print vriendelijke versie zonder foto's














de indrukwekkende Wangi Falls


Tabletop Swamp
,
Hier was alleen maar stilte







Het met kracht voortgestuwde
water is hier op zijn weg naar beneden


Aan de voet van de Florence Falls

waren enkele mensen aan het zwemmen







De grote hoeveelheid termite mounds die
hier bij elkaar staan het aanzien
van een veld vol menhirs of grafstenen



De termieten
zijn de
architecten van the bush




























































































South Alligator River
is eigenlijk een
zeearm, die aan twee zijden
wordt ingesloten door ondoordringbare
bossen en moerassen








De Mumukala wetlands op
ongeveer op 7 km
van South Alligator River


Het licht is er levendig en intens







Over de Arnhem Highway
onderweg naar Merl en Ubirr




De grote galerij waar in de rode band
veel dierenafbeeldingen staan die
vaak over elkaar heen geschilderd zijn


Een detail
uit die wand


The Ubirr escarpment en ...


Het overweldigende uitzicht op de top
over de omgeving en het Nardab floodplain

































































Beeldende rijkdom met een
vaak hoge ceremoniële waarde


Op het grotetafereel staat
Namarrgon, the Lightning Spirit
naast zijn vrouw is afgebeeld


De Nawurlandja Outlook licht hoog
op rotsen op nog geen 6 km hemelsbreed
van Nourlangie Rock
Het uitzicht over Kakadu eiste al
onze aandacht op


































Een grote tegenvaller,
omdat Jim Jim Falls Road en

het hele gebied gesloten is
vanwege de hoge waterssrand

The land of the Aborigines, deel 2

En nu verder het Lichfield National Park in
Op de morgen van 22 juni, na eerst lekker met koud water gedoucht te hebben, en heerlijk ontbeten, begonnen we met een wandeling naar de Wangi Falls. De waterval, eigenlijk zijn het er twee, ligt op maar 100 meter afstand van de campsite. Het was dus voor ons maar een kleine wandeling om er te komen. Imponerend en majestueus stort het water zich, halverwege even onderbroken in zijn val, met geraas van de hoge rotsen en komt aan de voet van de waterval in het waterhole terecht. Waterholes, ook wel rockholes genoemd, zijn zeer geliefd onder zwemmers voor het verfrissende en heldere water.
De Wangi Falls waterhole staat daarvoor bij veel bezoekers bekend, maar toen wij er waren werd er op een groot bord gewaarschuwd voor zout- en zoetwater krokodillen. De zoutwater krokodillen komen in deze zoetwaterpoelen terecht als het water hoog staat in het natte seizoen. Meestal worden ze direct na dit seizoen weggevangen en terug gebracht naar hun natuurlijke leefgebied in de zeearmen waar zoet en zout water samen komen. Maar aangezien het natte seizoen dit jaar weken langer heeft geduurd was men daar nog niet aan toegekomen.


Een Moeras, nog meer watervallen en waterholes
We maakten nog een kleine wandeling aan de voet van de waterval, maar doordat het water nog niet overal voldoende gezakt was moesten we dat al snel opgeven. We wandelden terug naar de campsite en maakten alles klaar voor ons vertrek naar een ander deel van het park. Onderweg zagen we dat de toegangswegen naar Lost City en de Tolmer Falls nog waren afgesloten, waarschijnlijk vanwege de lange duur van het natte seizoen.
Vanaf hier reden we verder naar de weg die naar de Tabletop Swamp voerde. Dit prachtige moerasgebied was ontsloten via een smal, maar kort wandelpad. Op deze plek was geen mens te bekennen. Hier was alleen maar stilte. Het weinige geluid dat je hoorde kwam van de vele vogels. Het was maar goed dat we ons voor vertrek goed hadden ingespoten met een sterk middel tegen muggen, muskieten en ander ongedierte. Een middel dat speciaal voor de omstandigheden in de bush vervaardigd is.

Bij Florence Falls en Buley Rockhole waren heel wat meer mensen, te oordelen aan de overvolle parkeerplaatsen. Daar waren meerdere redenen voor. Op de eerste plaats het is een schitterend gebied om een wandeling te maken, het water is er fris en vrij van krokodillen en dus heerlijk om op een warme dag als deze een verfrissende duik te nemen. Bovendien waren er op veel plaatsen in Australië schoolvakanties aan de gang.
Hoog boven de Florence Falls hadden we een prachtig uitzicht op de brede waterval die via meerdere stappen naar beneden dendert totdat hij al zijn kracht verliest in het diepe water van het fresh waterhole. De waterval ligt prachtig ingesloten tussen hoge begroeide rotsformaties. Heel diep onder ons zagen we aan de voet van de waterval in het water enkele mensen.


Even afkoelen onder een dak van bladeren
Vanaf hier gingen we hoger op naar de bovenloop van deze waterval waar zich de Buley Rockhole bevindt. Hier steekt het heldere water fraai af tegen de rode rotsbedding. Het geheel wordt overkoepeld door een weelderig dak van groen. Het met kracht voortgestuwde water is hier op zijn weg naar beneden bruisend en vol energie.
Op dit paradijselijke plekje waren wel enkel mensen, maar het was hier toch stil als je het geluid van het water niet meetelt. En vooral heerlijk koel zo tegen het warmste moment van de dag.

Vlakbij de site van Magnetic Termite Mounds hadden we onze stoeltjes neergezet in de schaduw van onze eigen camper om te lunchen. Dat was wel zo gemakkelijk omdat we dan alles bij de hand hadden. Want hier in de bush, of in het national park vind je nergens een uitspanning of een kraampje langs de weg om te lunchen of iets te drinken


De architecten van the bush
De wandeling die we maakten naar de site van de Magnetic Termite Mounds was voor ons een eerste kennismaking met dit monumentale fenomeen. We zullen deze termieten heuvels later op onze reis door het noorden van dit continent in allerlei verschillende verschijningen tegenkomen.
De termieten zijn opmerkelijke en kundige bouwmeesters. De termite mounds zijn veelal enorme bouwwerken die verbluffend ingenieus en kunstzinnig gemaakt zijn, zodat je soms de hand van een kunstenaar zou vermoeden.

De zwarte platte termite mounds zijn allemaal noord zuid gericht zodat het zonlicht het minste vat heeft op het bouwwerk. Dit schijnt te maken te hebben met het controleren van de temperatuur binnenin de termieten bouwsels. Het bijna boomloze landschap krijgt door de grote hoeveelheid termite mounds die hier bij elkaar staan het aanzien van een veld vol menhirs of grafstenen. Fascinerend.

Aan de strakblauwe hemel was geen wolkje te zien. Het was op het warmst van de dag en we besloten om op ons gemak verder te rijden, te gaan tanken, een telefooncel te vinden en een plekje op een campsite te zoeken met een beetje schaduw.
Net even buiten Litchfield National Park maakte een felle en spectaculaire bosbrand een einde aan de lage bebossing. In de cabine van onze camper kon je de warmte van het vuur voelen. Je kon zien dat deze brand duidelijk op meerdere plaatsen tegelijk was aangestoken. Het was zeker geen gewoon bush fire. De borden die hier reclame stonden te maken voor "bouwgrond om uw droomhuis op te bouwen" deden vermoeden dat hier opzet in het spel was en de autoriteiten voor voldongen feiten te stellen, net zoals dat in het zuiden van Frankrijk wel eens gebeurt.

Aangekomen in Batchelor gingen we tanken, vol is vol was ons devies sinds we hier waren. Je weet maar nooit wanneer je weer een pomp vindt die diesel verkoopt.
Bij de pomp stopten we, maar het lukte ons echter niet om met de speciale sleutel (er stond "DIESEL" in de baard gegraveerd) de vuldop van de tank open te krijgen. In uiterste nood verzochten we hulp aan de mensen van het tankstation. Ook de pogingen van de vrouwelijke pompbediende die met ons meeliep om te helpen faalde. Zij haalde er op haar beurt een automonteur uit hun garage bij. Deze man suggereerde om het eens met de startsleutel te proberen, en ja dat lukte meteen. Tot op dit moment begrijpen wij niet waarom ze ons bij Apollo in Darwin die speciale gemerkte sleutel hadden meegegeven.


The Big4 in Batchelor, een luxe campsite
Niet al te ver van het centrum van Batchelor vonden we een prettige en luxe campsite: The Big4 motel and campsite. Bij de receptie waar we ons meldden kregen we te horen dat we verder door moesten rijden, daar zouden we door een man worden opgewacht. Een Aboriginal verwelkomde ons heel vriendelijk en hij loodste ons naar een plaatsje in de schaduw, zoals we hem ook gevraagd hadden. Geen ondergrond van zand en stenen deze keer, maar heerlijk pas gesproeid gras.

We maakten een praatje met een stel gepensioneerde Australiërs die daar ook kampeerden. Het waren heel aardige mensen uit Victoria. Hij had een hobby gemaakt van het restaureren van een oude Amerikaanse Chevrolet uit de twintiger jaren. Hij vertelde ons dat hij elk detail onder de motorkap had vervangen of vernieuwd en ook de hele carrosserie had gerestaureerd. Hiervoor was hij overal in Australië geweest om op de sloop onderdelen te vinden. Zijn Chevrolet zag er dan ook uit alsof hij rechtstreeks uit de showroom kwam.

Op deze campsite konden we beschikken over elektriciteit, warm en koud stromend water, wasmachines, douches, warme wel te verstaan, en als we wilden konden we later op de avond in het restaurant eten. En er was ook een telefooncel. Wat een luxe na twee dagen op campsites in the bush.
Tot ons ongenoegen werkte de telefooncode, die we van Ian hadden gekregen om goedkoop te kunnen bellen, in deze telefooncel van de camping niet. We kregen maar geen verbinding met het buitenland. Zo'n verbinding was alleen maar tot stand te brengen via een officiële telefoonaansluiting van Telstra, de Australische telefoonmaatschappij.
Dus zodra we hadden gedoucht en nadat we de was in de wasmachine hadden gedaan gingen we richting de receptie om te vragen of we daar met onze code konden bellen. We werden doorverwezen naar het centrum van Batchelor, daar waren meerdere Telstra telefooncellen op een pleintje naast de supermarkt.


Bij ons was het bijna avond, in Nederland begon de dag
Het was maar 5 à 7 minuten lopen vertelde ze ons, maar omdat ik fout liep, koste het ons zeker 20 minuten. Zelfs kleine dorpjes als Batchelor zijn heel uitgestrekt van oppervlak. Aan ruimte is hier immers geen gebrek.
De supermarkt in "het centrum van het dorp" had ons eigenlijk niet veel te bieden, verse groenten waren er niet, brood uit de vriezer was zowat het enige verse product wat ze daar hadden.

Gezien het tijdsverschil leek het ons echter beter om nu eerst onze dochter en schoonzoon te bellen om hen te laten weten dat alles goed met ons was en om hen te verzoeken of zij Mw Tryntje Jaspers van Barron Travel wilden bellen met de mededeling dat we slechte ervaringen hadden gehad met de Apollo-organisatie in Darwin, dat we daarover zeer ontevreden waren en daar na onze vakantie zeker op terug zouden komen.

Na twee van de drie telefooncellen geprobeerd te hebben kregen we hulp van een vriendelijke meneer die ons vertelde dat twee van de drie cellen buiten bedrijf waren en die ook snel ontdekte wat we fout deden bij het intoetsen van de code. Uiteindelijk kregen we toch onze dochter aan de lijn die zojuist op haar werk was gearriveerd. Terwijl zij begon aan een nieuwe werkdag zou hier de avond snel vallen.

We besloten onze avond in Batchelor te besluiten met een hapje in het restaurant. We moesten ook hier wennen aan andere gewoonten. Voor we aan tafel gingen dienden we eerst aan de dame achter de counter te vertellen wat we wilden eten en wijn uit te zoeken. Daarna kregen we van haar een standaard met een nummer mee om op tafel te zetten en de bestelde flesjes witte wijn. Daarna mochten we een tafeltje uitzoeken en na een tijdje werd ons eten gebracht. We hadden allebei gekozen voor vis. Het was onze eerste kennismaking met de Barramundi en we zouden deze vis nog vele malen op ons menu vinden, maar wel steeds op andere manier vermomd. Deze vis was echt bijzonder lekker.


Richting Kakadu

Kakadu is Australisch grootste Nationale Park met meer dan 20.000 vierkantemeter moeras en tropische wildernis.
De geschiedenis van menselijke aanwezigheid in dit gebied gaat tenminste 20.000 jaar terug. Er zijn duizenden galerijen in dit gebied gevonden waar op de rotsen en in de spelonken Aboriginal art gevonden is.
Er zijn pas 500 van deze art sites in kaart gebracht, en van die 500 zijn er maar een paar toegankelijk, of omdat ze nauwelijks te bereiken zijn, of omdat ze een hoge spirituele waarde vertegenwoordigen voor de mensen van de Gagadju-volk. Het Gagadju-volk beschouwt van oudsher Kakadu als het land van hun voorvaderen.
In Kakadu liggen 's werelds rijkste voorraden uranium, maar er worden ook goud, platina en andere ertsen gevonden. Tussen Jabiru en Ubirr is een mijnconcessie afgeven in 1979 onder strenge milieuvoorwaarden en de voorwaarden tot herstel van het landschap; desondanks zijn er over verdere ontginningen van deze rijke delfstoffen bij voortduring conflicten met de traditionele bezitters van het land en met milieuactivisten.


Op de ochtend van 23 juni werden we gewekt door het eerste ochtendlicht dat via een van de met horrengaas afgeschermde openingen naar binnen drong. De Aboriginalman die ons gisteren bij aankomst naar onze plaats had gebracht was al druk bezig met het gras te besproeien en de planten te verzorgen. We maakten op ons gemak een ontbijtje klaar met koffie en zaten voor onze camper te genieten van de nog milde warmte van de zon.

Nadat we onze camper gereed hadden gemaakt voor vertrek en losgekoppeld van de elektriciteit, vertrokken we richting Kakadu National Park. Hemelsbreed was de afstand niet zo groot maar over de weg was het toch een kleine 250 km.



Vanaf Batchelor reden we via de Stuart Hwy terug naar de afslag Kakadu. Hier gingen we de Arnhem Hwy op, een nog stillere weg dan de Stuart Hwy waar we af en toe een road train*, een paar auto's of een toeristenbus tegenkwamen. Intussen was de stralend blauwe lucht door lichte bewolking versluierd geraakt. Voordat we aan de grens van Kakadu National Park kwamen stopten we bij een van de laatste pompstations voor koffie en voor een bezoek aan het toilet.
De bijbehorende uitspanning was meer een plek voor cowboys, harde country muziek en luidruchtige mates. Je betaalde er aan de bar als je koffie wilde en dan mocht je zelf koffie gaan maken op een soort brede vensterbank waar heet water, suiker, koffie- en melkpoeder klaar stonden. En plastic bekertjes natuurlijk.

Onze koffie namen we mee naar buiten om op het terras op te drinken. De mates reden voor ons neus met veel branie op en neer en af en aan in hun aftandse bakkies of in krakkemikkig uitziende 4WD's.

* Road Trains zijn trucks met veelal 3, 4 of soms 5 aanhangers met een maximale lengte van 55 meter.


Een koel plekje in de schaduw
We reden verder, na ongeveer 90 km stopten we op maar tweeënhalve kilometer afstand van South Alligator River, om ons kamp op te slaan in het Aurora Kakadu Resort. Op het moment dat we daar aankwamen stonden er zeker 5 à 6 lange Road Trains voor het resort geparkeerd. We konden daardoor niet zo snel zien waar de ingang naar de receptie was. Nadat ik de situatie verkend had manoeuvreerde Rieky de camper tussen de Road Trains door en konden we ons melden. We kregen een sticker voor op de voorruit en mochten zelf een kampeerplaats uitzoeken. De bewolking was intussen verdwenen en het was weer bloedheet geworden.
We zochten daarom een koel plekje in de schaduw onder de bomen van dit prachtig parkachtige resort en installeerden ons met een heerlijk koel glas bier, uit onze eigen koeling, op ons eigen terras voor de camper.
Tegen het vallen van de avond zagen we meerdere dingo's, op grote afstand van de aanwezige kampeerders, aan de rand van het terrein rondstruinen. Deze Australische wilde honden komen hier overal voor, maar in Fraser Island dat vermaard is om zijn dingo populatie, hadden we een paar jaar geleden alleen maar een pootafdruk van zo'n beest gezien. Dus toch wel bijzonder die dingo's

Midden in de nacht werden we ruw gestoord in onze slaap en zaten geschrokken rechtop in ons bed. Het leek wel of er een horde stomdronken jongeren die lallend en schreeuwend voorbij trokken.
De volgende morgen hoorden we van onze Australische buren dat we wakker waren geworden van een langstrekkende roedel dingo's.


Een imposant landschap en ...
De volgende morgen na het ontbijt vertrokken we om kwart voor negen richting Merl en Ubirr dat op een dikke 70 km naar het noordoosten ligt, waar Kakadu raakt aan Arnhemland. Vanaf ons vertrek werd de zon gefilterd door sluierbewolking, maar desondanks kon je voelen dat het een warme dag zou worden.

De eerst stop die we maakten was bij de machtige South Alligator River. Deze imposante brede stroom, die aan twee zijden wordt ingesloten door ondoordringbare bossen en moerassen, meandert zich vanaf de kruising met de Arnhem Highway kolkend naar de Van Diemen Gulf zo'n 60 à 70 km verderop naar het Noorden. Deze stroom met zijn vele grote en kleine zijrivieren en kreken beheerst praktisch het hele gebied van Kakadu National Park.
Alligators komen hier echt niet voor, maar wel erg veel estuarium krokodillen. De Engelsman die deze machtige stroom zijn naam gaf wist kennelijk niet wat het verschil was tussen een alligator en een krokodil.

Bij de Mumukala wetlands op ongeveer op 7 km van South Alligator River, maakten we een tweede stop voor een korte rondwandeling. Het licht was, ondanks, of misschien wel dankzij de lichte sluierbewolking bewolking, levendig en intens boven het steeds veranderende moeraslandschap. De lucht was vol van geluiden van muskieten en insecten die hier dansten op of boven het water. Desondanks ervoeren we hier opnieuw de intense stilte. Om de luidruchtige samenkomsten van voedselzoekende Magpie Gooses mee te maken aan het eind van het droge seizoen (september/oktober) waren we echt veel te vroeg.

20 minuten later reden we al weer verder. Het landschap waar we doorreden veranderde voortdurend. Dan land en water, en bos en moeras, en hoe verder we kwamen ook rotsen.


... de rotsschilderingen van de Aboriginals
Even voor Jabiru gingen we de highway af richting Merl en Ubirr. De vele honderden keren dat wij langs de weg een bord FLOODWAY zagen staan was er helemaal geen sprake van water over de weg. Op deze weg wel. Het water stond nog net geen 20 cm boven het geasfalteerde wegdek, maar het was wel onze eerste keer dat we er doorheen moesten rijden. Wel langzaam natuurlijk, want je weet maar nooit.
We waren, op deze niet al te best onderhouden weg, voor het eerst ook potholes tegen gekomen. Vooral diepe potholes kunnen erg gevaarlijk zijn als je er met enige vaart inrijdt omdat dan de ophanging van het wiel kan afbreken of de as het kan begeven, met alle gevolgen van dien. Het was dus zaak goed op te letten.

Op ongeveer 35 km van de afslag passeerden we eerst aan de linkerkant de Merl campsite en even verdop rechts van ons lag Cahills Crossing, de oversteek over de East Alligator River naar Arnhemland. Vanaf hier was het nog 3 km te gaan naar Ubirr.


De RockArt en the escarpment Ubirr
Ubirr is voor de Aboriginals een van die heilige plaatsen, maar deze is desondanks opengesteld voor het publiek. Iedereen wordt dan ook vriendelijk verzocht op deze plaats geen alcohol te gebruiken. The Ubirr escarpment herbergt een van de twee beroemdste Aboriginal RockArt galleries van Kakadu. Een escarpment is een schuin en soms stijl oplopende rots, deze is in totaal 250 meter hoog, maar de klim naar boven gaat zo geleidelijk dat je het bijna niet merkt.

Op deze plek zagen we op onze wandeling naar de top voorbeelden van Aboriginal RockArt die dateren van 20.000 jaar geleden tot halverwege de twintigste eeuw.
Ook vonden we er prachtige voorbeelden van de beroemde x-ray art. Deze vorm van kunst laat het inwendige zien van hetgeen de kunstenaar schildert of tekent. In Arnhemland creëren Aboriginals x-ray schilderingen op de afgestroopte en speciaal bewerkte bast van een boom, deze schilderingen zijn zeer gewild bij de kunsthandel, maar de belangrijkste die ceremoniële betekenis hebben komen - gelukkig - maar zelden in de handel.

Bijna alles werd geschilderd en getekend met rode en gele okers, krijt en roet. De materialen worden met de olie uit Spinifex, een plaatselijke harde en zeer scherpe grassoort die in pollen groeit, gebonden tot een substantie die op olieverf lijkt. Maar de Aboriginals kerfden ook tekeningen in de rots die bijvoorbeeld aangaven waar water te vinden was, ze tekenden heel vaak hun ceremoniële afbeelding in het zand, maar ze brachten deze schilderingen ook aan op hun eigen lichaam.

De afbeeldingen die we zagen liepen uiteen van vissen, schildpadden, goanna's, walleby's, kangaroe's en zelfs van uitgestorven diersoorten. Natuurlijk vonden we ook de beroemde afbeelding van de regenboogslang en andere mythische- en totemfiguren uit wat de Aboriginals hun Dreamtime noemen.
Het was voor ons zeer opmerkelijk dat tekeningen en schilderingen generatie na generatie over oudere tekeningen en schilderingen aangebracht werden. Maar wat vooral opviel was dat deze RockArt zo goed bewaard is gebleven.

Intussen waren we nog maar een klein stukje van de top verwijderd. Dus we klommen het laatste stukje verder omhoog om het overweldigende uitzicht over de omgeving en het Nardab floodplain in ons op te nemen. We voelden ons hier nietig, letterlijk en figuurlijk.


Bowali Visitor Centre
Nog onder de indruk van deze overweldigende ervaring gingen we op ons gemak terug naar de Arnhem Hwy. Vanaf hier was het maar een klein stukje tot aan de afslag naar de Kakadu Hwy. Hier reden we in zuidelijke richting verder naar het Bowali Visitor Centre.
Op het parkeerterrein zochten we een plaatsje voor onze camper om aan de schaduwzijde ervan iets te eten en een koel blikje pils open te trekken. Het was op het heetst van de dag, we genoten in de schaduw van de weinige koelte die een licht briesje ons schonk. We werden tweemaal aangesproken door mensen met een Apollo camper met de vraag of wij wel tevreden waren met de service van Apollo en de kwaliteit van de camper.
Het eerste stel dat ons aansprak kwam uit New Zealand. Zij was oorspronkelijk uit Nederland afkomstig, hij was een echte New Zealander. Zij vertelden ons dat er eigenlijk niet veel aan "dat ding" deugde en ook niet aan de service van "die mensen". Daarop volgde een litanie van alle onvolkomenheden zoals bijvoorbeeld het feit dat zij met niet een van de sleutels ook maar iets konden afsluiten en dat de kastjes in de camper bij het minste en geringste openvielen. Het andere stel, een Australische boeren familie uit Victoria was eveneens zeer ongelukkig met de kwaliteit van hun Apollo. Ook hier een hele lijst met gebreken waaronder een rotte accu waarop de koeling en de lichtvoorziening van de camper moest draaien. We herkenden ons intussen al in veel van deze klachten, maar was er hier wel sprake van dat gedeelde smart ook halve smart kan zijn?

In het Bowali Visitor Centre is een expositie ingericht die ons een goed beeld gaf over de cultuur van de Aboriginals, hun gewoonten en gebruiken, hun land en wat er op leeft, de planten en vruchten die ze verzamelen voor hun eten of om als medicijn te dienen, hun jacht- en vistechnieken, de betekenis van hun totems en voorvaderen.
In de Marrawuddi Gallery (http://www.marrawuddi.com) die ook in dit centrum gevestigd is, kan hedendaagse Aboriginal kunst gekocht worden.
Wij kochten er o.a. cadeautjes, en voor ons zelf het boek "Australia's Living Heritage. Arts of the Dreaming" geschreven door Jennifer Isaacs. Dit boek, rijk geïllustreerd met foto's geeft een prachtig beeld van de cultuur en de gebruiken van de rechtmatige bewoners van dit continent.


Twee meter water op de weg
In dit centrum was het Park Headquarters gevestigd waar rangers aanwezig waren voor informatie verstrekking. Er waren twee rangers in discussie met een man die perse het gebied van Jim Jim Fals en Twin Falls in wilde gaan en het onzin vond dat dit gebied nog steeds gesloten was voor iedereen. Hij had toch ongelooflijk veel ervaring in de bush en het beste materiaal om in dat soort moeilijke situaties te kunnen overleven, zei hij op hoge toon.

Een van de twee rangers die de man te woord stond bleef uiterst kalm en vertelde de man met veel nadruk dat het water op de weg naar Jim Jim Fals en Twin Falls nog minstens 2 meter boven de weg stond. Bovendien was het niet duidelijk hoe de gravelweg er ter plaatse aan toe was. Misschien waren er onder water wel grote delen van de weg door het water weggespoeld. De ranger benadrukte dat het daarom onverantwoord was, en dus verboden, om het gebied van Jim Jim Fals en Twin Falls in te gaan. Bovendien waren er grote krokodillen gesignaleerd in het gebied.
"Ja, ja," zei de andere ranger bedenkelijk, "En wie draaien er altijd voor op als iemand zo'n verbod toch negeert. Ja juist dan zijn wij het die die mensen moeten gaan redden met gevaar voor eigen leven."
De man bleef nog even tegen sputteren, maar hij haalde bakzeil bij de rangers. Voor ons is het jammer, maar de weg naar Jim Jim Fals en Twin Falls zal ook voor ons over een paar dagen nog afgesloten zijn. De oorzaak is, vertelde een van de rangers ons, even later als de verongelijkte man vertrokken is, dat het regenseizoen veel heviger is geweest en langer heeft geduurd dan voorgaande jaren. Hij vertelde ons dat als we nog een weekje geduld zouden hebben het water misschien genoeg gezakt zou zijn zodat we de watervallen vanaf een afstand konden bekijken, Eer alles daar weer helemaal droog en veilig zou zijn kon het zeker nog wel 3 weken duren, dacht hij.

Ja de natuur kan zelfs nu in 2006 nog steeds op dit uitgestrekte continent vreselijk vijandig zijn voor westerlingen. De Aboriginals hebben het vijandige karakter van hun land tienduizenden jaren weten te overleven, maar 200 jaar blank kolonialisme bijna niet.


Vermoeid en vol indrukken
Aangezien we de volgende dag Nourlangie Rock zouden gaan bezoeken wilden we graag een campsite die daar enigszins in de buurt zou liggen. De eerste twee werden door ons afgekeurd, omdat het er te druk was naar onze mening en iedereen boven op elkaar stond.
Later kwamen we tot de ontdekking dat Australiërs de neiging hebben om juist zo dichtmogelijk op elkanders lip te gaan staan, zelfs als er een overvloed aan ruimte is.
En dat is niks voor ons, wij willen graag wat privacy.

We reden daarom verder. Op ongeveer 7 km voorbij de afslag naar Nourlangie Rock moesten nog twee campsites liggen. Een van de twee, degene die op 12 km lag, leek ons wel wat. Maar verder dan 6 km, waar de andere campsite lag, kwamen we niet. We besloten dus op Muirella Park te blijven, er waren prima toiletten, douches en drinkwater en het was er niet druk, wel aangenaam.

We vonden het jammer dat Sandy Billabong, 6 km verderop, vanwege het hoge water niet bereikbaar was, want die campsite schijnt prachtig te liggen aan een meertje dat gevoed wordt door Nourlangie Creek, en is onder normale omstandigheden alleen over de weg toegankelijk voor 4WD's en heeft alleen summiere basis voorzieningen. En dit soort condities zijn meestal wel een garantie voor rust en ruimte.


Anbangbang Gallery

De nachten waren warm hier in Kakadu, zodat je aan een laken genoeg had. En we sliepen die avond prima na een paar glazen wijn te hebben gedronken. Vroeg naar bed dus ook vroeg op, was ons devies.
Na het ontbijt met koffie reden we op zondagmorgen 25 juni terug in de richting van Nourlangie Rock om een bezoek te brengen aan de Anbangbang Gallery. Dit is de tweede beroemdste Aboriginal RockArt gallery na die van Ubirr.

We klommen langzaam omhoog langs de rotswand. Op plekken waar de rots overhangt vonden we ook hier weer prachtige kunstwerken op de rotsen aangebracht, laag over laag geschilderd, tienduizenden jaren achtereen. Het viel ons vooral op dat er hier veel meer mensachtige gedaantes waren afgebeeld in vergelijking met de schilderingen op Ubirr RockArt site, onder andere in het grote tafereel waar Namarrgon, the Lightning Spirit, op voorkomt en is afgebeeld naast zijn vrouw.
Dit is een van de meest adembenemende schilderingen die we tot nu toe gezien hebben, en het is tevens een goed voorbeeld van wat men x-ray paintings noemt.
Maar deze RockArt site bevat ook afbeeldingen van de jacht, ceremoniële gebruiken, mythische figuren, alles in verschillende stijlen en uit verschillende periodes.
Voor ons was het weer opnieuw een onvergetelijke ontmoeting. Een ontmoeting met de rijke historie van de Aboriginals die hier verbeeld is. Vooral voor de details moest je de tijd nemen om de rijkdom van de beeldtaal volledig tot je door te laten dringen.


Adembenemende uitzichten
We klommen steeds hoger en toen we uit de koele schaduw van de rotswand stapten was het de warmte die ons overviel en het uitzicht dat ons overrompelde. Op deze plek begon een smal pad dat ons eerst heel even naar beneden voerde en daarna nog verder omhoog bracht.
De vergezichten waren adembenemend vanaf het hoogste punt van Nourlangie Rock. We kregen hier een prachtig beeld op de hoge rotswand die een bijna onneembare barrière vormt tussen Kakadu en Arnhemland.

Terug op de parkeerplaats namen we de beslissing om eerst rondom het moerasmeertje, de tweeënhalve kilometer lange Anbangbang Billabong Walk te lopen maar al na een paar honderd meters liepen we vast om dat het water in deze swamp hoger stond dan normaal het geval is. Bovendien stonden er borden met duidelijke waarschuwingen om op te passen voor krokodillen. Dus deze rondwandeling gaven we maar op.

De Nawurlandja Outlook is hoog op de rotsen gelegen en de afstand tot Nourlangie Rock is er hemelsbreed nog geen 6 km.
Het landschap verlokte ons om aan de klim in de brandende zon te beginnen, zo'n 600 meter in een schuine lijn omhoog. De helling liep geleidelijk omhoog, maar het pad als je daar al over kon spreken, ging wel over moeilijk terrein. Halverwege deze helling moesten we door een kreupelhoutbosje en over een smalle, maar snel stromende creek onze weg zien te vinden.
Nog wat hogerop was het heel kaal en de helling bekleed met grote platte rotsplaten. Rotsplaten die weer bezaaid lagen met kleine stenen en hier en daar gestoffeerd waren met Spinifex graspollen. Op sommige plaatsen hadden zelfs schrale boompjes een vergeefse poging gedaan om wortel te schieten.
Helemaal bovengekomen leek het wel alsof de gigantische rotsblokken ruw neergesmeten waren door een stelletje uitgelaten reuzen.
In de schaduw van deze roodbruine blokken steen was het heerlijke koel om even uit te rusten, maar al gauw eiste het uitzicht, met Nourlangie Rock op de voorgrond en de steile rotsmuur van Arnhemland daarachter, onze volledige aandacht op. Daartussen lagen de ondoordringbare kreupelhout- en moerasbossen die de hele vlakte bestrijken zover het oog reikte.


Verder in de richting van Yellow Water
De dag vorderde snel, te snel. Het werd steeds warmer, dus we besloten terug te rijden naar de Kakadu Highway en bogen af in zuidelijke richting. 18 km verderop lag de Mirrai Outlook op Mount Cahill. Het was intussen te warm geworden, vonden we, om ook deze helling nog even mee te nemen. Dus reden we verder.

We zouden doorrijden naar de campsite van de Gagudja Lodge Cooinda, alleen stopten we even bij de afslag naar Jim Jim Falls en Twin Falls om poolshoogte te nemen. Niks bijzonders te zien aan deze rode gravelweg, alleen de aanduidingen dat niet alleen de weg afgesloten was, maar ook de hele omgeving.
Op de 60 km lange weg, 4WD only staat er op onze kaart, naar de watervallen stond het water nog steeds twee meter hoog. Wat jammer was, want we hadden zo graag dit ontzagwekkende waterschouwspel van Jim Jim Falls en Twin Falls gaan bekijken. Beide watervallen storten zo'n kleine 150 meter naar beneden. Het water stroomt vanuit Arnhemland over de rand van de hoge rotsmuur naar het laaggelegen land van Kakadu.
Als de weg wel "open" was geweest had de rit naar de campsite bij de Jim Jim Falls en Twin Falls ons, onder normale omstandigheden, tenminste twee à tweeënhalfuur gekost, maar closed is closed.

We haalden op deze manier de verloren dag in die we opliepen aan het begin van onze reis vanwege problemen met Apollo. Problemen die ons toen noopten de 172 km terug te rijden naar Darwin. Nu waren we dus weer op schema.
We reden vanaf deze afslag rechtstreeks door naar de campsite op Gagudja Lodge Cooinda, vlakbij Yellow Water, om daar een plaats voor onze camper met aansluiting op het elektrische net te vragen. We hadden namelijk ontdekt dat, ondanks dat we de meeste nachten nog op het stroomnet aangesloten waren geweest en iedere dag voldoenden kilometers hadden afgelegd, de accu die voor licht en koeling moest zorgen zo zwak was dat we bang waren dat de koelkast zou uitvallen en onze voorraad zou bederven. Het was zo ernstig dat we 's avonds geen licht durfden aan te maken als we naar bed gingen en niet op een stopcontact waren aangesloten.
Dus zouden we vanavond vanaf onze campsite naar Apollo bellen voor advies. Maar het lukte niet om contact met Apollo te krijgen omdat op het gratis servicenummer dat we moesten bellen tot 3 keer werd opgenomen, maar ook weer meteen werd neergelegd. Onze boosheid op de mensen van de Apollo organisatie nam weer toe. We zouden maandag of dinsdag nog eens proberen te bellen, als er tenminste een telefoon in de buurt zou zijn.

Met dank aan Rieky en Johan Hermsen voor het kritisch lezen van de teksten, het aandragen van tekstsuggesties en het aanbrengen van tekstcorrecties

Ad van Tiel, Landsmeer, 14 juni 2007

Niets uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder
voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.

Rieky & Ad van Tiel © 2007