reageert. Over asfalt rijden we naar de kustplaats Lindi. De palmbomen bepalen het landschap, net als langs de kustweg in Mozambique. We zitten nog geen 150 kilometer van de grens met Mozambique. Lindi is een stadje met vervallen koloniale gebouwen. De gebouwen en de straten herinneren aan vervlogen tijden, het leven op straat aan iedere ander Afrikaans dorp.

Ik doe mijn ogen dicht
Vanaf Lindi wordt de weg erg slecht. We rijden nu langs de kust naar het noorden richting Dar es Salaam. Op dit traject vindt veel meer publiek transport plaats. Naast de kleine taxibusjes, dala dala's, rijden er grote bussen en vrachtwagens. Voor ons op een steile helling van diep zand zit een bus vast. Twee vrachtwagens staan met hun neus omlaag op de steile helling. De mensen ernaast geven aanwijzingen en om de beurt zakken de vrachtwagens langs de bus de helling af naar beneden. Aan beide zijde van de bus is net genoeg ruimte om ze er langs te laten, een vrachtauto schampt langs de bus maar verder gaat alles goed. Als zij beneden zijn is het onze beurt, de jongens op de helling geven aan dat we kunnen komen. Coen zet de auto in zijn 4x4 hoog en geeft gas. We vliegen omhoog en komen naast de bus te rijden, het diepe zand laat de auto opzij slippen en opeens zie ik de stilstaande bus recht op me afkomen, de jongens springen weg. We naderen de bus met hoge snelheid en ik doe mijn ogen dicht. Als ik ze een fractie van een seconde later open doe is de neus van onze auto weer in de goede richting gedraaid. We sjezen verder omhoog en Coen stopt de auto, als hij spreekt trilt zijn stem. Het heeft niet veel gescheeld. We schoten rakelings langs de bus en miste hem op een haar na. Dankzij de goede stuurcorrectie van Coen is Iz er zonder kleerscheuren vanaf gekomen. We bespreken wat er verkeerd ging en moesten terugdenken aan de 4x4-cursus die we in Nederland gevolgd hadden. Harry, de instructeur, had ons nog zo op het hart gedrukt eerst ter plaatste poolshoogte te gaan nemen om vervolgens met beleid de hindernis te kunnen nemen. Dat hadden we dus niet gedaan. Een les voor de volgende keer.

Kilwa
De bussen die we tegenkomen rijden als gekken. Ze verminderen geen vaart en gaan niet aan de kant als wij naderen. Ze denderen over de piste, door gaten, over stenen en glijden over zand en modder. Wij vrezen op sommige momenten voor ons leven. Een bus komt recht op ons af en wij kunnen geen kant op, links van ons bevindt zich een aarde wal. De chauffeur verliest de macht over zijn stuur en komt met een rotvaart over de piste die heuvelafwaarts loopt recht op ons af. We houden onze adem in en zien hem langzaam weer grip op de weg krijgen en van ons afdraaien.
Het worden nageroepen en gesist begint ons al lichtelijk de keel uit te hangen en als een kleine jongen een steen naar de auto gooit heeft Coen het gehad. Coen gooit zijn deur open en rent de kleine jongen achterna. Ik hoor de jongen gillen als een speenvarken. Vlakbij de hut waar zijn ouders zitten geeft Coen hem een draai om zijn oren. Tevreden stapt hij weer in de auto en zegt dat deze jongen het in ieder geval niet meer in zijn hoofd zal halen om stenen te gooien. Ik leer Coen wel goed kennen tijdens deze reis. We stoppen om wat mango's te kopen. Het meisje die ze verkoopt heeft waarschijnlijk nog nooit een blank persoon van dichtbij gezien. Ze kan niet meer ophouden met giechelen en weet zich met haar houding geen raad als ik de mango's bij haar afreken. In het donker komen we in Kilwa Masoko aan. Na lang zoeken vinden we een plek om te kamperen. Het was een lange zware dag, over de 340 kilometer hebben we dertien uur gedaan.

Bushcamp
We hadden verwacht dat we bij Ndundu met de pont de rivier zouden moeten oversteken, maar er was een spiksplinternieuwe brug voor in de plaats gekomen. En niet zo maar een brug, het is de langste brug van heel zuidelijk en oostelijk Afrika. De dorpjes zijn primitief, de mensen hebben niets en dan rijd je opeens op een supermoderne gigantisch grote brug. We worden gestoord van het sissen en naroepen en mensen die hun armen spreiden om iets te ontvangen. Je blijft als blanke toch een rijdende geldmachine. Aan het begin en het einde van de dorpjes die we passeren liggen touwen over de weg die aangespannen kunnen worden om auto's te kunnen stoppen. Een man die naast een touw zit wil geld van ons hebben we begrijpen dat hij doelt op tol voor de weg. We rijden gewoon door en Coen roept hem na dat we pas tol betalen als zij er voor zorgen dat de wegen in goede conditie zijn. Het wordt alweer donker en Coen wil liever niet s'avond laat in Dar es Salaam aankomen. We stoppen in een dorpje en een jongen die een beetje Engels spreekt helpt ons met het bestellen van patat en een omelet. Daarna gaan we op zoek naar geschikte plek voor een bushcamp. We vinden een pad waar we uit het zicht staan. We luisteren intensief of we stemmen horen. We klappen de tent open en gaan slapen. De wekker staat om vijf uur zodat we niet wakker worden met een kluwen mensen om de auto heen.

Dar es Salaam - haven van de vrede
Zodra we Dar es Salaam naderen staan we vast in de ochtendspits. We komen slecht stapvoets vooruit. De dala dala's nemen sluiproutes en persen zich overal tussen. Coen rijdt in steden en ik zorg voor de navigatie. De smalle straten van Dar zijn gevuld met toeterende auto's. We gaan eerst naar de toeristeninformatie en dan naar het internetcafé. Om bij de camping te komen moeten we met een pont over een zeetong naar een oostelijk gelegen wijk van Dar. We rijden te ver door en moeten opnieuw het centrum door om via de eenrichtingsstraten bij de pont uit te komen. Luid claxonnerend lukt het Coen om ons weer tussen de stroom auto's te voegen in de richting van de oceaan. Een steile helling leidt naar de pont. De pont (gedoneerd door een Europees land) wordt volgeladen met auto's en mensen. Terwijl de pont al weg vaart springen er nog mensen op het dek. Ingepakt tussen de Afrikanen moet ik terugdenken aan een conversatie die ik ooit had met een Surinaamse vriendin. Zij vertelde dat het haar altijd een onprettig gevoel had gegeven om in een klas te zitten met alleen maar blanken kinderen. Ik snapte het niet goed want ze vertelde ook dat ze geaccepteerd werd en het met de anderen kinderen naar haar zin had. Ze legde uit dat het gaat om het gevoel anders te zijn. Als er iets zou gebeuren zou zij degene zijn die zichtbaar anders was en dit zou zich tegen haar kunnen keren. Staand tussen enkel zwarten mensen, op zo'n klein oppervlak, begreep ik wat zij bedoelde. Ik was niet één van hen.

Indische Oceaan
De pont zette ons af in de wijk Kikamboni en we reden verder naar Mjimwema waar de camping Kipepeo zich zou moeten bevinden. Vlakbij de camping zien we een bekende auto op ons afkomen. Het is de witte Land Rover 130 van André. We hadden hem al eerder in Mozambique ontmoet. Samen met André en zijn vriendin Riki zijn we naar het eiland Bazarute geweest. Hij verblijft op de camping naast Kipepeo en we besluiten om daar ook te gaan staan. Sunrise Beach wordt door Indiërs gerund en het ziet er netjes en lux uit. We drinken met André een drankje aan het strand. De kleuren van de Indische Oceaan zijn adembenemend mooi. Na drie dagen vertrekt André om de Kilimanjaro te beklimmen en voor een onderzoek onder de Masai. Hij heeft per sms Riki in Zuid-Afrika ten huwelijk gevraagd en als hij terug komt hebben we hem belooft gezamenlijk de bruiloft te verzorgen. Coen en ik verhuizen naar Kipepeo Beach, we hebben daar meer privacy, schaduw en er komen andere reizigers.

Telkens worden we doorverwezen
We gaan dagen achtereen de stad in op zoek naar nieuwe schokbrekers. Het is onmogelijk om schokbrekers voor een Jeep te vinden dus we hebben iemand nodig die schokbrekers van een Toyota kan aanpassen. Coen en ik hebben samen een schroefveer onder de auto vandaan gehaald omdat die volgens Coen korter was geworden door het rijden met een kapotte schokbreker. Bij een winkeltje van Indiërs vinden we Old Man Emu schokbrekers voor Toyata Land Cruiser. Makota ontmoeten we bij het bedrijf AutoMech en hij wil in zijn eigen tijd alles voor ons aanpassen. Coen maakt een werktekening van een afstandsring om de auto aan de voorkant drie centimeter te verhogen en legt aan Makota uit wat er aan de schokbrekers moet worden veranderd. Hij vraagt zich af of Makota de tekening wel kan lezen. Hij heeft bevestigend geantwoord maar onze ervaring heeft geleerd dat Afrikanen soms bevestigend antwoorden als ze het niet begrijpen. Geen van de winkeltjes heeft een schroefveer voor een Jeep of een die overeenkomt met die van de Jeep. Telkens worden we doorverwezen naar een andere winkel. Ze halen van alles te voorschijn maar er zit er niet een bij met de juiste maten.

Mzungu-prijs
Als de zoveelste jongen op straat naar ons toekomt om te zeggen dat hij de juiste heeft geloven we er niet meer in. Na twintig minuten heeft de jongen ons weer gevonden en in zijn hand heeft hij een tweedehands schroefveer. Coen vergelijkt hem met die van ons en hij is identiek. Hij is iets langer dan de veer die we bij ons hebben maar dat is ook precies de bedoeling. Hij vraagt er 5000 Tanzaniaanse Shilling (ongeveer 50 dollar) voor. We vertellen hem dat we het een mzungu-prijs vinden en dat we hem voor minder willen kopen. De onderhandelingen vinden plaats in het winkeltje van de Indiërs. Er wordt gelachen als wij hun laten weten dat we ons er bewust van zijn dat er aan ons een mzungu-prijs wordt gevraagd. Coen zegt niet meer dan TS 2000 te willen geven. De jongen loopt samen met zijn vriend hand in hand naar buiten. Ze gaan overleggen over de prijs. We worden het uiteindelijk eens en betalen TS 2500. Tevreden vertrekken we per taxi naar de pont. Aan de ander kant van de pont nemen we een taxi naar Kipepeo. Later horen we van de Indiër dat de twee jongens slaande ruzie hebben gekregen met de marktkoopman van wie de schroefveer was. De jongens waren tussenpersoon en hebben de veer goedkoper aan ons verkocht dan afgesproken met de marktkoopman. Daarnaast hadden ze TS 1000 zelf gehouden en maar TS 1500 aan de marktkoopman gegeven. Toen de ruzie uit de hand liep heeft de Indiër zijn winkel maar gesloten. Op vrijdag 12 december ontmoeten we Makota aan de stadskant van de pont. De spullen liggen in de achterbak van zijn auto en vol spanning bekijkt Coen alles en meet alles na. Opgelucht bedankt hij Makota. Het is niet allemaal even mooi maar Makota heeft precies gedaan wat Coen gevraagd heeft.

Een ongeluk
Coen heeft al dagen onder de auto gelegen om onderhoud te verrichten en alles te demonteren maar nu moet alles nog onder de auto gezet worden. Ik wil ook wel eens iets anders doen maar Coen heeft toch af en toe mijn hulp nodig. Samen proberen we de springveer aan de linkervoorkant eraf te krijgen. Aan de andere kant hadden we dit al eerder gedaan maar het voelde nu niet zo gecontroleerd. We waren moe en hadden er allebei geen zin in maar we probeerde toch deze lastige klus te klaren. Ik had de stang van de hi-jack vast die ik tussen de veer had geplaatst om deze op te lichten. Toen opeens de veer opzij sprong sloeg de stalen pijp uit mijn hand tegen mijn linkerpink aan. Het ging zo snel had dat ik niet goed in de gaten had wat er gebeurde. Intuïtief tilde ik mijn hand op om mijn pink in mijn mond te doen. Ik zag het bovenste deel van mijn pink loszitten. Het vlees was helemaal wit en de nagel hing er los voor. Ik schrok me helemaal rot en schreeuwde waardoor Coen gealarmeerd raakte. Ik rende met mijn linkerhand omhoog, gesteund door mijn rechterhand, over de camping naar de wasbakken. Er flitste door me heen dat ik in Afrika was en dat als ik niet accuraat en doortastend zou handelen ik het bovenste deel van mijn pink zou kunnen kwijtraken.

Mijn pink werd gehecht
Ik was er diep van doordrongen dat als ik zou twijfelen of in paniek zou raken het verkeerd zou kunnen aflopen. Coen die achter me aan was gerend stuurde ik terug om de EHBO-kist te gaan halen. Toen hij terug kwam stuurde ik hem meteen weer weg om ijs te gaan halen. Het ijs hield ik aan twee kanten tegen mijn vinger aan. Ik liet het meisje wat was toegesneld de manager halen. Amani, de tweede manager van Kipepeo, belde ergens naar toe en liep toen met mij naar het busje van Kipepeo. Coen kwam aansnelt en ik riep nog naar Tal dat ze op onze spullen moest letten. Met een rotvaart reden we met het busje over de weg richting de pont. Ik hield het ijs tegen mijn pink en Coen hield mij vast omdat er geen veiligheidsriemen in het busje zaten. We waren bang dat we met de pont naar Dar moesten. Vaak was één van de twee ponten kapot en ook al zouden ze allebei varen dan kon het nog makkelijk een uur duren. Amani stelde ons gerust en zei dat de dokter zich aan deze kant van de pont bevond. We reden van het asfalt het aarden pad op naar een klein lokaal ziekenhuisje van een kerk. De dokter was al op de hoogte gesteld en kwam er meteen aan. Hij bekeek mijn pink en stelde vragen in het Swahili. Hij sprak geen Engels. Amani vertaalde alles wat er gevraagd en gezegd werd. We vroegen ons af waar deze dokter had gestudeerd omdat hij geen Engels sprak. Hij bracht me naar een kamertje aan de overkant van de gang. Er stonden op zijn minst vijf personen in de kamer. De zuster bracht een injectiespuit met verdovingsvloeistof. Wij waren er niet zeker van of de injectiespuit steriel was en lieten weten bang te zijn voor een HIV besmetting en dat we graag wilde dat ze de spuit in ons bijzijn uit de verpakking haalde. Ze begrepen het en er kwam een nieuwe spuit en verdovingsvloeistof uit een onaangebroken flesje. Ik durfde niet meer te kijken en vroeg Coen om op te letten of zij het goed deden en of alles onder steriele omstandigheden gebeurde. De nagel die toch al loszat werd verwijderd en mijn pink werd aan beide zijkanten weer op elkaar gezet en gehecht. Ik kreeg antibiotica en pijnstillers mee en de dokter zei dat ik na een week weer terug moest komen.

Eerst de nacht maar eens doorkomen
Terug op de camping kletsten we met Tal en Bryant, een Canadees advocaten stel dat met de rugzak door Afrika reist. We aten in het restaurant. Zelf koken deden we al niet meer sinds we in Dar waren aangekomen. Ik was blij met de steun en het gezelschap van Tal en Bryant. In de tent bespraken Coen en ik wat we verder moesten doen. We vertrouwde het niet helemaal met mijn pink. We vonden het wel erg raar dat we pas na een week moesten terugkomen en het verband moesten laten zitten tot die tijd. We besloten dat we eerst maar eens moesten zien de nacht door te komen en dan zouden we in de ochtend beslissen wat we zouden doen.

Dieven in de nacht
We werden wakker van gegil door Bryant. Voor ik er erg in had, had ik me omgedraaid en had ik de tent open geritst. Ik was even vergeten dat ik voorzichtig moest zijn met mijn pink. De schreeuw klonk als iemand die zich verwonde, of was dat mijn projectie omdat ik net het ongeluk had gehad? Ik riep naar Bryant en vroeg wat er aan de hand was maar Coen duwde me terug in de tent en stond binnen een mum van tijd in zijn nakie voor de tent van Bryant en Tal. Coen zag voordat hij uit de tent sprong een man over het strand wegrennen. Een man probeerde in de tent van Bryant en Tal in te breken maar struikelde over een scheerlijn waardoor Bryant wakker werd. Twee andere mannen probeerde bij een stel uit Dar in de tent in te breken. De askari's (bewakers) kwamen pas na een paar minuten aangerend en zette de achtervolging alsnog in. Bryant vertelde Coen dat er drie maanden eerder op Kipepeo een Nederlandse jongen door een dief door zijn hoofd was geschoten. Hij had het overleefd omdat er toevallig twee Zuid-Afrikaanse artsen aanwezig waren met een volledig medische uitrusting. Coen vond dat ik deze zaterdag de dertiende december al genoeg te verwerken had gehad en hield deze informatie nog maar even achter.

Terneergeslagen en bezorgd
Op zondag kwamen alle expats naar Kipepeo om het drukke naar uitlaadgassen ruikende Dar even te ontvluchten. Een Nederlandse expat gaf me het adres van het Aga Khan ziekenhuis in Dar en Coen en ik vertrokken na het ontbijt naar het ziekenhuis. Er werden röntgenfoto's gemaakt en gelukkig was het bot niet geraakt. Ik kreeg een tetanusinjectie en mijn pink werd bekeken. Na twee dagen moest ik terugkomen om het verband te laten verschonen. Toen we twee dagen later van de pont afstapte onderweg naar het ziekenhuis zagen we de Land Rover van André. Hij was onderweg naar de camping. Ook zijn tweede poging om de Kilimanjaro te beklimmen was mislukt. De eerste keer had het aan hemzelf gelegen maar deze keer mocht hun groep niet verder omdat het was gaan ijzelen en het pad onbegaanbaar was geworden. André reed de pont op en wij gingen eerst langs bij het ziekenhuis. In het ziekenhuis kreeg de zuster het verband er niet af want het zat vastgeplakt aan de hechtingen. Ik vroeg of ze een arts wilde roepen omdat ik bang was dat ze schade zou aanrichten. De arts ging niet veel voorzichtiger te werk. We vroegen hem of er een ontsteking in mijn vinger zat omdat er rare bulten op zaten. In zijn beste Engels gaf hij ontwijkende antwoorden en de moed zakte ons weer in de schoenen. Hij schreef andere antibiotica voor en we vertrokken weer met de pont naar Kikamboni. We waren terneergeslagen en bezorgd en vroegen ons af of we niet beter naar Nederland konden vliegen.

Opgelucht
Toen we de pont afstapte zagen we André's Land Rover geparkeerd staan voor een kleine plaatselijke apotheek. We waren alle twee van streek en waren erg blij dat André terug was. André is arts neuroloog. Ik liep naar hem toe en na mijn uitleg ging hij de dokterstas uit zijn auto halen. In de apotheek, die tijdelijk werd gesloten, haalde hij het verband van mijn pink en keek er naar door een microscoop. Hij zag nog wat vuil in de wond zitten en haalde dat eruit. Hij zag dat de antibiotica die ik net had meegekregen in het ziekenhuis niet de juiste was. Hij zorgde ervoor dat ik de juiste antibiotica kreeg van de apotheker. Coen had het even te zwaar en stond buiten de apotheek op ons te wachten. We waren zo blij en opgelucht dat André er was.

De wetten van onderweg zijn in Afrika
Twee weken lang heeft André voor mijn vinger gezorgd. s'Morgens vertrok ik met mijn blauwe plasticzakje met gaasjes, jodium, leukoplast en een schaar naar zijn caravan. Het haalde het verband eraf, keek naar de wond, maakte het schoon en verbond het weer. Als ik ongerust was kon ik altijd bij hem langskomen en beantwoorden hij mijn vragen. Langzaamaan besefte we ons hoe ernstig de verwonding was en hoe ontzettend veel geluk we hadden dat André er was om het in de gaten te houden. Toen ik ontzettende pijn in mijn vinger kreeg constateerde André dat ik een ontsteking in een spier had en gaf hij me injecties om de ontsteking te verhelpen. Altijd was hij bereid om te helpen en hij wilde geen vergoeding voor de medicijnen of zijn diensten. Volgens hem zijn dat de wetten van onderweg zijn in Afrika. Iedereen helpt elkaar anders overleef je het niet. Als hij met pech langs de weg staat zal iemand stoppen om hem te helpen. Als iemand een dokter nodig heeft zal hij zijn diensten aanbieden zonder er iets voor terug te vragen. Kleur van de huid is niet belangrijk, zonder elkaars hulp overleef je Afrika niet. In de tijd dat we met André optrokken hebben we hem menigmaal mensen zien helpen. Een jongetje dat was aangereden door een dala dala, een man die door een wesp in zijn tong was gestoken, twee Masai kinderen die op het randje na dood waren door ernstige ondervoeding en uitdroging. Ook lierde hij een overbeladen handkar omhoog op de steile helling van de pont. Dit was een prachtig gezicht. Achter het hek stond een massa Afrikanen te wachten op de pont. Tien mannen stonden met bezweet bovenlijf te duwen tegen de handkar maar er kwam geen beweging in. André, op en top Zuid-Afrikaan, een grote man met zonnebril in een totaal uitgeruste Land Rover biedt ze aan om de kar omhoog te lieren. De volgende pont kwam er al aan en ze moesten nu snel zien weg te komen. Met de lier was het een eitje. Langzaam maar zeker kwam de kar naar boven. De mannen waren verguld en staken hun duimen op naar ons. André was alweer met andere dingen bezig, voor hem was zoiets de normaalste zaak van de wereld.

Niets uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.

Mirjam van Tiel & Coen Barthels © 2004