|


de indrukwekkende Wangi Falls

Tabletop Swamp,
Hier was alleen maar stilte

Het met kracht voortgestuwde
water is hier op zijn weg naar beneden

Aan de voet van
de Florence Falls
waren enkele mensen aan het zwemmen

De grote hoeveelheid termite mounds
die
hier bij elkaar staan het aanzien
van een veld vol menhirs of grafstenen

De termieten zijn
de
architecten van the bush

South Alligator River
is eigenlijk een
zeearm, die aan twee zijden
wordt ingesloten door ondoordringbare
bossen en moerassen

De
Mumukala wetlands op
ongeveer op 7 km
van South Alligator River

Het licht is er levendig en intens

Over de Arnhem Highway
onderweg naar Merl en Ubirr


De grote galerij waar in de rode band
veel dierenafbeeldingen staan
die
vaak over elkaar heen geschilderd zijn

Een detail
uit die wand

The
Ubirr escarpment
en ...

Het
overweldigende uitzicht op de top
over
de omgeving en het Nardab floodplain

Beeldende
rijkdom met
een
vaak hoge ceremoniële waarde

Op
het grotetafereel staat
Namarrgon, the Lightning Spirit
naast zijn vrouw is afgebeeld

De Nawurlandja Outlook licht hoog
op rotsen op nog geen 6 km hemelsbreed
van Nourlangie Rock
Het uitzicht over Kakadu eiste al
onze aandacht op

Een grote tegenvaller,
omdat Jim Jim Falls Road en
het hele
gebied gesloten is
vanwege de hoge waterssrand
|
The
land of the Aborigines, deel 2
En
nu verder het Lichfield National Park in
Op de morgen van 22 juni, na eerst lekker met koud water gedoucht
te hebben, en heerlijk ontbeten, begonnen we met een wandeling
naar de Wangi Falls. De waterval, eigenlijk zijn het er twee,
ligt op maar 100 meter afstand van de campsite. Het
was dus voor ons maar een kleine wandeling om er te komen.
Imponerend en majestueus stort het water zich, halverwege
even onderbroken in zijn val, met geraas van de hoge rotsen
en komt aan de voet van de waterval in het waterhole
terecht. Waterholes, ook wel rockholes genoemd,
zijn zeer geliefd onder zwemmers voor het verfrissende en
heldere water.
De Wangi Falls waterhole staat daarvoor bij veel bezoekers
bekend, maar toen wij er waren werd er op een groot bord gewaarschuwd
voor zout- en zoetwater krokodillen. De zoutwater krokodillen
komen in deze zoetwaterpoelen terecht als het water hoog staat
in het natte seizoen. Meestal worden ze direct na dit seizoen
weggevangen en terug gebracht naar hun natuurlijke leefgebied
in de zeearmen waar zoet en zout water samen komen. Maar aangezien
het natte seizoen dit jaar weken langer heeft geduurd was
men daar nog niet aan toegekomen.
Een Moeras, nog meer watervallen en waterholes
We maakten nog een kleine wandeling aan de voet van de waterval,
maar doordat het water nog niet overal voldoende gezakt was
moesten we dat al snel opgeven. We wandelden terug naar de
campsite en maakten alles klaar voor ons vertrek naar
een ander deel van het park. Onderweg zagen we dat de toegangswegen
naar Lost City en de Tolmer Falls nog waren afgesloten, waarschijnlijk
vanwege de lange duur van het natte seizoen.
Vanaf hier reden we verder naar de weg die naar de Tabletop
Swamp voerde. Dit prachtige moerasgebied was ontsloten via
een smal, maar kort wandelpad. Op deze plek was geen mens
te bekennen. Hier was alleen maar stilte. Het weinige geluid
dat je hoorde kwam van de vele vogels. Het was maar goed dat
we ons voor vertrek goed hadden ingespoten met een sterk middel
tegen muggen, muskieten en ander ongedierte. Een middel dat
speciaal voor de omstandigheden in de bush vervaardigd
is.
Bij Florence Falls en Buley Rockhole waren heel wat meer mensen,
te oordelen aan de overvolle parkeerplaatsen. Daar waren meerdere
redenen voor. Op de eerste plaats het is een schitterend gebied
om een wandeling te maken, het water is er fris en vrij van
krokodillen en dus heerlijk om op een warme dag als deze een
verfrissende duik te nemen. Bovendien waren er op veel plaatsen
in Australië schoolvakanties aan de gang.
Hoog boven de Florence Falls hadden we een prachtig uitzicht
op de brede waterval die via meerdere stappen naar beneden
dendert totdat hij al zijn kracht verliest in het diepe water
van het fresh waterhole. De waterval ligt prachtig
ingesloten tussen hoge begroeide rotsformaties. Heel diep
onder ons zagen we aan de voet van de waterval in het water
enkele mensen.
Even afkoelen onder een dak van bladeren
Vanaf hier gingen we hoger op naar de bovenloop van deze waterval
waar zich de Buley Rockhole bevindt. Hier steekt het heldere
water fraai af tegen de rode rotsbedding. Het geheel wordt
overkoepeld door een weelderig dak van groen. Het met kracht
voortgestuwde water is hier op zijn weg naar beneden bruisend
en vol energie.
Op dit paradijselijke plekje waren wel enkel mensen, maar
het was hier toch stil als je het geluid van het water niet
meetelt. En vooral heerlijk koel zo tegen het warmste moment
van de dag.
Vlakbij de site van Magnetic Termite Mounds hadden we onze
stoeltjes neergezet in de schaduw van onze eigen camper om
te lunchen. Dat was wel zo gemakkelijk omdat we dan alles
bij de hand hadden. Want hier in de bush, of in het
national park vind je nergens een uitspanning of een
kraampje langs de weg om te lunchen of iets te drinken
De architecten van the bush
De wandeling die we maakten naar de site van de Magnetic Termite
Mounds was voor ons een eerste kennismaking met dit monumentale
fenomeen. We zullen deze termieten heuvels later op onze reis
door het noorden van dit continent in allerlei verschillende
verschijningen tegenkomen.
De termieten zijn opmerkelijke en kundige bouwmeesters. De
termite mounds zijn veelal enorme bouwwerken die verbluffend
ingenieus en kunstzinnig gemaakt zijn, zodat je soms de hand
van een kunstenaar zou vermoeden.
De zwarte platte termite mounds zijn allemaal noord zuid gericht
zodat het zonlicht het minste vat heeft op het bouwwerk. Dit
schijnt te maken te hebben met het controleren van de temperatuur
binnenin de termieten bouwsels. Het bijna boomloze landschap
krijgt door de grote hoeveelheid termite mounds die hier bij
elkaar staan het aanzien van een veld vol menhirs of grafstenen.
Fascinerend.
Aan de strakblauwe hemel was geen wolkje te zien. Het was
op het warmst van de dag en we besloten om op ons gemak verder
te rijden, te gaan tanken, een telefooncel te vinden en een
plekje op een campsite te zoeken met een beetje schaduw.
Net even buiten Litchfield National Park maakte een felle
en spectaculaire bosbrand een einde aan de lage bebossing.
In de cabine van onze camper kon je de warmte van het vuur
voelen. Je kon zien dat deze brand duidelijk op meerdere plaatsen
tegelijk was aangestoken. Het was zeker geen gewoon bush
fire. De borden die hier reclame stonden te maken voor
"bouwgrond om uw droomhuis op te bouwen" deden vermoeden
dat hier opzet in het spel was en de autoriteiten voor voldongen
feiten te stellen, net zoals dat in het zuiden van Frankrijk
wel eens gebeurt.
Aangekomen in Batchelor gingen we tanken, vol is vol was ons
devies sinds we hier waren. Je weet maar nooit wanneer je
weer een pomp vindt die diesel verkoopt.
Bij de pomp stopten we, maar het lukte ons echter niet om
met de speciale sleutel (er stond "DIESEL" in de baard gegraveerd)
de vuldop van de tank open te krijgen. In uiterste nood verzochten
we hulp aan de mensen van het tankstation. Ook de pogingen
van de vrouwelijke pompbediende die met ons meeliep om te
helpen faalde. Zij haalde er op haar beurt een automonteur
uit hun garage bij. Deze man suggereerde om het eens met de
startsleutel te proberen, en ja dat lukte meteen. Tot op dit
moment begrijpen wij niet waarom ze ons bij Apollo in Darwin
die speciale gemerkte sleutel hadden meegegeven.
The Big4 in Batchelor, een luxe campsite
Niet al te ver van het centrum van Batchelor vonden we een
prettige en luxe campsite: The Big4 motel and campsite.
Bij de receptie waar we ons meldden kregen we te horen dat
we verder door moesten rijden, daar zouden we door een man
worden opgewacht. Een Aboriginal verwelkomde ons heel vriendelijk
en hij loodste ons naar een plaatsje in de schaduw, zoals
we hem ook gevraagd hadden. Geen ondergrond van zand en stenen
deze keer, maar heerlijk pas gesproeid gras.
We maakten een praatje met een stel gepensioneerde Australiërs
die daar ook kampeerden. Het waren heel aardige mensen uit
Victoria. Hij had een hobby gemaakt van het restaureren van
een oude Amerikaanse Chevrolet uit de twintiger jaren. Hij
vertelde ons dat hij elk detail onder de motorkap had vervangen
of vernieuwd en ook de hele carrosserie had gerestaureerd.
Hiervoor was hij overal in Australië geweest om op de
sloop onderdelen te vinden. Zijn Chevrolet zag er dan ook
uit alsof hij rechtstreeks uit de showroom kwam.
Op deze campsite konden we beschikken over elektriciteit,
warm en koud stromend water, wasmachines, douches, warme wel
te verstaan, en als we wilden konden we later op de avond
in het restaurant eten. En er was ook een telefooncel. Wat
een luxe na twee dagen op campsites in the bush.
Tot ons ongenoegen werkte de telefooncode, die we van Ian
hadden gekregen om goedkoop te kunnen bellen, in deze telefooncel
van de camping niet. We kregen maar geen verbinding met het
buitenland. Zo'n verbinding was alleen maar tot stand te brengen
via een officiële telefoonaansluiting van Telstra, de
Australische telefoonmaatschappij.
Dus zodra we hadden gedoucht en nadat we de was in de wasmachine
hadden gedaan gingen we richting de receptie om te vragen
of we daar met onze code konden bellen. We werden doorverwezen
naar het centrum van Batchelor, daar waren meerdere Telstra
telefooncellen op een pleintje naast de supermarkt.
Bij ons was het bijna avond, in Nederland begon de dag
Het was maar 5 à 7 minuten lopen vertelde ze ons, maar
omdat ik fout liep, koste het ons zeker 20 minuten. Zelfs
kleine dorpjes als Batchelor zijn heel uitgestrekt van oppervlak.
Aan ruimte is hier immers geen gebrek.
De supermarkt in "het centrum van het dorp" had
ons eigenlijk niet veel te bieden, verse groenten waren er
niet, brood uit de vriezer was zowat het enige verse product
wat ze daar hadden.
Gezien het tijdsverschil leek het ons echter beter om nu eerst
onze dochter en schoonzoon te bellen om hen te laten weten
dat alles goed met ons was en om hen te verzoeken of zij Mw
Tryntje Jaspers van Barron Travel wilden bellen met de mededeling
dat we slechte ervaringen hadden gehad met de Apollo-organisatie
in Darwin, dat we daarover zeer ontevreden waren en daar na
onze vakantie zeker op terug zouden komen.
Na twee van de drie telefooncellen geprobeerd te hebben kregen
we hulp van een vriendelijke meneer die ons vertelde dat twee
van de drie cellen buiten bedrijf waren en die ook snel ontdekte
wat we fout deden bij het intoetsen van de code. Uiteindelijk
kregen we toch onze dochter aan de lijn die zojuist op haar
werk was gearriveerd. Terwijl zij begon aan een nieuwe werkdag
zou hier de avond snel vallen.
We besloten onze avond in Batchelor te besluiten met een hapje
in het restaurant. We moesten ook hier wennen aan andere gewoonten.
Voor we aan tafel gingen dienden we eerst aan de dame achter
de counter te vertellen wat we wilden eten en wijn uit te
zoeken. Daarna kregen we van haar een standaard met een nummer
mee om op tafel te zetten en de bestelde flesjes witte wijn.
Daarna mochten we een tafeltje uitzoeken en na een tijdje
werd ons eten gebracht. We hadden allebei gekozen voor vis.
Het was onze eerste kennismaking met de Barramundi en we zouden
deze vis nog vele malen op ons menu vinden, maar wel steeds
op andere manier vermomd. Deze vis was echt bijzonder lekker.
Richting Kakadu
Kakadu
is Australisch grootste Nationale Park met meer dan 20.000
vierkantemeter moeras en tropische wildernis.
De geschiedenis van menselijke aanwezigheid in dit gebied
gaat tenminste 20.000 jaar terug. Er zijn duizenden galerijen
in dit gebied gevonden waar op de rotsen en in de spelonken
Aboriginal art gevonden is.
Er zijn pas 500 van deze art sites in kaart gebracht, en van
die 500 zijn er maar een paar toegankelijk, of omdat ze nauwelijks
te bereiken zijn, of omdat ze een hoge spirituele waarde vertegenwoordigen
voor de mensen van de Gagadju-volk. Het Gagadju-volk beschouwt
van oudsher Kakadu als het land van hun voorvaderen.
In Kakadu liggen 's werelds rijkste voorraden uranium, maar
er worden ook goud, platina en andere ertsen gevonden. Tussen
Jabiru en Ubirr is een mijnconcessie afgeven in 1979 onder
strenge milieuvoorwaarden en de voorwaarden tot herstel van
het landschap; desondanks zijn er over verdere ontginningen
van deze rijke delfstoffen bij voortduring conflicten met
de traditionele bezitters van het land en met milieuactivisten.
Op de ochtend van 23 juni werden we gewekt door het eerste
ochtendlicht dat via een van de met horrengaas afgeschermde
openingen naar binnen drong. De Aboriginalman die ons gisteren
bij aankomst naar onze plaats had gebracht was al druk bezig
met het gras te besproeien en de planten te verzorgen. We
maakten op ons gemak een ontbijtje klaar met koffie en zaten
voor onze camper te genieten van de nog milde warmte van de
zon.
Nadat we onze camper gereed hadden gemaakt voor vertrek en
losgekoppeld van de elektriciteit, vertrokken we richting
Kakadu National Park. Hemelsbreed was de afstand niet zo groot
maar over de weg was het toch een kleine 250 km.

Vanaf Batchelor reden we via de Stuart Hwy terug naar de afslag
Kakadu. Hier gingen we de Arnhem Hwy op, een nog stillere
weg dan de Stuart Hwy waar we af en toe een road train*,
een paar auto's of een toeristenbus tegenkwamen. Intussen
was de stralend blauwe lucht door lichte bewolking versluierd
geraakt. Voordat we aan de grens van Kakadu National Park
kwamen stopten we bij een van de laatste pompstations voor
koffie en voor een bezoek aan het toilet.
De bijbehorende uitspanning was meer een plek voor cowboys,
harde country muziek en luidruchtige mates. Je betaalde
er aan de bar als je koffie wilde en dan mocht je zelf koffie
gaan maken op een soort brede vensterbank waar heet water,
suiker, koffie- en melkpoeder klaar stonden. En plastic bekertjes
natuurlijk.
Onze koffie namen we mee naar buiten om op het terras op te
drinken. De mates reden voor ons neus met veel branie
op en neer en af en aan in hun aftandse bakkies of in krakkemikkig
uitziende 4WD's.
* Road
Trains zijn trucks met veelal 3, 4 of soms 5 aanhangers met
een maximale lengte van 55 meter.
Een koel plekje in de schaduw
We reden verder, na ongeveer 90 km stopten we op maar tweeënhalve
kilometer afstand van South Alligator River, om ons kamp op
te slaan in het Aurora Kakadu Resort. Op het moment dat we
daar aankwamen stonden er zeker 5 à 6 lange Road
Trains voor het resort geparkeerd. We konden daardoor
niet zo snel zien waar de ingang naar de receptie was. Nadat
ik de situatie verkend had manoeuvreerde Rieky de camper tussen
de Road Trains door en konden we ons melden. We kregen
een sticker voor op de voorruit en mochten zelf een kampeerplaats
uitzoeken. De bewolking was intussen verdwenen en het was
weer bloedheet geworden.
We zochten daarom een koel plekje in de schaduw onder de bomen
van dit prachtig parkachtige resort en installeerden ons met
een heerlijk koel glas bier, uit onze eigen koeling, op ons
eigen terras voor de camper.
Tegen het vallen van de avond zagen we meerdere dingo's,
op grote afstand van de aanwezige kampeerders, aan de rand
van het terrein rondstruinen. Deze Australische wilde honden
komen hier overal voor, maar in Fraser Island dat vermaard
is om zijn dingo populatie, hadden we een paar jaar
geleden alleen maar een pootafdruk van zo'n beest gezien.
Dus toch wel bijzonder die dingo's
Midden in de nacht werden we ruw gestoord in onze slaap en
zaten geschrokken rechtop in ons bed. Het leek wel of er een
horde stomdronken jongeren die lallend en schreeuwend voorbij
trokken.
De volgende morgen hoorden we van onze Australische buren
dat we wakker waren geworden van een langstrekkende roedel
dingo's.
Een imposant landschap en ...
De volgende morgen na het ontbijt vertrokken we om kwart voor
negen richting Merl en Ubirr dat op een dikke 70 km naar het
noordoosten ligt, waar Kakadu raakt aan Arnhemland. Vanaf
ons vertrek werd de zon gefilterd door sluierbewolking, maar
desondanks kon je voelen dat het een warme dag zou worden.
De eerst stop die we maakten was bij de machtige South Alligator
River. Deze imposante brede stroom, die aan twee zijden wordt
ingesloten door ondoordringbare bossen en moerassen, meandert
zich vanaf de kruising met de Arnhem Highway kolkend naar
de Van Diemen Gulf zo'n 60 à 70 km verderop naar het
Noorden. Deze stroom met zijn vele grote en kleine zijrivieren
en kreken beheerst praktisch het hele gebied van Kakadu National
Park.
Alligators komen hier echt niet voor, maar wel erg veel estuarium
krokodillen. De Engelsman die deze machtige stroom zijn naam
gaf wist kennelijk niet wat het verschil was tussen een alligator
en een krokodil.
Bij de Mumukala wetlands op ongeveer op 7 km van South Alligator
River, maakten we een tweede stop voor een korte rondwandeling.
Het licht was, ondanks, of misschien wel dankzij de lichte
sluierbewolking bewolking, levendig en intens boven het steeds
veranderende moeraslandschap. De lucht was vol van geluiden
van muskieten en insecten die hier dansten op of boven het
water. Desondanks ervoeren we hier opnieuw de intense stilte.
Om de luidruchtige samenkomsten van voedselzoekende Magpie
Gooses mee te maken aan het eind van het droge seizoen (september/oktober)
waren we echt veel te vroeg.
20 minuten later reden we al weer verder. Het landschap waar
we doorreden veranderde voortdurend. Dan land en water, en
bos en moeras, en hoe verder we kwamen ook rotsen.
... de rotsschilderingen van de Aboriginals
Even voor Jabiru gingen we de highway af richting Merl en
Ubirr. De vele honderden keren dat wij langs de weg een bord
FLOODWAY zagen staan was er helemaal geen sprake van
water over de weg. Op deze weg wel. Het water stond nog net
geen 20 cm boven het geasfalteerde wegdek, maar het was wel
onze eerste keer dat we er doorheen moesten rijden. Wel langzaam
natuurlijk, want je weet maar nooit.
We waren, op deze niet al te best onderhouden weg, voor het
eerst ook potholes tegen gekomen. Vooral diepe potholes kunnen
erg gevaarlijk zijn als je er met enige vaart inrijdt omdat
dan de ophanging van het wiel kan afbreken of de as het kan
begeven, met alle gevolgen van dien. Het was dus zaak goed
op te letten.
Op ongeveer 35 km van de afslag passeerden we eerst aan de
linkerkant de Merl campsite en even verdop rechts van
ons lag Cahills Crossing, de oversteek over de East Alligator
River naar Arnhemland. Vanaf hier was het nog 3 km te gaan
naar Ubirr.
De RockArt en the escarpment Ubirr
Ubirr is voor de Aboriginals een van die heilige plaatsen,
maar deze is desondanks opengesteld voor het publiek. Iedereen
wordt dan ook vriendelijk verzocht op deze plaats geen alcohol
te gebruiken. The Ubirr escarpment herbergt een van de twee
beroemdste Aboriginal RockArt galleries van Kakadu.
Een escarpment is een schuin en soms stijl oplopende rots,
deze is in totaal 250 meter hoog, maar de klim naar boven
gaat zo geleidelijk dat je het bijna niet merkt.
Op deze plek zagen we op onze wandeling naar de top voorbeelden
van Aboriginal RockArt die dateren van 20.000 jaar
geleden tot halverwege de twintigste eeuw.
Ook vonden we er prachtige voorbeelden van de beroemde x-ray
art. Deze vorm van kunst laat het inwendige zien van hetgeen
de kunstenaar schildert of tekent. In Arnhemland creëren
Aboriginals x-ray schilderingen op de afgestroopte
en speciaal bewerkte bast van een boom, deze schilderingen
zijn zeer gewild bij de kunsthandel, maar de belangrijkste
die ceremoniële betekenis hebben komen - gelukkig - maar
zelden in de handel.
Bijna alles werd geschilderd en getekend met rode en gele
okers, krijt en roet. De materialen worden met de olie uit
Spinifex, een plaatselijke harde en zeer scherpe grassoort
die in pollen groeit, gebonden tot een substantie die op olieverf
lijkt. Maar de Aboriginals kerfden ook tekeningen in de rots
die bijvoorbeeld aangaven waar water te vinden was, ze tekenden
heel vaak hun ceremoniële afbeelding in het zand, maar
ze brachten deze schilderingen ook aan op hun eigen lichaam.
De afbeeldingen die we zagen liepen uiteen van vissen, schildpadden,
goanna's, walleby's, kangaroe's en zelfs van uitgestorven
diersoorten. Natuurlijk vonden we ook de beroemde afbeelding
van de regenboogslang en andere mythische- en totemfiguren
uit wat de Aboriginals hun Dreamtime noemen.
Het was voor ons zeer opmerkelijk dat tekeningen en schilderingen
generatie na generatie over oudere tekeningen en schilderingen
aangebracht werden. Maar wat vooral opviel was dat deze RockArt
zo goed bewaard is gebleven.
Intussen waren we nog maar een klein stukje van de top verwijderd.
Dus we klommen het laatste stukje verder omhoog om het overweldigende
uitzicht over de omgeving en het Nardab floodplain in ons
op te nemen. We voelden ons hier nietig, letterlijk en figuurlijk.
Bowali Visitor Centre
Nog onder de indruk van deze overweldigende ervaring gingen
we op ons gemak terug naar de Arnhem Hwy. Vanaf hier was het
maar een klein stukje tot aan de afslag naar de Kakadu Hwy.
Hier reden we in zuidelijke richting verder naar het Bowali
Visitor Centre.
Op het parkeerterrein zochten we een plaatsje voor onze camper
om aan de schaduwzijde ervan iets te eten en een koel blikje
pils open te trekken. Het was op het heetst van de dag, we
genoten in de schaduw van de weinige koelte die een licht
briesje ons schonk. We werden tweemaal aangesproken door mensen
met een Apollo camper met de vraag of wij wel tevreden waren
met de service van Apollo en de kwaliteit van de camper.
Het eerste stel dat ons aansprak kwam uit New Zealand. Zij
was oorspronkelijk uit Nederland afkomstig, hij was een echte
New Zealander. Zij vertelden ons dat er eigenlijk niet veel
aan "dat ding" deugde en ook niet aan de service
van "die mensen". Daarop volgde een litanie van
alle onvolkomenheden zoals bijvoorbeeld het feit dat zij met
niet een van de sleutels ook maar iets konden afsluiten en
dat de kastjes in de camper bij het minste en geringste openvielen.
Het andere stel, een Australische boeren familie uit Victoria
was eveneens zeer ongelukkig met de kwaliteit van hun Apollo.
Ook hier een hele lijst met gebreken waaronder een rotte accu
waarop de koeling en de lichtvoorziening van de camper moest
draaien. We herkenden ons intussen al in veel van deze klachten,
maar was er hier wel sprake van dat gedeelde smart ook halve
smart kan zijn?
In het Bowali Visitor Centre is een expositie ingericht die
ons een goed beeld gaf over de cultuur van de Aboriginals,
hun gewoonten en gebruiken, hun land en wat er op leeft, de
planten en vruchten die ze verzamelen voor hun eten of om
als medicijn te dienen, hun jacht- en vistechnieken, de betekenis
van hun totems en voorvaderen.
In de Marrawuddi Gallery (http://www.marrawuddi.com)
die ook in dit centrum gevestigd is, kan hedendaagse Aboriginal
kunst gekocht worden.
Wij kochten er o.a. cadeautjes, en voor ons zelf het boek
"Australia's Living Heritage. Arts of the Dreaming"
geschreven door Jennifer Isaacs. Dit boek, rijk geïllustreerd
met foto's geeft een prachtig beeld van de cultuur en de gebruiken
van de rechtmatige bewoners van dit continent.
Twee meter water op de weg
In dit centrum was het Park Headquarters gevestigd waar rangers
aanwezig waren voor informatie verstrekking. Er waren twee
rangers in discussie met een man die perse het gebied
van Jim Jim Fals en Twin Falls in wilde gaan en het onzin
vond dat dit gebied nog steeds gesloten was voor iedereen.
Hij had toch ongelooflijk veel ervaring in de bush
en het beste materiaal om in dat soort moeilijke situaties
te kunnen overleven, zei hij op hoge toon.
Een van de twee rangers die de man te woord stond bleef
uiterst kalm en vertelde de man met veel nadruk dat het water
op de weg naar Jim Jim Fals en Twin Falls nog minstens 2 meter
boven de weg stond. Bovendien was het niet duidelijk hoe de
gravelweg er ter plaatse aan toe was. Misschien waren er onder
water wel grote delen van de weg door het water weggespoeld.
De ranger benadrukte dat het daarom onverantwoord was,
en dus verboden, om het gebied van Jim Jim Fals en Twin Falls
in te gaan. Bovendien waren er grote krokodillen gesignaleerd
in het gebied.
"Ja, ja," zei de andere ranger bedenkelijk,
"En wie draaien er altijd voor op als iemand zo'n verbod
toch negeert. Ja juist dan zijn wij het die die mensen moeten
gaan redden met gevaar voor eigen leven."
De man bleef nog even tegen sputteren, maar hij haalde bakzeil
bij de rangers. Voor ons is het jammer, maar de weg
naar Jim Jim Fals en Twin Falls zal ook voor ons over een
paar dagen nog afgesloten zijn. De oorzaak is, vertelde een
van de rangers ons, even later als de verongelijkte
man vertrokken is, dat het regenseizoen veel heviger is geweest
en langer heeft geduurd dan voorgaande jaren. Hij vertelde
ons dat als we nog een weekje geduld zouden hebben het water
misschien genoeg gezakt zou zijn zodat we de watervallen vanaf
een afstand konden bekijken, Eer alles daar weer helemaal
droog en veilig zou zijn kon het zeker nog wel 3 weken duren,
dacht hij.
Ja de natuur kan zelfs nu in 2006 nog steeds op dit uitgestrekte
continent vreselijk vijandig zijn voor westerlingen. De Aboriginals
hebben het vijandige karakter van hun land tienduizenden jaren
weten te overleven, maar 200 jaar blank kolonialisme bijna
niet.
Vermoeid en vol indrukken
Aangezien we de volgende dag Nourlangie Rock zouden gaan bezoeken
wilden we graag een campsite die daar enigszins in
de buurt zou liggen. De eerste twee werden door ons afgekeurd,
omdat het er te druk was naar onze mening en iedereen boven
op elkaar stond.
Later kwamen we tot de ontdekking dat Australiërs de
neiging hebben om juist zo dichtmogelijk op elkanders lip
te gaan staan, zelfs als er een overvloed aan ruimte is.
En dat is niks voor ons, wij willen graag wat privacy.
We reden daarom verder. Op ongeveer 7 km voorbij de afslag
naar Nourlangie Rock moesten nog twee campsites liggen.
Een van de twee, degene die op 12 km lag, leek ons wel wat.
Maar verder dan 6 km, waar de andere campsite lag,
kwamen we niet. We besloten dus op Muirella Park te blijven,
er waren prima toiletten, douches en drinkwater en het was
er niet druk, wel aangenaam.
We vonden het jammer dat Sandy Billabong, 6 km verderop, vanwege
het hoge water niet bereikbaar was, want die campsite
schijnt prachtig te liggen aan een meertje dat gevoed wordt
door Nourlangie Creek, en is onder normale omstandigheden
alleen over de weg toegankelijk voor 4WD's en heeft alleen
summiere basis voorzieningen. En dit soort condities zijn
meestal wel een garantie voor rust en ruimte.
Anbangbang Gallery
De nachten waren warm hier in Kakadu, zodat je aan een laken
genoeg had. En we sliepen die avond prima na een paar glazen
wijn te hebben gedronken. Vroeg naar bed dus ook vroeg op,
was ons devies.
Na het ontbijt met koffie reden we op zondagmorgen 25 juni
terug in de richting van Nourlangie Rock om een bezoek te
brengen aan de Anbangbang Gallery. Dit is de tweede beroemdste
Aboriginal RockArt gallery na die van Ubirr.
We klommen langzaam omhoog langs de rotswand. Op plekken waar
de rots overhangt vonden we ook hier weer prachtige kunstwerken
op de rotsen aangebracht, laag over laag geschilderd, tienduizenden
jaren achtereen. Het viel ons vooral op dat er hier veel meer
mensachtige gedaantes waren afgebeeld in vergelijking met
de schilderingen op Ubirr RockArt site, onder andere in het
grote tafereel waar Namarrgon, the Lightning Spirit, op voorkomt
en is afgebeeld naast zijn vrouw.
Dit is een van de meest adembenemende schilderingen die we
tot nu toe gezien hebben, en het is tevens een goed voorbeeld
van wat men x-ray paintings noemt.
Maar deze RockArt site bevat ook afbeeldingen van de
jacht, ceremoniële gebruiken, mythische figuren, alles
in verschillende stijlen en uit verschillende periodes.
Voor ons was het weer opnieuw een onvergetelijke ontmoeting.
Een ontmoeting met de rijke historie van de Aboriginals die
hier verbeeld is. Vooral voor de details moest je de tijd
nemen om de rijkdom van de beeldtaal volledig tot je door
te laten dringen.
Adembenemende uitzichten
We klommen steeds hoger en toen we uit de koele schaduw van
de rotswand stapten was het de warmte die ons overviel en
het uitzicht dat ons overrompelde. Op deze plek begon een
smal pad dat ons eerst heel even naar beneden voerde en daarna
nog verder omhoog bracht.
De vergezichten waren adembenemend vanaf het hoogste punt
van Nourlangie Rock. We kregen hier een prachtig beeld op
de hoge rotswand die een bijna onneembare barrière
vormt tussen Kakadu en Arnhemland.
Terug op de parkeerplaats namen we de beslissing om eerst
rondom het moerasmeertje, de tweeënhalve kilometer lange
Anbangbang Billabong Walk te lopen maar al na een paar honderd
meters liepen we vast om dat het water in deze swamp
hoger stond dan normaal het geval is. Bovendien stonden er
borden met duidelijke waarschuwingen om op te passen voor
krokodillen. Dus deze rondwandeling gaven we maar op.
De Nawurlandja Outlook is hoog op de rotsen gelegen en de
afstand tot Nourlangie Rock is er hemelsbreed nog geen 6 km.
Het landschap verlokte ons om aan de klim in de brandende
zon te beginnen, zo'n 600 meter in een schuine lijn omhoog.
De helling liep geleidelijk omhoog, maar het pad als je daar
al over kon spreken, ging wel over moeilijk terrein. Halverwege
deze helling moesten we door een kreupelhoutbosje en over
een smalle, maar snel stromende creek onze weg zien te vinden.
Nog wat hogerop was het heel kaal en de helling bekleed met
grote platte rotsplaten. Rotsplaten die weer bezaaid lagen
met kleine stenen en hier en daar gestoffeerd waren met Spinifex
graspollen. Op sommige plaatsen hadden zelfs schrale boompjes
een vergeefse poging gedaan om wortel te schieten.
Helemaal bovengekomen leek het wel alsof de gigantische rotsblokken
ruw neergesmeten waren door een stelletje uitgelaten reuzen.
In de schaduw van deze roodbruine blokken steen was het heerlijke
koel om even uit te rusten, maar al gauw eiste het uitzicht,
met Nourlangie Rock op de voorgrond en de steile rotsmuur
van Arnhemland daarachter, onze volledige aandacht op. Daartussen
lagen de ondoordringbare kreupelhout- en moerasbossen die
de hele vlakte bestrijken zover het oog reikte.
Verder in de richting van Yellow Water
De dag vorderde snel, te snel. Het werd steeds warmer, dus
we besloten terug te rijden naar de Kakadu Highway en bogen
af in zuidelijke richting. 18 km verderop lag de Mirrai Outlook
op Mount Cahill. Het was intussen te warm geworden, vonden
we, om ook deze helling nog even mee te nemen. Dus reden we
verder.
We zouden doorrijden naar de campsite van de Gagudja
Lodge Cooinda, alleen stopten we even bij de afslag naar Jim
Jim Falls en Twin Falls om poolshoogte te nemen. Niks bijzonders
te zien aan deze rode gravelweg, alleen de aanduidingen dat
niet alleen de weg afgesloten was, maar ook de hele omgeving.
Op de 60 km lange weg, 4WD only staat er op onze kaart, naar
de watervallen stond het water nog steeds twee meter hoog.
Wat jammer was, want we hadden zo graag dit ontzagwekkende
waterschouwspel van Jim Jim Falls en Twin Falls gaan bekijken.
Beide watervallen storten zo'n kleine 150 meter naar beneden.
Het water stroomt vanuit Arnhemland over de rand van de hoge
rotsmuur naar het laaggelegen land van Kakadu.
Als de weg wel "open" was geweest had de rit naar
de campsite bij de Jim Jim Falls en Twin Falls ons,
onder normale omstandigheden, tenminste twee à tweeënhalfuur
gekost, maar closed is closed.
We haalden op deze manier de verloren dag in die we opliepen
aan het begin van onze reis vanwege problemen met Apollo.
Problemen die ons toen noopten de 172 km terug te rijden naar
Darwin. Nu waren we dus weer op schema.
We reden vanaf deze afslag rechtstreeks door naar de campsite
op Gagudja Lodge Cooinda, vlakbij Yellow Water, om daar een
plaats voor onze camper met aansluiting op het elektrische
net te vragen. We hadden namelijk ontdekt dat, ondanks dat
we de meeste nachten nog op het stroomnet aangesloten waren
geweest en iedere dag voldoenden kilometers hadden afgelegd,
de accu die voor licht en koeling moest zorgen zo zwak was
dat we bang waren dat de koelkast zou uitvallen en onze voorraad
zou bederven. Het was zo ernstig dat we 's avonds geen licht
durfden aan te maken als we naar bed gingen en niet op een
stopcontact waren aangesloten.
Dus zouden we vanavond vanaf onze campsite naar Apollo
bellen voor advies. Maar het lukte niet om contact met Apollo
te krijgen omdat op het gratis servicenummer dat we moesten
bellen tot 3 keer werd opgenomen, maar ook weer meteen werd
neergelegd. Onze boosheid op de mensen van de Apollo organisatie
nam weer toe. We zouden maandag of dinsdag nog eens proberen
te bellen, als er tenminste een telefoon in de buurt zou zijn.
Met
dank aan Rieky en Johan Hermsen voor het kritisch lezen van
de teksten, het aandragen van tekstsuggesties en het aanbrengen
van tekstcorrecties
Ad
van Tiel, Landsmeer,
14 juni 2007
Niets
uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder
voorafgaande
toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Rieky
& Ad van Tiel © 2007
|