|

Yellow
Water, "het waterland
van Kakadu" met zijn
omvangrijke vogelpopulatie

Onze
boot werd geëscorteerd
door een rustig
meezwemmende krokodil
...

...
toen we de South
Alligator River opvoeren

Een
ragfijn spel van nuances tussen de
kleuren goud, geel, roze, blauw en lila
en de silhouetten van planten
op het water en de bomen aan de horizon

Onderweg
naar Katherine
over de stille Kakadu Highway


De
totale lengte van de Mitluk
Gorges is ruwweg 12 km

Onder
die hoge
rotswanden ben je erg nietig

Hoog
boven de
Mitmiluk Gorge
ligt
een restaurant

De Victoria Highway naar het westen

Victoria River een machtige rivier in ruste

We
reden off-road
Gregory National Park in, ...

...
passeerden 7 riviertjes waarvan
het laatste
90 cm diep was

Ons
eerste eigen kampvuur
in het aardedonker,
diep in Gregory National Park

De Victoria Highway naar Kununurra

Onze
stek onderaan de rotswand
bij aankomst
in Keep River National Park
op Gurrandaing
Campsite

Een boeiemd landschap ...

... met een verpletterend
mooi uitzicht
...

...
en rustieke
plekjes

Nganalam
RockArt Site
met
op
het plafond
twee mysterieuze Mirrwung figuren...

...
en op de zuil de Rainbow serpent
en vele andere symbolen,
geschilderd of in de rots gekrast

|
The
land of the Aborigines, deel 3
Het "waterland van Kakadu"
Op deze luxe campsite werden we naar een mooi plaatsje
geloodst door een mannetje dat voor ons uit fietste. We bedankten
de man en hij vertelde ons dat als we vlug waren we nog konden
boeken voor de twee à tweeënhalf uur durende boottocht
over Yellow Water.
Hij vertelde ons dat deze laatste rondvaart van de dag zo
tegen het vallen van de schemering wat betreft de sfeer en
het licht over dit waterrijk gebied heel aanbevelenswaardig
was om te doen.
Dus onze eerste gang was naar de receptie. We boekten en betaalden
de tickets. We hadden nog anderhalf uur voor we zouden vertrekken.
Dus terug naar de camper om te gaan douchen en om een pilsje
te pakken. Ja, van dit warme weer krijg je dorst.
Om 14.00 uur gingen we met zo'n 20 man aan boord van een plat
aluminium, laag op het water liggend vaartuig dat aangedreven
werd door een forse buitenboord motor. Als iemand zijn of
haar hand over de reling zou hangen, raakte die het water,
maar dat was niet erg aan te raden zouden we spoedig merken.
We waren vanaf onze campsite met een busje naar de
afvaartsteiger gebracht. Onze schipper was een halfbloed,
maar de Aboriginal afkomst van een van zijn ouders was niet
te miskennen. Hij leek een beetje een slome man, maar dat
bleek een verkeerde inschatting. Met veel echte kennis vertelde
hij met passie gedurende het varen over "het waterland
van Kakadu" met zijn omvangrijke vogelpopulatie, de andere
dieren die hier leven en de planten die er groeien.
Hij vertelde dat zo'n vier weken geleden, hier alleen nog
de boomtoppen boven het water uitstaken en Kakadu een grote
watervlakte was. De rivieren en kreken die door dit waterrijke
gebied stromen, waaronder de South Alligator River, kunnen
in het natte seizoen al dat hemelwater niet aan.
Varen onder escorte
Toen we van de ondiepe waterpoelen een arm van de South Alligator
River opvoeren werd de boot geëscorteerd door een rustig
meezwemmende krokodil. Het prehistorische dier was tussen
de 4 à 4,5 meter en bleef een aanzienlijk deel van
onze tocht met ons mee zwemmen op maar enkele meters afstand
van de boot. Deze krokodil toonde zich helemaal niet agressief
ondanks de belangstelling die hem (of haar) ten deel viel
van de opvarenden, toch behoorde dit schepsel tot de gevaarlijke
soort van de estuarium krokodillen.
Later bleek dat Yellow Water vergeven is van deze beesten.
We zagen er verscheidene, waaronder een paar hele grote.
De schipper/gids was niet te beroerd om de boot af en toe
in z'n achteruit te zetten om ons iets te laten zien wat interessant
was, of als een van ons iets gemist had. Hij wist alles over
deze biotoop, hij kende alle vogels en liet ons de mooiste
uithoeken van dit gebied zien.
Moeten jullie beslist op tijd thuis zijn?
De lucht begon al te kleuren door de naderende schemering
toen de schipper pardoes de boot in zijn achteruit zette en
ons wees op een zeearend die zojuist in een kale boom was
neergestreken. De witte borst van deze vogel, met een spanwijdte
van ongeveer 2 meter, werd oranje gekleurd door de zon die
al heel laag stond.
Op het moment dat we weer langzaam verder voeren vroeg onze
schipper ons: "Moeten jullie beslist op tijd thuis
zijn vanavond?" Als dat niet het geval was zou hij
ons een van de mooiste zonsondergangen van onze reis laten
meebeleven, zei hij, en als we geen interesse hadden zou hij
snel terug te varen naar de afvaartsteiger. Niemand hoefde
snel terug, dus waarschuwde hij ons dat we ons extra moesten
inspuiten tegen muggen e.d., en een trui aan moesten trekken
omdat het tegen de avond aanmerkelijk frisser kon worden op
het water.
Deze zonsondergang was inderdaad een ragfijn spel van nuances
tussen de kleuren goud, geel, roze, blauw en lila en de silhouetten
van planten op het water en de bomen aan de horizon. We hadden
het niet willen missen. Later terug op de campsite,
nog vol van de indrukken van dit tropische waterland, besloten
we in het restaurant te eten. Het restaurant van deze luxe
lodge was gedeeltelijk in de openlucht gesitueerd en gedeeltelijk
overdekt.
Het was de bedoeling dat je zelf je drankjes haalde en bestelde
wat je wilde eten, dus dat deden we.
We kregen onze drankjes meteen mee, samen met een soort "afstandsbediening"
die op een of ander manier zou aangeven dat het bestelde menu
kon worden opgehaald bij de counter.
Genietend van de heerlijke koele glazen bier, was het hier
aanmerkelijk warmer onder de tropische bomen dan eerder die
avond op het water, wachtten we af op de dingen die komen
gingen. Ineens begon dat "ding", die "afstandsbediening",
lichtflitsen af te geven als een ruimteschip en op en neer
te dansen op onze tafel. Ons eten was dus klaar was onze conclusie.
Na het eten genoten we nog even na van de zwoele tropische
winteravond, maar het duurde niet al te lang eer slaperigheid
ons overviel, en bovendien we wilden de komende ochtend écht
vroeg op.
Onderweg naar Mitmiluk National Park
Die maandagochtend gingen we vroeg op weg. De kilometerteller
gaf aan dat we tot nu toe al 1046 km hadden afgelegd. Vandaag
hadden we een kleine 250 km voor de boeg, richting Katherine.
Alvorens we terug reden naar de Kakadu Highway bezochten we
het Warradjan Aboriginal Cultural Centre, maar we waren te
vroeg en de medewerkers hadden nog 5 à 10 minuten nodig
voor zij het centrum konden openen. Ook dit centrum gaf een
uitgebreide kijk op de cultuur van de plaatselijke Aboriginal
stammen die hier rondom Yellow Water leven en leefden, maar
was minder luxueus dan het Bowali Visitor Centre waar we eerder
waren.
Eenmaal op de weg wilden we graag doorrijden om niet al te
laat in Katherine aan te komen. De lucht was blauw op een
paar kleine wolkjes na, maar langzaam aan zou de lucht vandaag
verder dichttrekken.
Onze eerste stop was bij de Bukbukluk lookout. Vanaf de hoogte
keken we uit over het met tropisch bos bedekte landschap van
Kakadu met hier en daar de spiegeling van water tussen het
groen door.
Bij het Mary River Roadhouse waar we Kakadu National Park
verlieten dronken we koffie met een echte engelse steak
and kidney pie.
Het was vanaf hier nog maar 58 km naar de Stuwart Highway.
Daar zouden we stoppen bij het plaatsje Pine Creek om dit
oude mijnstadje te bekijken, maar het stadje was eerder vervallen
dan oud en gaf niet veel van zijn historie prijs. Dus reden
we al snel verder in zuidelijke richting over de Stuart Highway,
maar snel ging het allerminst omdat men aan deze tweebaansweg
op verschillende plaatsen aan het werk was.
Achter road trains in een stofwolk
Bij de opbrekingen, en wegomleggingen, die soms vele kilometers
lang waren kwamen we achter twee road trains en hun
stofwolk te hangen. Uiteindelijk kwamen we weer terug op het
asfalt maar het was praktisch onmogelijk om met onze camper
vanachter deze road trains vandaan te komen.
Na 91 km op deze snelweg bereikten we dan eindelijk de plaats
Katherine. Het was onze intentie om de komende dag te gaan
varen op het water van de gorges van Mitmiluk National
Park (onder Europeanen en Australiërs is deze gorge
beter bekend als Katherine Gorge).
We wilden dus zo dicht mogelijk in de buurt van de gorge
een campsite zien te vinden. Bij navraag op het toeristenoffice
bleek dat we dan nog eens 32 km naar het oosten moesten rijden
tot de weg doodliep in het National Park.
We settelden ons op het Travel North Caravan Park van Mitmiluk
Gorge. Het was hier gezellig druk en vol met Australian
Mates die uit alle delen van dit continent hier vakantie
kwamen vieren. Er waren een paar jonge boerenfamilies onder
die uit de zuidelijke outback kwamen, maar ook veel
stadsmensen. Het was leuk om kennis te maken met deze diversiteit
aan mensen. Mensen die zich allemaal Australiër noemen.
Onder hen was een familie waarvan de vrouw vijftig jaar gelden
als kind uit Nederland was geëmigreerd die van ons wilde
weten of Nederland nou werkelijk zo'n verderfelijk land was
geworden met drugs en drugsverslaafden, en met een alledaagse
abortus- en euthanasiepraktijk. We maakten haar duidelijk
dat het zo erg niet was als zij schetste, maar in haar ogen
was haar oude vaderland verworden tot een bijbels Sodom en
Gomorra.
Wat we al lang wisten, werd hier nog duidelijk onderstreept,
blanke Australiërs zijn voor negentig procent erg rechts
conservatief, maar ze zijn daarom niet minder vriendelijk
als mens en zeer behulpzaam als je een beroep op ze doet voor
hulp.
Die avond verkenden we voor het donker werd nog snel even
een deel van de omgeving en bezochten we het visitors centre
in het hoofdgebouw van het Travel North Caravan Park dat hoog
boven het begin van de gorges lag en schreven ons daar
in bij de receptie voor een verblijf van twee nachten. Twee
nachten zodat we ruim de tijd zouden hebben om deze gorges
te bezoeken.
De mogelijkheid om met een kajak de gorges in te varen
zagen we niet zitten, gezien de aanwezigheid van krokodillen,
dus boekten we ook hier een georganiseerde boat cruise,
zoals ze dat hier noemen
Varen tussen hoge rotswanden
De ochtend van 27 juni gingen we in de koelte van de ochtend
aan boord van alweer zo'n aluminium plat vaartuig met weinig
diepgang en een afdakje van zeildoek.
De rondvaart duurde tweeënhalf uur en was zeer spectaculair.
We kregen bij benadering maar een tiende deel van de totale
lengte van de gorges te zien. Halverwege moesten we
uitstappen om via een zandig rotsplateau naar de volgende
gorge te lopen, want daar lag weer zo'n zelfde boot
klaar om verder te varen. Hoe verder we de gorge invoeren,
hoe dichter de wanden naar elkaar toe kwamen. Op sommige plaatsen
in de gorge waren strandjes die gezien de sporen in
het zand druk bezocht werden door krokodillen en slangen.
Onderweg zagen we heel wat mensen die in wankele kano's of
kajaks de gorge oproeiden. Zou het dan toch niet zo
gevaarlijk zijn? Kennelijk niet, dachten die mensen.
De Mitluk Gorges bestaan uit 13 spectaculaire gorges
die stuk voor stuk door de Katherine River zijn uitgesleten
uit het hoge rotsplateau van Arnhemland. De totale lengte
van deze gorges is ruwweg 12 km. En in het droge seizoen
verheffen de steile wanden zich, op enkele plaatsen, tot meer
dan honderd meter hoogte boven het wateroppervlak. In de regentijd
moet het water van Katherine River, gevangen tussen deze muren,
een ontembaar natuurverschijnsel opleveren. Maar het zullen
er maar weinigen zijn die dit mogen aanschouwen, denken wij.
Levensgevaarlijk.
Hoog boven het punt waar de Mitmiluk Gorge op zijn breedst
is en the Katherine River zich bevrijdt van de rotswanden
en verder in het laagland zijn weg zoekt, is het restaurant
van de campsite gelegen. Daar besloten we de dag met
een verrukkelijke Barramundi schotel en een verkoelende fles
witte wijn. Boven ons ontvlamde de hemel in de rode, grijze
en lila tinten van de snel vallende avond.
Alles vers in voorraad, maar geen alcohol
Op woensdagochtend vertrokken we voor een rit van ongeveer
230 km naar Victoria River, maar eerst zouden we in het centrum
van Katherine naar een supermarkt gaan en ook bij de bottle
shop stoppen om onze voorraden aan te vullen. De volgende
gelegenheid om inkopen te doen zouden we pas weer krijgen
in Kununurra, of als we veel geluk hadden iets eerder in Timber
Creek.

Vers brood, groente en vlees, het was allemaal geen probleem.
Maar bij de bottle shop stond dat die tot halfeen gesloten
was. Aan een oudere, wat chique dame vroegen we hoe dat zat.
Het bleek dat er voor halfeen in het hele Northern Territory
geen alcohol mocht worden verkocht. Dit was wetgeving met
het doel om Aboriginals te beschermen tegen het gebruik van
alcohol, maar dat was volgens de dame een lachertje en, zei
ze, we zouden wel zien wat ze bedoelde als we rond openingstijd
bij de bottle shop onze drankvoorraad zouden gaan aanvullen.
We bedankten de dame voor haar informatie en besloten dat
we nog genoeg drank in voorraad hadden om het tot Kununurra
uit te zingen. Dus was wachten zinloos en gingen we bij het
kruispunt, in het centrum van Katherine, de Victoria Highway
op.
Onder een strakblauwe hemel gaat de rit eindeloos verder door
een ogenschijnlijk verlaten en uitgestrekt landschap dat -
bekleed met lage bebossing, Spinifex grasvelden, doorsneden
met rivieren, kreken en hier en daar gedecoreerd met een monumentaal
modern kunstwerk van de plaatselijke termieten kolonie - niet
echt spectaculair is maar zeker niet eentonig.
Rijdend over deze stille weg, maakten we de balans op van
alle uitzonderlijke dingen die we tot nu toe gezien hadden
en we moesten constateren dat het leven zonder het in zichzelf
gekeerde Haagse gedoe, zonder krant, zonder TV, zonder radio,
zonder lawaai en zonder licht- en luchtvervuiling eigenlijk
veel aangenamer was dan het leven in ons zogenaamd "welvarend"
kikkerlandje. Op de wegen in deze contreien, zie je als je
geluk hebt om het kwartier een auto. Ja, de stilte was hier
hoorbaar.
Ook dat nog
Midden in onze overpeinzingen hoorden we een ongewoon geluid.
Ik vroeg Rieky of ze even langs de weg wilde stoppen. Toen
ik uitstapte zag ik dat de linkerkoplamp hing te bungelen
aan zijn stroomdraadjes. De lamp was uit de lampkast gewipt.
De plakbandresten om de lamp waren voor ons in Darwin al een
signaal geweest dat er iets mis was met die lamp, maar we
hadden ons door de mensen van Apollo laten overtuigen dat
het euvel echt verholpen was. Niet dus. Er kwam weer een minpuntje
bij voor de door Barron Travel warm aanbevolen Apollo camper.
Met wat moeite kon ik de lamp weer op zijn plaats drukken
en hoorde ik een geruststellend klikje. Zou de lamp, nu de
wegen steeds slechter zouden worden, op zijn plaats blijven
zitten?
Een machtige rivier in ruste
Net over de brug bij Victoria River Crossing ligt Victoria
River Roadhouse met als achtertuin een stukje geaccidenteerd
terrein dat veroverd lijkt te zijn op het omringende ruige
boslandschap en van veel bomen en struiken ontdaan is. Dit
"grasveld" wordt in het droge seizoen gebruikt als
campsite.
Als we aankomen is er bijna niemand, alleen wat vaste gasten
waarvan een paar stellen zich gedragen als oude hippies uit
de flowerpower periode. We zoeken een plekje onder een grote
eucalyptusboom, aan de kant van het terrein waar de rivier
met ruig kreupelhout de begrenzing vormt van de campsite.
Als we ons geïnstalleerd hebben, besluiten we om nog
een kleine wandeling te maken terug in de richting van wat
de machtigste rivier van het Northern Territory heet te zijn.
The Victoria River ligt diep verzonken in het landschap, zodat
de opritten naar de brug aan beide kanten een stevige helling
vormen. Boven aan de helling staan aan beide kanten slagbomen
met daaraan een bord dat aangeeft dat de brug voor alle doorgangverkeer
gesloten is. In het natte seizoen worden deze slagbomen rigoureus
gesloten zodra het water hoger dan 2 meter boven het wegdek
van de brug uitkomt. Dan is de Victoria Highway totaal gestremd
voor alle verkeer van oost naar west. Het water kan in het
natte seizoen zelfs tot 7 meter boven het wegdek van de brug
uitstijgen. Op het moment dat wij die late namiddag over de
brug wandelden hadden we het gevoel dat we hoog boven de rivier
stonden. Het water stroomde nu rustig en rimpelloos tussen
de ruige oevers door in de richting the Queens Channel en
mondt uit in de Joseph Boneparte Gulf die deel uitmaakt van
de Timor Sea.
Terug op de campsite is het wat drukker geworden. We
maken kennis met een paar Australische trekkers die ook onderweg
zijn naar The Kimberley of naar Purnululu National Park. We
zouden deze mensen nog meerdere malen op verschillende plaatsen
gedurende onze reis tegenkomen.
Toen de avond viel werd er een poging gedaan door de beheerder
om de pikdonkere nacht te laten wijken met een krachtige schijnwerper.
Maar het lukte hem alleen maar ons te verblinden als we in
de richting van het Roadhouse keken of naar het sanitaire
blok liepen.
Nog laat kwamen er wat kampeerders binnen die in de duisternis
erg veel moeite deden om hun tentjes enigszins netjes neer
te zetten.
De nachtelijke stilte werd die avond alleen verscheurd door
een road train die over de brug denderde en daarna
met gierende remmen tot stilstand kwam bij het servicestation
van het roadhouse. Het bleken twee van die lange truckcombinaties
te zijn, maar ze hadden meer weg van kerstbomen met al die
lichtjes dan van de imposante road trains die we overdag
tegenkwamen.
Toen we de volgende morgen voor vertrek nog eens goed op de
kaart keken zagen we dat het Victoria River Roadhouse gesitueerd
was in het midden van het kleinste deel van Gregory National
Park. Het aanmerkelijk grotere deel van het park ligt 60 km
verder op. Deze twee delen van Gregory National Park worden
van elkaar gescheiden door een stuk land dat door de Australische
regering aan de Aboriginals is "teruggegeven".
In 1975 werd door Gough Witlam, premier van de progressieve
Australische Labor Regering, op symbolische wijze met een
handvol rode aarde een begin gemaakt met de teruggave van
stukken land aan de rechtmatige eigenaren van het land, de
Aboriginals. In 1976 werd The Aboriginal Land Rights Act getekend
die de overdracht van land van de Aboriginals regelde. Een
goed voorbeeld daarvan is de teruggaven van heel Arnhemland
en grote delen van de woestijn rond Alice Springs in het Red
Centre.

Negen keer door het water
Na ontbeten en ingepakt te hebben, reden we dwars over Aboriginal
land en gingen we in de richting van het 10.500 vierkante
kilometer uitgestrekte Gregory National Park.
Het park is genoemd naar de ontdekkingsreiziger en inspecteur
van de noordelijke gebieden. In 1855-56 had Augustus Gregory
de opdracht te rapporteren welke gebieden als weidegrond voor
het vee van de Engelse pioniers het best geschikt waren. Het
gebied dat nu Gregory National Park heet was volgens hem uitermate
geschikt voor deze veeboeren, die zich hier ook daadwerkelijk
gingen vestigen. Zo ontstond er een stelsel van cattle
tracks en cattle stations in dit gebied. Dit pastorale
landschap is alleen toegankelijk voor 4WD's. Sommige van de
5 belangrijkste tracks zijn zelfs voor zeer ervaren
off road drivers als zeer moeilijk aangemerkt, bijvoorbeeld
de Broadarrow Track die 263,5 km lang is en volgens de informatie
op de kaarten moet je daar anderhalve dag tot twee dagen voor
uittrekken, maar dan heb je wel dit hele prachtige en landelijke
park van noord naar zuid gezien.
Bij de ingang van het park stond een bord met de tekst: "High
Clearance", wat betekent dat je hoog op je wielen
moet staan en minstens een 4WD moet hebben om je weg te kunnen
vervolgen. De roodgekleurde dust road, die we moeten volgen
tot aan de Bullita Campground, is ongeveer 48 km lang. Ons
eerste doel was de Limstone Gorge, maar bij de afslag er naar
toe stond dat de weg was gesloten vanwege een te hoge waterstand
in de gorge. Dat vonden we zeer spijtig want deze gorge
moest heel bijzonder zijn. Dus reden we verder de weg op die
voor ons, en nog meer voor Rieky achter het stuur, een echte
vuurdoop zou worden.
Door rivieren rijden was geen onderdeel geweest van haar cursus
off-road rijden in Oss. De 9 kreken die we door moesten
om op de Bullita Campground te komen kostten ons af en toe
heel wat hoofdbrekens. Ik moest er regelmatig uit om te schatten
hoe diep de creek zou zijn waar we voorstonden. Maar of de
ondergrond zacht was of hard was onmogelijk te bekijken.
Bij de vijfde creek crossing hebben we wel even getwijfeld
of we wel verder zouden gaan, want we wisten niet wat er nog
meer zou komen. Maar rechtsomkeert maken was onze eer toch
echt te na.
Bij de negende en laatste creek had Rieky intussen al zoveel
lef en ervaring opgedaan dat dwars door de 90cm diepe creek
rijden de gewoonste zaak van de wereld voor haar leek te zijn
geworden. Later zagen we dat de toch al verfomfaaide nummerplaat,
die er vanaf het begin al niet florissant uit zag, nog maar
aan een krakkemikkig schroefje vast hing en dat we die plaat
bijna waren kwijt geraakt. Met een lange schoenveter hebben
we de plaat toen maar veiliggesteld, want als je de plaat
verliest geeft dat alleen maar ellende.
Ons eerste eigen kampvuur
Aangekomen op de Bullita Campground bleek dat we twee uur
en een kwartier nodig hadden gehad om hier te komen, dat betekende
dus dat we door dit prachtige landschap over deze ruige weg
een snelheid hadden gehaald van ongeveer 21 km per uur.
Het was stil op de campsite. Er waren twee Australische
families die daar al enkele dagen kampeerden en waarmee we
gemakkelijk in gesprek kwamen. Zij vertelden ons onder andere
ook dat alle tracks in het park vanwege te hoge water
ook hier nog gesloten waren.
Het was enorm lekker weer al was de lucht sinds vanmorgen
bijna helemaal dichtgetrokken. We besloten een stevige wandeling
te maken en tevens te kijken of we nog wat hout konden sprokkelen
voor ons kampvuur. Het is eigenlijk de bedoeling dat je brandhout
meeneemt van buiten de Nationale Parken, maar daar hadden
we niet aan gedacht ... en om terug te gaan, we moesten er
nu even niet aan denken.
Op onze wandeling kwamen we voor de East Baines River te staan.
Hier gaat de Bullita Stock Road dwars door de tamelijk brede
rivier. Met paaltjes is de track door het water aangegeven,
maar ook hier stond aangegeven dat de track tijdelijk
gesloten was.
Op de terugweg verzamelden we losliggend hout voor ons kampvuur.
We vonden zoveel dat Rieky nog een keer is teruggegaan om
de rest op te halen. We vonden dat het nu echt tijd was voor
een lekker glas Australische wijn, want wijn maken dat kunnen
ze hier, en zeker zo goed als in Frankrijk.
Tegen het vallen van de avond kwamen er nog twee nieuwe kampeerders
bij zodat er vijf kampeerplaatsen bezet waren. De plaatsen
lagen erg ver uit elkaar dus je merkte praktisch niks van
de aanwezigheid van de andere. Pas 's avonds nadat we ons
kampvuur hadden ontstoken, in de daarvoor bestemde vuurbak,
zagen we in het aardedonker hier en daar het licht van de
andere vuren. De lucht was weer schoongetrokken en de miljarden
sterren van de melkweg vormde de beloning voor deze erg inspannende
dag. De nachten waren in vergelijking met Kakadu aanmerkelijk
kouder aan het worden.
Onze groente en het fruit in quarantaine
Bij het ontbijt bleek dat Rieky door de muskieten, of andere
insecten, bij het kampvuur bont en blauw gestoken was. Zij
had zich niet goed ingespoten en dat was dus echt wel nodig
zoals bleek, dus moesten we op zoek naar een smeerseltje om
de beten te behandelen en de irritatie te verzachten. We hoopten
dat de winkel in Timber Creek ons aan iets kon helpen.
Deze keer reden we het park uit in één uur en
tien minuten. Een recordtijd dus. Op de highway gekomen
was Timber Creek niet zo ver meer. De vrouw achter de toonbank
kon ons niet helpen aan iets dat muggenbeten verzacht. Het
winkeltje stelde ook niet al te veel voor. Een ranger
die daar koffie stond te drinken adviseerde ons om naar Kununurra
door te rijden. Daar zouden we zeker een goede farmacie of
zelfs apotheek vinden die ons kon helpen.
Kununurra ligt in Western Australia en is 60 km voorbij Keep
River National Park dat nog net in The Northern Territory
ligt. En Keep River National Park wilden we beslist niet overslaan.
We besloten dus om eerst naar Kununurra te rijden en daarna
terug naar Keep River National Park.
Van Timber Creek naar Kununurra was het 229 km en vandaar
nog eens 60 km terug naar het park. Maar het was nog vroeg
op de dag en bovendien prachtige weer. Na getankt te hebben
reden we de highway op om zo snel mogelijk in Kununurra
te kunnen zijn, maar we hadden geen rekening gehouden met
het Quarantaine Checkpoint aan de staatsgrens met Western
Australia. Western Australia heeft strenge quarantaine regels
voor sommige soorten fruit, groente en nog veel meer. We moesten
dus stoppen en de beambte verzocht ons de camper te openen.
Hij wilde zelf in de koelunit kijken. Uiteindelijk had hij
een zak vol met fruit en groente die we niet mee mochten nemen
over de state border.
Toen we hadden uitgelegd dat we alleen maar voor medicijnen
naar Kununurra moesten en later weer terug zouden gaan naar
The Northern Territory plakte de man de zak dicht met een
stuk plakband met de bedrukking 'Hold Quarantine' er op, nam
de zak mee zijn kantoortje in en deelde ons mee dat we op
de terugweg onze groente en fruit weer konden ophalen.
Tijdreizigers met nieuwe voorraad
Op het moment dat we aankwamen in Kununurra, getankt hadden
en een broodje hadden besteld met een blikje cola en een flesje
vruchtensap was de bottle shop nog gesloten. Het was
toch allang halfeen geweest op onze klokjes maar het was hier
nog steeds voor elven. Even niet aan gedacht dat het hier
in Western Australia anderhalf uur vroeger was dan in The
Northern Territory.
Doordat we twee keer door de tijdzone waren gereden ontbrak
ons even het gevoel voor tijd. Tot onze verbazing kwamen we
toch nog redelijk vroeg op onze bestemming aan. Om half vier
waren we op de Gurrandaing Campsite in Keep River National
Park. We kwamen uit Kununurra terug met muggenzalf, een nieuwe
voorraad wijn en bier, de ervaring hoe bij de bottle shop
de Aboriginals al ruim voor dat die om halfeen open gaat
staan te wachten om als eerste naar binnen te kunnen. Het
is echt droevig om te zien hoe mensen van dit trotse volk
los zijn geraakt van hun roots.
De Gurrandaing Campsite was werkelijk prachtig gelegen dicht
tegen een rotsformatie aan, zo'n 15 km het park in. Het was
wel een beetje een overgeorganiseerde campsite met
precies afgebakende plaatsjes gesitueerd langs een rondlopend
pad, de sanitaire voorzieningen waren ook hier minimaal. In
het midden van de ronding waren kleine rotspartijen en daaromheen
waren een aantal vuurplaatsen aangelegd.
Later op de avond werd het op onze campsite wel erg
druk, in ieder geval drukker dan we tot nu toe gewend waren.
De oorzaak was waarschijnlijk dat de Jarnarm Campsite, die
16 km verderop lag, onbereikbaar was geworden doordat de rijbaan
in het natte seizoen door het water helemaal was weggeslagen
en nog steeds niet gerepareerd kon worden.
We hadden intussen de smaak van een kampvuur in de avond echt
te pakken, dus struinden we net buiten de campsite
de omgeving weer af op zoek naar brandhout. Daarna verkenden
we de omgeving en besloten de volgende ochtend een grote wandeling
te gaan maken omhoog langs de rotswand.
Na een paar glazen wijn voelden we pas hoe rossig we waren
geworden van de warmte van ons kampvuur en vielen als een
blok in slaap in het tweepersoons camperbed.
Terug in de laadbak
Op zaterdag 1 juli na het ontbijt begonnen we in alle vroegte
aan een stevige wandeling tegen de rots omhoog door een boeiend
landschap. In het lagere gedeelte waren nog veel bomen en
struiken en pas hoger op werd de oranjerode rots alleen nog
maar gestoffeerd door prachtige bollen Spinifex-gras en een
enkele struik die zich met zijn wortels tussen de rotsen had
vastgebeten en moeizaam probeerde stand te houden. Helemaal
boven aan de rotswand gekomen heb je een machtig uitzicht
over het park en kijk je tot ver in Western Australia.
Later terug op de campsite besloten we naar de Nganalam
Art Site te wandelen. Maar we hadden onszelf behoorlijk overschat
toen we aan deze tocht begonnen, ons misrekend wat de afstand
betrof en ook de warmte van de middag ernstig onderschat.
Na ongeveer tweeëneenhalf uur hadden we ons doel nog
steeds niet bereikt. Gelukkig hadden we genoeg water bij ons,
en brood dat we opaten langs de weg met een prachtig uitzicht
op het weidse landschap rond Keep River Gorge.
We besloten onverrichter zaken terug te keren. Na ongeveer
een kwartier lopen stopte er een auto met een laadbak achter
ons. Het was de park ranger. Hij vroeg ons of we wel
water genoeg bij ons hadden, en of het niet veel verstandiger
was om bij hem achter in de laadbak te stappen. Als we dat
wilden zou hij ons wel even terug brengen naar onze campsite.
Het was veel te warm om te lopen zo midden op de dag, zei
hij, en daar had hij groot gelijk in. Rieky maakte intussen
een praatje met zijn kinderen die voor in de cabine zaten
en vroeg of ze niet naar school moesten. Nee, ze hadden vrij
want het was zaterdag.
Wij klommen met onze rugzakjes in de open laadbak en kregen
het advies ons goed vast te houden. In een klein halfuur waren
we hotsend en botsend terug op ons startpunt. We bedankten
de ranger die op de campsite nog een en ander
te doen had en zwaaiden zijn kinderen goedendag.
We moesten nu echt eerst even bijkomen met een pilsje in de
hand voordat we weer enige activiteit konden ontwikkelen.
Morgen zouden we voor dat we verder gingen naar de Art Site
rijden om deze alsnog te kunnen bekijken.
Twee mysterieuze Mirrwung figuren
De volgende ochtend waren we binnen een half uur met de camper
op de parkeerplaats bij de Nganalam Art Site. Nganalam betekend
Cockatoo Dreaming. Er was daar helemaal niemand, we waren
daar helemaal alleen met ons tweetjes om dit prachtige surrealistische
en bijzondere landschap rond de Art Site in ons op te nemen.
En daarbovenop kwam dan ook nog de mystiek van de kunstuitingen
die we even later om ons heen hadden. Zo puur.
Iets boven het omliggende landschap bevindt zich een natuurlijke
doorgang in de rotswand die gedragen word door een immense
ovale rotszuil. De ruimte is traditioneel beschilderd met
allerhande symbolen zoals de Rainbow serpent, die in het leven
en de verhalen van alle Aboriginals steeds terugkomen en voor
hen een belangrijke rol spelen, dus ook hier bij de Mirriuwoong
and Gadjerong Aboriginals die hier thuishoren.
Maar ook hier zie je weer de overbekende handjes, en tegen
het plafond twee mysterieuze Mirrwung figuren met om hun hoofd
iets dat lijkt op een stralenkrans, of zou het lang haar moeten
voorstellen. Zo blijven er telkens vragen over bij heel veel
van de afbeeldingen. Tussen al deze schilderingen zijn er
ook nog al wat tekens in de rots gegraveerd die moeilijk te
duiden zijn. Als je in deze overkoepelde ruimte staat word
je bedwelmd door het uitzicht op het laagste deel van het
nationale park waar de Keep River zijn naam aan heeft geleend.
Onze zondag zijn we voor ons gevoel erg goed begonnen. We
reden het park uit op zoek naar de plaats waar we drinkwater
konden tanken. We hadden op de heenweg de drinkwaterkraan
gezien dus het was niet moeilijk hem terug te vinden. We stopten
bij de kraan om alles wat water kon bevatten te vullen, want
water is hier bijna goud waard, en dit water smaakte nog lekker
ook.
Lekker wassen en douchen
We reden nu voor de tweede keer richting Kununurra en zouden
stoppen bij de parkeerplaats van het Quarantaine Checkpoint
om twee mandarijnen op te eten die over waren. We zetten onze
horloges anderhalf uur terug en daarna leverden we nog 2 sjalotjes
en 2 aardappels in bij de quarantaine ambtenaar en vervolgden
onze weg naar Lake Argyle. De afslag daar naar toe lag net
voorbij het Quarantaine Checkpoint en het was vanaf hier nog
34 kilometer naar Lake Argyle Village. We reden door een fraai
landschap dat in rap tempo ruiger en ruiger werd en ons steeds
verder insloot tussen rotswanden, waartussen de Ord River
zich in tegenovergestelde richting een weg naar zee baande.
Aangekomen op de campsite, want Lake Argyle Village
stelt niet heel veel meer voor dan dat, bekroop ons een gevoel
van vervreemding door de kaalheid en verlatenheid van het
gebied.
We kregen desondanks een onverwacht mooi plaatsje onder de
bomen, met water en elektra. Deze aansluiting op het lichtnet
was belangrijk want we hadden nog steeds problemen met die
klote accu.
Bovendien waren er op de campsite ruime mogelijkheden
om te wassen, en te douchen en om 's avonds te eten. We maakte
van dat alles gretig gebruik. Nadat we lekker schoon gedoucht
waren en de eerste was in de machine hadden zitten, gingen
we informeren wat de mogelijkheden waren om te varen op Lake
Argyle. We konden kiezen uit twee mogelijkheden, maar kozen
voor de cruise die maar twee uur zou duren omdat de andere
mogelijkheid bijna onze hele dag in beslag zou nemen.
Sneldieven, vroeg donker en veel wind
We realiseerden ons nu pas goed dat we vanwege de Western
Australian time, anderhalf uur eerder moesten opstaan, lunchen,
etc., om ons bioritme zo snel mogelijk aan de nieuwe situatie
te laten wennen.
Gedurende de lunch moesten we voortdurend oppassen dat ons
brood niet van ons bord werd gepikt door een van die watervlugge
vogels die hier rondscharrelden. Het waren geen mussen, maar
een veel grotere en ook nog brutalere soort. Ze zaten ons
vanaf een tak, een tentstok of het dak van een caravan de
hele dag te bespioneren en zodra ze maar zagen dat er iets
te eten op tafel stond was het echt oppassen geblazen. Sneldieven
waren het.
Zodra Rieky na de lunch de tweede was in de machine had zitten
gingen we in het restaurant het eten voor die avond bespreken.
Een restaurant dat de gezelligheid had van een lange golfplaten
schuur met een bij elkaar geraapt zooitje aan meubilair. We
werden die avond om half zes al voor het "diner"
verwacht. We hadden voor de zoveelste keer barramundi besteld,
deze keer een variatie klaargemaakt met bier en geserveerd
met patatfrites. We raakten al wachtend op onze maaltijd in
een geanimeerd gesprek met een Nederlands echtpaar en een
paar Australiërs. We wisselden ervaringen uit vertelden
elkaar waar we geweest waren, wat we beleefd hadden en waar
we naar toe gingen.
We hadden ook deze keer perfect gegeten, gezellig samen met
een ander stel, maar toen we na de koffie nog wat wilden drinken
vonden de mensen van de campsite, die ook in het restaurant
bedienden, dat niet zo leuk want ze moesten de volgende morgen
weer vroeg op. We werden op een vriendelijke manier naar buiten
gewerkt. Het was intussen 7 uur in de avond geworden en het
was buiten aardedonker.
We wilden niet meteen naar bed en genoten nog even van de
prachtige sterrenhemel. Midden in de nacht, we lagen al lang
te slapen, begon het van het ene op het andere moment behoorlijk
hard te waaien. Het meer konden we niet zien vanaf de plaats
waar we stonden, maar we hoorden de wind nu wel met vlagen
over het 80 km lange meer aankomen.
Voor we naar bed gingen hadden we onze luifel niet naar binnen
gehaald zoals we anders wel deden. Nu vreesden we dat hij
zou omwaaien, dus ging ik uit bed om de stokken schrap te
zetten zodat de wind minder vat op de luifel zou hebben. Want
om midden in de nacht de luifel op te rollen en op te bergen
was teveel werk, bovendien kon ik dat niet in mijn eentje.
We zouden even afwachten of de wind erger zou worden. Maar
ineens na een paar uur was het weer windstil en de volgende
morgen stond de luifel er nog ongeschonden.
Met
dank aan Rieky en Johan Hermsen voor het kritisch lezen van
de teksten, het aandragen van tekstsuggesties en het aanbrengen
van tekstcorrecties
Ad
van Tiel, Landsmeer,
23 juni 2007
Niets
uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder
voorafgaande
toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Rieky
& Ad van Tiel © 2007
|