|

Op
het Overflow Caravan Park
in Broome wachten tot we
de camper terug kunnen brengen
(Foto
Rieky)

Het
uitzicht vanuit ons
hotel
in Broome,
een tropisch stadje ...

...
prachtig gelegen is
aan de Indische Oceaan

Broome
gefotografeerd
vanuit ons vliegtuig naar Perth

Toogoom
ligt aan de Stille Oceaan
die
zich bij laagwater
terugtrekt tot zover het oog reikt

Daar
woont die "te gekke familie"
...

...
of eigenlijk zijn Janey en Ian voor ons
gewoon hele, hele goede vrienden
Een
paar foto's van Mirjam en Coen:
"de Woestijnfanaten"

Tanami
Road
In de
regentijd overstroomd de weg,
de meetlat geeft de diepte aan

De
piste naar Fitzroy Crossing ...

...
en een bushcamp

Bij Rabbit Flat kun je tanken, en
Bruce zet in zijn winkeltje
een kopje koffie voor bezoekers

Tanami
Desert

Palm
Valley

Hier
houden Mirjam en Coen van


De
verticale spiegelgladde wand
in Kings Canyon

Elke
zijde van Uluru
ziet er weer anders uit

Kata
Tjuta na zonsondergang

het
geografische
middelpunt van Australië

Restanten
van de Old Ghan Railway

Simpson
Desert

Ons
laatste bushcamp onder
een indrukwekkende sterrenhemel

6628
kilometer off road
en we mochten er eigenlijk
het asfalt niet mee af
Terug
in Toogoom:

Lange strandwandelingen,
...

...
uitrusten

...
en Whales
Watching
met de The
Whale Song
(Foto
M&C)

Walvissen
houden van onstuimig
water

Een
uitbundige
kangaroekolonie
in Woodgate
(Foto
M&C)

Afscheid van Janey en Ian
Bedankt
en "Au revoir!"
(Foto M&C)
|
The
land of the Aborigines, deel 8
Broome, The Pearl Coast
Het Overflow Caravan Park is eigenlijk een Sportpark dat opgezet
is door Gemeentelijke- en politieautoriteiten met als doel
de jongeren van elke kleur en ras de gelegenheid te geven
om te sporten, en om ze zo van de straat te houden. Een en
ander is het best te vergelijken met wat YMCA's en dergelijke
organisaties doen.
Van vroeg tot laat was er in de fitness-Fstudio naast onze
camper volop te doen. In de grote sporthal voor onze deur
waren allerlei activiteiten, zoals o.a. schermen, boksen,
yoga en bewegingsgymnastiek. En elke avond werd er een andere
speelfilm gedraaid voor de campinggasten.
De dag na onze aankomst hier, 25 juli, hadden we ons zelf
beloofd om relaxed het stadje te bezoeken, te gaan kijken
waar ons hotel was dat we geboekt hadden voor de laatste nacht
hier in het noorden, en uit te vinden waar we de camper moesten
terugbrengen. Ook moesten we niet vergeten onze vluchten naar
Perth en Brisbane telefonisch te bevestigen.
We hadden al snel een plattegrond van Broome te pakken, alles
was nu heel gemakkelijk te vinden en het lag allemaal op loopafstand
van elkaar.
De twee dingen die deze stad, die op een schiereiland ligt,
uniek maken zijn de prachtige stranden die de stad omringen
en het stadsdeel China Town. Daar gebeurde het. Want hier
waren bijna allemaal winkeltjes met souvenirs, armbanden en
colliers (die gemaakt worden met de prachtige zwarte pareltjes
die ze hier vinden), kledingboetiekjes en niet te vergeten
de vele eethuisjes en terrasjes. Natuurlijk was het voor ons
moeilijk om de verleiding te weerstaan om op een van die terrasjes
wat te gebruiken. 's Avonds aten we op de campsite om onze
voorraden zoveel mogelijk op te maken. We moesten even aan
de gedachte wennen dat dit de laatste nacht was dat we in
de camper zouden slapen.
De volgende dag moesten we de camper schoon opleveren, althans
van binnen. Dus moesten we samen aan het werk. We deelden
de spullen die we over hadden uit aan onze buren, meenemen
was geen optie.
Daarna reden we eerst naar ons hotel, het Mercure Inn Continental
Broome, om onze bagage daar alvast neer te zetten. Vervolgens
gingen we op weg naar het agentschap van Apollo om onze camper
terug te brengen. We werden heel prettig ontvangen door een
meneer die voor verschillende autoverhuurorganisaties werkte.
Wij vertelden hem dat we zeer ontevreden waren over de Apollo
organisatie en ook over de gehuurde camper, met uitzondering
van het motorische gedeelte zeiden we er nadrukkelijk bij
want dat had ons helemaal niet in de steek gelaten. Hij liet
doorschemeren dat er wel meer klachten waren over Apollo,
waarna hij met ons mee ging om de camper rondom te inspecteren
en de inventaris te controleren aan de hand van een inventarislijst.
Daarna kregen we in het kantoortje van de man papieren voorgelegd
om te ondertekenen en daarmee de Apollo organisatie vrij te
stellen van claims en aansprakelijkheden onzerzijds. We zeiden
dat we in ieder geval twee van de drie clausules niet wilden
ondertekenen, gezien de ernst van onze klachten. Daar had
deze man alle begrip voor en hij haalde die delen door op
het formulier en schreef er met een pen bij dat wij zodra
wij thuis waren aan Apollo via onze reisagent een compleet
rapport zouden sturen met al onze klachten.*
We namen afscheid van hem en liepen in de richting van China
Town om te lunchen. Als lunch hadden we een vismandje en twee
koele biertjes besteld en dat alles smaakte voortreffelijk.
Daarna nog wat rondkijken en dan naar ons hotel.
*
Na thuiskomst hebben we onze klachten over Apollo op papier
gezet, maar het was de Apollo Organisatie in Australië
die ons wilde afschepen met een fooi. Een fooi die wij niet
hebben geaccepteerd. Uiteindelijk heeft Barron Travel ons
in alle redelijkheid financieel gecompenseerd.

Het
Mercure Inn Continental Broome was prachtig gelegen met uitzicht
op de Indische Oceaan. We hebben in dit hotel eigenlijk alleen
maar gegeten, geslapen, en de volgende dag gewacht tot we
werden opgehaald om naar het vliegveld van Broome gebracht
te worden. Vliegen is wachten. Via Perth naar Brisbane is
een hele omweg, maar het kon niet anders volgens onze reisagent.
Dus voor we in Brisbane zouden landen waren we meer dan 10
uur verder, de 3 tijdzones niet meegerekend.
In Perth begon het weer duidelijk om te slaan. Toen we geland
waren regende het al behoorlijk.
Na 13 uur vliegen, om half twaalf in de nacht, landden we
eindelijk veilig in Brisbane. De regen was alleen maar erger
geworden. Het was aanvankelijk lastig om vervoer te krijgen
omdat een stel zich stoer gedragende jonge mannen, die door
de stewardessen van Quantas Airlines op een schandalige manier
tijdens de vlucht dronken waren gevoerd, stonden te dringen
en te lallen bij de pendelbusjes die richting stad gingen.
Gelukkig kwam er een gewone taxi aan die ons snel naar ons
hotel bracht. Alles was al donker bij het Confort Inn and
Suites Hotel toen we daar aankwamen, maar de mensen van het
hotel hadden de taxi kennelijk al gehoord. De lampen gingen
weer aan en zij hielpen ons snel aan de sleutel van ons appartement.
We spraken af dat we de volgende morgen na het ontbijt graag
met een pendelbusje naar de internationale terminal van de
luchthaven gebracht wilden worden om onze huurauto op te halen.
We spraken onze verwondering uit over het feit dat je binnen
13 uur een heel continent van noord naar zuid en van west
naar oost over vliegt, van de Indische Oceaan naar de Stille
Oceaan, of de Pacific zoals ze die hier noemen.
Naar Janey en Ian in Toogoom
De volgende morgen plensde het in Brisbane nog steeds hevig.
Rond 11.00 uur kregen we aan de balie van de verhuurmaatschappij
de sleutel van een gloednieuwe Ford en een hint in welk parkeervak
we de auto konden vinden. In de stromende regen brachten we
zeker een kwartier, zoniet meer, in de auto door om in het
instructieboekje op te zoeken hoe alles werkte. Maar om kwart
over elf begonnen we aan onze drie en een half uur durende
rit naar Toogoom. Pas halverwege hield het op met regenen
en begon het langzaam op te klaren. Intussen reden we wel
alweer een tijdje op de Bruce Highway, een 2 baansweg zonder
vluchtstroken, en hadden we lang en breed de moderne 4 en
6 baanswegen rond Brisbane achter ons gelaten. Het is oppassen
geblazen op de Queensland's wegen want men beweert heel stellig
dat ze gevaarlijk zijn. En bovendien dat de Queenslanders
niet kunnen rijden? Maar gelukkig hebben we daar nooit veel
van gemerkt.
We stopten in Gympie om te lunchen, we kenden het plaatsje
nog van onze vorige reis en we wisten van Janey dat er een
nieuw en heel bijzonder restaurantje was bijgekomen. Het was
iets tussen de Franse en Italiaanse keuken in, maar het accent
lag toch vooral op het Italiaanse. Onze lunch was heerlijk
en we namen nog wat specialiteiten mee om onze vrienden te
verrassen. Om half vijf reden we eindelijk Toogoom binnen,
waar ze al met smart op ons zaten te wachten.
Nog 10 dagen voor we terugvliegen
Over de 10 dagen die ons Down Under nog restten zal ik kort
zijn, op een paar uitzonderingen na. Het was natuurlijk geweldig
om onze dierbare vrienden terug te zien en bovendien hadden
we elkaar veel te vertellen, zij over hun reis door Europa
en wij over ons avontuur in het "Top End van Australië",
zoals ze dat hier noemen.
We wandelden veel over het prachtige stille strand dat achter
het huis van Janey en Ian ligt, Rieky draaide een paar wasjes,
we maakten ook kleine uitstapjes met ons tweetjes, we deden
samen boodschappen, we lieten al onze foto's op een CD zetten
om ze samen met de foto's die Janey en Ian in Europa gemaakt
hadden te bekijken op de computer.
We waren nu voor de tweede keer bij Janey en Ian en ook nu
weer kwamen er steeds vrienden van hen aanwaaien, en dat was
voor ons heel leuk want we kennen intussen het grootste deel
van hun vriendenkring.
Altijd rond een uur of vijf in de middag dronken we samen
een paar glazen wijn of bier. En we aten er weer goed van,
als het enigszins kon op het dek (een groot overdekt balkon
dat boven de tuin uitsteekt). Verwend werden we in Toogoom
van ontbijt tot diner.
Maandagmorgen moest Ian weer aan het werk op de universiteit
en Rieky maakte met haar nicht Janey de grote tuin op orde.
Lunchen bij vrienden van vrienden
Op zondagmiddag, we waren amper 2 dagen in Toogoom, werden
we al uitgenodigd door Robyn en Rod om te komen lunchen. Robyn
en Rod zijn twee heel bijzondere mensen die we al kenden van
onze eerste reis. We pakten de kleine attenties die we speciaal
voor Robyn en Rod hadden meegenomen uit Nederland uit onze
koffer en intussen maakte Ian het gebruikelijke mandje klaar
met Champagne, enkele goede flessen wijn en wat hapjes. Drank
meenemen als je ergens op bezoek gaat is hier een vast gebruik.
Om 1 uur werden we verwacht en zeer gastvrij ontvangen in
de prachtige subtropische tuin die het domein is van Robyn.
Het was een prachtige, warme en zonnige tropische winterdag
in een tuin vol kleur en groen. Achterin de tuin tegen de
bosrand stond de uit stenen opgetrokken barbecue met een grote
elektrische plaat, en daaromheen hele gemakkelijke stoelen.
Hier kon je, door het bos heen, duidelijk de oceaan horen
die met zijn vloedwater tegen het strand op kroop.
Intussen volgde het ene hapje na het andere en werden de glazen
voortdurend bijgevuld, en protesteren hielp niet. Op een gegeven
moment werd door Rod de barbecue aangezet en werd er een schaal
met vlees uit de keuken gehaald, veel vlees, en op de barbecue
gelegd. Ineens stond Rod achter mij en griste het glas bier
speels uit mijn hand en besprenkelde daarmee uitbundig het
vlees. Ian kreeg de opdracht om te zorgen dat mijn glas weer
vol kwam.
Even na zessen bedankten we Robyn en Rod voor hun heerlijke
lunch en liepen we voldaan naar het huis van Janey en Ian.
Ja, we liepen terug want het is nog geen honderd meter verderop
in de zelfde straat waar Janey en Ian wonen. We vroegen ons
af of je dit nog wel een lunch mocht noemen?
Weerzien
met de woestijnfanaten
Ian had voor ons op 3 A4-tjes een hele route uitgestippeld
om binnendoor en gedeeltelijk langs The Sunshine Coast naar
Brisbane te rijden. We moesten namelijk aan het eind van de
middag om tien over zes op de luchthaven van Brisbane zijn
om Mirjam en Coen op te halen met hun bagage. Om half tien
in de ochtend reden we uit Toogoom weg. We kwamen bij Torbanlea
weer op de Bruce Highway uit. Pas een stuk voorbij Gympie
moesten we afslaan in de richting van Noose Heads. Het was
een mooie tocht maar we waren de drukte toch echt ontwend,
vooral de drukte van het verkeer. Dat Rieky nu kaart moest
lezen en ik achter het stuur zat was een extra handicap. Rieky
is goed in autorijden, maar kaartlezen is niet haar sterkste
kant, dus we reden een paar keer goed fout.
The Sunshine Coast was prachtig met veel beschermde natuur,
maar de stadjes die we passeerden waren rumoerig en hadden
een chaotisch verkeersbeeld. Het was maar op een paar plaatsen
langs de kust mogelijk om op het strand te komen. Een strand
voor surfers, want de golven zijn hier hoog en lang. In Coolum
Beach stopten we om te lunchen en even onze benen te strekken
op het strand.
We reden verder en pas nadat we de monding van de Maroochy
River waren overgestoken raakten we verstrikt in het hectische
verkeer van Maroochydore en Buderim, maar wonder boven wonder
waren we goed gereden. Voor we in de richting van de Glasshouse
Mountains reden stopten we nog even om wat te drinken in Buderim,
maar eigenlijk stopten we om uit te vinden of we nog wel op
de goede weg zaten. Gelukkig was dat ook zo. En dankzij dat
smaakte het koele glas bier ons extra goed. Via de Glasshouse
Mountains reden we terug naar de Bruce Highway en daar begonnen
we aan de laatste 70 à 80 km naar de luchthaven, dwars
door het drukke verkeer op brede 4 baanswegen.
We waren maar een klein beetje te vroeg en de twee woestijnfanaten
hadden een beetje vertraging. Maar uiteindelijk om halfzeven
kwamen die twee met stralende gezichten aanlopen. Nadat we
hen uitbundig hadden verwelkomd, haalden we hun bagage op
en liepen naar onze auto op het parkeerterrein. Het was maar
goed dat de kofferbak van de huurauto berekend was op de bagage
voor vier personen. Het was pikdonker toen we om zeven uur
met frisse moed begonnen aan de rit van drieënhalf uur
naar Toogoom. Onderweg werd gestopt bij het Mathilde Service
Station, even voor Gympie, om wat te eten en te drinken. Het
restaurant was praktisch uitgestorven en het personeel was
druk bezig met opruimen en schoonmaken.
Het laatste stuk was heel vermoeiend om te rijden. Je kent
de weg niet echt. De weg is smal met vele bochten, die bovendien
helling op en af gaat. Je denkt soms dat je alleen op de weg
zit omdat je geen lichten ziet, ...... tot dat je boven aan
de helling komt. Dan ineens schijnen de lichten van tegemoet
komend vrachtverkeer of andere auto's je midden in het gezicht,
...... of je ziet ineens de remlichten van iemand voor je
fel oplichten. Bovendien moet je voortdurend opletten dat
er geen kangaroes de weg oversteken, want als je er een aanrijdt,
is het arme beest dood en je auto rijp voor de schroothoop.
Om 17 minuten over elf stonden we op de oprit van het huis
van Janey en Ian. Zij waren dolblij dat wij er eindelijk waren.
Ze hadden zich zorgen over ons gemaakt, omdat zij die weg
maar al te goed kennen. Mirjam, Coen, Rieky en ik waren doodmoe,
maar we wilden toch nog wel even wat bijpraten en drinken
alvorens we naar bed zouden gaan. De verhalen van de twee
woestijnfanaten konden tot morgen wachten.
De
verhalen en het liedje van de woestijnfanaten
Zaterdagochtend was er natuurlijk een heleboel te doen voor
Mirjam en Coen, zoals tent drogen, wasjes draaien en luieren
in de hangmat. Maar daarna was er tijd voor hun verhalen.
In de rivier van Windjana NP zagen we tientallen zoetwater
krokodillen. We wandelden met z'n vieren langs de oevers en
Coen naderde de crock's tot op korte afstand om foto's te
maken. Na de wandeling namen we afscheid van Ad en Rieky,
we zouden ze weer treffen aan de oostkust bij familie, Janey
en Ian.
We reden naar Tunnel Creek, bekend omdat een Aboriginal vrijheidsstrijder
daar onderdook. Na even zoeken vonden we de ingang tussen
de rotsen. We klauterden over de rotsen de grot in waar water
in staat dat onder de berg doorstroomt. Het is een toeristische
attractie en er waren dan ook meerdere mensen aanwezig maar
niks vergeleken met toeristische plekken in Europa.
Het water was ijskoud en het was er aardedonker. We hadden
maar één zaklamp. Een stel sprak ons aan en
vroeg of we gezamenlijk konden oplopen omdat het er toch wel
eng uitzag. We liepen door het ijskoude water dat tot onze
knieën kwam. Toen Coen zijn zaklamp rond scheen zagen
we rode reflecterende lichtjes. Het bleken de ogen van krokodillen
te zijn. Mirjam vond het vreemd dat men door het water liep
terwijl er krokodillen zwommen. De enkele Aussie die we tegenkwamen
zei dat er niets te vrezen was, de zoetwater crock's doen
niets, het zijn de salties waar je voor op moet passen. Mirjam
liep toch niet meer zo relaxt in de grot rond.
We reden verder door prachtig landschap waar baobab bomen
staan, of zoals de bomen hier worden genoemd: boabs. We verzamelden
boabvruchten en vervolgden de track door dit desolate landschap
met overal bollen spinifex.
Tegen zonsondergang reden we de piste af, maakten een vuur
en een maaltijd, en genoten van de intense stilte en de prachtige
sterrenhemel voordat we ons tentje in kropen.
De volgende dag reden we over asfalt van Fitsroy Crossing
naar Hallscreek, 200 km lang hoefden we nergens voor af te
remmen, geen stoplichten, geen dorpjes. Wat een heerlijkheid
vergeleken met de overvolle wegen van Nederland.

We gingen het asfalt
af en reden over de Tanami track naar het hart van Australië.
We zouden liever ons eigen pad door de woestijn kiezen om
terug naar Alice Springs te rijden maar het landschap laat
het niet makkelijk toe om van de tracks af te gaan. Er is
veel vegetatie wat het bijna onmogelijk maakt om zoals in
Afrika je eigen weg door de wildernis te kiezen. Daarnaast
hadden we er niet de goede auto en uitrusting voor en we hadden
geen tijd genoeg mochten we onderweg panne krijgen. We legden
ons erbij neer dat het niet zo avontuurlijk was als wij het
graag hebben. 's Avonds maakten we kamp. Coen maakte een vuur.
We genoten van de stilte.
De volgende dag naderde we Rabit Flat. We maakten er een liedje
op dat we later zouden opvoeren bij Janey en Ian.
"What are we seeing on the left?
White ants eating spinifex.
And what are we seeing on the right.
Kangaroos hopping up and down.
And what are we seeing in front?
A long way straight to Rabit Flat.
And what are we seeing in the back?
Lots and lots of dust....."
Ze vonden het hilarisch en namen het op de video op om er
ook later nog eens hartelijk om te kunnen lachen.
Bij Rabit Flat aangekomen vulde Bruce de tank en zette koffie
voor ons. 's Avonds ontgon Coen een stukje grond om ons tentje
op neer te kunnen zetten. We maakten een vuur in een kuil
zodat de omliggende vegetatie niet in vlammen op zou gaan,
en kookten ons eten. Weer genoten we met volle teugen van
de onmetelijke ruimte om ons heen en de sterrenhemel met ontelbare
sterren.
's Morgens reden we verder richting Tilmouth Roadhouse. Onderweg
sloegen we af naar een Aboriginal dorpje. Het is hier zo anders
dan in Afrika waar de dorpjes langs de pistes liggen en mensen
onderweg zijn om water te halen of etenswaren verkopen langs
de weg. Hier moet je een heel stuk van de weg af om lokale
bevolking te zien.
Achteraf gelegen bevond zich een dorpje met huizen - die gebouwd
zijn door de
overheid - met een schamele huisraad. Rommel en autowrakken
lagen in de tuinen en de mensen leken de weg kwijt te zijn
geraakt. Ontwricht, verdwaald tussen twee culturen, tussen
twee tijdperken.
We wilden er tanken maar dat lukte niet dus reden we weer
verder. Oude auto's volgepakt met Aboriginals reden op en
neer naar Alice Spings. Buiten het dorp zie je overal bierflesjes
liggen. In de dorpen is het verboden om alcohol mee te nemen.
Net als de Indianen in Amerika kunnen de Aboriginals slecht
tegen alcohol, daarom zijn er afspraken gemaakt en kun je
in de bush niet zomaar drank kopen bij de plaatselijke winkels.
We overnachtten op de camping in Alice Springs.
Na een dagje Alice Springs vertrokken we in de richting van
het rode hart van Australië. Onderweg bezochten we Hermannsburg
dat gesticht is door Lutherse missionarissen rond 1880 en
vernoemd naar hun Duitse woonplaats en dat nu als museum fungeert.
In het huis staan nog gebruiksvoorwerpen uit de 19de eeuw.
Daarnaast is er een tentoonstellingsruimte ingericht met het
werk van de Aboriginal schilder Albert Namatjira. Het museum
wordt door de plaatselijke Aboriginals gerund.
Onderweg naar Palm Valley maakten we een bushcamp in een droge
rivierbedding. 's Nachts liepen er wilde paarden rondom de
tent en 's morgens zagen we ook voetsporen van een dingo.
De volgende dag reden we door naar de camping waar vooral
Australiërs staan. Een van hen probeerde de prachtige
vogels te fotograferen, maar die waren hem telkens te snel
af.
We bezochten Palm Valley. Halverwege lieten we de auto staan
en maakten een wandeling door de oude wadi. Palm Valley is
veel kleiner dan we dachten. Dat heb je met die highlights
waar iedereen het over heeft, je gaat je er een heel eigen
voorstelling van maken.
De volgende attractie was Kings Canyon. We kozen voor de slechte
piste in plaats van de asfaltweg die speciaal voor de toeristen
is aangelegd. Om daar te mogen rijden is een permit nodig.
Het is Aboriginal land en het permit geeft ons toestemming
om er doorheen te reizen. In een kantoortje werd de permit
voor ons gemaakt en ons verteld dat we wel mochten stoppen
langs de weg maar niet verder dan een bepaald aantal meters
het land in mochten lopen en niet lang stil mochten blijven
staan.
Onderweg zagen we kamelen en wilde paarden. Coen ging erachter
aan om foto's te maken. Wat niet is toegestaan, maar goed,
ons blikveld was rondom tot aan de horizon, en er was niemand
te bekennen. We kwamen pas na zonsondergang op de camping
aan. Opeens zaten we in het massatoerisme, mensen van alle
nationaliteiten liepen hier rond.
's Morgens maakten we een prachtige wandeling over de top
van Kings Canyon. Vooral de verticale spiegelgladde wand aan
het einde van de Canyon maakt veel indruk, en het Bijbelse
paradijs, een tropisch begroeide kloof.
's Middags reden we door naar Uluru. We wilden de veel besproken
zonsondergang nog halen. We haalden het net, de zon was al
flink aan het dalen toen de enorm indrukwekkende monoliet
Uluru, ook bekend als Ayers Rock, voor ons opdook. We reden
om Uluru heen op zoek naar de beroemde plek waarvandaan men
naar de zonsondergang kijkt. Uluru torende boven ons uit.
We moesten een lach onderdrukken toen we aankwamen. De parkeerplaats
stond vol met auto's en touringcars en achter een touw verdrongen
de mensen zich met hun camera in de aanslag.
Wij voegden ons bij hen en gedroegen ons net als zij, ons
plekje bewakend om de verschillende roodtinten en schaduwen
vast te leggen terwijl de zon langzaam wegzakte achter de
horizon. We kampeerden op de megacamping waar je een vak kreeg
toegewezen om je tent op te slaan.
's Morgens stonden we vroeg op om weer met alle toeristen
plaats te nemen achter het touw, nu aan de andere zijde van
Uluru, om ons te verbazen over de verschillende kleuren die
de steenmassa aannam bij het opkomen van de zon. We maakten
een wandeling rondom de heilige Aboriginal rots. Het is mogelijk
om de top te beklimmen. Voor Aboriginals is het een inwijding,
voor westerlingen discutabel, het wordt toch gezien als heiligschennis
als zij de rots op gaan.
We gingen verder naar Kata Tjuta, door de Engelsen The Olgas
genoemd. We maakten een prachtige wandeling tussen de rotsen
door. We overnachtten nog een keer op de megacamping.
's Morgens vertrokken we naar de Simpson Desert. We informeerden
naar de conditie van de wegen op de kruising Stuart Highway.
Het duurde even voordat we iemand vonden die bekend was met
de pistes in de omgeving. De meeste mensen waren toeristen
die over de asfaltweg de drie grote highlights bezochten.
We vroegen het aan een man in een serviceauto, hij reed al
jaren in deze regio en vertelde ons dat de track van Kulgera
naar Finke goed te doen was, hij had deze track zelf twee
weken eerder nog gereden. Hij raadde ons af om van Finke naar
Alice Spings over de railway te rijden, door de slechte kwaliteit
van de weg (wasborden) schenen de vullingen gegarandeerd uit
je kiezen te vallen. We volgden zijn advies op, tankten in
Kulgera en reden door naar Finke.
Halverwege reden we een zijtrack in die ons over smalle zandpaden
naar het geografische middelpunt van Australië bracht.
Net voor zonsondergang kwamen we aan in Finke, waar we de
restanden van het station fotografeerden. Finke lag vroeger
aan de beroemde noord-zuid lijn. De Aboriginals, die tegenwoordig
dit stadje bevolken, droegen dit erfgoed geen warm hart toe,
alles lag er haveloos bij.
We reden verder en de boer van New Crown homestead gaf ons
toestemming om onze tent op zijn grond op te zetten. We hadden
uitzicht op de hangaar waar zijn vliegtuig geparkeerd stond
en op het vee dat stofwolken deed opstijgen wanneer ze voorbij
liepen.
's Morgens vroeg konden we tanken uit de ton bij de boer.
We vervolgden onze weg door diep zand, na 120 kilometer kwamen
we aan bij Old Andado homestead.
Deze boerderij van begin 1900 was nog volledig in-takt. De
hoog bejaarde boerin was een jaar eerder vertrokken naar een
verpleeghuis. Vrijwilligers zorgden dat de boerderij als erfgoed
bewaard bleef.
We reden verder tussen twee langgerekte zandduinen in, de
woestijn was hier zo anders dan in Afrika. We zochten avontuur
en reden dwars over een zandduin om aan de andere kant bedrogen
uit te komen. Ook daar was een saai stuk woestijn afgezet
door twee langgerekte zandduinen.
We maakten tosti's en werden aangevallen door hordes vliegen.
Ze gingen op onze ogen, mondhoeken en tosti's zitten en maakten
het ons onmogelijk om van onze lunch te genieten.
We reden in totaal 236 kilometer door de Simpson Desert. Onderweg
maakten we een bushcamp. Het landschap was prachtig. We maakten
een groot kampvuur en voelden ons helemaal thuis: alleen,
midden in de woestijn, een paar bomen als beschutting, een
groot vuur en een indrukwekkende sterrenhemel.
We kwamen er achter dat we een lekke band hadden. We hadden
over een smal takje gereden dat blijkbaar vlijmscherp was.
Nu we goed keken bleek het vol te staan met dit soort takjes,
het zou nog een hele klus worden om de track te bereiken zonder
weer een lekke band te krijgen. Het takje stak uit de band
en Coen repareerde de band zonder hem van het wiel te verwijderen.
Met alle Afrika ervaring draaide hij zijn hand hier niet voor
om.
's Morgens manoeuvreerden we voorzichtig langs de vlijmscherpe
takjes naar de track. We reden de laatste kilometers terug
naar Alice Springs.
De huurauto zag er niet uit, hij zat van binnen en buiten,
van top tot teen onder het rode stof van de woestijn. We mochten
er eigenlijk het asfalt niet mee af, maar hadden er 6500 kilometer
off road mee gereden. We waren onder de indruk van zijn prestaties,
hij had ons door rivieren, diep zand en over bar slechte pistes
gebracht.
We zochten een autowasstraat, laadden de auto uit en poetsten
zo lang totdat hij er weer als nieuw uit zag. We overnachtten
nog een keer op de camping in Alice Springs, pakten onze spullen
in, leverden de auto zonder problemen in en stapten op het
vliegtuig richting Brisbane, waar Ad en Rieky klaarstonden
om ons naar Janey en Ian te brengen.
's
Avonds was er een feestje ......
Op zaterdagavond hadden Janey en Ian enkele van hun vrienden
uitgenodigd om te vieren dat Janey's familieleden met aanhang
nu samen in Toogoom waren. Er was door hen
een fantastisch dinerbuffet aangericht. Buiten op het deck
stond een ronde grote kuip op poten gevuld met veel ijs en
wat water waarin bier, Champagne, witte wijnen en andere dranken
werden koel gehouden. En daar kwamen dan nog de dranken bij
die de gasten volgens plaatselijk gebruik hadden meegebracht.
Natuurlijk waren Robyn en Rod er, maar ook Jill en David,
Bill en Pamela. Dus het werd een heel gezellig en aangenaam
feestje. En zowel Janey en Ian als wij hadden veel te vertellen.
Ian had een dia show gemaakt van zijn en onze foto's die de
hele avond te zien was op zijn computer.
...... en een dag later weer een etentje
Bill nodigde ons uit om de volgende dag een stukje met hem
te gaan varen in de monding van de Beelbi Creek. We hadden
afgesproken bij de bootsteiger van Goodies. Goodies is zowel
een piepklein winkeltje als een viseethuisje. De getijden
stroom was in de kreek goed merkbaar en Bill liet zijn boot
een enkele keer zwaar door het zand ploegen, zonder overigens
vast te komen zitten. Het is erg uitkijken waar je vaart,
want onderwater liggen nogal wat rotsen. Toen we terug voeren
werd het vloedwater met grote vaart de creek in geperst en
dat eiste van de schipper en de motor nogal wat kracht. Maar
Bill deed het wel met veel bravoure. Terug bij Goodies werden
we opgewacht door Pamela, Janey en Ian. Pamela stond er op
dat we met zijn allen bleven eten. En van weigeren was geen
sprake. Dus bleven we gezellig eten en werden voor de zoveelste
keer op een gastvrije manier verwend.
Whales Watching op zeebenen
Voor maandag 8 augustus hadden wij voor Mirjam en Coen, en
voor onszelf, gereserveerd om in de middag met The Whalesong
naar de Humpback Whales te gaan kijken. Janey en Ian zagen
het niet zitten om met ons mee te gaan. De combinatie van
water, boten en wind is niets voor hen.
Deze walvissen komen op hun reis van de zuidpool naar de Indonesische
wateren, of visa versa, uitrusten en spelen in de baai die
beschut wordt door het 120 km lange Fraser Island (meer info
hierover vindt u op deze website in "The land of the
Kangaroo" Reisverhaal deel 2).
Toen we naar Hervey Bay vertrokken veranderde het weer langzaam.
Nadat we aan boord waren gegaan begon het steeds harder te
waaien en het zonlicht werd belemmerd door steeds meer wolken.
De stormachtige wind had als voordeel dat de walvissen bij
dit soort weer veel speelser zijn, maar het nadeel was, dat
het op het natte dek van de schommelende boot heel erg moeilijk
was om goede foto's te maken.
Het was een fascinerend gezicht om te zien hoe deze grote
zeezoogdieren zich uit het water verhieven, hoe ze met hun
staarten op het water sloegen, hoe ze fonteinen water omhoog
spoten en hoe ze onder The Whalesong door doken.
Toen we terug voeren naar Hervey Bay vertelde de schipper
dat er intussen voor de hele kust een stormwaarschuwing van
kracht was en dat alle boten waren opgeroepen om snel een
haven op te zoeken. Aan de zuidkant van Fraser Island stond
een zeer zware zeegang met zeer hoge golven, vertelde hij.
Maar aan de noordkant van het eiland waar wij voeren was het
aanmerkelijk kalmer, al sloegen er wel grote partijen water
over het schip.
Een uitbundige kangaroekolonie
De laatste dag van ons verblijf in Toogoom begonnen we met
alles in te pakken en klaar te leggen wat we onderweg nodig
hadden.
Daarna maakten wij samen met Mirjam en Coen een kort uitstapje
naar Childers en Woodgate.
Childers is een dorpje waar de architectuur van de vroege
Engelse pioniers goed geconserveerd is. Er staan prachtige
houten huizen, hotels en winkels in dit levendige plaatsje
dat bekend werd door de brand in het backpackershotel op 23
juni 2000 waarbij 15 jonge mensen van over de hele wereld
omkwamen.
Woodgate daarentegen is een geliefde plek voor mensen uit
de stad om van de ongerepte natuur te genieten, maar ook bekend
om zijn gemakkelijk benaderbare grote kolonie kangaroes. De
beesten komen tot in de tuinen van de bewoners, want daar
is het gras groener. Vooraf hadden we een korte wandeling
gemaakt door Burrum Coast National Park. Daarna begon het
feest voor onze fotograaf Coen. Temidden van de kangaroes
stond hij te fotograferen, aangespoord door Mirjam met aanwijzingen:
"Kijk, Coen, daar een moeder met een jong in haar
buidel" of "Dat jong is aan het drinken bij
zijn moeder, dat moet je nemen."
Nadat door Coen de kangaroes uitentreuren waren gefotografeerd
liepen we naar het strand waar een grote kolonie pelikanen
op ons stond te wachten, die ook allemaal bij Coen op de foto
wilden. Rond half vier waren we weer terug in Toogoom.
Bedanken
en afscheid nemen
Tijdens het borreluurtje kwamen Robyn en Rod ons nog even
gedag zeggen en zij brachten hele bijzondere cadeautjes voor
ons mee. Een van die cadeautjes was een originele stone
cutting tool van de Aboriginals, uit de periode 1700-1840
en die gevonden op het Belvedere Cattle Station in Eidsvold,
Queensland, op het land dat behoord heeft aan de Wakka Wakka
People die leefden in deze streek. Met deze gift en de andere
waren wij zeer vereerd en we bedankten Robyn en Rod uitbundig.
En zoals alle avonden in Toogoom werden we ook nu weer verwend
met een heerlijk diner. Daarna gingen we vroeg naar bed, want
de volgende dag moesten we vroeg op want we wilden al om half
vijf in de auto zitten.
Janey en Ian waren die 9de augustus al vroeg uit de veren
en hadden voor lekkere sterke koffie gezorgd. Met wat moeite
kregen we uiteindelijk alle bagage in de kofferbak. Daarna
begon de onvermijdelijke afscheidsceremonie met kussen en
hugs. We bedankten hen nogmaals uitbundig voor de verwendagen
die zij ons hadden bezorgd en de gastvrije ontvangst.
Terug onderweg naar huis
De autorit naar Brisbane ging voortreffelijk, Na anderhalf
uur kwam de zon. Pas op de Gateway, de snelweg die vlak langs
Brisbane naar de Gold Coast loopt, kwamen we vast te zitten
in een van die uitzonderlijke files. Dat koste ons 20 minuten,
maar we konden desondanks onze auto een kwartier voor tijd
inleveren bij de autoverhuurmaatschappij. Op de teller stond
1.662 km.
Daarna de gebruikelijke routine van inchecken, bagage afgeven
en wachten, wachten en wachten. Tijdens het wachten hoorden
we ineens een oproep voor "Passenger Mr Conradus Barthels".
Hij moest zich melden bij de informatie balie. Wat bleek nou,
Coen had een lege en goed schoongemaakte jerrycan en een gasstoofje
met een leeg gastankje in zijn bagage meegenomen, en dat is
natuurlijk vragen om moeilijkheden. Toen we protesteerden
tegen de manier van optreden van het balie- en veiligheidspersoneel
tegen Coen, trapten we al gauw op de lange tenen van beambten.
Tegen beambten wordt in Australië nog steeds opgekeken.
Autoriteiten voelen zich daardoor onaantasbaar en denken zich
alles te kunnen veroorloven.
Coen moest meekomen en hij moest zijn bagage openmaken. Toen
Rieky, Mirjam en ik om opheldering gingen vragen werden we
kortweg onbeschoft behandeld, dit ambtenaartje achter de balie
wilde niet meer met ons praten en zeker niet vertellen waarom
hij zo autoritair te werk was gegaan.
Mirjam bleef daar wachten op Coen. Intussen hadden wij de
oproep om aan boord te gaan gevolgd en zaten wij op onze plaatsen
in het vliegtuig. Voor ons waren de stoelen van Mirjam en
Coen nog leeg. Even voordat de deuren van het vliegtuig dichtgingen
kwamen zij binnen en kon het vliegtuig vertrekken. In feite
waren we nu een soort verdachten en werden we in de gaten
gehouden door de crew. De vlucht naar Singapore ging verder
gelukkig zonder incidenten of problemen.
In Singapore moesten we bijna 3 uur wachten. Toen we eindelijk
in het vliegtuig zaten werd de afstand van Singapore naar
Londen in een ruk overbrugd. Maar in Londen begon de ellende
pas goed. De gebruikelijke terroristencontroles van schoenen
uit en fouilleren was hier niks bij. Want toen we om ongeveer
half vijf in de ochtend van 10 augustus op Heathrow aankamen
liep het luchthavenpersoneel in blinde paniek rond, niet alleen
zij, kennelijk heel Engeland, inclusief de regering.
In een e-mail aan Janey en Ian schreef ik vele dagen later:
"Ik
wil nooit meer van mijn leven vliegen" zei ik nadat we
de onmenselijke, grove en beledigende controles door luchthavenpersoneel
en douanebeambten van Heathrow Airport hadden moeten ondergaan.
Niemand van de passagiers had enig idee wat er eigenlijk aan
de hand was. Er werd ons niets verteld. We kregen geen enkele
informatie, zelfs niet een klein beetje, van wat er aan de
hand was.
Na 20 minuten wachten in de rij aan de gate werden we als
vee uit het douanegebied gedreven en werden we naar de vertrekhal
gedirigeerd. We kregen te horen dat we allemaal opnieuw moesten
in checken, dat we al onze handbagage moesten inleveren en
alleen onze paspoorten en creditcards (anders konden we immers
niets kopen in de taxfree zone) bij ons mochten dragen. Wij
hoorden nog bij de gelukkigen omdat we met de laatste ochtendvlucht
van die dag naar Amsterdam konden komen en dat onze handbagage
allemaal ongeschonden was aangekomen op Schiphol.
Op de luchthaven van Brussel is een hal die halfvol ligt met
handbagage die niet is afgeleverd bij de personen van wie
het is. De luchtvaartmaatschappijen schijnen zich er niet
om te bekommeren.
Ik ben van mening dat de reactie van de Engelse regering (ook
Blair heeft veel geleerd van zijn vriendje Bush) nogal overtrokken
was gezien hetgeen er werkelijk aan de hand was. De Blair
regering, en ook de Nederlandse schijnen te vergeten, dat
99,9 procent van de mensen geen terroristen zijn. Toch werden
we zo behandeld. In wat voor wereld zijn we verzeild geraakt.
Weer wennen
Niet alleen de gekte en de volmaakte chaos van onze surrealistische
aankomst op Heathrow maakte dat het voor ons moeilijk wennen
was om thuis te zijn, weer te wennen aan lawaai en stank van
auto's, te wennen aan gehaaste en opgejaagde mensen, het was
allemaal even te veel. We vroegen ons af wie er nou gek waren,
wij of zij.
Het went maar slecht als je zo lang echte stilte, echte rust,
echte schone lucht en echte schoonheid hebt ervaren.
Met
dank aan Rieky en Johan Hermsen voor het kritisch lezen van
de teksten, het aandragen van tekstsuggesties en het aanbrengen
van tekstcorrecties
Ad
van Tiel, Landsmeer,
22 oktober 2007
Niets
uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder
voorafgaande
toestemming van de auteurs.
Hetzelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Rieky
& Ad van Tiel © 2007
- - - - - -
Voor
mensen die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis en
de cultuur van de Aboriginals zijn onderstaande boeken interessant:
Understanding Aboriginal Culture
Geschreven door: Cyril Havecker
Voorwoord en bewerking: Yvonne Malykke
Uitgegeven door: Cosmos
ISBN 0 9588588 0 2
Australia's Living Heritage
Arts of the Dreaming
Geschreven door: Jennifer Isaacs
Fotografie: Reg Morrison e.a.
Uitgegeven door: JB Books
ISBN 1 87662 236 9
Aboriginal Australians
First Nations of an Ancient Continent
Geschreven door: Stephen Muecke and
Adam Shoemaker
Uitgegeven door: Thames & Hudson
ISBN 0 500-30114 X
The Songlines
Geschreven door: Bruce Chatwin
Uitgegeven door: Vintage Classics
ISBN 0 099 76991 3
|