print vriendelijke versie zonder foto's














We wilde de nationale parken van
Lichfield en Kakadu
bezoeken
met hun uitzonderlijke schoonheid en
rijkdommen aan Aboriginal RockArt












Wegenkaarten bestellen bij "à la carte" in
de Utrechtsestraat in Amsterdam en
het verzamelen van allerlei relevante informatie













































Tickets, paspoorten, nationale
en internationale rijbewijzen
Alles wat nodig is om op reis te gaan

















































Theorieklasje van de cursus
terreinrijden van 4WD Auto-Magazine


De instructrice vertelt onderaan
de steile helling waar je op moet letten



en diep spoor in een zachte bodem
vraagt behendige stuurmanskunst


Steil omlaag, dan een bocht
waar je behoorlijk scheef hangt en
dan meteen weer steil omhoog
(foto's cursus terreinrijden Coen Barthels)


















Het bewijs van opgedane ervaring























Mathilde Santing zingt het bruidspaar toe
(foto: Ian Richards)


In een feestelijke regen van confetti
(foto: Erik van den Boom)



Pas getrouwd en zo gelukkig
(foto: Erik van den Boom)



































































































een frisse duik in het zwembad
van
het Mirambeena Resort



















































Onderweg naar Lichfield National Park
over Wamgi Road



Een bush fire aan de kant van de weg





























































Eindelijk de rust en
de stilte die we zochten


Wangi Campsite


Wangi Falls


Waarschuwing voor estuarium krokodillen

The land of the Aborigines, deel 1

Het continent dat we nu Australië noemen is al minstens 50.000 jaar bewoond door verschillende Aboriginalvolkeren. Deze Aboriginalvolkeren kennen geen persoonlijk, maar wel het collectieve bezit van hun land, de grond van hun voorvaderen. Het hele continent was het collectieve bezit van vele honderden Aboriginalvolkeren tot het moment dat zo'n 200 jaar geleden de Engelsen kwamen en het land van de Aboriginals in bezit namen in naam van hun Queen.
Deze indringers vernietigden de rijke tradities en de eeuwenoude cultuur van de oorspronkelijke bevolking in snel tempo, soms bewust, maar soms ook onbewust omdat deze kolonisten niet inzagen hoe hoogontwikkeld deze zogenaamde primitieve mensen waren.
Een belangrijk overblijfsel van deze cultuur vind je overal op het continent in de RockArt schilderingen terug. Maar je vindt ook de delen van dit trotse volk terug in apathie aan de zelfkant van de maatschappij. Soms onder erbarmelijke omstandigheden.
Gelukkig is er een nieuwe generatie jonge en goed opgeleide Aboriginals aangetreden, waaronder schrijvers en kunstenaars, die op zoek zijn naar hun cultuur die verloren is gegaan en opkomen voor de rechten van hun volk en hun land.


De aanleiding van onze reis
Gedurende de overweldigende Adventure Camping Safari in september 2004 op Fraser Island (het 124 km lange eiland maakt deel uit van The Great Sandy National Park en ligt voor de kust van Queensland) vertelde Kevin, een voormalige agent van de Australische narcoticabrigade, ons over het in zijn ogen mooiste deel van Australië.

Kevin kon het weten, hij was overal op het immense continent geweest en was er gedropt op de meest verlaten uithoeken. Hij vertelde ons tijdens een lunch in de buurt van Orchid Beach en 's avonds aan de andere kant van het eiland op onze campsite bij het kampvuur met passie over het lege land, nagenoeg onbewoond, met vrijwel ongebaande wegen, maar gekenmerkt door een uitzonderlijke en uitbundige schoonheid. The Kimberley. Onze interesse was gewekt.


Plannen maken
Als we deze moeilijke reis nog wilden maken moest het in 2006 gaan gebeuren. Want het was ons vanaf het begin duidelijk dat het fysiek geen gemakkelijke reis zou worden.

We begonnen met wegenkaarten bestellen bij "à la carte" in de Utrechtsestraat in Amsterdam en het verzamelen van allerlei relevante informatie. Ook het boek "Discover Australia, National Parks" kwam weer van pas. Verder lazen we alles wat we over het noordelijke deel van Australië te pakken konden krijgen.

Er moest tussen Darwin en Broome een schat aan Aboriginal RockArt te vinden zijn, veelal in de vrijwel aaneengesloten keten van Nationale parken die tussen deze twee steden in liggen.
Maar ook Arnhemland trok om dezelfde reden. En misschien moesten we wel verder rijden naar Perth en verder naar beneden, als we toch al aan de westkust waren aangeland, omdat daar ook heel veel interessants te zien is? Van groot nut bij onze afwegingen waren ook deze keer weer adviezen en ideeën van Ian Richards. Zo zagen we al snel in dat Arnhemland niet haalbaar was vanwege uiteenlopende redenen en dat de optie om langs de westkust naar het zuiden te rijden ons zou beperken in de tijd die we konden besteden aan het door ons gekozen hoofdreisdoel.

Langzamerhand kreeg onze reis zijn vorm. We besloten al snel dat Darwin in the Northern Territory ons beginpunt zou worden. We wilde immers ook graag de nationale parken van Lichfield en Kakadu bezoeken met hun uitzonderlijke schoonheid en rijkdommen aan Aboriginal RockArt.



Ons reisplan

In grote lijnen zouden we van Darwin naar Katherine rijden, dan via Victoria River Crossing, Timber Creek naar Kununurra in West Australië. Vanaf hier zouden we afslaan naar het zuiden in de richting van Turkey Creek om het Purnululu National Park te bezoeken. Daarna zouden we terugrijden naar Wyndham aan de West Arm of the Cambridge Gulf.
Hiervandaan zouden we verder rijden over de beruchte Gibb River Road naar El Questro. Halverwege The Gibb River Road zouden we afslaan richting het Mitchel Plateau en verder naar Kalumburu gaan. En vandaar weer terug naar The Gibb River Road en via Mount Barnett Road House, Imintji Store, King Leopold Ranges naar de afslag Fairfield-Leopold Road om via Windjana Gorge, Tunnel Creek en Leopold Downs naar Fitzroy Crossing te rijden. Het laatste stuk van de reis zou ons voeren over the Great Northern Highway naar Broome. En vandaar zouden we naar onze vrienden in Toogoom aan de Oostkust vliegen voor een korte rustige vakantie.


Noodzakelijke boekingen

Ons plan was nu definitief, we wisten precies wat we wilden gaan doen, wat we wilden gaan zien, we hadden ons grondig voorbereid, we hadden gekozen voor de winterperiode omdat het dan niet zo erg heet en vochtig was in dit tropische deel van Australië. We namen op de koop toe dat de dagen dus kort zouden zijn.

Het was nu zaak om de vliegreis te boeken, om te beslissen wat voor 4WD-camper we wilden huren, waar we zouden logeren als we straks midden in de nacht aankwamen in Darwin en als we na een avontuurlijke reis, voordat we naar Brisbane vlogen, aankwamen in Broome. En ook waar we zouden slapen als we midden in de nacht in Brisbane aankwamen voor we naar onze vrienden in Toogoom zouden rijden.

Voor 30 januari 2006 maakten we een afspraak met Mw Tryntje Jaspers van Barron Travel om alles definitief te regelen. Onze vluchten, onze hotels, onze 4WD-camper, onze auto, etc. Al onze vluchten konden zonder probleem geboekt worden zoals we die zelf al gepland hadden. Ook het boeken van de hotels leverden geen enkel probleem op.
Via internet hadden we ons vooraf georiënteerd over de keuzemogelijkheden die er waren op het gebied van 4WD-motorhomes. Onze oorspronkelijke keuze was gevallen op een 4WD-motorhome van Birtz, maar onze adviseur Mw Tryntje Jaspers was van mening dat de Apollo organisatie een beter en safer aanbod aan ons te bieden had. Dus lieten we ons ompraten en kozen uiteindelijk voor de Apollo 4WD Aventure Camper, wat achteraf een foute beslissing bleek te zijn. Daarover later. Binnen enkele dagen hadden we alles geregeld wat geregeld moest worden en was ons reisplan definitief.


Terreinrijden
Dus deze keer geen reisorganisaties, geen gezelschappen, geen georganiseerde trips, geen safari's. Deze reis zouden mijn vrouw en ik samen gaan maken. Dus moesten we nadenken of we die reis wel tot een goed einde konden brengen zonder enige ervaring met in een 4WD-auto en met het vooruitzicht van niet al te beste wegcondities.

De Great Highways in het noorden van Australië zijn niet breder dan onze ouderwetse provinciale wegen, twee rijstroken, soms met ... maar vaak ook zonder belijning, en als er al een vluchtstrook naast ligt, dan bestaat die uit gravel, grof steenslag en zand. We hadden informatie dat de meeste "wegen" in The Kimberley niet geasfalteerd waren, gravelwegen dus, "dust roads", zoals de Aussies zeggen. Wegen die in veel gevallen in een erg slechte staat van onderhoud verkeren. Een 4WD-auto is daar ter plaatse geen luxe, zoals in de Amsterdamse P.C Hooftstraat, maar een bittere noodzaak.

Wij hadden allebei geen enkele ervaring met terreinrijden. Alleen Rieky had ooit een slipcursus gedaan, en zij heeft echt iets met auto's. Bovendien is zij niet zo bedreven in het lezen van wegenkaarten. Oriëntatie vermogen is niet haar sterkste punt. Dus de keus was snel gemaakt. Rieky zou een cursus terreinrijden gaan doen. Maar hoe en waar?
Cursussen genoeg, maar dan wordt er van je verwacht dat je zelf een 4WD of SUV tot je beschikking hebt. Nou een 4WD, noch een SUV hebben we niet, en die heb je hier in Nederland ook niet nodig.
Dus we probeerde of we ergens een jeep of zoiets konden huren bij de aanbieders van 4WD cursussen. Huren kon wel, maar dat koste een aardige duit centen.
Onze dochter Mirjam en haar vriend Coen hielpen ons uit de brand met hun Jeep Cherokee. Dezelfde Jeep waarmee zij van juli 2003 tot juni 2004 door Afrika hadden getrokken (zie hun verhalen, ze staan op deze site onder de naam: "Into Africa by Jeep"). Dus nu Rieky deze Jeep van hen mocht lenen kon ze afspraken gaan maken om haar cursus terreinrijden te gaan doen.


Een goede leerschool
Rieky's keus viel op de cursus terreinrijden van 4WD Auto-Magazine. Zij schreef zich in voor de basiscursus. Mij had ze ingeschreven als bijrijder. We werden op 14 mei 2006 al heel vroeg op een autocrossterrein in Oss-Noord verwacht. Onze aanstaande schoonzoon Coen Barthels zou vanuit Waalwijk naar Oss komen met de Jeep Cherokee, zodat we daar van auto konden wisselen.

We werden in Oss door de mensen van het 4WD Auto-Magazine vriendelijk ontvangen in de kantine van het autocrossterrein met koffie. De groep voor de basiscursus was klein en bestond uit 6 personen.
Onze vrouwelijke instructeur begon de cursus met een theoretische inleiding die ons enig inzicht gaf in de techniek van de vierwiel aangedreven auto en van de theorie van het rijden met zo'n auto. Buiten werd aan de hand van de auto's het theoretische deel nogmaals verduidelijkt. Daarna moesten we instappen en begonnen de praktijk oefeningen.

Het autocrossterrein was hier en daar met de hulp van een shovel zodanig bewerkt dat het soms meer weg had van aardverschuivingen. Stapvoets moest mijn chauffeur zich door zo'n hindernis een weg banen. Zij moest oppassen dat de auto aan de rechterzijde niet met zijn wiel in een diepe gleuf terecht kwam en tegelijkertijd niet aan de linkerkant tegen de aarde wal werd gekwakt. Maar dat was niet alles. Er waren steile hellingen met los zand die onder een stevige hoek beklommen en afgedaald moesten worden. Het moest in een keer goed, anders haalde je het niet. Als je er dan boven op stond kon je onmogelijk zien waar de track verder naar beneden liep. Het was dus kunst om heel voorzichtig, wiel voor wiel je weg naar beneden te zoeken en via het zijraampjes te kijken of je zag waar het spoor verder liep. Onderaan meteen weer een haakse bocht waar we behoorlijk scheef kwam te hangen, ...en dan weer vanaf dat punt door het rulle zand steil omhoog. Het laatste onderdeel ging door een klein stukje bos waar tussen de bomen door gelaveerd moest worden. Het manoeuvreren tussen bomen over de glibberige ondergrond viel niet echt mee. Er werd van mij als bijrijder verwacht uit te stappen en aanwijzingen te geven aan mijn chauffeur. Dat ging me niet helemaal goed af. Het was dus nodig dat we daarover samen goede afspraken zouden maken, zei onze instructeur.


Zwaar terrein
De ondergrond tussen de bomen was nat en modderig. Zodanig zelfs dat onze instructeur zich erop verkeek. Ze had ons eerder al verteld dat je altijd eerst de situatie moest verkennen, alvorens verder te rijden. Dat vergat ze even toen ze tegen de chauffeur van de eerste auto die klaar was met de proef in het glibberige stukje bos zei: "Rij maar alvast een stukje door en wacht op ons aan het eind van het pad." Gevolg dat de auto van die chauffeur op zijn bodemplaat vast kwam te staan in de modder. Daar stond hij dan met zijn wielen hulpeloos los van de grond. Met veel beleid, en zonder enige schade, werd de auto van deze cursist uit zijn hachelijke positie bevrijd.

Na een leerzame en vermoeiende dag gingen we naar de kantine waar de beoordeling van de cursisten zou plaatsvinden door onze instructeur. Met de gebruikelijke toespraak werd daar aan de cursisten de Oorkonde Terreinrijden uitgereikt.
Op de oorkonde van Rieky stond vermeldt dat "Mevr. Van Tiel-Hermsen op dynamische wijze gestalte gaf aan deze gedenkwaardige dag en zich bekwaamde in terreinrijden."

Als we later die avond naar huis rijden is het met de zekerheid dat de condities van de wegen in het noorden van Australië hoogstwaarschijnlijk niet zo slecht zouden zijn als hindernissen die de organisator van deze cursus had gecreëerd op het autocrossterrein in Oss-Noord.
We kwamen al snel tot de conclusie dat we in het noorden van Australië waarschijnlijk niet al te veel problemen tegen zouden komen die we niet aankonden. En dat gaf ons het gevoel dat deze cursus zin had gehad.


Eerst nog even een bruiloft
Voor dat we op 17 juni konden vertrekken zouden we nog bezoek krijgen van Janey en Ian Richards uit Australië. Zij zouden voorafgaand aan hun reis door Europa nog een klein weekje bij ons logeren. Een van de redenen daarvoor was dat zij in die korte periode dat zij bij ons zouden zijn, ook het huwelijksfeest van onze dochter Mirjam met Coen Barthels konden meemaken. Mirjam had Janey, haar nicht, gevraagd om een van haar getuigen te zijn bij haar huwelijk. En Janey vond dat een hele eer.

Door omstandigheden moesten Mirjam en Coen de huwelijksplechtigheid en het feest een dag naar voren schuiven naar vrijdagmiddag 9 juni. We werden uiterlijk om half drie in Riethoven verwacht voor de plechtigheid. Janey en Ian zouden 9 juni om 10.00 in de ochtend landen op Schiphol. Dus moesten we hen ophalen en meteen doorrijden naar het zuiden. We hadden Janey en Ian per mail gepolst of zij daar geen probleem mee hadden na zo'n lange vlucht van Brisbane naar Amsterdam. Geen probleem was het resolute antwoord.

Om precies 10 uur stonden we dus op Schiphol International Airport in de aankomsthal om onze vrienden te verwelkomen. Het was een geweldig weerzien. Na de innige omhelzingen zorgden we er voor dat we snel in de auto zaten en zoefden we naar Brabant waar we in Eersel een hotel hadden geboekt, zodat onze gasten nog even konden bijkomen van hun reis en samen met ons de lunch konden gebruiken. Het huwelijksfeest, in de tuin van Coen's ouderlijk huis, was grandioos. Het weer was stralend, de gasten genoten, en de bruid en de bruidegom waren tevreden en gelukkig. Na het diner was het tijd voor de cadeaus en de sketches, maar tegen een uur of halfelf haakte Janey en Ian doodmoe af en gingen terug naar het hotel, samen met Rieky's broer en schoonzus.


Nog precies 6 dagen
Twee dagen hadden Janey en Ian de tijd gehad om bij te slapen en een beetje uit te rusten. Voordat zij aan hun reis door Europa zouden beginnen hadden wij op zaterdag nog een klein tuinfeestje georganiseerd met wat vrienden van ons. We wisten dat Janey en Ian dat erg op prijs zouden stellen.

We maakten met onze gasten nog wat tochtjes, we gingen samen eten in het Herenhuis in Wijdewormer en we brachten onze vrienden op 14 juni in de ochtend weg naar het garagebedrijf waar zij hun auto moesten ophalen. We namen afscheid in de wetenschap dat we hen 28 juli weer in Toogoom, aan de andere kant van de aardbol, zouden zien.

Het werd nu echt de hoogste tijd om te gaan pakken en alles te checken. Te kijken of we niets vergeten waren, zoals tickets, vouchers, wegenkaarten, paspoorten, verzekeringspapieren, reisplan, kleding, medicijnen, etc.


Klaar voor vertrek
Op Zaterdagmiddag 17 juni 2006 werden wij door een taxi opgehaald die ons naar Schiphol zou brengen. Om 19.25 uur vertrokken wij met Lufthansa richting Frankfurt. We moesten hier anderhalf uur wachten op de aansluitende vlucht van Quantas naar Singapore, en dat was precies genoeg tijd voor een paar heerlijke Duitse pilsjes. In Singapore moesten we voor de tweede keer overstappen op een ander vlucht voor het laatste traject naar Darwin.
Lange afstand reizen met een vliegtuig vinden wij vreselijk vermoeiend. Nee, vliegen is niet leuk meer. Vliegen wordt ook nog eens extra gefrustreerd door wat wij "de terroristencontroles" noemen.
Je moet tegenwoordig op elke luchthaven waar je overstapt je schoenen uit, je wordt gefouilleerd, je wordt besnuffeld door hasjhonden, enz, enz. Nee leuk is anders.

Om kwart over vier 's nachts, plaatselijke tijd, zette de crew van Australian Airlines ons veilig in Darwin aan de grond.
Vanaf de luchthaven werden we met een speciale shuttlebus naar het Mirambeena Resort gebracht, waar we doodmoe op ons bed in een diepe slaap zijn gevallen. Natuurlijk versliepen we ons, omdat we onze wekker niet goed hadden gezet.


Wakker worden in Darwin
Op 20 juni, zo rond de klok van elf uur in de ochtend schrokken we wakker. Ja, we hadden ons heerlijk verslapen. We waren wel uitgeslapen en een heel klein beetje bijgekomen van de lange en vermoeiende vliegreis.

Toen we de gordijnen open schoven keken uit over een tropische tuin, die overgoten was door verblindend zonlicht. Ontbijten in ons hotel kon niet meer, veel te laat. En aangezien we voor twee nachten geboekt hadden besloten we onze bagage later op dag op orde te brengen. We trokken snel wat schone kleding uit onze koffers, douchten en kleedden ons snel aan om Darwin te gaan verkennen, én om iets te eten te vinden. Een warme brunch leek ons wel wat.

Het centrum van Darwin is klein, dus hadden we snel iets gevonden waar we konden lunchen. In een overdekte galerij, met langs de wanden allerlei winkeltjes, zaten ook een aantal eethuisjes die in het midden een gezamenlijk terras exploiteerden. Bij een Indische warong hadden ze heerlijke gerechten, we kozen voor een maaltijd soep, die achteraf nog al pedis was, met daarbij een heerlijke fris drankje. Daar kikkerden we helemaal van op. Verdwenen was de vermoeidheid en ook de jet lag zogoed als over.


De stad verkennen
Na de lunch trokken we er op uit om stad te verkennen. We moesten ook een ATM-machine zien te vinden, dat is flappentap op z'n Australisch, en kijken bij welke supermarkt we het gemakkelijkst de volgende morgen onze camper konden bevoorraden. Ook wilde we een goede indruk krijgen van Darwin zelf. In het grootste deel van Australische steden en dorpen gaat de geschiedenis niet verder terug dan 200 jaar. En zelfs dat gaat voor Darwin niet op. In 1974 werd Darwin op kerstdag bijna geheel door de orkaan Tracy weggevaagd. Tracy raasde met snelheden van 290 km per uur over de stad. Ook werden er "oude en historische" gebouwen platgebombardeerd door een vloot van Japanse bommenwerpers in februari 1942. Het moderne en welvarende Darwin heeft een plattegrond die wordt gekenmerkt door een mathematisch straten patroon. Verdwalen kun je er daarom ook niet.

Aan de zuidwestkant van het centrum, langs een park dat aan zee grenst, ligt in een rechte lijn de Esplanade. De rotskust is hier steil, en om even een kijkje te nemen op het strand moet je een behoorlijk lange trap afdalen. Het uitzicht over de baai is prachtig. Langs de Esplanade staan twee gerestaureerde gebouwen die beide dateren uit de jaren twintig: The Admiralty House en The Lyon's Cottage. En dat zijn dan meteen de oudste gebouwen van Darwin.
Aan het zuideinde van de Esplanade is Fort Hill en om de hoek ligt de open zeehaven. Een haven die qua omvang niet echt veel voorstelt ware het niet dat deze voor de stadjes aan de noordkust van levensbelang zijn in verband met hun bevoorrading.

We lopen nog even naar de noordoostelijke rand van de stad om te kijken waar we morgenochtend onze vierwielaangedreven camper moeten ophalen. De Apollo-vestiging blijkt twee straten achter het Mirambeena Resort te liggen op ongeveer 7 minuten loopafstand.


Zwemmen en dineren in een tropische sfeer
Nu wilde Rieky eerst voor een frisse duik naar het zwembad van ons hotel. Daarna bestelden we een paar heerlijke koele biertjes op het terras bij het zwembad. Volgens Rieky was het water heerlijk. Het bier was ook heerlijk, maar omdat we vroegen om glazen, zondigden we tegen het principe van "landswijs landseer". Want "the rule of the Australian mates" is dat je bier drinkt uit de fles of uit een blikje.

We hadden voor het avondeten gereserveerd in het restaurant van ons hotel. We kregen een plaats aan de balustrade van het overdekte terras met uitzicht op de palmentuin. Het diner was voortreffelijk en de witte Australische wijn smaakte heerlijk. Nog een nachtje slapen en dan zou deze luxe weer voorbij zijn.
Aangezien we niet te laat onze Apollo-camper wilden ophalen zouden we redelijk vroeg ontbijten. Ik maakte nogmaals de fout met het zetten van de wekker, dus... de volgende ochtend kwamen we meer dan een half uur te laat aan het ontbijt. Niks aan de hand volgens het bedienend personeel die het ontbijt verzorgden. Na het ontbijt haalden we onze bagage van de kamer, rekenden af en gingen richting de Apollo-vestiging. Het was intussen negen uur geweest en al behoorlijk warm.


De Camper ophalen en bevoorrading
Nadat we ons gemeld hadden op het kantoor van Apollo moesten we heel even wachten, maar daarna werden alle formaliteiten door een employee snel met ons doorgenomen en de nodige financiële zaken afgewikkeld. Buiten op het parkeerterrein werd onze Apollo 4WD Aventure Camper voorgereden en werden we heel summier van informatie voorzien over de werking van de 4WD en hoe het campergedeelte werkte.
We ontdekten gelukkig meteen dat de gril afgebroken was en los onder de motorkap stond. "Niks aan de hand, dat fiksen we wel even". Dat fiksen gebeurde met een paar plastic bandjes. "Zo dat was weer gepiept."
Nog geen 5 minuten daarvoor had men ons verzekerd, op onze vraag wat die tapesporen rond de rechter koplamp te betekenen hadden, dat alles, maar dan ook alles tot in de details was gecontroleerd en in orde was bevonden. We vroegen ons toen al ernstig af of echt wel alles gecontroleerd was. Niet dus, bleek later!.

We zullen u de details besparen, maar ons vertrouwen in Apollo liep in Darwin al zijn eerste deuk op.

Nadat we de kampeertafel met twee stoelen een plaats hadden gegeven in de camper, konden we vertrekken. Rieky reed nog wat onwennig met deze grote bak de poort uit richting het centrum. We parkeerden voor de supermarkt om voor de eerste 10 dagen voldoende eten in te slaan en andere benodigdheden te kopen.
In Australische supermarkten is geen drank te koop, dat is verboden bij wet, dus moesten we ook naar de bottle shop om een paar dozen bier en wijn te kopen. Pas in Katherine zouden we weer nieuwe voorraden kunnen inslaan. De koel/vries unit aanboord van onze camper was niet zo groot. Een efficiënte indeling was dus van belang om zoveel mogelijk vlees en ander bederfelijke zaken gemakkelijk er in kwijt te kunnen. Alle andere spullen zoals toiletpapier en keukenrollen borgen we op in de vakken onder de bank en in de kastjes.


Onderweg naar Lichfield National Park
Voor dat we uit Darwin vertrokken, het was intussen tegen twaalf uur, aten we aan de lunchcounter in de Supermarkt nog even snel een broodje en dronken we een heerlijke cappuccino.
Daarna reden we Darwin uit en draaide de Stuart Highway op in zuidelijke richting. Rond Darwin was er nog wel wat verkeer op de weg, maar zodra we de afslagen van het vliegveld, Howard Springs en Palmerston waren gepasseerd, werd het wel erg rustig op deze weg.

Het was voor Rieky nog even wennen aan de zware pedalen van deze auto, aan de pook om te schakelen die links in plaats van rechts van je zit, en aan de grote bak die je achter je aan hebt op de weg.
Aan de linkerkant van de weg rijden is voor Rieky nooit een probleem geweest. Maar waar zij wel aan moest wennen was het feit dat in auto's met het stuur aan de "verkeerde" kant ook de handels om de ruitenwissers en de richtingaanwijzers te bedienen verwisseld zijn. Dit was in het begin wel even wennen voordat zij bij het afslaan de functie van de ruitenwisser en de richtingaanwijzer niet meer verwisselde.

Na 35 km passeerden we aan de linkerkant de Arnhem Highway richting Kakado National Park. Maar wij hadden besloten eerst naar Lichfield National Park te gaan. We bleven op de Stuart Hwy en na 12 km sloegen we rechtsaf en reden over de Cox Peninsula Road de onbewoonde wereld in.
Na ongeveer 26 km volgde de afslag naar Lichfield National Park. Hier begon de Wangi Road. Aan het begin van deze weg stond een geïmproviseerd bord met daarop de aankondigingen "Water over Road". Aan het officiële bord waar opstaat dat de afstand naar Lichfield Park nog 42 km is, zit ook een bord vastgemaakt met de waarschuwing: "BEWARE, Loose Surface, Dust, Corrugation".


Hier hield het asfalt (even) op
Dus hier hield het asfalt voor de komende 42 km op. De kwaliteit van de weg viel erg mee, er was wel veel stof en af en toe een ook stukje wasbord, wat ze hier Corrugation noemen. Toch was het vermoeiend rijden op zo'n ondergrond. De omgeving was mooi en als je op een van de hoger gelegen stukken van de weg reed keek je uit over de weidse omgeving. Geen huis te zien. Soms zag je een 4WD die je tegemoet kwam of je voorbij reed, vaak in volle snelheid, en die ons voor enkele momenten achterliet in een rode stofwolk of ons bestookte met rondspattende steentjes.

Ook de typisch Australische Bush Fires ontbraken niet langs de kant van deze weg. Halverwege de Wangi Road stond een heel stuk bush in brand. Ze noemen zo'n bush fire hier een gecontroleerde brand, maar er was geen mens te bekennen. Bij ons is een bosbrand een echte ramp, hier niet. Brand zorgt ervoor dat het bos zich verjongt en binnen een jaar is er al vaak niets meer van te zien. Of het moet zijn de stam van een verbrande boom die zwartgeblakerd vrolijk doorgroeit.
Het aangekondigde "Water on road" stelde niet veel voor. Een modderpoeltje dat hoogstens 15 cm diep was. Niets aan de hand dus.


Onverwacht probleem

Het einddoel voor deze dag was de campsite bij de Wangi Falls binnen de grenzen van Lichfield National Park. Nadat we de eerste 40 km van de weg zonder problemen hadden afgelegd kwamen we aan een kreek waarover een heel smal bruggetje lag. Langs de weg stond op een groot opvallend bord dat het verboden was om verder te rijden. De boete bedroeg, als ik me goed herinner, 10.000 of 15.000 AUS $ als je het bord zou negeren en door zou rijden.
We stopten om de situatie te bekijken en om te overleggen wat ons te doen stond. Juist op dat moment kwamen er uit de tegenovergestelde richting twee glimmende 4WD over het bruggetje aangereden. Zoals gebruikelijk stoppen de Australiërs altijd als je langs de kant van de weg stil staat op dit soort wegen om te vragen of alles in orde is. Ook de inzittenden van beide auto's vroegen ons of we een probleem hadden. Ja antwoordden wij, wijzend op het bord, en lieten er op volgen dat we niet erg veel zin hadden om het hele stuk weer terug te rijden. Na een kleine discussie begrepen we dat aan de andere kant een zelfde soort bord stond, maar dat gaf aan dat de weg open was voor "4WD's only". De heren veronderstelden dat de wind het opklapbare bord aan onze zijde van de brug had losgewrikt en dat het daardoor was omgeklapt met als gevolg dat verbod om doorrijden tevoorschijn was gekomen met het boete bedrag. Hun advies was gewoon door te rijden. We bedankten hen voor hun advies en reden heel voorzichtig over de, voor onze camper, wel erg smalle brug.


Nog meer problemen met Apollo
We kwamen even over vieren aan op de campsite van Wangi Falls. Het eerste wat we deden was een goed plekje zoeken om de nacht door te brengen. Nadat we dat gevonden hadden voelden we pas hoe moe we waren. Nu eerst een pilsje, zeiden we tegen elkaar.
Het eerste wat ons dus te doen stond was het tevoorschijn halen van de kampeerstoeltjes en de tafel om even lekker rustig te kunnen zitten en te genieten van de stilte en de natuur om ons heen. Jammer maar de stoeltjes die we van Apollo hadden meegekregen waren zo aftands dat lekker gaan zitten niet echt een optie was. De kampeerstoeltjes waren meer geschikt voor de vuilstort.
Verder kwamen we tot de ontdekking dat de luifel van de camper half uit de opbergruimte hing. Bij verdere inspectie bleek dan ook dat meer dan driekwart van de kantelaartjes, die het afsluitzeil dat voor de luifel zit en het op zijn plaats moet houden, afgebroken waren en dat de achterste van de drie clipsen waarmee de luifel geborgd hoort te zijn in het geheel ontbrak. Ook het horrengaas voor een van de raampjes in de camper was aan flarden zodat we het niet open konden zetten zonder dat er muggen e.d. naar binnen kwamen. Het drong toen al tot ons door dat er waarschijnlijk weinig of niks was nagekeken aan de camper die men ons had meegegeven. Dit was echt een schande.

Ondanks alle tegenslag smaakten de pilsjes ons best, de atmosfeer op de campsite was relaxt, de natuur om ons heen overweldigend en aangezien het 's avonds al om 6 uur in een klap donker werd maakten we snel onze eerste bush-maaltijd klaar.

We besloten om zo niet verder te gaan, maar de andere dag de 172 km terug te rijden naar de Apollo-vestiging in Darwin voor nieuwe kampeerstoeltjes en reparaties aan het horrengaas en de luifel.
Het lag in de bedoeling om dan maar meteen vandaar uit ons ongenoegen over Apollo door te bellen aan Mw Tryntje Jaspers van Barron Travel toen we tot de ontdekking kwamen dat het tijdsverschil ons daartoe niet in staat zou stellen. Gewoon even wat geduld oefenen.


Onzin vonden ze het allemaal maar
Teruggaan naar Darwin zou ons een dag van onze vakantie kosten, maar dat moest dan maar. Ondanks alles sliepen we de nacht in ons nieuwe onderkomen best aardig. Om 6 uur in de morgen werden we wakker van het daglicht. We besloten meteen maar op te staan en aan de terugtocht te beginnen.

We reden dwars door het National Park via Batchelor terug naar de Stuart Hwy. Vanaf hier konden we met 90 km per uur redelijk snel opschieten. Langs deze highway liggen verscheidene startbanen die in de Tweede Wereldoorlog gebruikt zijn om aanvallen van de Japanners op Darwin af te slaan en bombardementen uit te voeren op Japanse stellingen.

Rond kwart over elf, half twaalf kwamen we aan bij de vestiging van Apollo waar we ons melden met onze klachten. We maakte hen duidelijk dat we niet erg veel vertrouwen meer hadden in de manier waarop zij in ieder geval onze camper hadden nagekeken. Zo kon je mensen toch niet op pad sturen, vonden wij.
De heren die ons te woord stonden vonden het maar onzin dat we teruggekomen waren. Bovendien kregen ze uit Europa geen onderdelen aangeleverd, klaagden ze, zodat zij het niet konden helpen dat veel onderdelen aan de camper niet te repareren waren. Maar ze zouden wel even kijken wat ze voor ons konden doen. Wij deelden hen mede dat we met een uurtje terug zouden zijn en in de stad gingen lunchen.

Toen we terug kwamen was er alleen een nieuwe clip aan de luifel gezet en het horrengaas was provisorisch en slordig dichtgeplakt met brede witte tape. Wel kregen we twee "nieuwe" huurstoeltjes mee, maar werd ons toegevoegd, we hadden zelf toch ook nieuwe kunnen kopen. Waar dan? Midden in de bush?
De behandeling was beslist klant onvriendelijk te noemen en onprofessioneel voor een gerenommeerde organisatie als Apollo.


Terug naar Wangi Falls Campsite
We reden langs de zelfde weg terug naar Wangi Falls Campsite aangezien we nog niets van dat deel van het park hadden gezien. De trubbels met Apollo had ons een hele dag van onze vakantie gekost, plus 344 km aan dieselbrandstof.

We parkeerden onze camper op een van de mooiste plekjes van de Wangi Falls Campsite en installeerden ons daar zo comfortabel mogelijk. De stoeltjes die we voor "nieuw" hadden meegekregen waren verre van nieuw, maar we konden er op zitten. En dat was dan ook alles.
Een pilsje zou smaken zo tegen het eind van een vermoeiende en verloren dag. Er was een voordeel: Rieky had intussen veel rijervaring opgedaan met onze 4WD-camper. Maar nu, geen woord meer over Apollo. We konden dat woord even niet meer horen.

Toen de avond viel werden er op enkele plekken om ons heen grote kampvuren ontstoken. De vogels werden stil, zo ook de natuur. Hier geen geluid van snelwegen, alleen af en toe wat geritsel van een of ander dier vlak naast ons in het struikgewas. En als je heel goed luisterde kon je het geluid van de waterval horen, of was dat inbeelding. In Lichfield National Park is de hemel echt pikzwart. Tussen de bladeren van de bomen door twinkelen miljarden diamantjes aan het uitspansel, helder te zien omdat men in dit deel van Australië nog nooit van lichtvervuiling heeft gehoord. Waar ter wereld vind je dat nog. Ons humeur knapte zienderogen op. Eindelijk de rust en de stilte die we zochten.


Met dank aan Rieky en Johan Hermsen voor het kritisch lezen van de teksten,
het aandragen van tekstsuggesties en het aanbrengen van tekstcorrecties

Ad van Tiel, Landsmeer, 6 juni 2007

Niets uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder
voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.

Rieky & Ad van Tiel © 2007