|

 

Achteraf is een winkeltje
waar ze stofhoezen verkopen

Oh wat zijn ze mooi
Twee kleine meisjes voor
een hut in Senga Bay


Senga Bay








Op de markt in Senga Bay
 
Met Harold en Birgit


Cool Runnings, een oase
midden in dit Afrikaans dorp
 
Mirjam neemt de hele stapel
tijdschriften door


Plof...
wat valt daar uit de boom op onze tent?


Stofhoezen van Rancho 5000,
gesmolten in Afrika


Altijd aan het klussen


Lake Malawi,
boomstamkano's


Lake Malawi, kinderen uit Senga Bay




Zeilen met de Cat op Lake Malawi


Marino en Sarah
(www.defvalue.com/afrika)


Samantha van Cool Runnings, Senga Bay


Langs de weg
verkopen ze bananen en mango's







Onderweg naar Livingstonia


Livingstonia


The Stone House


Uitzicht vanuit Livingstonia op Lake Malawi
|
REISVERSLAG 8 (Malawi)
Geschreven door: Mirjam, 2 - 7januari 2004
Zaken die niet koosjer zijn
Op 14 november 2003 steken we de grens over naar Malawi. Bij de
grensovergang worden we wederom belaagd door geldwisselaars. Coen
twijfelt of we geld moeten wisselen omdat we misschien Malawi Kwacha
nodig hebben om bij de grenspost een autoverzekering aan te schaffen.
In het grenskantoor van Zambia vraag ik aan de beambte of de geldwisselaars
betrouwbaar zijn en of we MK nodig hebben als we Malawi in gaan.
De beambte lijkt snel na te denken over hoe hij mijn vraag zal beantwoorden,
of hij me de waarheid zal vertellen of een leugentje zal verkopen.
Hij kijkt me nog eens aan, lacht dan en zegt dat de geldwisselaars
ons willen belazeren. Als ik weer buiten sta met overal om ons heen
de geldwisselaars ben ik verontwaardigd. Links van ons bevindt zich
een politiepost en rechts van ons zit een douanebeambte onder een
boom. De geldwisselaars doen onder hun neus zaken die niet koosjer
zijn maar zowel de politie als de douanebeambten doen er niets aan.
Volgens Coen moet ik me niet zo druk maken. "This is Africa,
darling", is wat we tegenwoordig tegen elkaar zeggen in dit
soort situaties.
De jaren vijftig
Het is niet ver van Chipata naar Lilongwe. Als we aankomen rijden
we naar het nieuwe gedeelte van de stad in de hoop daar, voor het
eerst sinds Zuid-Afrika, weer geld te kunnen pinnen. Maar pinnen
lukt niet. We laten iemand op de auto passen en gaan een bank in.
De mensen gaan gekleed zoals in de jaren vijftig. Ook de aankleding
van het gebouw lijkt een kopie uit die tijd. De meeste vrouwen dragen
rokken. Het schijnt dat nog steeds niet iedereen eraan gewend is
dat vrouwen weer broeken mogen dragen. Toen Banda president was
(vanaf de onafhankelijkheid tot 1994) was het verboden voor vrouwen
broeken te dragen. De mannen dragen pantalons en overhemden uit
vervlogen tijden, alsof ze gekocht zijn op de Noordermarkt. De mensen
zijn vriendelijk. We nemen geld op met de Visa-card en binnen anderhalf
uur staan we weer op straat, waar de verkopers naar je roepen en
blijven vragen of je iets bij hun koopt. We overnachten in Kiboko
Camp, in de oude stad.
Voetpaden
Weer uitgerust gaan we de volgende ochtend lopend de stad in. Het
is druk en zoals in bijna alle Afrikaanse steden en dorpen ligt
er overal afval. Voetpaden zijn er nauwelijks. Langs de kant van
de weg zijn er paden ontstaan in de rode aarde. Soms moet je springen
of klauteren om je weg te kunnen vervolgen. Daar waar wel voetpaden
zijn moet je erg goed opletten waar je loopt. Er kan een plaat ontbreken
en voor je gaapt een gat van minstens één meter diep.
We gaan naar het Internetcafé en beantwoorden onze mailtjes.
Bij de apotheek kopen we preventief bilharzia medicatie. We zijn
niet van plan te gaan zwemmen in Lake Malawi maar het is toch handig
om het bij ons te hebben.
Verontwaardigd
Bij de Shoprite kopen we onze lunch. We zien veel dure 4x4's, het
zijn projectauto's en auto's van regeringsmedewerkers. Het zijn
echt super-de-luxe blinkende auto's, een schril contrast met de
arme bevolking. Terwijl we onze lunch opeten voor de Shoprite komt
er een jongen aan die een oudere blinde man begeleidt. Een stok,
waarvan zij beide een uiteinde vasthouden, verbindt hen. Het is
duidelijk dat deze mensen heel arm zijn. Ze hebben haast geen kleren
aan, en de kleren die ze aanhebben zijn tot op de draad versleten.
Ze bedelen om geld terwijl wij net onze luxebroodjes aan het eten
zijn en cola drinken. Ik voel me ongemakkelijk maar word ook boos.
Precies achter hun staat een Land Cruiser geparkeerd, het nieuwste
model. De eigenaar zit in de auto te wachten totdat zijn collega
uit de supermarkt komt. De raampjes zijn dichtgedraaid, wat duidt
op de aanwezigheid van airconditioning. Op de deur staat met grote
letters: "Ministery of Health". De man in de auto lijkt
de blinde man niet te zien staan. Terwijl de jongen en de blinde
man onophoudend hun hand ophouden in onze richting, wijs ik naar
de Land Cruiser achter hen. "Daar moet je zijn", zeg ik
tegen hun in het Nederlands. "Zij moeten voor je zorgen."
Niet dat ze Nederlands zullen verstaan en niet dat het iets aan
de situatie zal veranderen, maar ik ben verontwaardigd.
Hulpverlening aan Afrika
Mijn hele kijk op hulpverlening aan Afrikaanse landen is veranderd
sinds onze reis. Het lijkt niet te werken wat Europese en andere
rijke landen in Afrika aan het doen zijn. Het geld komt niet daar
waar het het meeste nodig is maar verrijkt een kleine groep. Ook
wordt door goed bedoelde hulp de plaatselijke industrie ondermijnd.
Een Europese jongen die in Zambia bezig is met een landbouwproject
vertelde ons het volgende verhaal. Zodra er een hongersnood ontstaat
wordt de westerse hulpmachine in gang gezet en ongeveer een half
jaar later wordt er ter plaatse voedsel uitgereikt. De gewassen
die ten tijde van de hongersnood geplant werden zouden echter een
half jaar later ook geoogst kunnen worden, maar deze zijn door de
voedselhulp onverkoopbaar geworden. Het gevolg is dat de oogsten
wegrotten op het land en omdat men in Afrika bij de dag leeft worden
er geen nieuwe gewassen aangeplant en is de kans op een nieuwe hongersnood
groot.
De zak van Max
En dan zijn er alle schoenen en kleren die wij zo netjes in de daarvoor
bestemde bakken doen bij de supermarkt op de hoek of in de zak van
Max. Deze worden niet uitgedeeld maar voor veel geld verkocht op
de markt. Het lijkt niet nodig voor een stad om zelf schoenen of
kleren te produceren, op de markt kunnen de mensen die het zich
kunnen veroorloven kleren kopen met hippe teksten en merknamen.
Coen en ik hebben het er vaak over wat nu het beste zou zijn. Hoe
je hulp kan geven daar waar het echt nodig is, en dat het vooral
duurzaam moet zijn. Maar we horen vaak van hulpverleners die we
tegenkomen dat zodra het project is afgelopen mensen terugvallen
in oude patronen en de nieuw verworven kennis weer verloren gaat,
of dat de nieuw aangelegde weg niet onderhouden wordt omdat er geen
geld voor is (of geen interesse om hem te onderhouden). Wij zijn
er nog niet uit. We staan open voor alle informatie die de mensen
die we tegenkomen ons hierover kunnen geven.
Stofhoezen
We lopen naar de markt op zoek naar stofhoezen voor de schokbrekers.
Het is een grote, drukke markt. Alert op eventuele zakkenrollers
lopen we door de mensenmassa. We zien de stapels gedoneerde schoenen
liggen. We worden van de ene naar de andere winkel gestuurd en ergens
achteraf is een winkeltje waar de eigenaar zegt dat zijn broer de
stofhoezen heeft. Hij rent weg en na een kwartier komt hij bezweet
terug met de stofhoezen. Ze volstaan, en na het gebruikelijke afdingen
gaan we op weg terug naar Kiboko Camp.
Heel anders dan mijn balkon in Amsterdam
s'Morgens rijden we via Salima naar Senga Bay. Het landschap doet
lieflijk aan, glooiende heuvels waar hutten bovenop liggen. Wat
een ruimte! De mensen zitten voor hun hut en kijken uit over het
uitgestrekte land voor zich. Heel wat anders dan mijn balkon in
Amsterdam van anderhalve vierkante meter met uitzicht op een binnenplaats
omringd door huizen. Het landschap wordt meer bergachtig en dan
komen we bij het meer. Het dorpje Senga Bay ziet er armoedig uit
en aan het begin ervan ligt een afvalberg. De blauwe plasticzakjes
vallen het meeste op. Er staan allerlei bordjes die verwijzen naar
overnachtingsplekken, maar die liggen in het dorpje, en dat ziet
er niet erg aantrekkelijk uit. Aan het eind van het dorp vinden
we een aardige camping, prachtig gelegen aan het strand van Lake
Malawi. Wat vreselijk dat we hier niet kunnen zwemmen vanwege bilharzia!
We zoeken een plekje en drinken een colaatje aan de bar. Ondertussen
vragen we ons af waar het leidingwater vandaan komt. We zien buizen
vanuit het meer in de richting van de watertanks lopen. Zou je ook
bilharzia kunnen krijgen door met het water uit het meer te douchen?
De barman verteld ons dat het water inderdaad uit het meer wordt
gepompt maar dat ze het zuiveren. Ze kunnen me nog meer vertellen
maar hier ga ik niet eens mijn handen mee wassen. Aan de bar zit
een groepje Indiërs, het zijn louche types. Wij krijgen er
een onbehaaglijk gevoel van. Als we eens goed rondkijken op de camping
zien we dat de meeste mensen dagjesmensen zijn. Dit in combinatie
met de vreemde snuiters aan de bar doet ons besluiten om verder
te zoeken naar een andere camping.
De middeleeuwen
We rijden toch maar het dorp in en na een slingerweg dwars door
het dorp komen we uit bij Cool Runnings. In het dorp overheersen
de aarde kleuren. Het is er stoffig en vuil. Het lijkt alsof je
in de middeleeuwen bent beland. Vrouwen zitten op de veranda van
hun hut, sommige liggen languit te luieren. Kippen met kuikens achter
hen aan, lopen vrij rond en pikken naar voedsel. Een varken rent
over het aarde pad. Kinderen rennen voorbij, stoppen, hurken neer,
plassen en rennen weer verder. Het hek van Cool Runnings staat open
en we rijden het terrein op. Een huis omgeven door een glooiende
zee van prachtig groen gras doet deze plek op een oase lijken, midden
in dit Afrikaans dorp. Cool Runnings ligt aan het meer. Het is heerlijk
Europees: goed onderhouden, goed verzorgd en schoon. Het is eigenlijk
een woonhuis, en Samantha laat niet meer dan 15 personen op Cool
Runnings verblijven. Naast kamperen kun je er ook een kamer in het
huis huren. Sam runt alles in haar eentje, in Salima heeft ze ook
nog een bar waar ze alles voor moet regelen. Sam komt uit Zimbabwe,
heeft als kind ook nog in Malawi gewoond en later met haar man in
Zuid-Afrika. Na haar scheiding is ze naar Malawi gekomen en heeft
ze Cool Runnings opgezet. Bij de bar, met uitzicht op het meer,
staan luie stoelen en er liggen tijdschriften. Na maanden zonder
tv voelt bladeren in een tijdschrift als een heerlijkheid. Ik neem
in de dagen dat we er verblijven de hele stapel door. Coen haalt
de schokbrekers onder de voorkant van de auto vandaan, kijkt ze
na, poetst ze, doet de nieuwe stofhoezen eromheen en monteert ze
weer onder de auto. Als Coen dit zou schrijven zou deze alinea vast
uit meer zinnen bestaan. Hij klaagt af en toe wel dat hij het zo
druk heeft met zijn geklus, maar volgens mij kan hij ook niet zonder.
Hij schijnt van jongs af aan altijd al aan het klussen te zijn geweest.
Lake Malawi
Het is voor het eerst dat ik zo'n groot meer zie. Het ziet er uit
als de zee maar voelt toch niet hetzelfde. Als we aankomen is het
wateroppervlak zo glad als een spiegel, vissers komen terug met
hun vangst. Later gaat het stormen en zijn er hoge golven. De vissers
schijnen te weten wanneer het meer kalm is, ze vertrekken dan aan
het eind van de dag in hun boomstamkano's en peddelen het meer op,
vergezeld door twee grotere boten. s'Avonds en s'nachts zie je vanaf
het strand de lichtjes van de boten die op een rij in het water
liggen.
78% HIV
We ontmoeten Birgit en Harold, een Duits stel dat in Malawi op vakantie
is, en Beth en Johanz. Beth komt uit Amerika maar werkt al jaren
in verschillende Derde Wereldlanden voor verscheidene projecten.
Johanz komt uit Namibië en heeft jaren in Tanzania gewerkt
en werkt nu voor een Duits project in Malawi. Beth werkt voor een
project gericht op Aids preventie. Ze vertelde dat 78% van de inwoners
van Senga Bay HIV geïnfecteerd is. Dit is beduidend hoger dan
in de rest van Malawi waarschijnlijk door de twee militaire instellingen
die hier gevestigd zijn, en door de armoede prostitueren meisjes
zich voor voedsel of weinig geld. In de plaatselijke bar kun je
voor twintig dollarcent een meisje oppikken. De beach boys
kosten aanzienlijk meer, daar betaal je 30 à 40 dollar voor
(Vreemd! de emancipatie van de vrouw is blijkbaar nog niet doorgedrongen
in Afrika). Blanke vrouwen komen speciaal naar Malawi om met deze
goedgebouwde beach boys de nacht door te brengen. Beth vertelde
dat ze tegenwoordig niet meer de agressieve aanpak hanteren bij
de Aids-preventie campagnes. Die hebben er alleen voor gezorgd dat
geïnfecteerde mensen gestigmatiseerd werden en zich buiten
de maatschappij geplaatst voelden. Momenteel zijn de campagnes meer
gericht op de positieve kanten, dat je nog verder kunt leven met
aids en dat het belangrijk is om deel te blijven nemen aan de maatschappij.
De regering steunt de aids-preventie en medicijnen worden gefinancierd.
Het probleem in Malawi is echter dat mensen met HIV vaak niet regelmatig
en gevarieerd genoeg eten, wat juist erg belangrijk is als men zware
aids-remmers slikt.
Het voelde als vanouds
Beth en Johanz wonen in Lilongwe maar hebben allebei een conferentie
in Senga Bay. Ze logeren bij Sam en als ze terugkomen van de vergaderingen
drinken wij drankjes met hen, Harold en Birgit. Ze verzekeren ons
dat op deze plaats in Lake Malawi geen bilharzia voorkomt. Het komt
alleen voor daar waar er geen golfslag is en waar riet groeit. We
zijn nog steeds niet bereidt om te gaan zwemmen maar de catamaran
ligt vanaf het gras naar ons te lonken. Vroeger gingen we met ons
gezin in de zomer elk weekend zeilen in Friesland. Mijn ouders hadden
een platbodem, De Windhandel. Mijn zus en ik hadden eerst een Middellandse-zeejol
genaamd TEAM en daarna een Vaurien genaamd Funny Lady. Ik heb fijne
herinneringen aan het zeilen. Het klotsen van het water tegen de
boot terwijl mijn zus en ik in het vooronder van de platbodem lagen
te slapen. Met slecht weer hadden we onze regenpakken aan met onze
zwemvesten eroverheen. Heerlijk vond ik dat! Lekker warm ingepakt,
de wind door mijn haren en de zeilen vol wind. Coen heeft van jongs
af aan veel gewindsurft en ook gezeild. We konden de verleiding
dan ook niet langer weerstaan. De Cat werd voor ons opgetuigd en
daar gingen we, het meer op. Het voelde als vanouds, de helmstok
in mijn ene hand, de schoot van het grootzeil in mijn andere. Het
is als schaatsen, je verleert het niet. Scherp aan de wind varen
vinden Coen en ik het allerleukst en het liefst zouden we één
drijver van de Cat uit het water krijgen. We kijken naar elkaar
en genieten van elkaars glunderende gezichten. Het werkt verslavend,
de volgende morgen gingen we weer en aan het eind van de middag
nogmaals.
Westerse inmenging of niet?
Op 20 november verzorgde Sam s'avonds een barbecue. s'Middags kwam
er een Zuid-Afrikaanse Land Rover aan. Het waren Belgische overlanders
Sarah en Mariono, die hun auto in Kaapstad hadden gekocht. Tijdens
de barbecue spraken we over de problematiek in Afrika en de westerse
inmenging bij de oplossing hiervan. Samantha was voor ons een bron
van informatie met haar levenservaring opgedaan gedurende haar leven
in Afrika. Harold, Birgit, Sarah, Marino, Coen en ik, met onze Europees
gekleurde visie, die mij onder andere beïnvloed lijkt door
het schuldgevoel over het koloniale verleden, waren nog bezig met
het vormen van een mening. Sam had al duidelijk haar mening gevormd.
Alle hulp is zinloos
Alle hulp was volledig zinloos volgens haar. De mensen zouden de
veranderingen toch nooit doorzetten, zodra de hulpverleners zich
terugtrokken was er al snel niets meer zichtbaar van de geboden
hulp. Ze had het al zo vaak gezien en ook hier in Senga Bay veranderde
er niets aan de vaste patronen van de mensen. Daarnaast was er een
cultuur ontstaan van de hand ophouden, gecultiveerd door alle hulpgoederen
en projecten. De mensen hier in het dorp krijgen allemaal hun maandelijkse
portie maïsmeel, waarvan ze volgens haar de helft verkopen
op de markt. Ook al blijft er dan maar één maaltijd
per dag voor de leden van het gezin over. De mensen zijn eraan gewend
geraakt dat er voor hun wordt gezorgd. Sam probeerde de mensen soms
te wijzen op de gevolgen van bepaalde gewoontes maar ook al zeiden
ze haar argumenten te begrijpen en haar betrokkenheid te waarderen
er veranderde niets.
Geiten en plasticzakjes
Het afval in het dorp was voor haar een doorn in het oog. Ze vertelde
aan de mensen in het dorp dat de plasticzakjes de veroorzakers zijn
van de geitensterfte. Overal op straat lagen plasticzakjes die door
de geiten werden opgegeten. Ze konden het plastic niet verwerken
en stierven eraan. Maar nog steeds gooide iedereen de zakjes op
straat. Ook probeerde ze duidelijk te maken dat er ziektes ontstaan
doordat kinderen op straat poepen en plassen. Maar ook dit veranderde
niet. Ze was op het moment, tegen beter weten in, bezig met een
educatieproject over hygiëne. Ze speelde het via de Chief en
de dorpsoudsten zodat de dorpsbewoners niet zouden weten dat er
weer een blanke achter het initiatief zit. Het zou op deze manier
lijken of het initiatief uit de eigen gemeenschap kwam. Maar ondanks
deze aanpak had ze er geen vertrouwen in dat het een blijvend effect
zou hebben.
Eigen verantwoordelijkheid nemen
Samantha vraagt zich af of de Afrikanen wel zitten te wachten op
veranderingen. De Afrikanen lijken tevreden en lachen veel. Is het
niet zo dat het moeilijk te geloven is voor mensen uit het rijke
westen dat Afrikanen gelukkig kunnen zijn met de situatie waar ze
zich in bevinden, en dat ze daarom geen reden zien om te veranderen?
Haar mening was dat alle hulp van de westerse landen moest worden
gestaakt. Alle projectmedewerkers moesten subbiet het continent
verlaten. Afrikanen moesten maar op een harde manier gedwongen worden
hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Aanvankelijk zou het slechter
gaan, mensen zullen sterven, de economie zal nog verder bergafwaarts
gaan, maar uiteindelijk zullen zij zelf beslissen om de handen in
elkaar te slaan en de Afrikaanse landen op te bouwen of verder te
leven zoals ze al eeuwen in Afrika doen.
Cynisch?
Voor ons kwam haar mening over als cynisch maar wellicht zijn haar
denkbeelden gevormd door alles wat ze heeft moeten doorstaan in
Zimbabwe. Alle mensen die we tegenkomen uit Zimbabwe, en verdreven
zijn uit Zimbabwe, zijn verbitterd of op zijn minst zitten er diepe
wonden, zo lijkt het. Ze spreken vaak over de goede oude tijd in
Rhodesië. Hun florerende boerenbedrijven, de infrastructuur
op hun land, de schooltjes, ziekenhuizen en goede wegen, waar nu
niets meer van over is. Samantha beaamde dit en noemde de mensen
die vol nostalgie over deze tijden spraken de 'When we's' (When
we were still in Rhodesia.).
Ik kan niet geloven wat ik hoor
Ik zit na te denken over wat ik er van vind. Vooral op het 'platteland'
lijkt er niets mis met het leven wat de mensen daar leiden. Ze moeten
uren lopen om water te halen en alles draait om de eerste levensbehoefte
maar de mensen zien er vrolijke en onbezorgd uit. Het komt op mij
niet over of ze hulp nodig hebben. En iedereen is er gelijk. Dit
is heel anders in de steden waar het verschil tussen arm en rijk
veel groter is. Daar zie ik ontevreden mensen, mensen die meer willen.
Ik word uit mijn gedachten opgeschrikt als ik Sam hoor zeggen dat
in Zuid-Afrika blanke boeren worden vermoord en dat hun land wordt
bezet door de zwarte moordenaars. Ik kan niet geloven wat ik hoor.
Meteen denk ik terug aan het verhaal dat de campingeigenaar uit
Pretoria - afkomstig uit Zimbabwe - ons vertelde. Hij vertelde ook
over de blanke boeren uit Zuid-Afrika waarvan het land was onteigend
door hen te vermoorden. Destijds kon ik niet geloven wat ik hoorde
en hij gaf mij geen gelegenheid om er verder op in te gaan. Ik nam
dus maar aan dat ik het verkeerd verstaan had. Ik onderbrak Sam
meteen en vroeg haar of ik het goed verstaan had. Dat was zo. Er
waren statistisch gezien al meer blanke boeren in Zuid-Afrika vermoord
dan in Zimbabwe. Ik snapte er helemaal niets van. Hoe kan zo iets
op zo'n schaal gebeuren in een ontwikkeld land als Zuid-Afrika zonder
dat er ruchtbaarheid aan wordt gegeven? Coen en ik spraken in de
daktent nog lang na over alle onderwerpen en meningen die deze avond
besproken waren.
When we's
s'Morgens namen we afscheid van iedereen en vertrokken we over de
kustweg langs het meer verder naar het noorden. Het landschap onderweg
is liefelijk groen met hier en daar bergen. Op natuurlijke aarde
wallen langs de weg staan hutten, de mensen en het vee lopen langs
grillige steile paadjes van en naar hun hut. In Chinteche logeren
wij bij Makuzi Beach Lodge. Een prachtige camping gelegen aan het
meer. De eigenaars zijn afkomstig uit Zimbabwe. Blijkbaar hebben
de blanke die uit Zimbabwe verdreven zijn allemaal een plekje gezocht
in de aangrenzende landen om weer iets op te bouwen. Wij zijn de
enige gasten. Ik word wakker met hoofdpijn en blijf wat langer in
bed liggen. Coen gaat informeren of we de zeilboot die op het strand
ligt kunnen huren. Dat was in principe mogelijk maar ze vonden het
met deze wind onverantwoord om te gaan zeilen. We moesten maar wachten
tot de wind was gaan liggen. Coen legde uit dat wij juist met deze
wind wilde zeilen en dat we dat de afgelopen dagen al vaker hadden
gedaan bij Senga Bay. Ze vonden het belachelijk en Coen snapte daar
niets van. Het was waarschijnlijk windkracht vier, hoogstens vijf.
Na lang aanhouden mochten we dan wel gaan maar Coen moest een verklaring
ondertekenen waarin hij zelf alle verantwoordelijkheid voor de boot
op zich nam. Een jongen werd meegestuurd om de boot op te tuigen
maar het zeil ging niet omhoog. Coen vroeg of de zoon van de eigenaars
wilde helpen maar dat wilde hij in geen geval want hij kon niets
van de Rugby wedstrijd missen die hij op de televisie volgde. De
boot bleek een barrel te zijn en Coen had al geen zin meer. Ik voelde
me al weer beter en we besloten om verder te gaan zoeken naar een
camping met een Cat. De eigenaars van de camping waren gepikeerd
dat we weggingen. De zoon zei tegen Coen dat ze bij Nkwazi Lodge
een Cat hadden maar de eigenaar Jim, zou tegen Coen zeggen dat hij
kon oprotten als hij met deze wind wilde gaan zeilen. Rare jongens
die ex-Rhodesiërs. We waren blij dat we weg waren bij deze
'when we's'.
Ontbossing
Op Nkwazi Lodge werden we vriendelijk ontvangen door Jim en we mochten
gratis zeilen met zijn catamaran. Tegen de tijd dat we de Cat hadden
opgetuigd was de wind echter gaan liggen. Coen baalde als een stekker
toen we ronddobberden op het meer. s'avonds dronken we een glaasje
wijn met Jim en een Engels gezin. Hun kinderen wonen en werken in
Malawi. Het ging weer eens over de Europees-westerse mentaliteit
in tegenstelling tot die van de Afrikanen. Ook hadden we het over
alle bosbrandjes die je onderweg ziet, die worden aangestoken door
de bevolking om houtskool te maken of om het land te kunnen verbouwen.
Volgens Jim was een groot deel van Malawi op deze manier ontbost.
Achter de Lodge was kortgeleden nog een bos, nu stonden er
haast geen bomen meer. Jim deed hierover de volgende uitspraak:
"The people here are born with in one hand an axe and in
the other a box af matches".
Vastberaden en driftig
s'Morgens vroeg stond er lekker veel wind. We ontbeten, tuigde de
boot op en legde hem in het water. Voor het strandje waar de boot
ligt steken aan beide kanten rotsen boven het water uit. Er is maar
een smalle doorgang naar het meer. Voor het ontbijt was de wind
al krachtig en waren de golven al hoog, maar na het ontbijt leek
de wind stormachtig en de golven waren nog hoger geworden. De golven
waren niet alleen hoog maar ze volgde elkaar zo snel op dat we volgens
mij geen kans hadden om er doorheen te komen. Maar Coen was vastberaden
en driftig. "We moeten erdoor, we moeten erdoor", bleef
hij maar roepen over het kabaal van de brekende golven heen, helemaal
gefrustreerd van de mislukte pogingen van de dag ervoor. Tegen beter
weten in probeerde ik de Cat eruit te zeilen terwijl Coen in het
water stond om hem in de goede richting te duwen. Toen we vlakbij
de rotsen waren was het overduidelijk dat ik hem niet op tijd overstag
zou kunnen krijgen. Gelukkig kreeg ik de boot ver genoeg voorbij
de uitstekende rots, voordat we met boot en al voorbij de rotsen
terug in de richting van het strand werden geblazen. De boot schraapte
langs het uiterste stukje van de rots. Ik sprong van de boot om
te proberen hem samen met Coen tegen te houden zodat hij niet op
de volgende rotsen te pletter zou slaan. Coen leek nog steeds bezig
de boot het meer op te krijgen. Ik leek mijn verstand terug te krijgen
en schreeuwde naar Coen dat we nu direct met vereende krachten de
boot op het strand moesten zien te krijgen. Dit zou al moeilijk
genoeg zijn en ik schraapte met mijn benen langs de rotsen onder
water, maar uiteindelijk kregen we de boot op het strand. Ik bleef
het eerst komende uur boos op Coen. Maar hij had toch ook wel de
schrik te pakken en besefte dat het toch allemaal niet zo slim was
geweest, dus we legde het snel weer bij.
Ver van huis
Na dit avontuur reisde we verder langs het meer omhoog, een stukje
het binnenland in, naar Livingstonia. Een prachtige route langs
dorpjes, over bruggetjes, omhoog de bergen in. Livingstonia ligt
op ongeveer 800 meter boven Lake Malawi. Het is gesticht in 1894
door Schotse missionarissen en de huizen in het dorp doen dan ook
Schots aan. We kamperen op het terrein van de voormalige missiepost
The Stonehouse. Een oude Afrikaanse man, met schort om, poetst onze
colaflesjes schoon met een theedoek voordat hij ze openmaakt en
aan ons overhandigt. De keuken waar we ons in bevinden is ouderwets
en slecht onderhouden. We zetten de Jeep waterpas en kijken uit
over het meer dat onder ons ligt. Het koelt hier s'avonds heerlijk
af in tegenstelling tot aan het meer waar het altijd warm en vochtig
is. De volgende morgen bellen we met de satelliettelefoon naar Ineke,
Coen's moeder. De vader van Coen blijkt ernstig ziek te zijn. Hij
had een zware longontsteking maar was nu weer redelijk stabiel.
Coen was hier erg van onder de indruk. Het deed ons weer beseffen
hoe ver we van huis zijn, op ons grote avontuur dwars door Afrika.
  
Niets uit bovenstaande tekst mag worden
gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Mirjam van Tiel & Coen Barthels ©
2004
|