Into Africa by Jeep –
REISVERSLAG 5 (Zuid-Afrika)
Geschreven door: Mirjam, 29 oktober - 12 november 2003
De andere kant van de grens, een andere wereld
Het zuiden van Botswana is arm en er zijn weinig voorzieningen.
Op zondag 5 oktober gingen we de grens over naar Zuid-Afrika, een formaliteit.
Veel mensen uit Zuid-Afrika gaan hier de grens over om naar Kgalagadi
Transfontier Park (Kalahari Gemsbok National Park, dat zowel in Botswana
als in Zuid-Afrika ligt) te gaan. In het dorpje vlak over de grens was alles
dicht, het was zondag en ze zijn erg christelijk in Zuid-Afrika. We reden
over asfalt, dat we als een heerlijkheid ervoeren na onze hobbelige tocht
door de
rivierbedding langs de grens van Botswana met Zuid-Afrika. Het landschap
was uitgestrekt en leek op Namibië. We reden in een paar uurtjes naar Upington,
over een afstand waar we de andere dag tien uur over hadden gedaan. Op het
benzinestation in Upington keken we onze ogen uit. Alle westerse voorzieningen
waren weer voorhanden, in de winkel kon je net gebakken broodjes, kranten
en alles wat je verder nodig had kopen, de indeling van het benzinestation
en
het stadje leken een kopie uit Europa. Gisteren reden we nog langs dorpjes
waar
geen elektriciteit is en hier is alles binnen handbereik. Ziek worden in
Zuid-Afrika is geen probleem, ze hebben hier prima doktoren en ziekenhuizen,
maar hier heb je weer andere zorgen (daarover later).
We reden naar de populaire gemeente camping, Die Eiland. We wisten niet wat
we zagen, we waren gewend aan 4x4 toeristen, maar dit was een soort
Bloemendaal. Allerlei soorten personenauto's stonden geparkeerd naast kleine
tentjes of naast caravans met voortenten. Het stond propvol, er werd gebraaid,
mensen lagen in de zon en muziek klonk uit transistor radio's. Met een squad
reden drie kleine jongetjes rond op het kampeerterrein. Het was heerlijk weer,
niet te warm, precies goed.
Achter in het bakkie
s'Avonds vertrokken de meeste gasten, het was blijkbaar het einde van een korte
vakantie voor de Zuid-Afrikanen. Die Eiland was een goede plek om het
reisverslag bij te werken en voor andere klusjes. We gingen het stadje in om
naar betere lampen voor de Jeep te kijken. Ons voornemen was om s'avonds niet
te rijden, maar dat lukt niet altijd, dus dan kun je maar beter veel licht
hebben. Het stadje bestaat uit rechte wegen die haaks op elkaar staan. Overal
zijn kleinere of grotere winkelcentra. Een provinciestadje. Meteen viel ons het
verschil op tussen de zwarte bevolking van Botswana en van Zuid-Afrika. Hier
zitten de zwarte achter in het bakkie van de blanken. In winkels worden ze rond
gecommandeerd door de blanke eigenaars, waarnaar ze onderdanig opkijken.
De blanken zijn super aardig en gastvrij tegen ons, vooral als ze er achter
komen dat wij uit Nederland komen. Ze spreken generaliserend over de zwarte
bevolking, dat ze zelf geen initiatieven nemen en niets opbouwen maar met de
dag leven. Wat wij zien (in Zuid-Afrika en sommige delen van Namibië) komt daar
vaak mee overeen, maar zij bekijken het nooit eens van de andere kant. Er vindt
geen enkele zelfreflectie plaats en nooit wordt er gerefereerd aan de
apartheidstijd. Terwijl het zo kort geleden nog een apartheidsstaat was. In
1990 werden politieke gevangenen, waaronder Nelson Mandela vrijgelaten en het
is nog geen tien jaar geleden dat de eerste democratische verkiezing
plaatsvond, en het oude volkslied Die Stem werd vervangen voor Nkosi
Sikelele Afrika. Ik heb zelf het idee dat de Afrikaanse en westerse cultuur
zo verschillend zijn dat het de vraag is of de mensen elkaar ooit gaan
begrijpen.
Zuid-Afrikanen praten over criminaliteit
zoals Engelse over het weer
Bij Midas vervangen we onze 55 Watt koplampen voor 100 Watt, die
eigenlijk alleen voor off-road rijden zijn bedoeld en verboden voor op
de weg. Ook kopen we er een nummerplaat waar we "NL IZZY" op laten
zetten. Per provincie hebben ze hier verschillende nummerplaten met allemaal
hun eigen kenmerk, voor de Northern Cape is dat een Spiesbok. We komen een
aantal keren terug in de winkel en de man die ons helpt vindt het prachtig om
ons, avontuurlijke Nederlanders, te ontmoeten. Zoals elke Zuid-Afrikaan
waarschuwt hij ons voor de criminaliteit en de car-jackings. We worden
er eerst bang van, maar al snel slaat het om in geïrriteerdheid. Kunnen ze het
dan nergens anders over hebben? En hoe erg is het nu eigenlijk? In een
landelijke krant geeft een columnist het als volgt weer: "Zuid-Afrikanen
praten over criminaliteit zoals Engelse praten over het weer. Als ze niet meer
weten waarover ze het moeten hebben is dit altijd een welkom onderwerp."
In die zelfde krant zien we ook de berichten over car-jackings en andere
criminaliteit, dus het is wel degelijk realiteit.
Veel snelle beestjes
We blijven vijf dagen op de camping in Upington. We doen verschillende klusjes,
waaronder het schrijven en mailen van een brief aan de firma van het keramische
filter met de vraag wat er aan de hand kan zijn met ons waterzuiveringssysteem.
In het stadje worden we voor Zuid-Afrikanen aangezien en in de winkels spreken
ze ons dan ook in het Afrikaans aan. Het voelt allemaal heel gemakkelijk. De
laatste twee dagen is het erg warm en benauwd. Op de camping worden we
tureluurs van piepkleine vliegjes die in een enorm tempo rondcirkelen en
uiteindelijk in je ogen belanden.
Via Olifantshoek rijden we naar Kuruman. Naast rode zandduinen worden grote
stukken land door boeren verbouwd. Het stadje Kuruman ziet er vervallen uit, de
enige camping ziet er niet prettig uit. We besluiten terug te rijden naar een lodge
die we tien kilometer terug hadden gezien. Op het rode zand van Red Sands
Country Lodge, parkeren we de auto en klappen de daktent open. Coen maakt het
vuur voor de braai, terwijl we eten worden we kriegel van dikke duizendpoten
die in een razend tempo over de grond en onze voeten lopen (Volgens Coen was er
regen op komst, de duizendpoten waren op zoek naar hoger gelegen grond). De lodge
was afgehuurd voor een trouwerij en tot middernacht konden we meegenieten van
Duitse Schlagers, s'nachts regende het.
Lente en onweer
Langs de lange smalle rechte asfaltweg omringd door savanne fietsen zwarte
mannen, vrouwen lopen met paraplu's om zich te beschermen tegen de felle zon.
'Blanke' stadjes worden afgewisseld met verzamelingen hutjes en gebouwtjes waar
zwarte Zuid-Afrikanen wonen (townships). Richting Zeerust komen steeds
meer bossen, het is lente in Zuid-Afrika (in Nederland is het herfst),
prachtige lavendel- en rood gekleurde bloesems kleuren de bomen. Van boven op
de heuvels zien we dat het landschap hier meer gecultiveerd is, het ziet er
voor ons uit als de bekende lapjesdeken uit Europa. Wolken pakken zich samen en
het begint te onweren en te regenen, bliksem slaat om ons heen in. Overal langs
de moderne asfaltweg staan bliksem afleiders, dus het zal hier wel vaker
onweren (later komen we erachter dat het regenseizoen is begonnen). In
Rustenburg vragen we bij het benzinestation naar een camping, we worden
doorverwezen naar Cynthiana Hotel & Caravan Park. Wat is dit nu weer? Een
Sjonnie-camping! Het lijkt een kruising tussen een township en een
achterbuurt, terwijl het wordt aangeprezen als een luxe camping met allerlei
voorzieningen zoals een zwembad en een kinderboerderij. Onze buurman heeft een matje
in zijn nek (eind jaren '70, begin jaren '80), in stenen gebouwtjes woont het
schoonmaakpersoneel met hun families. We voelen ons misplaatst met een 4x4 met
daktent. Zo worden we ook bekeken door de campingbewoners en zo kijken we naar
hun.
Heerlijk even naar the Mall
We dachten dat iedereen in Rustenburg zou zijn zoals op de camping maar als we
s'morgens stoppen bij de Shopping Mall om inkopen te doen bevinden we
ons tussen 'nette beschaafde' mensen. In Zuid-Afrika vind ik winkelcentra
opeens een prettige plek om te vertoeven (de mensen die mij kennen weten dat ik
eigenlijk niet van winkelen houd). Het stikt er van de doorsnee oninteressante
mensen. Maar is bovenal een plek waar je je even geen zorgen hoeft te maken.
Buiten op het parkeerterrein word je auto bewaakt door een jongeman die je
daarvoor betaald, en binnen zijn alleen mensen die zich het kunnen veroorloven
om duurdere boodschappen te doen. Wat inhoudt dat er geen bedelaars zijn en dat
je je geen zorgen hoeft te maken dat je bestolen wordt. Overal in het
winkelcentrum staan security guards met wapens. Het is heerlijk om rond
te lopen in de winkels en bij een koffieshop wat te drinken en de plaatselijke
krant in te kijken. Na twee uur zijn we ook weer blij om weg te gaan uit de
toch vreemde, haast artificiële wereld.
Pilanesberg
Op aanraden van William Elseman, de Nederlander die op de ambassade in Pretoria
werkt en die we in Maun waren tegen gekomen, gaan we naar Pilanesberg National
Park. Het is een klein park. We genieten ervan om weer op pistes te rijden door
het echte Afrikaanse landschap. Het is heuvelachtig met prachtig savannegebied.
We zien witte- en zwarte neushoorns, giraffen, zebra's, verschillende soorten
antilopen, olifanten, nijlpaarden en een pelikaan. Het is kleinschalig en
overzichtelijk en geeft een knus gevoel. Het is ons soort landschap waar
met de juiste lichtval indrukwekkend mooie kleuren ontstaan. Bij Manyana
Resort, waar we s'avonds ook kamperen, klapt Coen ons tafeltje en stoelen uit
en gaan we lunchen. Even verder op zitten de chique gasten te lunchen bij de lodge.
Nu voelen wij ons de Sjonnies, besweet, ongewassen (de douches waren te vies op
de laatste camping) en Coen met een baard van vier dagen zitten we naast onze
auto ons broodje te nuttigen.
Voorbij Vryburg stop je niet meer
langs de kant van de weg
We rijden door dichtbevolkt gebied naar Pretoria. Er was ons al gezegd dat
voorbij Vryburg je nergens meer voor stopt langs de weg, dan wordt je
overvallen en wordt je auto gestolen. Maar dat we zelfs borden langs de weg
zien die ons daarvoor waarschuwen (Beware of Criminals) komt ons wel erg
vreemd voor. In Pretoria zien we de Jeep Dealer en besluiten er langs te gaan.
Coen heeft voor twee vetnippels een verkeerd verloopstuk meegekregen en hij wil
deze vetnippels laten vervangen zodat hij ze allemaal kan doorsmeren. We worden
door een aardige man geholpen maar Coen heeft er niet veel vertrouwen in, wat
later ook weer uitkomt. De man stelt ons voor om de volgende ochtend terug te
komen zodat hij ons kan helpen. Wij wilden eigenlijk doorrijden naar Middelburg
omdat Pretoria niet als veilig bekend staat, maar volgens hem was het daar
juist erger en konden we veel beter op een camping valkbij Pretoria
overnachten. Hij had daar zelf een jaar gekampeerd terwijl zijn huis werd
gebouwd. Het was inderdaad een prettige rustige plek.
Ingewikkeld
Terwijl we zitten te eten komt de eigenaar van de camping zijn hart luchten.
Hij heeft zijn hele leven in Rhodesië (het huidige Zimbabwe) gewoond en vertelt
ons een geëmotioneerd verhaal. Er zijn weer mensen vermoord in Zimbabwe,
waaronder blanke boeren (het werd ons niet helemaal duidelijk of ook zwarte
inwoners uit Zimbabwe vermoord waren). Zijn zoon had net toestemming gekregen
om te emigreren naar Australi‘, voordat het te laat zou zijn. Hij gaf af op de
Britten die hun nu in de steek lieten terwijl hij nog voor ze gevochten had. De
Britten en Amerikanen waren volgens hem ook bezig om de boeren in zuidelijk
Afrika met genetisch gemanipuleerd voedsel van de markt te verdrijven, terwijl
de boeren hier de beste oogsten hadden. De blanke boeren in zuidelijk Afrika
waren de beste boeren met het hoogste graan dat in de wereld werd verbouwd, en
ze konden twee keer per jaar oogsten. De wereld was niet op de hoogte van alle
ellende die hun werd aangedaan. De blanke werden verdreven uit Zimbabwe door de
regering van Mugabe, en uit Zuid-Afrika door de communistische regering van
Thabo Mbeki die de praktijken van Mugabe afkeek maar dat op een slinksere
manier doorvoerden. De zwarte bevolking van Zuid-Afrika deugde volgens hem
niet, die moorden al voor een auto. Terwijl de bevolking van Zimbabwe eigenlijk
een goede en vriendelijke bevolking was, voordat Mugabe er een zooitje van
maakte. Hij hoopte dat hij ons met zijn verhaal niet verontrust had, hij vond
dat we het ook van zijn kant moesten bekijken. Na dit te hebben gezegd liep
hij, zonder ons te laten reageren op zijn betoog, terug naar zijn kantoortje.
Op de voorpagina van de krant lees ik over het schandaal dat op dit moment
gaande is binnen de Zuid-Afrikaanse regering. Verschillende ministers
beschuldigen elkaar openlijk van spionage tijdens het apartheidsregime. Het is
echter onduidelijk of het gaat om voormalige spionnen of dat het een politiek
steekspel is om elkaar uit te schakelen. Ook wordt de vraag gesteld of mensen
nog moeten worden afrekenend op de dingen die zij hebben gedaan ten tijde van
het apartheidsregime. Het is vaak erg moeilijk om te achterhalen op welke
manier zij hierin betrokken zijn geweest. Er zijn gevallen bekend van mensen
die door marteling zijn aangezet tot spionage, en dan zijn er nog de
dubbelspionnen die de verzetspartijen op deze manier op de hoogte hielden. Op
de dag dat ik dit lees begint er een parlementaire enquête over deze zaak. Voor
ons, als vluchtige voorbijgangers, lijkt de situatie in Zuid-Afrika te
ingewikkeld om er een oordeel over te kunnen vellen.
Stadse mentaliteit
Om half acht rijden we naar Pretoria. Vlak voor de afslag naar het centrum
komen we in de file. Dat is lang geleden! Coen stond dagelijks in de file maar
dat hebben we hier nog nooit meegemaakt. In Zuid-Afrika is er op de wegen net
zo veel verkeer als op een doordeweekse dag rijdend van Amsterdam naar
Eindhoven in de jaren tachtig.
Aan vetnippels kunnen ze ons bij Chrysler / Jeep niet helpen maar alle
vetnippels worden wel doorgesmeerd. Later blijkt dat ze dit niet gedaan hebben.
Een wat oudere man, waarvan we dachten dat het de baas van Chrysler /Jeep
Pretoria was, spreekt ons aan. Jan Els is enthousiast over onze reis, en blijkt
verantwoordelijk te zijn voor de public relations. Hij nodigt ons uit in zijn
kantoor en van zijn vrouw Marietje krijgen we koffie en thee. Hij belt wat rond
en ondanks dat de vetnippels niet op voorraad zijn in Zuid-Afrika geeft hij ons
een adres van iemand die ons waarschijnlijk wel verder kan helpen.
Aan de overkant van de straat eten we een sandwich en vervolgens rijden we
dwars door de stad naar Vermeulen Street. Hier is de workshop van Mickey
gevestigd. Ik voel me thuis in een stad, vooral de stadse mentaliteit spreekt
me aan. Zakenmensen lopen naar de plaatselijke restaurantjes om te lunchen. Het
ziet er relaxed uit. Hier is het verschil tussen blank en zwart duidelijk
minder zichtbaar, wat wellicht komt doordat mensen hoger zijn opgeleid.
De stad staat in bloei. Overal langs de wegen staan bomen met
lavendelkleurige bloesem. Coen rijdt ons door de drukke stad waar taxibusjes
vlak langs Izzy scheuren. Coen houdt niet van grote steden! Mickey is
gespecialiseerd in oudere Jeeps en Coen krijgt gratis twee vetnippels mee. We
kletsen wat met Mickey en zijn naaste medewerker over reizen door Afrika. Als
het over potholes gaat vertelt Coen dat we die al hebben meegemaakt op
de weg van Kasane naar Francistown in Botswana. Maar daar zijn zij het niet mee
eens. In Mozambique zijn de 'echte' potholes: "If the truck in front of
you disappears then you talk about potholes".
Nieuw keramisch filter
Nu we toch in Pretoria zijn gaan we ook maar op zoek naar een bedrijf die het
probleem met onze waterzuivering kan oplossen. Na veel gezoek komen we uit bij
H20. We worden geholpen door Tommy, die meteen ziet wat het probleem is. Ze
hebben ons in Kaapstad een verkeerd keramisch filter verkocht. Het blijkt een
filter te zijn met koolstofkern, terwijl ons systeem al een apart
koolstoffilter heeft. We kopen een nieuw filter, dit keer een zonder actieve
koolstofkern. Tommy heeft als beroepsmilitair in zuidelijk-Afrika veel ervaring
opgedaan met waterzuivering. De laatste jaren ontwerpt en maakt hij nog steeds
systemen voor 'Artsen zonder Grenzen'. Hij gebruikt exact dezelfde componenten
en is dan ook erg te spreken over ons systeem. Hij heeft slechte ervaringen met
het keramische filter met actieve koolstofkern. Zijn theorie is dat mineralen
en bacteriën zich ophopen tussen de twee lagen waardoor het filter uiteindelijk
verstopt raakt en het is onmogelijk om het filter op deze plaats te reinigen.
In Namibië zitten er veel mineralen in het water waardoor dit proces bij ons
filter versneld is. We zijn blij dat het probleem opgelost is, maar vinden het
erg amateuristisch dat ze ons een verkeerd filter verkocht hebben. We doen
boodschappen voor het avondeten bij Pick & Pay en rijden naar de
camping waar we een nacht eerder ook hebben gestaan.
Carjacking Hot Spot
We rijden over de tolweg naar Nelspruit. Als we langs Middelburg komen staat er
vlak voor een township een groot bord met de tekst: Beware of Criminals!
Even verderop staat er een bord met: Carjacking Hot Spot. Wat is dit
voor een land? Onze benzine is bijna op, maar dan ook écht bijna. We hebben de
benzinetank nog nooit zo ver leeg gereden. Dit moet ons net hiér overkomen.
Maar Iz blijkt een grotere benzinetank te hebben dan we dachten (90 liter in
plaats van 75). Gelukkig hoeven we niet langs de kant van de weg te stoppen om
met de jerrycans de tank bij te vullen (Voorbij Vryburg stop je niet meer langs
de kant van de weg is ons op het hart gedrukt). We zijn zenuwachtig totdat
we een benzinestation zien. We rijden het zwaarbewaakte benzinestation op waar
4x4's, sportauto's en gloednieuwe personenauto's aan het tanken zijn of
geparkeerd staan terwijl de eigenaars bij de luxe cafetaria een broodje eten.
Het leek wel een luxe Resort in plaats van een benzinestation. De
tegenstellingen in Zuid-Afrika zijn enorm, het staat me niet aan. Ik word er
eerlijk gezegd niet goed van. Borden naast een krottenwijk die je waarschuwen
voor criminelen terwijl iedereen hier op het benzinestation met dure auto's af
en aan rijdt terwijl ze bewaakt worden door zwaar bewapende guards.
Het lijkt de Ardennen wel!
Richting Nelspruit wordt het gebied bergachtig. Het is extreem warm als we
aankomen op Safubi campsite. Na het eten zoeken we verkoeling in het grote
zwembad dat omringd wordt door palmbomen, met erboven een heldere sterrenhemel.
De volgende dag gaan we naar de Ambassade van Mozambique om ons visum te
regelen en zoeken we de hele stad af naar vetnippels. De vetnippels van Mickey
bleken toch niet te passen. We parkeerde de auto op een klein parkeerterrein
dat bewaakt werd door een oudere blanke man. Hij waarschuwde ons voor
berovingen, we moesten goed op ons geld letten. Bij elke winkel vroegen ze of
we onze auto wel veilig hadden geparkeerd anders zou hij leeg worden gehaald.
Nergens hadden ze M5 vetnippels, telkens werden we doorverwezen naar een andere
winkel. Aan het eind van de dag vonden we een bedrijfje die van vetnippels M6,
M5 vetnippels kon maken. Alleen hadden ze net geen snij-ijzer M5, dus zijn wij
weer op zoek naar dit gereedschap. Toen we het gevonden hadden liepen we weer
terug naar het bedrijfje waar zij de vetnippels voor ons op maat maakte. We
haalden ons visum op, aten een pizza en gingen terug naar de campsite. Coen
wilde toch nog graag extra lampen en een luchthoorn op de auto, dus de volgende
dag zijn we naar de Shopping Mall, gegaan die op zondag tot twee uur
open is.
Aan het eind van de dag regent het. Het is heel lang droog geweest dus men is
blij met de regen. Wij eten in het overdekte ablusionblock en Coen
geniet van het geluid van de regen op de tent. s'Morgens regent het nog steeds.
Onweersbuien komen en gaan, en de volgende drie dagen is het nat en koud. Alles
is vies en niets wil meer droog worden, dit lijkt de Ardennen wel! Coen werkt
de hele dag in de regen aan de auto. Het zit niet mee, het duurt langer dan hij
dacht om de lampen te monteren. We worden chagrijnig en mopperen op elkaar. Ik
ben in het ablusionblock bezig om het vierde reisverslag af te maken.
Het is koud maar ik zit in ieder geval droog. De lente komt hier tegelijk met
het regenseizoen, getver!
525 km door Kruger, en geen leeuw te bekennen
Het is weer mooi weer, dus vertrekken we op 22 oktober naar Kruger National
Park. Het zuidelijke deel van Kruger is groen. Op de asfaltweg staan drie
safariauto's vol met toeristen naar een groep olifanten te kijken. Dit is hoe
ik Kruger van televisiedocumentaires ken. We willen zo snel mogelijk van de
asfaltweg af die van zuid naar noord door het park loopt, naar het drogere
noorden. We rijden over pistes in de richting van Skukuza campsite. Onderweg
zien we onder andere giraffen en een hele groep neushoorns. We genieten altijd
van de elegante impala's, waar er heel veel van zijn in Kruger. Bavianen zitten
langs de weg als oude mannetjes die nadenken over het leven, hun ellebogen
rustend op hun knieën. De baby bavianen zijn aandoenlijk met hun grote roze
flaporen. Ze lijken vastgeklonken aan hun moeder of maken onder haar toezicht
een kleine wandeling. Vanuit de auto vind ik het leuk om naar ze te kijken maar
op de campings houd ik ze altijd goed in de gaten en kom ik liever niet te
dicht bij ze in de buurt. Vlakbij de camping liggen hyena's.
De volgende dag rijden we over de pistes verder naar het noorden. Volgens
ons is dit het Afrika dat de Nederlandse boeren aantroffen toen ze hier
aankwamen, voordat ze het land gingen omploegen en cultiveren. Dit is in ieder
geval het Afrika dat wij kennen en waar je buiten de wildparken niet veel van
ziet in Zuid-Afrika. Het landschap wordt steeds droger en mooier. In Chobe
mocht je uit je auto, in Kruger mag dat niet. Alhoewel niet iedereen zich
hieraan schijnt te houden. In de krant lazen we dat een week eerder een jongen
van vijftien in Kruger is opgegeten door een krokodil. De jongen was aan het
vissen terwijl de uitzonderlijk grote krokodil toehapte.
We zien veel wild in mooi landschap. Maar nog steeds geen leeuwen of
luipaarden. Om zes uur sluiten de hekken van het park en ook die van de
camping. Het is gebruikelijk dat je de campings van tevoren boekt, maar dat
vinden wij onhandig. Om kwart voor zes komen we op Olifants aan. Als we ons
willen inschrijven blijkt je er niet te kunnen kamperen, er zijn alleen huisjes
te huur. We kunnen kiezen of een huisje huren voor driehonderdvijftig Rand of
onder begeleiding naar de volgende camping. De begeleiding kost vijfhonderd
Rand. We willen geen van beide maar de jongen bij de receptie zegt dat ze ons
niet meer van het terrein af laten gaan. Je mag na zonsondergang (zes uur) niet
meer alleen in het park rijden. We vinden het belachelijk en stappen toch weer
in de auto. Ik rijd richting de poort en geef wat extra gas. Voordat de bewaker
uit zijn hokje kan komen zijn wij al door de poort. Het schemert al, we moeten
dertig kilometer afleggen naar het eerst volgende kampeerterrein. We moeten
snel zijn anders laten ze ons er misschien niet meer in. Ik scheur met negentig
kilometer per uur door Kruger (waar de maximum snelheid veertig km per uur is).
We rijden met groot licht en onze nieuwe spotlights, 400 Watt in totaal. Dus
we hebben genoeg licht. Het lampje in de auto doen we ook aan zodat de Kudu's
achter de auto springen in plaats van erop. Het schijnt dat Kudu's de weg
opspringen als het licht voorbij is. De Kudu denkt dat de auto gepasseerd is
zodra de koplampen voorbij zijn, vandaar dat het zo vaak voorkomt dat mensen
een Kudu tegen de voorruit van hun auto aan krijgen. Samen kijken we ingespannen
naar schaduwen langs of op de weg. Een paar keer komt een impala en een zebra
de weg op. Maar zonder ongelukken te maken komen we om tien voor half zeven bij
Letaba campsite aan. De poort is al dicht en de bewaker zegt dat we moeten
betalen omdat we na zessen in het park gereden hebben. Wij geven de schuld aan
de slechte informatie op de kaart van het park. We zeggen dat het hun schuld is
dat we dachten dat Olifants een kampeerterrein had. We laten de man onze kaart
zien waar inderdaad een caravan vlakbij Olifants staat afgebeeld. We mogen de campsite
op zonder extra te betalen. We zijn wel erg moe, in het donker klappen we
de tent open, eten wat en gaan slapen.
De volgende dag rijden we over andere pistes het hele stuk terug. Op een
plateau drinken we wat. We hebben uitzicht over een groot deel van Kruger.
Onder ons zien we in de bush giraffen lopen, in de rivier loopt een
Nijlpaard met haar kind. We hebben 525 kilometer door Kruger gereden en hebben
veel wild gezien. Maar leeuwen en luipaarden, waar we voor kwamen, waren in
geen velden of wegen te bekennen. Hoe moet dit nu, want we kunnen na een jaar
Afrika toch echt niet naar Nederland terugkeren zonder leeuwen te hebben
gezien?
Rijden we alweer in het donker
Tegen zonsondergang verlaten we via de Paul Krugergate het park. Krottenwijken
staan langs de weg, oude half kapotte auto's brengen mensen van het werk terug
naar hun towsnship. De auto's zijn afgeladen vol. Terwijl we het erover
hebben hoe gevaarlijk het is dat hier mensen vervoerd worden in bakkies
(Pick-Up's) zien we er één die net over de kop geslagen is. Twee taxibusjes
zijn gestopt en bieden hulp dus wij besluiten om door te rijden. De mensen hier
hebben niets. In het park rijdt iedereen rond in zijn 4x4. Het zijn gewonen
mensen, niet persé rijk, maar het verschil is enorm vergeleken bij wat de
mensen hier buiten de hekken van Kruger hebben.
Het wordt al donker en het ene township volgt het andere op. We
moeten kiezen welke weg we gaan nemen. Afgaande op de kaart lijkt een van de
wegen langs allemaal nieuwe wijken te leiden. Waarschijnlijk zijn dat allemaal
townships en het lijkt ons niet plezierig om daar in het donker door heen
te moeten rijden. Vooral omdat je telkens 60 moet gaan rijden zodra je in
bebouwd gebied komt. De andere weg staat op de Michelinkaart aangegeven als een
groene route met lodges erlangs. Daar kiezen we voor. De kapjes van de
nieuwe spotlights zitten nog op de lampen maar we durven niet te stoppen om ze
eraf te halen. Het groot licht gebruiken we dus maar af en toe. We moeten nog
door Hazyview, een plaatsje waar onlangs een blanke man in koele bloede
vermoord is, waarna de vier zwarten mannen er met zijn auto vandoor gingen. De
auto met een waarde van drieduizend Euro had een anti-carjack systeem
waardoor hij enkele kilometers verderop zichzelf uitschakelde. De overvallers
hebben de auto moeten achter laten. Na Hazyview komen we op de groene route,
hier zijn geen townships meer. Het lijkt allemaal keurig verdeeld, de
armen in hun krotten langs de ene weg en de rijke langs dit prachtige landschap
met heuvels en riviertjes (waar we niets van zien omdat het pikdonker is, maar
wat we uit de reisgids weten). Toen Nelspruit in zicht kwam waren we opgelucht.
We zouden toch niet meer in het donker rijden?
Al drie en een halve maand onderweg,
laten we maar eens opschieten
We blijven nog twee dagen op Savubi Campsite. Op de camping worden we gepest
door mieren die via je voeten omhoog klimmen en je steken en vliegen die je
niet met rust willen laten. Krekels maken een oorverdovend lawaai, als ze even
stil zijn suizen je oren nog na. Schattige kleine aapjes loeren naar de auto
zodra we een deur laten open staan. Kleine duiven zitten koerend in de bomen en
verwaarloosde half wilde katten bedelen om eten. Op de camping staan vooral
vaste gasten. Sommige lijken er te wonen, dat is ons al vaker opgevallen op de
campings in Zuid-Afrika. We doen inkopen bij Pick & Pay omdat er in
Mozambique weinig supermarkten schijnen te zijn. Op het parkeerterrein staan
vooral oudere mannen die op je auto letten, zowel blank als zwart. Ik vind het
choquerend dat mensen van in de zestig hele dagen op een parkeerterrein moeten
staan en van elke bezoeker waarvoor ze op de auto letten twee of op zijn hoogst
vijf Rand krijgen. Zuid-Afrika is keihard. Geef mij Nederland maar.
Op de camping spreek ik met een oudere Zuid-Afrikaanse vrouw. Zij heeft
samen met haar man veel gereisd, maar zij geeft de voorkeur aan Zuid-Afrika.
Hier kunnen ze leven zoals nergens anders in de wereld. Zij hebben een villa
met een groot stuk grond eromheen. Ze hebben drie tuiniers en personeel voor in
het huis, wat ze zich nergens anders zouden kunnen veroorloven. (Ik woon in een
huurhuis, maar voor de waarde van mijn woning, een appartement van 55 vierkante
meter in Amsterdam Oud-Zuid, zou ik in Zuid-Afrika een vrijstaande villa met
zwembad en een groot stuk grond eromheen kunnen kopen.) Ik vroeg of ze het niet
erg vond om te leven in een maatschappij waar zoveel verschil is tussen arm en
rijk, dat ook nog eens de scheiding van blank en zwart aangeeft. Zij zei dat de
zwarte mensen nu de kans krijgen om zich te ontwikkelen maar dat ze daar geen
gebruik van maken. Ze zijn blij met het kleine salaris dat zij hun geeft
waarmee ze hun families onderhouden. Ze was ook in Amerika geweest en daar
waren de zwarte heel anders, die bouwde wel iets op. Zoals Oprah Windfrey, dat
vond ze wel een tof mens. Maar zij en haar man hadden het goed in Zuid-Afrika
alhoewel er voor hun kinderen geen toekomst meer was, die waren allemaal in
Europa gaan wonen. In bedrijven is een voorkeurbeleid voor zwarte waardoor
blanke vaak niet meer aan een goede baan kunnen komen en mede door de
criminaliteit emigreren veel blanke Zuid-Afrikanen bij voorkeur naar Australië.
Ondanks de vele verhalen en onze eigen ervaringen blijft het lastig voor ons om
de Zuid-Afrikaanse cultuur te doorgronden.
Wij zijn al drie en een halve maand onderweg en zitten pas (weer) in
Zuid-Afrika, laten we maar eens opschieten. Op maandag 27 oktober vertrekken we
met een auto vol proviand en flink wat kontante Amerikaanse dollars naar
Mozambique.
Niets uit bovenstaande tekst mag worden
gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Mirjam van Tiel & Coen Barthels © 2003