Terug nar de homepagina
print vriendelijke versie



Geldwisselaars


Grensovergang naar Zambia


Ze vervoeren alles op hun fiets




Lessen op de missiepost in Katete


De weg richting Chipata




Onderweg naar South Luangwa
kinderen zijn als altijd nieuwsgierig


Kinderen verkopen fruit
langs de kant van de weg


Hutten met papajabomen


Ontbijt en lunch kopen














South Luangwa National Park


Coen heeft eindelijk zijn Camel-girl




Iz is vies geworden na een dag in het park

Igor, In zijn eentje dwars door Afrika!



Chipata

REISVERSLAG 7 (Zambia)
Geschreven door: Mirjam, 23 december - 29 december 2003

Een door God gezegende reis
Wij zijn vertrokken uit Tete in Mozambique en naderen de grens met Zambia. We hebben van tevoren geen visum geregeld en hopen dit bij de grenspost te kunnen afhandelen. Aan het eind van het dorpje Cassacatiza bevindt zich een slagboom over de weg, links daarvan staat een wit gestuukt gebouwtje. Tegelijk met ons komt een Zambiaanse televisieploeg aan. Verder is er niets of niemand. Een toonbank verdeelt de ruimte in tweeën. Er ligt een boek op de toonbank waar je al je gegevens moet invullen, verder is de ruimte leeg. De beambte die binnenkomt bestudeert onze paspoorten en stempelt ze. Het Carnet kennen ze, we hoeven niet eens uit te leggen hoe het in zijn werk gaat. Zodra we de grenspost uit komen worden we benaderd door drie jongens, geldwisselaars. Ze bieden aan om Dollars en Meticais naar Zambiaanse Kwacha om te wisselen. We twijfelen, maar Coen denkt dat als we opzoeken in de Lonely Planet wat de Kwacha waard is, we ons hieraan geen buil kunnen vallen. De wisselkoers van de jongens komt overeen met die van de Lonely Planet. We wisselen Meticais en een aantal Dollars. De jongens wensen ons een goede door God gezegende reis toe en blijven dit herhalen. Ik vind hun overdreven gedrag vreemd, maar Coen is goed met geld en cijfers dus het zal wel kloppen.

Ze vervoeren alles op hun fiets
We rijden door een stuk niemandsland en naast de volgende slagboom staat, een stuk van de weg af, een eenvoudig gebouw dat de grenspost zal zijn. Ook hier is er niet veel meer dan een toonbank en een boek waar we al onze gegevens moeten invullen. We zijn bang dat we op deze verlaten plek geen visum kunnen krijgen, maar alles verloopt voorspoedig. Twee vriendelijke jonge mannen maken onze visa gereed en vullen het Carnet in. Binnen vijftien minuten houdt een van hen de slagboom voor ons open en rijden we Zambia binnen. Er verandert meestal meteen iets zodra je de grens passeert. In dit geval is het niet het landschap, dat is hetzelfde als aan de andere kant van de slagboom. Wat anders is, is dat hier opeens alle Afrikanen op een fiets rijden. Voornamelijk jonge mannen die van alles achter op hun fiets vervoeren. Manden met fruit of brood en soms zelfs een fiets die ze op wonderbaarlijke wijze op hun bagagedrager hebben bevestigd.

Oh, well!
Naast traditionele hutten staan hier hutten gemaakt van bakstenen. In het dorpje Katete zoeken we naar een overnachtingsplek. Het is nog vroeg maar de weg naar South Luangwa schijnt erg slecht te zijn. Het is te laat om nu nog door te rijden. We doen wat boodschappen maar vinden alles aan de dure kant. Misschien klopte die wisselkoers toch niet? Opeens bedenkt Coen dat hij vergeten is de inflatie van 35% per jaar te verrekenen. De Lonely Planet is van 2001 en de wisselkoers dus ook. Oh, well!. De enige mogelijkheid voor overnachting is een missiepost. We worden ontvangen met een glas limonade door Zuster Elke, een Engelse oudere dame met kortgeknipt grijs haar. Op de missiepost wordt geprobeerd het analfabetisme te bestrijden. Er wordt lesgegeven aan zowel kinderen als volwassenen. Daarnaast zijn er lessen in rekenen, zeep maken en andere vaardigheden. Er is een klein restaurant waar de gasten en de lokale bevolking goedkoop en gezond kunnen eten, en er is een klein gastenverblijf.

Live soapserie
We mogen onze tent uitklappen op het erf. We zijn doodmoe van drie dagen reizen, maar privacy krijgen we niet. De groep kinderen rond onze auto wordt steeds groter. Alsof we een live soapserie zijn worden we aangegaapt, wordt er om ons gelachen en terwijl ze naar ons wijzen wordt ons gedrag uitgebreid besproken. Ze vragen om eten en snoep maar we geven niets. Ik krijg er genoeg van en vind hen onbeschoft maar ik heb het gevoel dat ik er niet tegen kan optreden. Zij hebben weinig, wij hebben veel; dit is hun land, wij zijn op bezoek. Maar het voelt toch niet goed. Hoe zou ik reageren in een soortgelijke situatie in Nederland? Ik zou het even toelaten en dan zou ik ze wegsturen. Ik besluit niet meer zo aardig en tolerant te zijn. Ik loop vastberaden met een boos gezicht op hun af en weg zijn ze. Zo makkelijk is het dus. Een jongetje dat iets verderop tegen een muur staat aangeleund - en waaraan je kunt zien dat hij hongerig is - geef ik een stuk brood. s'Morgens bezoek ik het schooltje. De meester laat de kinderen opstaan en mij beleeft begroeten. Het strenge Engelse schoolsysteem wordt hier nog gehanteerd. Na het ontbijt vertrekken we.

Roadblocks
Van de asfaltweg die naar Chipata leidt is niet veel meer over. Aan beide kanten is het asfalt afgebrokkeld. In Chipata tanken we, we drinken wat op een terrasje en doen boodschappen bij de Shoprite. We parkeren de auto voor een muurtje waarop een geüniformeerde bewaker met een geweer zit. Hij bewaakt de Shoprite. Ik glimlach vriendelijk naar hem in de hoop dat hij op onze auto zal letten. Voordat we het stadje inreden werden we aangehouden door een politieagent. Hij vroeg naar de papieren van de Thirth Party Insurance. Die hadden we niet aangeschaft! We lachen hem vriendelijk toe en Coen geeft hem een kleurenkopie van het kentekenbewijs. We leggen hem uit dat dit de papieren zijn van de autoverzekering voor heel Afrika, die we in Nederland hebben afgesloten. "But this is in your language. I can't read it!" Ja, dat klopt. Ondertussen vraag ik hem naar de weg en blijf praten. Hij geeft de kleurenkopie terug en laat ons door. Hier zijn de roadblocks nog makkelijk. De politieagenten willen geen geld van je en als je maar wat blijft praten over koetjes en kalfjes wordt je vanzelf doorgelaten. Vanaf Kenia zal dat anders worden. We zorgen altijd dat we niets in de auto laten rondslingeren. Al onze spullen zijn opgeborgen achter het gordijn dat achter onze stoelen hangt. Onze zonnebrillen ruimen we op zodra we een roadblocks zien. Van andere overlanders horen we dat politieagenten dingen die los in de auto liggen aanwijzen en vragen of ze het mogen hebben.

Wasborden
De afstand over de slechte piste naar South Luangwa bedraagt 130km, we doen er zes uur over. De wasborden houden voortdurend aan en het lijkt of alles los trilt aan de auto. Ik mopper op Coen omdat ik vind dat hij te langzaam rijdt. Ik heb geen zin om weer in het donker aan te komen. Coen moppert op mij omdat hij bang is dat we de auto kapot rijden. Het is bloedheet en we worden gek van het geschud en getril. Halverwege komen we erachter dat de bandenspanning te hoog was. Zodra we er lucht uitlaten rijdt het een stuk aangenamer over het wasbord. We glijden niet meer zo makkelijk weg en het trillen wordt iets minder. We komen aan in het dorpje Mfuwe en rijden door naar de camping Flatdogs. Flatdogs ligt aan de rivier en aan de overkant ligt het wildpark South Luangwa. We komen erachter dat de stofhoes van een van de schokbrekers gesmolten is. De zuigerstang is door de grote hitte blauw gekleurd en Coen vraagt zich af of de keerring niet beschadigd is. Coen bekijkt alles en komt tot de conclusie dat de schokbreker nog in orde is. We besluiten in de hoofdstad van Malawi op zoek te gaan naar nieuwe stofhoezen. Voorlopig doen we er dus niets aan.

Olifanten
Flatdogs is weer een echte camping en heeft een leuke bar waar aardige mensen werken. We ontmoeten verschillende toeristen en zwemmen in het groezelige zwembadwater. We proberen uit te rusten maar de luchtvochtigheid is zo hoog dat het niet erg aangenaam en rustgevend is. Het regenseizoen is begonnen, s'avonds regent het. Coen maakt de waterzuivering schoon en ik schrijf aan het reisverslag. We hebben altijd veel taakjes, reizen is werken. Flatdogs staat bekend om de olifanten die s'nachts rondlopen over de camping. Na twee nachten hebben we nog geen olifant gezien. De drie safaritrucks vol met Nieuw-Zeelanders en Australiërs zijn s'avonds zo luidruchtig dat de olifanten wegblijven. Overdag rennen de Australiërs en de Nieuw-Zeelanders, in het benauwde warme weer, van de camping naar de bar waar ze de Rugby World Cup volgen. Omdat ze de volgende dag zullen vertrekken liggen ze allemaal vroeg in hun tent en is het deze avond lekker rustig. s'Nachts maakt Coen me wakker omdat er tien meter bij ons vandaan een olifant langs loopt.

Het galopperende geluid komt recht op ons af
Op onze vierde avond op Flatdogs drinken we wat in de bar en maken praatjes met andere reizigers. De elektriciteit is uitgevallen, in de bar zijn de kaarsen de enige verlichting. Om zeven uur lopen we terug naar onze auto. Omdat de verlichting op het kampeergedeelte ook is uitgevallen is het aarde donker. Ik heb mijn hoofdlamp bij me maar die geeft maar weinig licht. Als we vlak bij de auto zijn horen we een galopperend geluid dat recht op ons afkomt. In een fractie van een seconde probeer ik te bedenken wat het kan zijn. Een baviaan lijkt mij het meest voor de hand liggend, die lopen overdag over de camping en de soort die hier voor komt is behoorlijk groot. Maar het klinkt als een veel groter beest. Ik heb geen tijd om er verder over na te denken, het geluid is al te dicht bij. We willen vluchten en draaien ons om. We zien bijna niets. Zodra we ons omdraaien en willen wegrennen zitten we vast in een doornstruik. We kunnen niet zien waar de struik begint of eindigt dus draaien we ons maar weer om in de richting van het gevaarte dat recht op ons af komt. Coen begint instinctief hard te roepen, dit lijkt mij een goede actie en ik doe luidkeels met hem mee. Ondertussen bereken ik mijn kans om me achter de auto in veiligheid te kunnen brengen. Maar het gegil heeft hem afgeschrikt. Hij draait zich abrupt om en in een draf verdwijnt hij in de richting van de rivier. Zijn roze kont wiegt op en neer. Het was een nijlpaard. In Afrika is het nijlpaard, op de malariamuskiet na, het gevaarlijkste dier voor de mens. Als het dier zijn aanval doorzet is het vrijwel altijd dodelijk.

Slurfafdruk
Nog niet helemaal bekomen van de schrik vallen we in slaap. Nog half slapend verwerk ik het lawaai dat van buiten komt in mijn droom. Maar Coen is wakker geworden van het lawaai en maakt mij wakker met de mededeling dat er een olifant met zijn slurf in de afvalbak zit te rommelen. Onze auto staat naast een heuveltje waarop een vuilnisbak staat met een zware betonnen huls er om heen, zodat de olifanten de bak niet kunnen oppakken. Wat ze wel doen is de deksel oplichten en met hun slurf gaan ze op zoek naar voedsel. De olifant maakt een hels kabaal. Het is een groot mannetje. Coen en ik zitten rechtop in de daktent en kijken door het horengaas naar buiten. De olifant is klaar bij de vuilnisbak, draait zich om in onze richting en loopt het heuveltje af. Het heuveltje is vrij steil en de olifant versnelt zijn pas. Hij komt recht op ons af. Wij zijn bang dat hij boos wordt als hij onze auto op zijn pad vindt. De olifant botst tegen een kist op het roofrack aan, met zijn slurf tast hij de kist en de jerrycans af op zoek naar iets eetbaars. Als hij niets vindt loopt hij langs de zijkant van de auto terwijl hij met zijn kop tegen de tent aan duwt. Coen verplaatst zich naar het midden van de tent waar we angstig én gefascineerd afwachten wat er zal gebeuren. De olifant is zo enorm groot en sterk, wat er ook gebeurt we moeten het maar ondergaan. Er is niets dat je tegen zo'n gevaarte kan doen. De volgende morgen zien we dat de olifant zijn slurfafdruk op onze Zargeskist heeft achtergelaten.

Tse-Tse vliegen
Vandaag gaan we het park in. In het dorp kopen we bij de plaatselijke winkeltjes spullen voor het ontbijt en de lunch. Niet ver van ons kamp vandaan ligt de toegangsbrug naar South Luangwa National Park. Het regenseizoen is al begonnen en heeft ervoor gezorgd dat de paden modderig zijn. Off Road rijden vinden we altijd leuk en we genieten er van. Waar we niet van genieten zijn de vliegen die op horzels lijken en met tientallen tegelijk de auto in vliegen. Zodra ze op je gaan zitten steken ze. We slaan wild om ons heen, stoppen de auto en slaan ze allemaal uit de auto of dood.Maar als we wegrijden blijken er toch nog vliegen achtergebleven te zijn. We weten niet wat voor vliegen het zijn maar er zijn er genoeg in Afrika die enge ziektes overbrengen. Later komen we erachter dat dit de beruchte Tse-Tse vliegen zijn, die drager kunnen zijn van de slaapziekte. Als we ze eindelijk uit de auto hebben komt er een nieuwe zwerm vliegen de auto in en begint het van voor af aan. Als we ze er allemaal uit hebben draaien we de raampjes dicht en rijden zo verder, ook al is het 40 graden.

Wilde dieren
Coen gaat op het dak zitten, uitkijkend naar wild. Ik maak grote bochten om de groepjes olifanten die we tegen komen. Coen roept vanaf het dak dat ik best wat dichter langs de olifanten kan rijden. Maar wild is wild en ik houd een gepaste afstand. We zien buffels, giraffen en allerlei ander wild behalve leeuwen en luipaarden, terwijl het park daarom bekend staat. De tocht is mooi, we rijden door rivierbeddingen en afwisselend landschap. In de rivier liggen honderden nijlpaarden, zij maken hun karakteristieke geluid dat Coen zo goed kan nabootsen. Ook zien we krokodillen. Vlakbij de camping - aan de overkant van de rivier zien we hem liggen - ligt een enorm grote krokodil op een zandplaat in het midden van de rivier. Vlak voor ons ligt een groep nijlpaarden met hun neus boven water, soms komen ze omhoog met hun rug en kop en openen hun immense muil. Het is toch vreemd hoe de camping gesitueerd is zo pal naast het park met geen enkele bescherming tegen de wilde dieren die onbelemmerd de rivier kunnen oversteken. We gebruiken de trackback-functie van de GPS om het pad naar de hoofdingang terug te vinden.

Sterke verhalen
Op de camping spreken we met een groep Nederlanders die met een overlandtruck onderweg zijn van Kaapstad naar Nairobi. Twee van hen hebben afgelopen nacht hun tent moeten ontvluchten omdat een olifant hun tent optilde op zoek naar voedsel. Coen en ik bestellen eten maar omdat de elektriciteit weer is uitgevallen moeten we extra lang wachten. We ontmoeten Igor, een Nederlander die in zijn eentje vanuit Nederland richting Kaapstad reist. Hij schuift bij ons aan. Een stel uit Scheveningen dat in een van de banda's logeert komt ook bij ons zitten. Coen en ik hebben ondertussen ons eten gekregen maar de bestelling van de anderen schijnt volgens de ober "very impossible" te zijn. Als er opeens weer elektriciteit is, is alles mogelijk en kunnen we de hoeveelheid die we krijgen niet eens op. We vertellen elkaar sterke verhalen over de angstige momenten van het reizen. Zo is het Nederlandse stel eens aangevallen door een nijlpaard tijdens een safari-kanotocht. Ze hadden nog nooit gekanood en terwijl het nijlpaard de aanval inzette kwam hun kano achterstevoren te liggen. Ze hebben zich achterwaarts, peddelend voor hun leven, in veiligheid gebracht. Igor vertelde ons dat het al zeker een half jaar onmogelijk is om via Tjaad naar Sudan te reizen. Hij was daarom via de Centraal Afrikaanse Republiek naar Sudan gereisd. Maar hij zou dit geen tweede keer doen en het niemand aanraden. Het was vreselijk volgens hem vooral door de politie-roadblocks en de bar slechte wegen die voor de helft overwoekerd waren door bush.

We zien zijn schaduw steeds groter worden
We hadden Igor verteld over onze nijlpaard- en olifantbelevenissen op Flatdogs. Om zo veilig mogelijk te staan parkeerden we onze Jeep en zijn Land Cruiser vergenoeg bij de grote bomen en de vuilnisbakken vandaan, waar de olifanten zo gek op zijn. Wij waren de enige aan deze kant van het terrein, helemaal aan de andere kant stond de Nederlandse overlandtruck. Terwijl ik mijn tanden poetste hoorde ik niet ver van ons vandaan leeuwen brullen. Coen maakt me s'nachts wakker, aan de andere kant van de camping bevind zich een groep olifanten. We luisterden en wachten af. Een mannetjes olifant komt onze kant op en loopt tussen een boom en onze daktent door. Hij snuffelt aan de tent. Het is indrukwekkend om een olifant van zo dicht bij te zien maar ook angstaanjagend. De olifant loopt rond de auto en lijkt zich te verwijderen. Dan zie ik hem terugkomen, recht op mijn kant van de tent af. Ik durf niet te blijven kijken en schiet naar het midden van de tent. De olifant wordt van achteren belicht door de campingverlichting terwijl hij onze richting op loopt. Het effect daarvan is dat de schaduw van de olifant steeds groter op onze tent wordt geprojecteerd. We kunnen hem niet direct waarnemen door het horrengaas omdat ik de tentflap aan mijn kant niet helemaal open had gemaakt. Maar we zien zijn schaduw steeds groter worden totdat de hele tent verduisterd wordt. Angstig wachten we af, maar hij verliest zijn interesse en loopt in de richting van Igor's auto, die tien meter bij ons vandaan staat. Wij kunnen alles vanuit de daktent gadeslaan. De olifant loopt resoluut op de voorkant van Igor's auto af, zet zijn slagtanden onder de daktent en ligt die op. Wij kunnen niets doen en kijken toe. Igor wordt wakker en schreeuwt. Igor blijft schreeuwen totdat de olifant wegloopt. Igor komt de daktent uit en inspecteert hem. Alles lijkt in orde en we gaan weer slapen. We worden nog een keer wakker van een groep olifanten maar dit keer houdt een bewaker de olifanten op een afstand. Uitrusten is er niet bij op Flatdogs, overdag is het warm en benauwd, aan het eind van de dag gaat het keihard regenen en s'nachts word je wakkergehouden door de olifanten.

Geen wilde dieren
Er wordt ons verteld dat een leeuw een week geleden, op een vlakbij gelegen camping, mensen heeft aangevallen. Door het tentzeil heen heeft hij naar twee verschillende mensen uitgehaald en hun ernstig verwond. Ook had hij een visser gedood. De leeuw is afgeschoten. Wij vinden het maar vreemd hoe weinig voorzorgsmaatregelen men neemt voor de veiligheid van de toeristen, en hoe naïef Europese en andere toeristen zich tussen het wild begeven. We rijden terug naar Chipata over de vreselijke wasbordweg. Door de lagere bandenspanning scheelt het gerammel aanzienlijk. In Chipata doen we inkopen en rijden naar een camping van een Duits gezin die Zimbabwe zijn ontvlucht. Het terrein is ommuurd en alles ziet er netjes en schoon uit. Heerlijk even schone wc's, stabiele elektriciteit en geen wilde dieren. We blijven drie nachten staan, ik schrijf aan het reisverslag en Coen doet verschillende klusjes.


Niets uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.

Mirjam van Tiel & Coen Barthels © 2004


  Terug naar de homepagina